Het ontwerp en de bouw van het Vittoriano aan Piazza Venezia

In een vorige bijdrage brachten we het nieuws over het ondergrondse gangenstelsel van het Vittoriano waarvan de oudste delen dateren uit de tijd van keizer Trajanus en de voormalige schuilkelders onder het nationale monument. Bij de meeste mensen is het bestaan ervan volkomen onbekend maar zoals je kon lezen zal daar snel verandering in komen omdat ze vanaf nu te bezoeken zijn. Vandaag vertellen we wat meer over het Vittoriano-complex zelf en een volgende keer staan we even stil bij enkele opmerkelijke beelden en de decoratie van het gebouw.

Wie in Rome is kan er onmogelijk naast kijken: het reusachtige felwitte gebouw dat een enorm contrast vormt met de omgeving en zowat de hele Piazza Venezia domineert. Het is het nationale monument voor Vittorio Emanuele II, beter bekend als het Altare della Patria (Altaar van het Vaderland) of Il Vittoriano.

Het Altaar van het Vaderland werd ingewijd door Vittorio Emanuele III op 4 juni 1911, ter gelegenheid van de grote internationale tentoonstelling die toen werd georganiseerd ter gelegenheid van de vijftigste verjaardag van de eenmaking van Italië. Het gebouw werd echter pas in 1935 als helemaal voltooid beschouwd. Vergeleken met vele andere monumenten in Rome is deze kolos dus piepjong.

De beslissing om een monument te bouwen ter herinnering aan de eerste koning van Italië en dat de eenheid van de natie moest benadrukken werd genomen in 1878. Oorspronkelijk was het monument bedoeld als hulde aan de unificatie van Italië en aan Vittorio Emanuele II die de operatie steunde en in 1870 de eerste koning van Italië werd met Rome als hoofdstad. Later werd het monument aangepast tot een memoriaal voor de Italiaanse overwinning tijdens de Eerste Wereldoorlog.

De hier duidelijk aanwezige Vittorio Emanuele II werd immers door maar weinig Italianen als een politiek genie gezien, en buiten Italië eigenlijk door niemand. “Een luie, lompe, jaloerse, bekrompen en onbesuisde man, bovendien een imbeciel en ook nog eens onoprecht en een leugenaar”, was het keiharde oordeel van George Villiers, de Britse minister van Buitenlandse Zaken nadat hij de koning had ontmoet. Officieel had de koning acht kinderen, maar ontelbare bij zijn minnaressen. Wel was de man een gedegen patriot die pal voor een verenigd Italië stond, met uiteraard hijzelf als koning.

Toen in 1878 Vittorio Emanuele gestorven was en opgevolgd door zijn zoon Umberto I, begonnen de Italianen plannen te maken voor de bouw van het grootste monument dat ooit aan een nationale leider was gewijd. Het werd het grootste architecturale gedenkteken gebouwd sinds de Romeinse keizertijd, het grootste burgerlijke monument ter wereld. Met een hoogte van 70 m (met de beelden erbij 81 m), een breedte van 135 m en 130 m diepte is het zeker indrukwekkend; in de oudheid moeten de gebouwen op het Forum Romanum een soortgelijke impact op de Romeinen hebben gehad.

In 1880 werd een internationale ontwerpwedstrijd uitgeschreven. Er volgden heel wat reacties. Een Franse architect leek aanvankelijk de beste troeven te hebben maar zijn voorstel werd uiteindelijk zonder duidelijke reden weggestemd. Vervolgens besliste men een nieuwe wedstrijd uit te schrijven.

Nadien werd wel duidelijk waarom het ingediende ontwerp van de buitenlandse architect geen kans maakte. Om te voorkomen dat het nationale monument van Italië zou ontworpen worden door een buitenlander werd in de wedstrijdvoorwaarden een extra clausule toegevoegd dat enkel Italiaanse ontwerpers mochten meedingen. Dat was men de eerste keer vergeten…

Het was niet alleen een prestigieuze maar vooral aartsmoeilijke opdracht, boordevol specifieke eisen. Er moest in ieder geval ook voldoende plaats worden voorzien voor een bronzen ruiterstandbeeld van de koning en de ontwerper moest zorgen voor een architectonische achtergrond van tenminste 30 m lang en 29 m hoog, dit om te vermijden dat men vanaf Piazza Venezia de Santa Maria in Aracoeli nog zou kunnen zien.

De architecten kregen een jaar tijd om een voorstel in te dienen. De Koninklijke Commissie moest uiteindelijk kiezen uit maar liefst 98 projecten. Vreemd genoeg kwamen de leden heel snel tot een definitieve beslissing. Er werd unaniem gestemd voor het ontwerp van de jonge Giuseppe Sacconi (1854-1905), een beginnende architect, afkomstig uit Montalto delle Marche. Ondanks zijn jonge leeftijd was Sacconi slim genoeg om zijn idee op schitterende wijze aan de opdrachtgevers te presenteren.

