De omgeving van het Circus Maximus

In onze nieuwsbrieven van de voorbije dagen kon je uitgebreid kennismaken met het Circus Maximus in Rome. In een laatste bijdrage over dit onderwerp bekijken we even de onmiddellijke omgeving van deze historische plek. Aan de noordkant van het Circus Maximus, kant Palatijn, loopt de Via del Cerchi. Tussen de Palatijn en deze laan zien we de resten van verschillende gebouwen. Kijkend naar de Palatijn, bevond zich links voor de bovenliggende exedra maar vanaf de straat niet zichtbaar, de Schola Praeconum, de school van de herauten (wel zichtbaar vanaf de Palatijn). Net achter de schola, naar de Palatijn toe, bevond zich het ‘Paedagogium’ uit de tijd van keizer Domitianus, daar kregen de keizerlijke slaven hun opleiding. Niet alle Romebezoekers beseffen het belang van het huidige ‘Circo Massimo’. Hier is echter wel geschiedenis geschreven.

Het pedagogium, dat niet bezocht kan worden, telt een aantal vertrekken rond een zuilengalerij. Men vond er een gegraveerde tekening met een ezelsveulen en het opschrift ‘werk ezeltje zoals ikzelf heb gezwoegd en het zal je ten goede komen’. Eén van de bekendste graffiti laat een crucifix zien met het hoofd van een ezel en de Griekse inscriptie ‘Alexandros houdt van zijn god’ (nu te zien in het museum van de Palatijn – zaal VIII).

Bij deze antieke gebouwen staat ook een eigenaardige zeventiende-eeuwse gevel op nr. 87 met een naar beneden gebogen bovenstuk, het was de ingang tot een verdwenen renaissance-villa op de Palatijn. Indien je op het einde van de Via dei Cercchi, kant Santa Maria in Cosmedin en Tiber, naar rechts draait dan vind je rechts de Sant’ Anastasia.

Aan de westelijke korte zijde van het Circus Maximus, kant Tiber, bevonden zich zoals eerder verteld de carceres. Daar bevindt zich nu een brede rijweg, de Via dell’Ara Massima di Ercole. Op de plaats van het roodkleurige en weinig aantrekkelijke gebouw, aangeduid als ‘uffici communale’, bevond zich tijdens de tweede eeuw een administratief gebouw dat behoorde tot de hier georganiseerde spelen, het Secretarium Circi Maximi waarvan ondergronds nog talrijke overblijfselen bestaan. Deze site is helaas niet toegankelijk voor publiek bezoek. Er zijn vijf parallelle, rechthoekige vertrekken, die bereikbaar waren via twee lange trappen aan de circuskant. Men heeft er ook een Mithraeum teruggevonden.

Aan de lange zuidkant, kant Aventijn, van het Circus Maximus loopt de Via del Circo Massimo. Aan het begin van deze laan, kant Tiber,zie je de schuin oplopende Clivo dei Publicii. Deze straat bestaat al sinds de oudheid en werd aangelegd door twee broers die in 289 v. Chr. beiden magistraat waren. Het was de eerste straat van het oude Rome die geplaveid werd voor het verkeer en voorzien werd van voetpaden.

Ongeveer in het midden van de Via del Circo Massimo, ligt de Piazzale Ugo la Malfa met een open en prachtig uitzicht op de Palatijn, met rechts ervan de Celio en links de Capitoolheuvel. Zelf sta je hier, kijkend naar de Palatijn, met je rug naar de Aventijn. Op de piazzale staat een indrukwekkend monument, een werk van de gekende Ettore Ferrari. Het herdenkt Giuseppe Mazzini (1805-1872).

Mazzini behoort samen met Camillo Benso di Cavour en Giuseppe Garibaldi tot de drie Italiaanse staatslieden die Italië in de negende eeuw hebben vormgegeven. Mazzini was een radicaal en republikein die maar één doel had: Italië eenmaken als republiek. Mazzini en zijn aanhang waren veertig jaar lang, waar dan ook in Italië, betrokken bij iedere poging tot revolutie, opstand, iedere politieke coup en alle mogelijke intriges. Mazzini stond aan het hoofd van de beweging La Giovine Italia (Jong Italië) die drie doelstellingen voor ogen had: het winnen van massa’s voor de nationale staat, een nieuw en eengemaakt Italië en een overkoepelende samenwerking tussen alle naties in een democratische liga.

