Een bezoek aan de haven van Trajanus

Wie een beetje interesse heeft in de Romeinse oudheid brengt vroeg of laat weleens een bezoek aan de archeologische site Ostia Antica, de oorspronkelijke havenstad van Rome. Veel minder bekend is de wat verderop gelegen tweede havensite, de ‘Area Archeologica del Porto di Traiano’. Julius Caesar koesterde in zijn tijd al plannen om een nieuwe haven aan te leggen, maar het was keizer Claudius die in 42 uiteindelijk met de realisatie ervan begon. Hij liet ongeveer 4 km ten noorden van Ostia een nieuwe haven uitgraven. De nieuwe havenstad Portus was via een 24 km lange weg, de Via Portuensis, rechtstreeks verbonden met Rome. Via deze route werden eeuwenlang voedsel, slaven en bouwmaterialen naar Rome gevoerd.

Claudius bouwde een min of meer ronde haven met een oppervlakte van ongeveer 80 ha en een diepte van 4 tot 5 m. Er was ruimte voor ongeveer 250 schepen en de haven was door middel van twee kanalen verbonden met de Tiber. Pieren van honderden meters lang zorgden voor beschutting aan de zeekant, en op het einde van de linkerpier stond een vuurtoren van 50 m hoog.

Keizer Trajanus zette echter de kroon op het werk door in 106 landinwaarts een enorm zeshoekig havenbekken te graven dat via een nieuw kanaal een directe verbinding kreeg met zowel de zee, de haven van Claudius en de Tiber. Trajanus liet de twee kanalen van Claudius vervangen door één groot kanaal, de Fossa Traiani. Door de aanleg ontstond in de Tiberdelta ook een kunstmatig eiland, het Isola Sacra, dat als begraafplaats werd gebruikt.

Door die waterbouwkundige krachttoer ontstond een haveninfrastructuur die in de oudheid ongezien was en ook vandaag nog verbazing wekt. Op munten uit die tijd werden de zeshoekige haven en de omliggende pakhuizen regelmatig afgebeeld. De zeshoekige haven van Trajanus lag meer landinwaarts en was beter beschut. Elk van de zes zijden was ongeveer 358 m lang en de haven bood tegelijk plaats aan 350 tot 400 schepen, die niet langszij aanlegden maar loodrecht op de kade.

In het reusachtige zeshoekige bassin konden niet alleen veel meer schepen aanleggen dan in een klassieke rechthoek, maar iedere kade was ook zodanig ingericht dat de overslag van levensmiddelen en goederen veel sneller kon gebeuren. Via het nieuwe verbindingskanaal konden ze ook veel vlugger naar Rome worden getransporteerd. Het vervoer via het water bleek aanzienlijk gemakkelijker en sneller te verlopen dan via de weg, al zou de Via Portuensis altijd een belangrijke verbinding blijven. Hoewel het archeologische gedeelte dat je vandaag nog kan bezoeken aanzienlijk kleiner is dan de huidige archeologische site van Ostia Antica, dwingt de havenstructuur rond het voormalige Portus meer ontzag en bewondering af. De site is een bezoek meer dan waard.

Enig minpuntje: in tegenstelling tot Ostia Antica, dat erg vlot en gemakkelijk te bereiken is met het openbaar vervoer, is dat voor de haven van Trajanus alles behalve het geval. Als je niet over een (huur)wagen beschikt is de goedkoopste oplossing misschien nog wel vanuit de luchthaven Leonardo da Vinci in Fiuminico een taxi nemen. Op voorwaarde dat je een chauffeur vindt die van daaruit de korte rit van slechts enkele minuten wil maken…

Nadat het bouwproject van Trajanus in Portus klaar was, nam het nieuwe stadje geleidelijk de belangrijkste havenactiviteiten over van Ostia. De aanvankelijk kleine locatie groeide uit tot een aanzienlijke stad die in de periode van keizer Constantijn in de vierde eeuw zelfs de status van zelfstandig bisdom kreeg. Portus bleef tot in de zesde eeuw erg belangrijk, maar verloor nadien geleidelijk zijn status.

Dat de havenstad uiteindelijk in de middeleeuwen helemaal buiten gebruik raakte was te wijten aan de toenemende verzanding van het kanaal tussen de zee en de Tiber. Doordat Portus een bisdom was, bleef het voor de kerkelijke overheid nog enigszins belangrijk. In 1612 werd het kanaal in opdracht van paus Paulus V echter weer bevaarbaar gemaakt.

Het publiek toegankelijke gedeelte van de site maakt deel uit van een park en zit als het ware ingeklemd tussen de infrastructuur van de luchthaven Fiumicino en enkele drukke verbindingswegen. Door de aanwezigheid van bijzonder veel groen, uitgestrekte weilanden, voormalige moerasgebieden, veel bomen en een rijke plantengroei, is deze archeologische site temidden van de stedelijke omgeving ook een onverwachte groene oase van rust.

De site van ongeveer 65 ha werd reeds in de keizertijd als verdediging ommuurd. Aan de ingang van de haven werd in de tijd van Claudius tevens een eilandje met een vuurtoren gecreëerd door een schip vol te laden met aarde en puin en het vervolgens op de gewenste plaats te laten zinken. Claudius zorgde voor verfraaiing door een colonnade in zee te laten doorlopen.

