Het Sint-Pietersplein van Bernini

De bouw van de indrukwekkende zuilengang rond het Sint-Pietersplein werd door paus Alexander VII, een Chigi-telg, aan Gian Lorenzo Bernini toevertrouwd. Die realiseerde de bouw tussen 1656 en 1667. Het restauratieproject dat de voorbije jaren op en rond het Sint-Pietersplein werd uitgevoerd omvatte alle architecturale en decoratieve constructies op het plein, waaronder de fonteinen, 1.200 meter balustrades, ornamenten, kroonlijsten en lampen maar ook de talrijke putdeksels, 3.400 m² kasseien, de obelisk en uiteraard de befaamde colonnade. Het komt er eigenlijk op neer dat het plein zo goed mogelijk is teruggebracht in de staat zoals de ontwerper Gian Lorenzo Bernini het plein realiseerde.

Voordat Bernini het plein aanlegde, was de ruimte bijna rechthoekig, grotendeels ongeplaveid en liep de piazza naadloos over in het aangrenzende, benauwde stadsdeel Borgo. Met uitzondering van een fontein en de door Carlo Fontana in 1586 verplaatste Egyptische obelisk, was de vlakte volkomen leeg. Het huidige plein heeft anderhalve maal de oppervlakte van het Colosseum. Paus Alexander VII was zo bezeten door alle bouwplannen die hij in Rome wilde realiseren dat hij een houten maquette van de stad in zijn slaapkamer had staan.

Naar verluidt gaf Alexander VII reeds op de dag van zijn verkiezing tot paus aan Bernini de opdracht voor de aanleg van een nieuw, fraai plein. Het moest aan twee eisen voldoen: ruimte bieden aan zoveel mogelijk pelgrims die allemaal een goed uitzicht op de voorgevel van de basiliek moesten hebben en het woonverblijf van de paus mocht niet aan het oog onttrokken worden. Bernini ontwierp twee met elkaar verbonden pleinen, het eerste is ellipsvormig (240 m bij 196 m), het tweede heeft vleugels die in de richting van de Sint-Pietersbasiliek iets uit elkaar lopen net als op Piazza del Campidoglio. Tegen de basiliek is het plein 24 m breder dan bij de colonnades.

Bernini’s idee werd niet volledig uitgewerkt want hij had tussen de twee armen van de colonnade een triomfboog voorzien die nooit gebouwd werd. De reusachtige armen gevormd door de colonnades maken een gebaar alsof ze de hele wereld omvatten, ongetwijfeld het grootste antropomorfe gebaar uit de geschiedenis van de architectuur.

De zuilen zijn streng Toscaans, en niet van het meer bloemrijke Korintische type dat men in de barok zou verwachten. De fries is ononderbroken Ionisch, zonder enig sculpturaal ornament. Men heeft gezegd, en niet ten onrechte, dat het prachtige plein de foute gevel van de basiliek nog meer benadrukt en duidelijk maakt hoe de gevel voor zijn hoogte te breed is. Het is slechts een kleine smet in de context van dit ruimtelijk en conceptueel gigantische project.

De colonnade bestaat uit een vierdubbele rij met 284 Dorische travertijn zuilen en 88 pilaren (samen 372). Bertus Aafjes spreekt van “de omhelzing van Bernini’s travertijnse woudreuzen”. De zuilen zijn 20 m hoog en hebben een doorsnede van 1,6 m. De binnenste zuilenrijen staan ruim 4,5 m uit elkaar zodat de koetsen van de kardinalen er destijds tussendoor konden rijden en mekaar kruisen. Aan de van het plein weggekeerde zijde zijn de zuilen van de tweede rij op hun vierkante basis genummerd in Romeinse cijfers, bij sommige zuilen is die inscriptie gedeeltelijk of geheel verdwenen wegens eerdere herstellingen.