Hij liet zich inspireren door de grote klassieke complexen uit de oudheid zoals het Altaar van Zeus in Pergamon en de tempel van Palestrina. Zijn idee was om in het nieuwe gebouw een grote open ruimte, een soort verhoogd plein voor het publiek te creëren. De bevolking zou daar dan, in het hart van het keizerlijke Rome, na de Caesars en de pausen, ook altijd het symbool van een verenigd Italië kunnen terugvinden.

Die verwijzing naar het grootse verleden van Rome ging er bij de verantwoordelijke commissie natuurlijk in als zoete koek. Ook het Palazzo di Giustizia, het justitiepaleis van Rome, dat in dezelfde periode werd gerealiseerd speelde op een soortgelijke manier in op het keizerlijke verleden van de stad. In die tijd was het best wel trendy om uit te pakken met verwijzingen naar de oudheid, ongeacht hoeveel geld en moeite het de stadskas van Rome zou kosten.

De eigenlijke realisatie van het Vittoriano bleek een ander paar mouwen. Hoewel eerst de omgeving van de Via Nazionale als locatie was vooruitgeschoven, werd uiteindelijk beslist dat het complex moest gebouwd worden ten noorden van het Capitool, op één visuele rechte lijn met de Via del Corso. Op die manier wilde men ook de link leggen tussen de oudheid en het moderne Italië.

De nodige ruimte voor de oprichting van het monument werd zonder enig mededogen of respect voor de historische context uitgehakt in de flank van wat eeuwenlang als één van de heiligste plekken van Rome en dus van de wereld werd beschouwd, namelijk de heuvel waarop de tempel van Jupiter stond. Vandaag zou het onmogelijk zijn op deze plaats ook maar iets te bouwen.

Om plaats te ruimen voor het enorme complex moesten tientallen gebouwen, alles bij elkaar het grootste deel van de middeleeuwse wijk die zich op die plaats bevond, worden gesloopt. Ook de Torre di Paolo III, het viaduct dat deze verbond met Palazzo Venezia (de l’Arco di San Marco), de drie kloosters van Ara Coeli en enkele kleinere gebouwtjes op de helling van de Ara Coeli-kerk moesten eraan geloven. Door de ingreep veranderde er ook stedenbouwkundig een en ander. Er ontstond ondermeer een nieuwe hoofdstraat tussen het Capitool met de aangrenzende wijk.

De uitvoering van het bouwproject was voor die tijd reusachtig en vernieuwend. Voor het transport van de enorme blokken marmer werd zelfs een speciale funicolare (foto boven) gebouwd, iets wat nooit eerder was gedaan. Hoewel de werken ongetwijfeld vele archeologische schatten hebben vernietigd en waardevolle informatie lieten verloren gaan, werd er toch ook wel wat ontdekt.

Zo brachten opgravingen het bestaan aan het licht van een enorm Romeins arbeiderscomplex uit de eerste eeuw v. Chr. dat vandaag bekend staat als de Insula Romana dell’Ara Coeli. Het was een klassiek Romeins ‘flatgebouw’ waar vermoedelijk minstens 300 tot 350 mensen uit de lagere klasse woonden en werkten. Ze huurden hun verblijf en handelsruimte. Het is één van de best bewaarde handelshuizen uit de oudheid dat je in het centrum van Rome aantreft.

Op deze site werd in de middeleeuwen een kerkje gebouwd waarvan vandaag nog de klokkentoren en enkele fresco’s overblijven. Je kan dit prachtige complex uit de oudheid bezoeken maar de site is vaak gesloten wegens restauratiewerken en wordt slechts sporadisch opengesteld. De buitenzijde ervan kan je wel bekijken en is te zien tussen het Vittoriano en de trap naar de S. Maria in Ara Coeli, vlakbij het Capitool.

In het oorspronkelijke ontwerp voor het Vittoriano werd gekozen voor het gebruik van travertijn, maar uiteindelijk werd gekozen voor het gebruik van botticino, een lijkwitte marmersoort die voor veel geld uit Brescia moest worden gehaald. De reden die werd opgegeven was dat deze steen zich gemakkelijk laat vormen en bewerken.

Officieus was het echter voor iedereen duidelijk waarom Giuseppe Zanardelli (1826-1903), één van de sterke mannen achter de selectiecommissie en die later nog even premier zou worden zijn zin had doorgedrukt en zijn handtekening had gezet onder deze beslissing. Zanardelli was immers geboren in Brescia en wilde met deze enorme bestelling ongetwijfeld zijn streekgenoten een plezier doen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.