In 1796 werd het terrein door de kerk verkocht aan de familie Torlonia. Zij voerde grote drainagewerken uit op het terrein zonder aandacht voor de antieke resten. Pas in de jaren ’80 van vorige eeuw kreeg Portus de status van archeologisch park. 32 ha van het gebied is vandaag in handen van de staat, de rest is nog steeds privébezit.

De zeshoekige haven van Trajanus (Lago Traiano) bestaat nog altijd maar is vandaag een natuurgebied met een rijk vogelbestand en daarom omgeven door een hek. Vanop verschillende plaatsen in het park heb je een uitstekend zicht op het water maar wie de kans krijgt moet tijdens het opstijgen of landen op Fiumicino even uit het raampje kijken: vanuit de lucht heb je een perfect uitzicht op het zeshoekige havenbekken.

Sinds 1998 wordt op de site gewerkt aan het opgravingsproject Portus, uitgevoerd door een team van Britse archeologen, onder leiding van de Universiteit van Southampton, met deelname van wetenschappers uit Cambridge Universiteit en in samenwerking met de British School in Rome. Het onderzoek van de University of Southampton concentreerde zich aanvankelijk op het paleis dat naast de haven werd ontdekt en waarvan archeologen dankzij de inscripties op de bakstenen weten dat het in de periode van Trajanus is gebouwd. Het rijkelijk versierde paleis bood uitzicht op beide havens en beschikte over eigen thermen. Het was wellicht de woning van de procurator, een ambtenaar die (vooral financieel) toezicht moest houden op het havengebied. Men neemt aan dat keizers hier ook weleens de nacht doorbrachten of een rustpauze namen wanneer ze een zeereis gingen maken of daar juist van terugkeerden.

Na Trajanus is het complex verschillende keren verbouwd. Aan de rand van het luxueuze paleis kwam ook een relatief klein amfitheater uit het begin van de der de eeuw aan het licht. Het amfitheater bood plaats aan maximaal 2.000 toeschouwers. Vermoedelijk was het, in tegenstelling tot het Flavische Amfitheater, het beroemde Colosseum in Rome, een privégebouw. De procurator, of misschien zelfs de keizer, heeft hier zijn gasten wellicht met privévoorstellingen vermaakt.

De ontdekking van het amfitheater was bijzonder omdat dit soort bouwwerken vrij zeldzaam is in havensteden. De arena is ellipsvormig en meet 42 bij 38 m, in grootte enigszins vergelijkbaar met het Pantheon. Voor de bouw werden allerlei luxe materialen en zuilen gebruikt. Alleen de fundamenten zijn overgebleven, de rest is in de Byzantijnse periode afgebroken en als gerecupereerd bouwmateriaal voor fortificaties gebruikt.

In het havengebied gebeurden omstreeks 1860 al opgravingen, maar toen werd er geen enkel spoor van het amfitheater gevonden, al maakte archeoloog Rodolfo Lanciani toen wel melding van het mogelijke bestaan van zo’n gebouw. Daarnaast gebeurden de jongste jaren in Portus ookopgravingen aan en rond de voormalige magazijnen, dit met de bedoeling de bouwgeschienis van de opslagplaatsen te reconstrueren. Over de precieze bouw ervan bestaan nog heel wat raadsels. Dat project werd geleid door de École Française de Rome, en er werd gewerkt met een team bestaande uit Fransen, Italianen en Nederlanders.

De Porta Portuensis, één van de vier hoofdpoorten van de Aureliaanse Muur in Rome, was de meest zuidelijke van de drie stadspoorten op de westelijke oever van de Tiber. Hier begon de Via Portuensis die Rome verbond met de havenstad Portus. De poort stond vlak bij de oever van de Tiber. De oude Porta Portuensis werd, na verschillende verbouwingen de eeuwen voordien, uiteindelijk in 1643 afgebroken. Een jaar later werd een nieuwe poort gebouwd, ongeveer 500 m noordelijker op dezelfde weg. Dit is de nog steeds bestaande Porta Portese.

* Dit filmpje toont een fraaie visualisatie van de indrukwekkende Romeinse havenstad.

Area Archeologica del Porto di Traiano
Via Portuense 2360, 00054 Fiumicino (Rome)
Tel. 06 652 91 92.
E-mail: ssba-rm.museodellenavi@beniculturali.it

Het park is elke donderdag en elke eerste en derde zondag van de maand open van 9.30 tot 13.30 u. Groepen kunnen op dezelfde dagen een afspraak maken. Niet open op feestdagen.

Bij dergelijke weinig bezochte sites kan het nooit kwaad vooraf even na te gaan of de openingsdagen en -tijden nog kloppen.

Het Museo delle Navi dat indirect eigenlijk bij deze site hoort, bevindt zich hier niet zover vandaan aan de Via A. Guidoni. Het is momenteel echter gesloten wegens restauratie. Gezien de toestand van het gebouw is het overigens twijfelachtig of het nog ooit opnieuw zal openen.

www.portusproject.org

Advertenties

Eén reactie to “Een bezoek aan de haven van Trajanus”

  1. Anneke Parmentier Says:

    Interessant!
    Gisteren hebben we de restanten van de oude haven van Testaccio bezocht. Dit was uitzonderlijk naar aanleiding van de dag van het patrimonium. Het was zeker de moeite!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s