Romeinse thermen Heerlen ouder dan gedacht

Uit nieuw onderzoek blijkt dat de Romeinse thermen in Heerlen vrijwel zeker dateert uit de eerste eeuw, waardoor de thermen en mogelijk ook Heerlen zelf  een stuk ouder zijn dan werd gedacht. Dat schrijft De Limburger. Twee jaar geleden trokken de Nederlandse provincie Limburg en de stad Heerlen 1 miljoen euro uit voor een nieuw onderzoek van de archeologische site.

Voor een archeoloog is een antiek badhuis geen ideaal object. Het is notoir moeilijk te dateren, omdat het continu, na elke badbeurt, werd schoongemaakt. Allerlei mogelijk interessante objecten die datering mogelijk maken, werden dus elke dag weggegooid. Toch valt wel iets te zeggen over de datering van het Romeinse badhuis in Heerlen. Alles lijkt erop te wijzen dat het niet in de tweede eeuw na Christus werd gebouwd, maar al in de eerste eeuw.

“Mogelijk zijn aangetroffen brandsporen zelfs stille getuigen van de Bataafse Opstand die in de periode 69-70 na Christus deze regio in zijn verwoestende greep had. En als er omstreeks 50 na Christus al een stenen badhuis in het toenmalige Coriovallum stond, is het waarschijnlijk dat in de rest van de vicus (zoals dit soort stedelijke nederzettingen indertijd heetten) nog meer stenen gebouwen hebben gestaan. Waarmee het tevens aannemelijk wordt dat Heerlen rond die tijd al verder in zijn stedelijke ontwikkeling was en dus ouder is dan tot nog toe gedacht”, zegt Karen Jeneson, conservator van het Thermenmuseum in Heerlen.

De nieuwe inzichten vloeien voort uit bestudering van het vele, vele Romeinse materiaal dat in het depot van het Thermenmuseum ligt. In totaal gaat het om zo’n 35.000 Romeinse objecten, waarvan een deel momenteel nauwkeurig onder de loep wordt genomen door een team specialisten. Metaalspecialisten, mortelspecialisten, botdeskundigen, muntenexperts: allemaal zoeken ze naar aanwijzingen over bouwfase en ouderdom van het best bewaarde publieke Romeinse badhuis in Nederland. De eerste uitkomsten van dit nog lopende onderzoek komen nu naar buiten.

“Eén van de conclusies is dat het badhuis veel vaker is verbouwd dan tot nu toe is aangenomen. Tot dusverre werd uitgegaan van twee bouwfases, op basis van de enige wetenschappelijke studie tot dusverre, het boek Thermen en Castella te Heerlen-Coriovallum van A. van Giffen uit 1948. Auteur Van Giffen opperde reeds dat het badhuis in het midden van de eerste  eeuw was gebouwd, maar die hypothese werd losgelaten na een vervolgonderzoek door professor Jules Bogaers in de jaren ’50 van vorige eeuw. Op basis van twee dakpannen met een stempel van het destijds bij Xanten gelegerde Legioen XXX concludeerde Bogaers dat het badhuis op zijn vroegst in 120 na Chr. was gebouwd. Die dakpannen blijken echter afkomstig uit een muurtje dat in een later stadium is aangebouwd. Die pannen zijn waarschijnlijk in het begin van de tweede eeuw gebruikt bij een verbouwing waarover we ook een inscriptie hebben”, aldus conservator Jeneson.

Er zijn ook nog andere aanwijzingen, zoals een inscriptie ‘TICLAV’ die op een brokstuk is ontdekt. ‘TICLAV’ ofwel ‘TI-CLAU’ duidt mogelijk op keizer Tiberius Claudius, regeerperiode 41-54 n. Chr. Experts vermoeden dat het badhuis zo’n vier eeuwen in gebruik is geweest en de laatste periode waarschijnlijk fungeerde als fort. “Dat zie je in alle Romeinse steden. De steden werden kleiner en met het puin werden versterkingen aangelegd. We zien dat ramen van het badhuis zijn dichtgemetseld, een veeg teken. Ook werd rond het badhuis een zogeheten spitsgracht aangelegd; die wordt momenteel opgegraven op het Tempsplein”, legt Jeneson uit.

Natuursteen die is gebruikt voor het badhuis blijkt afkomstig uit een Noord-Franse groeve die toen in militaire handen was. Die militaire connectie loopt als een rode draad door alles heen. Het gegeven is van belang omdat het duidt op een woelige periode waarin nog volop werd gevochten. Pas later, in de eerste eeuw, trad de Pax Romana in en kon Coriovallum zich verder ontwikkelen tot een handelscentrum achter de militaire linies. Veelzeggend zijn ook de zogenaamde ako-bekers die in Heerlen zijn gevonden: erg breekbare bekers met een zeer dunne wand die enkel tussen 20 v. Chr. en het jaar nul werden gemaakt in Italië.

Coriovallum/Heerlen, zo lijkt wel zeker, was ook twee keer groter dan tijdgenoot Mosa Traiectum/ Maastricht: het bebouwde oppervlak van Heerlen bedroeg waarschijnlijk zo’n zeshonderd bij duizend meter. Als het badhuis inderdaad dateert uit de eerste eeuw, is dat het oudste bewaard gebleven Romeinse gebouw in Nederland, de Romeinse kelderresten in Nijmegen niet meegerekend. Het zegt ook wat over de vermoedelijke stichtingsdatum van Heerlen: een ‘luxueus’ stenen badhuis in een voor het overige uit hout opgetrokken dorp is immers niet logisch. De Romeinse vestigingen in deze regio begonnen allemaal als houten dorpjes. Het gebruik van stenen vond pas ingang aan het einde van de eerste eeuw.  Hard bewijs op welke plek destijds de allereerste Romeinse spade de grond inging is er niet. Datering op exacte jaren is nagenoeg onmogelijk. Maar alles wijst erop dat Zuid-Nederland drie steden heeft van meer dan tweeduizend jaar oud.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s