Het interieur van de Santa Maria in Cosmedin

In een vorig stukje las je al wat over de Santa Maria in Cosmedin. Vandaag brengen we een bezoek aan de basiliek zelf. Behalve het prachtige liturgisch meubilair dat dateert uit de periode tussen de elfde en de dertiende eeuw, zijn de vorm en de afmetingen van het gebouw nog grotendeels dezelfde als uit de tijd van paus Adrianus I (772-795). Dat geldt ook voor het koor met de drie apsissen wat typisch is voor Griekse kerken.

Deze bouwvorm die van oorsprong Syro-Palestijns is en waarbij elk van de drie beuken op een apsis eindigt, verscheen in de westerse bouwgeschiedenis voor het eerst tijdens de zesde eeuw in Autun (regio Bourgogne, Frankrijk) maar daarvan is vandaag niets meer te zien. Daarna was het wachten tot 755 met de bouw van de Sant’ Angelo in Pescheria, in 780 volgt de Santa Maria in Cosmedin en in 820 de Santa Maria Domnica (ook wel de Santa Maria alla Navicella geheten), allen in Rome.

Achttien zuilen met Korinthische kapitelen en vier niet zo heel fraaie pilasters zorgen voor de driedeling. Met zijn alternerende stelsel, de afwisseling van zuilen en rechthoekige pijlers zoals in de Santa Prassede, wijst de Santa Maria in Cosmedin vooruit naar de Ottoonse architectuur van de tiende eeuw. Het middenschip is 34 m lang en 11 m hoog bij 7,5 m breed. De hoge on-Romeins aandoende wandvlakken boven de zuilen zijn zoals we vorige week vertelden het gevolg van het sluiten van de Byzantijnse emporia uit de achtste eeuw bij de herbouw na de woeste passage van de Noormannen in 1084.

De grote Korinthische zuilenrij tegen de binnenkant van de gevelmuur en voortlopend in de sacristie, en tegen de linker kerkwand, behoren tot de eveneens eerder genoemde oud-Romeinse statio annonae. Dat geldt ook voor de rechter zijmuur die oorspronkelijk behoorde tot een grote zaal die transversaal stond op de statio annonae en ten opzichte van de latere kerk.

In navolging van de liturgische hervorming van 1095, waarmee Urbanus II, de paus die de eerste kruistocht afkondigde, de obligate koorzang voor de gehele clerus had ingevoerd, werd in 1123 voor het hoogaltaar de schola cantorum geplaatst. Tot die centrale omheining hoort de kandelaber voor de paaskaars waarvan de voet wordt gevormd door een leeuw die het gekronkelde zuiltje vasthoudt. De twee preekstoelen die je ziet worden in de literatuur ambo (ook ambon) genoemd.

Een ambo is een benaming voor een kleine stenen preekstoel in oudchristelijke basilieken. Vaak waren er twee ambo’s aan de uiteinden van de afsluiting van het koor en het schip van de kerk. Zij waren bestemd voor de lezing van het epistel en het evangelie. Onder invloed van de vernieuwing van de liturgie sinds het Tweede Vaticaans Concilie raakte de ambo weer in gebruik.

Het evangelie wordt voorgelezen vanaf de ambo aan de zogenaamde evangeliezijde (de noordzijde, dat wil zeggen links vanuit de kerk) en de andere lezingen uit de Bijbel gebeuren vanaf de ambo aan de epistelzijde (de zuidzijde, dat wil zeggen rechts vanuit de kerk). De linker ambo was eenvoudiger dan die voor het evangelie met een meer complexe uitvoering, een tweevoudige trap en een vooruitstekende lezenaar. De ambo’s zijn dus eigenlijk de voorloper van de kansel die een combinatie is van een preekstoel en een lezenaar. De praktijk van voorlezingen op bepaalde kalenderdagen en het commentaar daarop in een openbaar gebedshuis, heeft de vroegchristelijke liturgie overgenomen van de synagoge.

