De geschiedenis van de Santa Maria Antiqua

Zoals je gisteren kon lezen is de vroeg-christelijke kerk Santa Maria Antiqua aan de voet van de Palatijnse heuvel op het Forum Romanum sinds maart voor het eerst sinds 33 jaar weer toegankelijk voor het publiek. De kerk, die ook weleens wordt omschreven als de Sixtijnse Kapel van de vroege middeleeuwen, was sinds de vorige sluiting in 1980 slechts zeer uitzonderlijk open. Je raakte er wel eens binnen tijdens een speciale archeologische week of een bijzondere dag van de archeologie.De restauratie van de kerk is nu achter de rug.

De restaurateurs hebben zoals gisteren verteld onder andere 250 m² fresco’s gereinigd en gefixeerd. De kostprijs van alleen al die ingreep bedraagt 2,4 miljoen euro. De Santa Maria Antiqua biedt een rechtstreekse blik op de kunst van de zesde tot achtste eeuw. Omdat de kerk in 847 door een aardbeving werd bedolven en pas in 1900 weer werd uitgegraven is zij niet, zoals de meeste andere Romeinse kerken, in latere tijden omgebouwd of aangepast. Dat maakt het gebouw en de kunst die het bevat uniek. Rechts van het ‘Oratorio dei Martiri’ op het Forum Romanum bevindt zich de toegang tot de Santa Maria Antiqua.

Tijdens de zesde eeuw stichtten Griekse monniken een kerk in een deel van een groot Romeins gebouw dat zich tegen de helling van de Palatijn bevond. De Santa Maria Antiqua (342) was de oudste christelijke kerk op het Forum. Aan de oprichting van deze kerk is een verhaal uit de vierde eeuw verbonden.

Bij de tempel van Castor en Pollux leefde volgens de overlevering een reusachtige draak die met zijn slechte adem de lucht vergiftigde. Iedereen die in de buurt kwam stierf. Paus Silvester I (314-335) verklaarde zich bereid daar wat aan te doen. Hij smeekte om de hulp van Maria en trad de draak onvervaard in zijn eentje tegemoet, gewapend met een zijden draad en een kruisbeeld. Verlamd door deze uiting van geloof, liet de draak zich met de draad knevelen, zodat hij niet meer kon bewegen. Daarop riep de paus zijn vertrouwelingen bij zich, zij gaven de draak de genadeslag met een kruisbeeld en begroeven het monster op de plek van de drie overblijvende tempelzuilen van de tempel van Castor en Pollux. Om de Heilige Maagd te danken liet de paus op de Romeinse ruïnes een kerk oprichten, de Santa Maria Antiqua, die in 342 klaar was. Tot zover het verhaal.

De bovengenoemde draak symboliseerde waarschijnlijk de malariamuggen die in het moeras waarin zich de heilige bron van Juthurna bevond, een ideale broedplaats hadden. Van de giftige lucht, de ‘mala aria’ die de zogenaamde draak verspreidde, zou het woord ‘malaria’ afgeleid zijn. Paus Johannes VII (705-707) restaureerde de kerk en liet evenals de pausen Zacharias (741-752) en Paulus I (757-767) schilderingen aanbrengen, waarvan er vele door Griekse monniken zijn uitgevoerd.

Tijdens de negende eeuw dreigden enkele oude Romeinse gebouwen op de Palatijnse heuvel in te storten en leverden daardoor gevaar op voor de onderliggende kerk. Paus Leo IV bouwde daarom een oratorium in de nabijgelegen tempel van Venus en Roma om tot een volwaardige kerk, de Santa Maria Nuova, die later de Santa Francesca Romana zou worden geheten. De oude en inmiddels verlaten Santa Maria Antiqua raakte vlug in verval, wat in het jaar 847 nog werd bespoedigd door een aardbeving.

Het gebouw werd voor de Romeinen een ‘locus infernus’, een helse plaats. Allerlei gruwelverhalen deden de ronde. Uiteindelijk kreeg de kerk de bijnaam ‘Santa Maria in Inferno’. Tijdens de dertiende eeuw werd boven op de ruïne van de vervallen kerk de Santa Maria Liberatrice gebouwd, die in 1902 werd afgebroken om de archeologen de kans te geven de oude Santa Maria Antiqua uit te graven. Die oude kerk was pas twee jaar eerder herontdekt. Het resultaat van de opgravingen was verbluffend.

De kerk bestaat uit een atrium, een narthex, een basiliek met drie schepen en een priesterkoor. De fresco’s tonen ons apostelen, evangelisten en heiligen, waarvan de namen in het Grieks of het Latijn zijn aangegeven. Daarbij zijn martelaren en theologen zoals de heiligen Quiricus en Julitta, Johannes Chrysostomus, Gregorius van Naziane, Basilius, en Athanasius. Voorts zijn er verscheidene bijbelse scènes waaronder de geschiedenis van Jozef uit Egypte, David en Goliath, de aanbidding van de Wijzen en de kruisdraging door Simon van Cyrene. Indrukwekkend is in de apsis de tronende Christus temidden van engelen en heiligen. Daaronder bevindt zich paus Paulus I (757-767), die een vierkante nimbus draagt.

Deze schilderingen uit de achtste eeuw moet men situeren in de periode van de beeldenstrijd die woedde in het Oost-Romeinse rijk en waardoor vele priesters en monniken een toevlucht in Rome hadden gezocht. Door in Rome de oosterse heiligen te eren van wie de afbeeldingen in Constantinopel werden vernield, vormden de fresco’s in die tijd een artistiek protest tegen de vervolging door de tegenstanders van het gebruik van iconen, de zogeheten iconoclasten. De stijl en de iconografie vertonen overeenkomsten met die in de rotskerken van Cappadocië in Turkije.