In de beginjaren van het Risorgimento, de periode van de eenmaking van Italië, die begon in 1820 (opstanden in Napels en Piëmont) en voltooid werd in 1870, schreef Mazzini: ‘We hebben geen vlag, geen politieke naam, geen rang onder de Europese naties, we hebben geen gemeenschappelijk centrum, geen gemeenschappelijke markt. We zijn uiteengereten in acht staten, Lombardije, Parma, Toscane, Modena, Lucca, Piemonte, het koninkrijk Napels en de pauselijke Staten, die allemaal onafhankelijk zijn, geen verbond hebben, met acht verschillende systemen van munteenheid, maten en gewichten, strafwetgeving, bestuurlijke organisatie…’.

Mazzini stierf in Pisa op 10 maart 1872 als balling in eigen land, na een leven van mislukte opstanden, hij dacht de ziel van Italië te hebben gewekt, maar zag alleen het lichaam voor zich. De ‘vaderlandse’ geschiedenis heeft achteraf de verhouding en samenwerking tussen Mazzini, Cavour en Garibaldi immens geïdealiseerd, zo is men bijvoorbeeld vergeten dat Cavour Mazzini wilde laten ophangen als terrorist.

Achter Piazzale Ugo la Malfa bevindt zich de toegang tot de befaamde rozentuin ‘Il roseto di Roma Capitale’. Hier worden, verspreid over een oppervlakte van zowat 10.000 m², ongeveer vijfduizend rozen getoond in een sprookjesachtige omgeving en met adembenemende doorkijkjes. Couperus schreef: ‘O, de schoonheid in mei… rozen, rozen, overal rozen…’. Ook Bertus Aafjes bedenkt ‘Rome, de stad van de grote, te grote rozen, met hun bijna ontuchtig geworden geur…’.

De rozentuin ligt op de plaats van het vroegere joodse kerkhof (1645-1934), dat verplaatst werd naar het Campo Verano. In 1950 gaf de joodse gemeenschap in Rome toelating voor de aanleg van de rozentuin, op voorwaarde dat aan de ingang een gedenksteen zou worden opgericht met de tafelen van Mozes. De wandelwegen binnen de rozentuin volgen de tekening van de menora, de zevenarmige kandelaar. De tuin is gratis toegankelijk, maar enkel gedurende een bepaalde periode, meestal van 21 april tot half juni. De ingang bevindt zich aan de Via di Valle Murcia 6, langs de Clivo dei Publicii.

In het oude Rome was de roos het symbool van de wedergeboorte en vanaf half mei tot begin juli werden feestelijkheden gehouden, waarbij men bloemen naar de graven bracht. Hekate, de godin met de drie gezichten en de godin van de tovenarij, de geboorte, de geesten, de kruispunten en de maan, die in het Romeinse Rijk op de 29ste van elke maand werd gevierd, wordt soms afgebeeld met een kroon van rozen, al droeg ze altijd ook een toorts en een mes, soms ook een sleutel, een touw of een Grieks kruis.

Ze verkeert in het gezelschap van raven, slangen of uilen en werd sterk geassocieerd met driesprongen. Haar beeltenis werd dan ook vaak op dergelijke kruispunten geplaatst. Hekate werd nergens specifiek vereerd, maar werd vooral aangeroepen door vrouwen tijdens de geboorte van hun kind. Ook zou ze twee spookhonden bij zich hebben, en haar komst werd aangekondigd door het blaffen van een hond. Haar bekendste priesteres was de tovenares Medea.

De roos werd in Rome ook toegewijd aan Venus en aan de Egyptische Isis, en later werd Maria de ‘mystieke roos’ en ‘roos zonder doornen’ genoemd. Denk ook aan de rozenkrans, waarbij Maria de gebeden van de gelovigen aan een snoer rijgt en om haar hals hangt. Vooral de dominicanen waren de kampioenen van de rozenkrans, de gebedenreeks bestaat uit vijf maal tien Weesgegroeten, ieder tiental voorafgegaan door een Onze Vader en gevolgd door een Gloria Patri. De eerste broederschap van de rozenkrans ontstond in 1470 in Douai, in 1479 verkondigde Sixtus IV zelfs een speciale aflaat voor het bidden van de rozenkrans.

Maar even terug naar de oostelijke korte zijde van het Circus Maximus, Piazza di Porta Capena. Het bekende bakstenen torentje aan de rand, en dat vandaag de archeoleogische site markeert, dateert uit de middeleeuwen en is een overblijfsel van de grote burcht die de Frangipani hier hadden gebouwd, ooit één der machtigste families van Rome. Hier heeft Jacopa Frangipane de heilige Franciscus bij zijn laatste bezoek aan Rome ontvangen. Omwille van haar doortastende karakter noemde hij haar ‘broeder Jacopa’.