De 3,25 m hoge beelden op de colonnades (zeventig aan elke zijde) werden allemaal getekend door Bernini en zijn gebeeldhouwd door zijn leerlingen. Ze stellen hoofdzakelijk martelaren voor maar ook evangelisten, pausen, bisschoppen, belijders (zij die omwille van hun geloof geleden hebben maar er niet voor gestorven zijn), kerkleraren, abten en weduwen. In het midden van elke galerij hangt het wapen van paus Alexander VII. Ook aan de uiteinden van de colonnades hangt het Chigi-schild, maar dan zonder de tiara met de kerksleutels. Het stelt zes gestilleerde bergjes voor, met er boven de ster van Bethlehem.

Op de plaats waar de rechter zuilenrij het Sint Pieterscomplex raakt, bevindt zich een ingang tot de Vaticaanse paleizen die eveneens ontworpen werd door Bernini. Als je door deze ‘portone di Bronzo’ kijkt zie je de ‘corridore del Bernini’ die geheel achteraan in de verte uitkomt op de beroemde Scala Regia. Deze trap is een mooi voorbeeld van gezichtsbedrog. Door middel van een vernuftige dubbele rij zuilen, die naar achteren kleiner worden, heeft Bernini een weelderig effect weten te verlenen aan een in feite erg steile en onregelmatig gevormde trap. Deze trap leidt rechts naar de Sixtijnse kapel die via deze weg niet toegankelijk is voor het publiek.

In het begin van de negentiende eeuw werd in het midden van het plein, in de bestrating, de lokale meridiaan aangebracht die rechts van de obelisk begint (zijde van de Vaticaanse paleizen) bij de aanduiding ‘solstizio in Cancer 22 giugno’, en in de richting van de rechter fontein loopt tot de aanduiding ‘solstizio in Capricorno 22 decembre’.

De schaduw van het kruis bovenop de obelisk valt op het middaguur van de zomer- en winterzonnewende precies op deze twee marmeren schijven aan de uiteinden van de meridiaan. Die schijven zijn afgezaagde plakken van een antieke zuil (naast de meridiaan aangeduid met ‘centro del colonnato’). Als je erop staat zie je in de dichtstbijzijnde colonnade slechts één rij zuilen in plaats van vier. In tegenstelling tot wat velen denken is het Sint Pietersplein helemaal geen horizontaal vlak. Het plein heeft een hoogteverschil van 2,46 m.

Van het nulpunt op het linkerbrandpunt naar de linker colonnade loopt het plein 2,20 m op, naar rechts daarentegen 0,26 m af en dan weer heel langzaam op tot het bij de rechtercolonnade een hoogte van 1,57 m bereikt ten opzichte van de linkerschijf. Op het witte deel van de onderbouw van de obelisk staat dat in 1817 de ‘pietrini’ deze meridiaan uitvoerden, dat is het personeel dat herstellingswerken in en rond de basiliek uitvoert.

Ook de tweelingfonteinen, La Clementina en La Gregoriana, kregen een grondige opknapbeurt. De beide prachtige fonteinen werden echter niet gelijktijdig opgericht. De rechter (zijde pauselijke paleizen) dateert uit 1613 (Paulus V) en is een ontwerp van Carlo Maderno (1559-1629), de laatste architect van de Sint Pieter die op dat moment (1607-1614) de huidige gevel bouwde. De fontein werd later lichtjes verplaatst bij de aanleg van het plein door Bernini tussen 1656 en 1667. Wel stond hier reeds sinds 1490 een bijna gelijkaardige fontein. Die werd afgebroken. De linkerfontein uit 1677 is het werk van Carlo Fontana.

De kracht van de fonteinen is veranderlijk, Het Vaticaan houdt rekening met het aantal bezoekers op het plein. Bij vol vermogen bereikt de hoogste druppel ongeveer 14 m. Het water is afkomstig van de Acqua Paola op de Gianicoloheuvel die op zijn beurt water krijgt aangevoerd uit het meer van Bracciano op zowat 33 km van Rome. Dit water wordt in heel Vaticaanstad gebruikt.

