Mozaïekvloer gerestaureerd in Thermen van Caracalla

In de Thermen van Caracalla is een veelkleurige mozaïekvloer gerestaureerd die jarenlang onder gras en zand verborgen lag. Het project werd gefinancierd door Bulgari en is bijzonder geslaagd. Voor Bulgari vormde de mozaïekvloer een bron van inspiratie voor een sieradencollectie die de naam ‘Divas’ Dream’ kreeg. Het is de bedoeling in de toekomst nog soortgelijke restauraties uit te voeren in de thermen die nog meer dan deze tot dusver onzichtbare schatten bevatten.

De thermen van Caracalla werden volledig uit baksteen opgetrokken op een groot kunstmatig geëffend terrein. De oppervlakte bedroeg 330 m bij 330 m. De enorme gewelven bereikten een hoogte van 33 m en waren gemodelleerd naar de thermen van Trajanus (die een eeuw ouder waren) en waarbij de zonnewarmte optimaal benut werd. De grootste vernieuwing was de scheiding tussen de eigenlijke baden en de enorme zijvleugels waarin bibliotheken en wandelgangen waren ondergebracht.

Het interieur was rijk gedecoreerd, de vloeren waren bedekt met fraaie marmeren mozaïeken, de wanden met mozaïeken en verguld stucwerk. De witte kapitelen en kroonlijsten contrasteerden met de zuilen van veelkleurig marmer, porfier en graniet. Deze decoraties zorgden voor een sfeer van rijkdom en overvloed. Het complex had een enorme, bijna vierkante ommuring, met winkeltjes aan de achterkant en twee reusachtige exedra’s aan beide zijkanten.

De meeste Romeinse burgers hadden geen eigen badkamer, het was te duur om het water te verwarmen, en de watertoevoer was problematisch. Tijdens de tweede eeuw v. Chr. ontstonden de eerste privé-initiatieven om beperkte openbare badhuizen op te richten. In 33 v. Chr. telde Rome ongeveer 170 dergelijke betalende instellingen, maar deze waren meestal nogal ranzig of ronduit smerig.

De imposante keizerlijke badencomplexen die daarna werden gebouwd waren van een heel andere orde, ze waren enorm, groots en al gauw ongekend populair. De eerste waren de thermen van Agrippa (25-19 v. Chr.) die naast het Pantheon gelegen waren. Er was o.a. een laconium of droog zweetbad en het was rijkelijk versierd met kunstwerken.

Daarna volgden in 63 na Chr. de thermen van Nero die op het Campus Martius lagen tussen het Pantheon en de huidige Corso Rinascimento. Nadat de bliksem insloeg en er brand ontstond werden ze alsnog hersteld, net vóór de catastrofale stadsbrand die de baden ongemoeid liet.

Het complex, 190 m bij 120 m, is volledig verdwenen maar tijdens de zeventiende eeuw werden twee granieten zuilen die tot deze thermen behoorden gebruikt om het portaal van het Pantheon te herstellen. Na 1950 ontdekte men nog twee zuilen. Die staan vandaag in de Via di Sant’ Eustachio, rechts van het Pantheon.

De thermen van Titus (78-81) bevonden zich naast de resten van het Domus Aurea. Slechts weinig bleef behouden, o.a. de bakstenen kernen van enkele zuilen van het portaal tegenover het Colosseum.

Ernaast, op de Esquilijn, stonden de thermen van Trajanus, gebouwd in 104 op een enorm rechthoekig terrein, 250 m bij 210 m, op de ruïnes van het Domus Aurea. Dan volgden de thermen van Caracalla (211-216) en de gigantische thermen van Diocletianus (298-306) in de omgeving van het huidige Terministation, ze besloegen 13 ha.

De thermen van Caracalla vormden bij hun opening in 216 het grootste badcomplex van Rome. Er werd gebruik gemaakt van een aftakking van de Aqua Marcia die Aqua Antoniniana Iovia werd genoemd. De latere thermen van Diocletianus waren zoals verteld nog groter en boden plaats aan 3.000 baders tegen ‘slechts’ 1.600 in de thermen van Caracalla die echter luxueuzer waren. Elke dag kwamen hier zowat 8.000 personen in opeenvolgende beurten baden.

Dit complex is zeker het opmerkelijkste bouwwerk uit de Severische tijd (193-235) en één van de meest imposante monumenten uit de hele keizertijd. De werken begonnen kort voor de dood van Septimus Severus (193-211). Vijf jaar later werden de thermen plechtig geopend door zijn oudste zoon Caracalla, zo genoemd naar de Gallische mantel met kap die hij liever droeg dan de klassieke toga en waarvan hij wilde dat alle Romeinen hem zouden dragen.

Caracalla werd door zijn soldaten op 8 april 217 vermoord langs de weg naar Carrhae in Klein-Azië, terwijl hij even moest plassen. Dat was het gevolg van een moordcomplot gesmeed door de latere keizer Marcus Opellius Macrinus, die toen prefect van de praetoriaanse garde was.

Nadat Julia Domna, de moeder van Caracalla samen met haar oudere zus Julia Maesa op hun beurt Macrinus uit de weg hadden laten ruimen, werden de thermen van Caracalla voltooid door zijn opvolgers Heliogabalus (218-222) en Alexander Severus (222-235).

Keizer Aurelianus (270-275) restaureerde de thermen. In hun tijd werden de thermen van Caracalla geroemd om hun technische perfectie en voor de kwaliteit, overvloed en zuiverheid van het water. Gedurende meer dan drie eeuwen werden ze beschouwd als een Romeins wonder.

Nadat de Ostrogoten onder leiding van Vitiges in 537 de aquaducten hadden verwoest, konden de thermen bij gebrek aan water niet langer in gebruik blijven. De thermen van Caracalla werden een enorme steengroeve. Zo werd materiaal gebruikt voor de herbouw van de Santa Maria in Trastevere (1130-1143) en de kapitelen van de gymnastiekzaal met schichten als symbool voor Jupiter werden verwerkt in de kathedraal van Pisa.

De Farnese-paus Paulus III (1534-1549) gebruikte materiaal van de thermen voor de bouw van de nieuwe Sint Pietersbasiliek en voor het palazzo Farnese. Veel van de beeldhouwwerken die de thermen sierden, bevinden zich nu in het archeologische museum in Napels op zich al een verplaatsing waard.

Sinds 1937 worden er tijdens de zomermaanden in de thermen van Caracalla opera- en andere voorstellingen gehouden, dit tot groot ongenoegen van archeologen en kunsthistorici. Vele jaren werden zowat 20.000 zitplaatsen op de site voorzien, maar dat bleek uiteindelijk toch teveel van het goede.

Het operaproject werd een tijdlang gestopt, maar is nu alweer een aantal jaren hervat, zij het een stuk kleiner en bescheidener dan weleer. Op 7 juli 1990 gaven Luciano Pavarotti, José Carreras en Placido Domingo hier gezamenlijk een concert dat werd bijgewoond door zo’n 6.000 mensen.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s