De overige bakstenen ruïnes behoren tot de onderbouw van het antieke Circus Maximus. Tussen de twee gebogen delen uitgevoerd in metselwerk, lag, opgelijnd met de spina en dus niet echt in het midden, de eerder vermelde hoofdingang met in het midden een hoge doorgang en links en rechts een kleinere doorgang. Deze constructie werd opgericht door keizer Domitianus in 81 na Chr. ter ere van de overwinning van zijn dynastie op de joden. Door de middenboog trok de ‘pompa circensis’ de arena binnen.

Ervoor, waar nu Piazza di Porta Capena ligt, lag de Porta Capena (Capua), een met geschiedenis overladen plaats. Het was één van de vijftien poorten van het republikeinse Rome, met een doorgang in de stadsmuur van Servius Tullius die uit 378 v. Chr. dateert. De geschiedenis gaat echter heel wat verder terug, want volgens Livius doodde ten tijde van Tullius Hostilius (672-640 v. Chr.) de laatste der Horatii, na de overwinning op de Curati uit Alba, op deze plaats zijn zuster. Omdat ze verloofd was met één van de gedode Curati en om hem rouwde moest ze sterven. ‘Moge iedere Romeinse die om de vijand weent, zo omkomen’ schrijft Livius.

De Porta Capena vormde het eind- en beginpunt van de Via Appia (Antica) en was dus de voornaamste toegangspoort tot de stad. De huidge Viale delle Terme di Caracalla vormde toen het begin van de Via Appia. Vanaf Porta Capena vertrokken de republikeinse generaals op verovering, later gevolgd door de keizers. Pro-consuls en magistraten verlieten er Rome op weg naar de hun toegewezen provincies. Verschillende officiële gebouwen lagen aan deze poort, zoals het Mutatorium Caesaris waar de senatoren samenkwamen met de uit de provincies terugkerende generaals, alsook het gebouw waar de keizer zich omkleedde, en de tempel van de god Rediculus.

Maar deze plaats spreekt vooral tot de verbeelding omdat door deze poort de legioenen marcheerden die Rome zijn imperium hebben bezorgd. Hier legden de generaals hun commando neer. Het was hier dat Pompeius, de rivaal van Caesar, een keer letterlijk in de knel kwam.

We lezen: ‘Hij was van plan zijn wagen tijdens de triomftocht door vier olifanten te laten trekken, maar bij het naderen van de stadspoort kwam hij tot de vaststelling dat die daarvoor te smal was en moest hij zijn plan laten varen’.

Destijds werd de buurt van de Porta Capena beheerst door het eerder vermelde Septizodium, de monumentale façade van het paleis van Septimus Severus op de Palatijn. Het bovengrondse gedeelte van het aquaduct van Appius Claudius dat dagelijks 75.000 m³ water in de stad bracht, rustte hier op de stadspoort.

Piazza di Porta Capena is tevens bekend omdat dit de locatie is waar de omstreden Obelisk van Aksum lange tijd heeft gestaan. Deze was door Mussolini in 1937 uit Ethiopië geroofd en werd door Italië pas in 2005 aan dat land teruggegeven. Nu staat er voor het grasperk een memoriaal voor de aanslagen van 11 september 2001 in New York, in de vorm van twee antieke zuilen, een evocatie van de door vliegtuigen vernietigde Twin-towers.

Het grote witte, moderne gebouw dat je rechts van de Viale delle Terme di Caracalla ziet, is het gebouw van de FAO (Food and Agriculture Organization of the United Nations), de Wereldvoedselorganisatie. Mussolini wilde hier het Ministerie van Italiaans Afrika vestigen maar die plannen zijn na Wereldoorlog II nooit verwezenlijkt. Het huidige gebouw werd in 1952 afgewerkt.

De smalle, oude Via di Valle delle Camene die temidden van het groen zowat evenwijdig naast de Via delle Terme di Caracalla loopt, voert ons ver terug in de geschiedenis. Ze is genoemd naar de vallei, het heilige bos en de bron van de Camenae, de bosnimfen die later gelijkgesteld werden met de muzen. Romulus werd opgevolgd door de Sabijn Numa Pompilius die verliefd werd op de nimf Egeria, een van de Camenen.

Volgens de legende ontmoetten de twee ekaar in de Valle delle Camene. Die zou echter niet hier gelegen hebben maar enkele kilometers verderop, in de Vallei van de Caffarella, net ten noorden van de Via Appia Antica. Aan de bron van de Camenae kwamen de Vestaalse maagden het water voor hun reinigingsriten halen. Behoorlijk verstopt in het groen kan je in de Caffarellavallei nog steeds het nymphaeum gewijd aan Egeria bezoeken. De bronnimf gaf ook haar naam aan Egeria, het bekende Romeinse bronwater.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s