De bizarre rituelen in het Circus Maximus

In enkele recente nieuwsbrieven hadden we het reeds over het befaamde Circus Maximus in Rome en over de nieuwe archeologische site die er in principe eind deze maand opent. Vandaag hebben we het over de praktische organisatie van de wagenrennen en over de nogal bizarre rituelen die gebruikelijk waren bij het begin van de wedstrijden. Nog niet zolang geleden werd ontdekt dat de renbaan werd bedekt met een laag zand waarin glinsterende korreltjes metaal, mimium, mica en malachiet schitterden. Halverwege de eerste eeuw na Chr. werden zowat tachtig wagenrennen per jaar gehouden. Keizer Domitianus (81-96) en daarna Trajanus (98-117) vergrootten opnieuw de cavea zodat de capaciteit opliep tot 255.000 toeschouwers verdeeld over drie terrassen.

In sommige publicaties spreekt men zelfs van een capaciteit tot 385.000 bezoekers, hun gejoel zou soms hoorbaar geweest zijn tot in Ostia. Maar al haast even luid moet het geluid van de potten en pannen, munten, het roepen van de talrijke verkopers en prostituees hebben geklonken.

De onderste rijen zitplaatsen waren van steen, de volgende van hout, terwijl het bovenste terras slechts staanplaatsen bood. Keizer Septimius Severus (193-211) bouwde ten slotte het machtige keizerlijke complex op de Palatijn waarvan de ruïnes vandaag nog steeds behoorlijk dominant de rand van het Circus Maximus beheersen.

Elke ludus, waarvan de toegang gratis was, werd met de tijd langer, eerst één dag, later zeven tot vijftien dagen. De belangrijkste rennen vonden plaats tijdens de septemberspelen die reeds in de zesde eeuw v. Chr. waren ontstaan. Het aantal wedrennen dat op één dag gehouden werd, was geleidelijk ook groter geworden.

In de tijd van Augustus waren het er gewoonlijk twaalf, onder Caligula werden het er 34 en onder de Flavii honderd, van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat. Tijdens de regering van Claudius (41-54) telde de Romeinse kalender 159 feestdagen waarvan 93 gewijd aan spelen bekostigd door de staat, gewoonlijk wagenrennen.

Vaak waren er dodelijke ongevallen. Elke race werd luister bijgezet door de plechtige aanvang en het vertoon van pracht en praal. Tussen de rennen kwamen ruiters hun bedrevenheid tonen in de trant van de kozakkenshows. We weten dat keizer Probus (276-282) tijdelijk een heus bos in het circus heeft laten planten, waarin zich volgens teksten uit die tijd duizend struisvogels, duizend herten, duizend wilde zwijnen en rendieren, ibissen en wilde schapen ophielden.

Maar dat was allemaal slechts een voorspel, waar het eigenlijk om ging waren de wagenrennen. Deze waren ingedeeld naargelang het aantal ingespannen paarden. Men vermoedt dat er bij wedstrijden met de quadriga nooit meer dan vier wagens tegelijk meededen, maar bij de kleinere spannen kunnen het er wel twaalf geweest zijn gezien het aantal carceres. Elk span behoorde tot een stal met eigen kleuren waarop kon gewed worden.

Keizer Vitellius (69) die een voorkeur had voor de stal der ‘blauwen’ liet de tegenstanders gewoonweg vermoorden en Caracalla (211-217) liet de wagenmenners van de ‘groenen’ hetzelfde lot ondergaan omdat ze hem hadden ontgoocheld. Er werd fanatiek gewed, de inzetten waren vaak immens. De keizer schonk dikwijls voedselpakketten of geldbeurzen weg, of ook wel loterijbriefjes waarmee men volgens Suetonius een huis, een schip of een boerderij kon winnen.

Onder de arcaden aan de lange zijden van het circus bevonden zich kroegen en winkeltjes, waar de winnaars konden feesten en de verliezers hun verdriet verdrinken. Men vond er ook waarzegsters en prostituees. In de gewelven onder het circus bevond zich overigens een goed draaiend bordeel. In tegenstelling tot de amfitheaters zaten de mannen en vrouwen in het Circus Maximus gemengd op de tribunes.

Over dit samengaan der seksen schrijft Ovidius (43 v. Chr. – 18 na Chr.) lyrische zinnen in zijn ‘Ars Amatoria’. Volgens hem kwamen de toeschouwers hier immers niet alleen voor het spektakel in de arena, maar was het circus ook een belangrijke ontmoetingsplaats voor de Romeinen. Ovidius zag het zelfs als het ideale jachtterrein voor mannen om een vrouw te versieren.

Van hem leren we dat het in het circus best spannend was, en dan bedoelen we niet alleen op de piste. De Romeinen amuseerden zich zodanig met zijn schitterende liefdesadviezen, dat de dichter-schrijver door keizer Augustus min of meer verplicht werd tot de publicatie van zijn ‘Remedia Amoris’, dit om de gevolgen van zijn goede raad uit de ‘Ars Amatoria’ enigszins weg te werken.

Een vreemd ‘religieus’ gebruik bestond erin dat op 15 oktober, na de paardenrennen, het rechterpaard van het winnende span naar het Marsaltaar op de huidige Piazza Nicosia, niet ver van Palazzo Borghese, werd gebracht. Daar werd het dier ritueel geofferd.

De kop en de staart werden naar de Regia, het huis van de Pontifex Maximus op het Forum Romanum gebracht. De kop van het dier werd vervolgens aan de buitenmuur gespijkerd en het bloed liet men druppelen op de heilige as in de haard van de Regia. Tijdens de eerstevolgende parilia op 21 april (tevens de officiële stichtingsdatum van Rome) werd deze met bloed vermengde as gemengd met de as van gecremeerde ongeboren kalveren die samen met bonenstro waren verbrand en daarna tijdens een andere festiviteit in ceremoniële vuren gegooid.

Een deel van het bloed werd op het altaar van de Vestatempel gesprenkeld. Dat leverde rituele reinigingsmiddelen op die werden uitgedeeld door de Vestaalse maagden. Hiermee konden de mensen, hun dieren en de stallen ritueel gereinigd worden. Dit moest de vruchtbaarheid van de kuddes bevorderen. Men kan zich afvragen wie dergelijke rituelen destijds heeft bedacht en er bovendien in geslaagd is die ook nog in de praktijk te brengen.

Ondanks protest van de Kerk bleef het Circus Maximus nog gedurende twee eeuwen in gebruik, het laatste spektakel werd ingericht door de Oostgoot Totila in 549. Hij was de man die toen hij in 546 de stad binnentrok, waarbij hij verklaarde ‘van heel Rome tot een weideplaats voor het vee te maken’.

Na 549 verdwenen het marmer en de bouwmaterialen van het Circus Maximus zeer vlug. Vandaag valt er niets anders van het circus te zien dan een kale, met gras begroeide vallei, waar de groendienst in het midden met een bescheiden berm de vroegere spina heeft weergegeven.

Met enige overdrijving en als troost zouden we kunnen stellen dat we vandaag, zoals recent verteld, zowat de toestand van deze ruimte zien zoals de Romeinen ze moeten gezien hebben, lang vóór de bouw van het Circus Maximus, pakweg 2700 jaar geleden.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s