Archeologische site Ostia Antica is een bezoek meer dan waard

Recent hadden we het over de oude havenstad Portus vlakbij de luchthaven Leonardo da Vinci in Fiumicino en de indrukwekkende restanten van de haven van Trajanus die je er vandaag nog kan bekijken. Al evenzeer de moeite waard en veel beter bereikbaar is de havenstad Ostia Antica. Vanaf het spoorwegstation Ostiense stap je op de trein. De halte Ostia Antica ligt vlakbij de ingang van de archeologische site. Een bezoek is een must voor elke liefhebber van de oudheid en in tegenstelling tot sites zoals bv. Pompeii is het hier veel minder druk.

Het stadje Ostia ligt ten zuidwesten van Rome, telt zo’n 4.000 inwoners en maakt samen met Lido di Ostia (ongeveer 40.000 inwoners) deel uit van de agglomeratie en de stad Rome. De naam komt van het Latijnse ostium, wat ingang betekent. Aansluitend bij het huidige stadje (dat een burcht gebouwd door paus Julius II en een vijftiende-eeuwse kerk bezit) liggen de beroemde resten van de uit de Romeinse oudheid daterende havenstad van Rome, Ostia, aan de Tiber-monding.

Door verzanding is de oude haven nu ruim 3 km van zee verwijderd. Door regelmatige opgravingen sinds 1870 en vooral vanaf 1909, is een aanzienlijk gedeelte van de oude stad blootgelegd en gedeeltelijk gerestaureerd. De talrijke tevoorschijn gekomen kunst- en gebruiksvoorwerpen zijn ter plaatse in het museum te bewonderen. Lange tijd dachten archeologen dat ze ongeveer twee derde van de stad hadden opgegraven en in kaart gebracht, maar twee jaar geleden moesten ze die denkpiste helemaal omgooien.

Nieuwe opgravingen maakten toen duidelijk dat Ostia destijds tot wel twee keer groter was dan tot dan werd aangenomen. De stad bevond zich in de eerste eeuw v. Chr. immers niet alleen aan de vandaag gekende zijde, maar strekte zich ook aan de andere zijde van de Tiber minstens zover uit. De sensationele ontdekking van talrijke gebouwen, waaronder torens, opslagplaatsen, muren en een uitstekend wegennet, tonen aan dat het hier gaat om een tot dusver volkomen onbekend stadsdeel, dat doorliep tot een paar kilometer van de huidige luchthaven in Fiumicino.

De havenbedrijvigheid in dit gebied moet in de Romeinse tijd nog veel enormer geweest zijn dan tot voor kort werd vermoed. Dat maakt Ostia tot een stad die in grootte zelfs Pompeii minstens overschrijdt. De ontdekking gebeurde in het verlengde van een opgravingscampagne die in 2007 werd gestart door Angelo Pellegrino en Paolo Germoni (soprintendenza speciale per i beni archeologici di Roma ), samen met de professsoren Simon Keay (Universiteit van Southhampton – British School in Rome) en Martin Millet van de Universiteit van Cambridge. Zij gaven leiding aan een team van archeologen en geofysici die het gebied onderzochten dat zich uitstrekt tussen de oude havens van Portus en Ostia.

Het is niet de bedoeling dat de nieuw ontdekte site wordt blootgelegd. Dat kan Rome zich financieel niet veroorloven, maar er zullen wel gerichte opgravingen gebeuren op basis van de resultaten van het geofysische onderzoek. Er zijn dus in de nabije toekomst waarschijnlijk nog heel wat mooie vondsten te verwachten. Voor bezoekers van Ostia Antica is er echter ook vandaag reeds meer dan genoeg te bewonderen.

Het kosmopolitische karakter van de haven met haar kantoren van handelscorporaties uit het gehele Middellandse-Zeegebied, blijkt uit de talrijke aanwezigheid van allerlei uitheemse heiligdommen (o.a. van de goden Isis en Mithras), fora en marktpleinen, theater, horrea (graanpakhuizen), tabernae (winkels) en thermopolia (kroegen).

Opmerkelijk zijn de grote blokken, flatgebouwen eigenlijk, soms met een gemeenschappelijke tuin in het midden, die in baksteen waren opgetrokken (insulae). Mozaïeken en wandschilderingen verlevendigden de interieurs. Op het grootste marktplein hadden mozaïekvloeren een met de latere uithangborden vergelijkbare functie voor de verschillende groepen kooplui uit het gehele Romeinse rijk.

Toen Ostia op het hoogtepunt van haar bloei was (begin tweede eeuw na Chr.) woonden er naar schatting 50.000 mensen. Een nieuwe, maar korte periode van opbloei kende de stad in het begin van de vierde eeuw. Daarvan getuigen luxueuze, grootscheeps aangelegde villa’s met nymphaea (fonteinen), mozaïeken, enz. en een vroeg-christelijke, door Constantijn de Grote gebouwde basilica. Ostia heeft de regelmatige stadsaanleg (met loodrecht elkaar kruisende hoofdstraten (cardo en decumanus) in het midden) steeds behouden. De eerste uitbreiding vond de plaats in het eerste kwart van de eerste eeuw voor Christus. Uit beide perioden zijn gedeelten van de stadsmuur en de poorten bewaard gebleven.