Aan de Griekse liturgie herinnert de iconostase, naar het Grieks eikon zijnde beeld, en stasis zijnde opstelling. In de Byzantijnse kerken was het een open tussenwand met beelden die de altaarruimte scheidde van het schip die de ruimte voor de leken was. Aan die wand werden gordijnen gehangen die tijdens de liturgie op bepaalde momenten van de eredienst gesloten werden.

Onder het ciborium (de altaaroverkapping op vier zuilen) staat een antieke porfieren badkuip die als hoogaltaar gebruikt wordt. Drie treden leiden naar de prachtige cathedra die sinds 2000 helaas niet meer bereikbaar is, maar wel nog beperkt zichtbaar is vanuit de zijbeuken. De armleuningen van deze pausentroon worden gevormd door twee leeuwen. De naar ons gerichte kant van de zetelrug bestaat uit marmer met in het midden een ronde steen van rood porfier.

Het is niet toevallig dat de paus tijdens de twaalfde eeuw in vele Romeinse kerken een persoonlijke troon liet plaatsen, niet als een losstaand meubel, maar in steen en indien architectonisch mogelijk ook nog ingebouwd in het middelpunt van de apsisronding. De troon drukt op die manier de hoge pauselijke aanspraken uit, want hij staat onafhankelijk van de oude ronde priestersbank, heeft aparte treden en de leuningen met de leeuwenlijven herinneren aan de oude Romeinse keizerstroon.

De ronde schijf in de rugleuning is een slimmigheid: ze toont in het midden het keizerlijke purper met errond witte en blauwe getande randen die een stralenkroon vormt. Gezien vanuit de middenkerk krijgt de op deze troon zittende paus architectonisch een marmeren nimbus om het hoofd. In een Griekse kerk heeft dit nog meer betekenis, want na de scheiding tussen de orthodoxe en de katholieke kerk in 1054, en na de investituurstrijd (de machtsstrijd tussen de Rooms-Duitse keizer en de paus van Rome tijdens de elfde en de twaalfde eeuw, die een hoogtepunt bereikte omstreeks 1075-1076 maar toen nog lang niet afgelopen was) is voortaan de paus heer en meester. Ook van de Griekse kerk in Rome en dat mocht dus ook hier getoond worden.

Bovenaan, onder de open dakstoel, merk je nog resten van fresco’s uit de elfde eeuw. Oorspronkelijk was het hele interieur van de kerk versierd met kleurige fresco’s, die met de bonte marmerincrustaties van de vloer een levendige eenheid moeten gevormd hebben. Je ziet het nauwelijks, maar de muurschilderingen van de midden- en rechterapsis zijn modern. Ze bootsen wel trouw de twaalfde-eeuwse stijl na, een ware valkuil voor de meeste gidsen die dit vaak niet melden aan de toeristen die ze begeleiden.

Vooraleer je de Santa Maria in Cosmedin verlaat, zie je in de vaak afgeschermde koorkapel links van de sacristiewinkel, het beroemde Romeinse fresco met ‘Madonna met Kind’ uit de dertiende eeuw. Links van deze kapel is een deur waardoor je gedeeltelijk de rechter buitenmuur van de Santa Maria in Cosmedin kan zien, die zoals eerder verteld behoorde tot het oorspronkelijke statio annonae. De oud-Romeinse constructies zijn duidelijk zichtbaar.

In de vroegere sacristie, nu een souvenirwinkel, bevindt zich tegen de achterwand een merkwaardige mozaïek uit 706. Het behoorde tot het oratorium van de Griekse paus Johannes VII (705-707) in de oude Sint Pietersbasiliek. Het toont een deel van de ‘Aanbidding der Wijzen’. Het volledige oorspronkelijke mozaïek was 9 m lang en 6 m breed. Naast Maria staat waarschijnlijk Jozef maar misschien ook de paus, omringd door zeven scènes uit haar leven. Sommigen denken bij het zien van de figuur aan één van de drie koningen. Helaas kijken weinig mensen naar deze mozaïek.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s