De schilderingen die in verscheidene lagen over elkaar zijn aangebracht kunnen nauwkeurig worden gedateerd omdat een drietal pausen (Zacharias, Paulus en Adrianus) met het vierkante aureool der levenden worden afgebeeld. Helaas zijn heel wat schilderingen sedert hun ontdekking in 1900 verbleekt of zelfs bijna geheel verdwenen. De recente restauratietechnieken hebben gelukkig wel een behoorlijk deel van de oorspronkelijke ontwerpen kunnen recupereren, al zijn er onvermijdelijk toch een aantal blijvende beschadigingen.

De vestibule staat in verbinding met de trap (de recent opengestelde rampa imperiale) die naar de Palatijn voert. Het atrium had een impluvium waarvan de contouren nog zichtbaar zijn. Aan de linkerwand zien we de resten van schilderingen. Duidelijk te onderscheiden is de naam van de opdrachtgever ‘abate Leone’. In een halfronde nis zien we een bebaarde kop. Via de narthex komen we in de kerk die door tweemaal drie arcaden in lengterichting in drie schepen verdeeld wordt. De arcaden steunen aan beide kanten op twee granieten zuilen met Korintische kapitelen.

Van de vele heidense en christelijke sarcofagen in het linkerschip is die met de geschiedenis van Jonas het meest interessant. Belangrijk is de wand die met fresco’s in drie rijen boven elkaar bedekt is. De twee bovenste series behandelen de geschiedenis van Jacob en Jozef uit het Oude Testament. In het midden van de onderste rij zit Christus met een kruisvormige nimbus op een met purper bedekte troon. Aan beide zijden van Hem ziet men heiligen in rijke Byzantijnse kleding. De heiligen rechts horen tot de westerse kerk, die van links tot de oosterse kerk.

Het rechterschip bevat enkele fragmenten van fresco’s. Hier bevindt zich een fresco dat oorspronkelijk in het atrium gestaan heeft. Het toont Maria als een koningin op een troon tussen heiligen en engelen. Het portret van de opdrachtgever, paus Adrianus (705-707), draagt een vierkante blauwe nimbus. In een nis van het rechterschip zien we een Madonna met Kind op de knieën, ze is gezeten tussen de heilige Anna met Maria als kind en Elisabeth met de kleine Johannes.

Bij de ingang van het presbyterium kan je op een muur nog een deel zien van bijbelse scènes. Ze tonen ons Isaias aan het sterbed van Ezechias en David en Goliath. Op de pilasters tussen de schola en het presbyterium vinden we beschadigde fresco’s die Isaias, Salomo en de moeder met de zeven Makkabeeën voorstellen. Aan de tegenovergestelde zijde zien we Maria Boodschap.

De apsis heeft een vloer met geometrische figuren. Op de wand is de kruisverheerlijking voorgesteld, daaronder staat een zwaar verminkte Griekse inscriptie. In de concha, de apsisschelp, zien we de zegenende Christus tussen cherubijnen en de heilige Maagd die de opdrachtgever paus Paulus voorstelt aan haar Zoon. Rechts van de apsis zijn er drie schilderijen (zesde tot achtste eeuw) met respectievelijk Maria met engel, Maria Boodschap en de kerkvaders met kleine gele nimbus.

Op de zijwanden zien we pausen, heiligen en voorstellingen uit het leven van Christus. De fresco’s in de zijkapel van de apsis zijn eveneens in minder goede staat, die in de linker zijkapel daarentegen zijn de best bewaarde en interessantste van de basilica. Zeer opmerkelijk is in de nis op de achtergrond het fresco ‘Christus aan het kruis’, levend en gekleed. Deze kruisiging, is de oudste geschilderde uitbeelding van dit tafereel die we kennen.

Christus wordt getoond naar Syrische trant gekleed in een lang blauw gewaad. Links en rechts van het kruis staan Maria en Johannes, de zon en de maan. Kleiner voorgesteld zijn Longinus die de lans in Christus’ zijde steekt en de soldaat met de in azijn gedrenkte spons. Op de muren (te beginnen links bij de ingang) zien we het martelarenverhaal van Julitta (304) en de kleine Quiricus aan wie de kapel was gewijd.

Julitta, een voorname christene, was in 304 tijdens de vervolging onder keizer Diocletianus naar Tarsus gevlucht waar ze gevangen werd genomen. Voor de ogen van haar driejarig zoontje Quiricus werd zij met riemen afgeranseld. Het wanhopige kind vloog op de rechter af en krabde hem de wang open. Deze slingerde het kind tegen de grond zodat het dood bleef liggen. Julitta werd vervolgens onthoofd.

Op de wand wordt het verhaal onderbroken door de figuur (links achter) van paus Zacharias (741-752) en het hoofd van de kerkelijke administratie Theodotus (ook Theodossus), die de kerk heeft laten restaureren en versieren (rechts achter). Hij biedt de kerk aan, ‘Sancta Maria qui vocatur Antiqua’, de Santa Maria die de oude heet. Merkwaardig is dat ook hij een vierkante aureool krijgt. Dat hij knielt is interessant want het is het oudste voorbeeld van een schenker die niet staat maar, zoals later gebruikelijk zou worden, neerknielt.

Andere schilderingen in dezelfde kapel tonen gedetailleerde scènes uit het martelaarschap van deze heiligen, ook een nieuw aspect in de westerse religieuze kunst. Tenslotte moet men aandacht hebben voor het fresco op de rechter zijwand met de vier onbekende heilige martelaren, waarboven een inscriptie ‘quorum nomina Deus scit’, wier namen God kent. Maar behalve naar de fresco’s moeten bezoekers vooral kijken naar het kerkgebouw zelf dat een volmaakt voorbeeld is van een basiliek.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s