Volgens de overlevering was de vierde koning van Rome, Ancus Marcius (ca. 630 v. Christus), de stichter van Ostia, maar andere bronnen dateren het ontstaan in ca. 338 v. Chr. Ook archeologische gegevens wijzen op een nederzetting uit de 4de eeuw v. Chr., die de oude Latijnse havenstad Antium (in 338 v. Chr. door Rome onderworpen) gedeeltelijk moest vervangen. Behalve door de grote zoutwerken (salinae) en als oorlogshaven (vooral in de Tweede Punische Oorlog (218 v. Chr. – 201 v. Chr.) kwam Ostia al vroeg tot bloei als overslagplaats voor de graanvoorziening van Rome. Nadat de stad tijdens de burgeroorlog door Marius was verwoest, werd zij door Sulla herbouwd en gemoderniseerd, met o.a. nieuwe en ruime stadsmuren.

Een hoogtepunt beleefde Ostia in de tweede eeuw na Christus toen er onder de keizers Trajanus, Hadrianus en Antoninus Pius veel nieuwbouw gebeurde. Daarbij werd er over oudere gebouwen heen gebouwd, waardoor we weinig weten over de oude bebouwing van Ostia. Al sinds het eind van de eerste eeuw, in de tijd van Domitianus, werd het grondniveau daarbij een meter verhoogd, mogelijk in verband met overstromingen.

Haar grootste uitbreiding en vernieuwing kreeg Ostia nadat Claudius de haven zo’n 4 km verplaatste (zie Nieuwsbrief van gisteren). Deze nieuwe haveninstallaties (Portus Augusti of Portus Romanus), waaraan in 42 n. Chr. werd begonnen, werden door keizer Nero in 54 n. Chr. opengesteld en door keizer Trajanus in 106 met een zeshoekig bassin vergroot. Trajanus gaf, wegens de verzanding van de oude Tibermond, de rivier een nieuwe uitweg naar zee door een kanaal (fossa Traiana), waardoor een kunstmatig eiland in de Tiberdelta ontstond (het insula sacra) dat als begraafplaats werd gebruikt).

In de tweede eeuw telde de stad 50.000 inwoners, van wie er 17.000 slaaf waren. Aan het einde van de tweede eeuw liet keizer Commodus het theater uitbreiden. Deze bloeitijd duurde tot in het begin van de derde eeuw en lange tijd werd aangenomen dat Ostia door de opkomst van Portus gaandeweg zijn belang verloor. De resultaten van een opgravingscampagne door een team van de Humboldt universiteit in Berlijn, onder leiding van Axel Gering die in 2011 en 2012 plaatsvond, tonen echter aan dat Ostia ook tussen de vierde en de vijfde eeuw nog volop in bedrijf was.

De activiteiten waren in de vierde eeuw weliswaar wat afgenomen maar in die periode gebeurden er onder meer aan het Forum zelfs nog een ingrijpende reeks restauraties. Tot dan werd aangenomen dat er na de tweede eeuw op bouwkundig vlak nog amper iets structureel gebeurde in Ostia. Archeologen ontdekten in de overblijfselen van het Forum hergebruikte stenen die van de alleroudste monumenten in Ostia afkomstig zijn. De vondst van een aantal munten hebben ook geholpen bij het dateren van de restauratie op het Forum van Ostia.

Daaruit blijkt dat het openbare leven in Ostia tot zeker in de vijfde eeuw na Chr. volop bloeide. In dezelfde periode werden ook nog nieuwe fonteinen en openbare voorzieningen gebouwd. Het is dus zeker niet zo dat de stad in die periode al in verval was. De bevindingen van het Duitse onderzoeksteam komen overeen met de resultaten van een andere campagne, uitgevoerd door een ploeg van de universiteit van Bologna. Thermen- en wellness voorzieningen kregen in die periode nog een grondige opknapbeurt. “Deze stad aan de zee vertoonde in de vierde en de vijfde eeuw nog een grote vitaliteit en was veel actiever dan tot dusver werd aangenomen”, verklaarde Angelo Pellegrino die het project Ostia Marina leidde, tijdens de voorstelling van de resultaten van zijn campagne.

Mede door de toenemende verzanding (ook van de nieuwe Tibermonding) was het verval van Ostia echter niet tegen te houden. Na de vijfde eeuw werd de stad herhaaldelijk geplunderd en geleidelijk verlaten. Het antieke Ostia werd nog wel gebruikt als vindplaats voor kant-en-klaar bouwmateriaal: marmeren platen, beeldhouwwerken en zuilen. In de negende eeuw stichtte paus Gregorius IV (827-844) het naar hem genoemde Gregoriopolis op de plaats van het huidige plaatsje Ostia Antica, ongeveer één kilometer ten oosten van het antieke Ostia.

In de vijftiende eeuw werd hier een vestingtoren gebouwd, en onder paus Sixtus IV liet diens neef Giuliano della Rovere (de latere paus Julius II) door Baccio Pontelli het fort bouwen (1483-1486) dat nu nog te bezoeken is. Paus Pius VII, die veel belangstelling had voor kunst en wetenschap, begon na 1814 met opgravingen in Ostia Antica. Omvangrijkere opgravingen en de eerste restauraties vonden plaats vanaf 1855 onder paus Pius IX. Deze liet ook in 1865 het museum oprichten in een veertiende-eeuws gebouwtje dat eerder als zoutopslag was gebruikt. Verdere restauraties en wetenschappelijke opgravingen begonnen in 1909 onder leiding van Dante Vaglieri. In de twintigste eeuw en vooral vanaf 1938 onder Mussolini vonden grootschaliger opgravingen plaats.

www.ostia-antica.org

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s