De andere stenen binnen de cirkel om de obelisk, met vrij versleten opschriften, vormen een windroos. De eerste (rechts als je voor de basiliek staat) werd geplaatst in 1612 en ontworpen door Carlo Maderno die hiervoor de voormelde oude fontein liet afbreken. De tweede fontein is zoals gezegd een kopie van de eerste, ontworpen door Bernini om de symmetrie op het plein terug te brengen maar dus gerealiseerd door Carlo Fontana.

Ook de granieten Egyptische obelisk in het midden van het plein werd opgenomen in het recent uitgevoerde restauratieproject. De obelisk is, met het voetstuk erbij, 42 meter hoog en ongeveer 370 ton zwaar. Hij werd hier in 1586 door paus Sixtus V geplaatst en heeft nog in het Circus van Nero gestaan. De obelisk werd in het jaar 37 door keizer Caligula naar Rome gehaald en deed daarna dienst in het Circus van Caligula. Later nam Nero deze infrastructuur over en gaf er zijn naam aan. Het is hier dat volgens de overlevering de apostel Petrus de marteldood zou gestorven zijn. Op deze plek werd nadien de eerste Sint-Pieterskerk opgericht. De huidige basiliek is de derde en meest imposante versie die hier werd gebouwd.

Nog een weetje. Het Sint Pieterplein behoort volgens het verdrag van Lateranen (11 februari 1929) niet tot het grondgebied van het Vaticaan. Het is Italiaans maar met extra-territoriale rechten. Na 1870 duurde het tot 25 juli 1929 vooraleer de paus opnieuw het plein betrad.

De Nederlandse schrijver en mediapersoonlijkheid Godfried Bomans (1913-1971) woonde bijna een jaar in Rome terwijl zijn broer als priester in het Vaticaan verbleef. Godfried Bomans schreef in 1956 het volgende prozastukje over het Sint-Pietersplein:

“Er is een tijd geweest dat het Sint Pietersplein, waarvan elk kind over de gehele wereld de ansichtkaarten kent, in deze vorm niet bestond. En dat toen op een dag, zittend voor een raam, of misschien wandelend door een park, een man dit grandioze visioen opeens voor zich zag.

Want dát is het eigenaardige van dit plein: het gehoorzaamt aan één idee. Men krijgt dat idee of men krijgt het niet. Het is geen compositie van verschillende invallen, het is de doorvoering van één simpel gegeven.

Natuurlijk, het bouwen van die vierdubbele zuilengang, het uitkappen der 372 zuilen waaruit zij is samengesteld en het plaatsen van de 140 heiligenbeelden op de kroonlijst zal decenniën gevergd hebben. Maar dit raakt de kern niet. Dit doet niets af aan het feit dat de bezielende gedachte Bernini in een seconde van genade moet geopenbaard zijn.

De rest was een kwestie van geld, vlijt en vakmanschap. De inspiratie van het plein echter is een idee. En dit idee is niets anders dan de ‘kromming der colonnade’. In een zachte boog omarmen Bernini’s zuilen de ruimte, waardoor het effect ontstaat van een immense wijdte en tegelijk een zekere intimiteit.

Ziedaar het geheim van deze plek: de paradox van beslotenheid en uitgebreidheid. Bernini heeft dit zo gewild. In een van zijn brieven spreekt hij over zijn marmeren accolade aldus: ‘Het zijn de armen van Christus die de wereld omhelzen.’

Dit is precies wat hier gebeurt, majesteit en erbarmen. En dit is ook waarom zo neem ik aan, elkeen zich hier ‘thuis’ gevoelt. Dit was terstond mijn eerste indruk en die is zo gebleven. Men staat als een zandkorrel verloren in een kosmos en heeft tegelijkertijd het gevoel erin opgenomen en geborgen te zijn’.

Advertenties

Eén reactie to “Het Sint-Pietersplein van Bernini”

  1. Gianni di Panni Says:

    En toch hou ik er niet van, van dit plein. Ik vind het veel te pompeus, veel te druk met alles. Het doet me pijn aan de ogen. Ik mijd het daarom als de pest, zelfs als ik in Prati ben.
    Geef mij dan maar de San Paolo fiori le mura.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s