MAXXI toont architectuur uit Japan

Het Nationaal Museum voor Kunsten uit de 21ste eeuw in Rome (het Museo Nazionale delle Arti del XXI Secolo, of afgekort MAXXI, de laatste drie letters verwijzen naar de 21ste eeuw in Romeinse cijfers), heeft het voorbije jaar in een aantal tentoonstelilngen bijzondere aandacht geschonken aan (de geschiedenis van) architectuur. Expo’s zoals Pierluigi Nervi. Architetture per lo sport (een architecturaal overzicht van de geschiedenis van de Romeinse sportcomplexen en Superstudio. 50 anni di superarchitettura, lokten onverwacht veel bezoekers. Nu is er het speciale The Japanese House. Architettura e vita dal 1945 a oggi.

De tentoonstelling vertrekt van het uitgangspunt dat we eigenlijk niet zoveel weten over de manier hoe Japanners vandaag leven, hoe ze dat enkele decennia geleden deden en of er wezenlijke verschillen zijn tussen vroeger en nu. Hoe charmant zijn Japanse huizen? Hoe slagen Japanners erin op een kleine oppervlakte en met weinig beschikbare ruimte toch zo prettig mogelijk te wonen? Hoe halen zij schoonheid uit eenvoudige en kleine dingen? Hoe vinden ze de juiste balans tussen stilte en (teveel) omgevingslawaai.

Hun ideaal is wabi-sabi, een term die in de westerse taal niet bestaat en staat voor esthetiek en een onbevangen blik op de wereld, maar tevens gericht is op de acceptatie van vergankelijkheid en onvolmaaktheid. Schoonheid is vaak imperfect, impermanent en onvolledig. Wonen in Japan vergt intellectuele en spirituele inspanningen gericht op een vereenvoudigingproces dat alles wat niet essentieel is doet verdwijnen. Hun woonruimtes zijn bewust klein, licht speelt vaak een grote rol.

Je komt over dit onderwerp nog veel meer te weten in ‘The Japanese House’, een grote tentoonstelling over dit thema en die je nog tot 26 februari 2017 in het MAXXI Museum kan bezoeken. Het is een co-productie van de Japan Foundation, het Barbican Centre en het Museum van Moderne Kunst in Tokio.  Het is de eerste Italiaanse expo gewijd aan moderne Japanse architectuur. De tentoonstelling is opgebouwd met tekeningen, schaalmodellen, oude en hedendaagse foto’s samen met video-voorstellingen, interviews, filmclips, manga en reproducties van belangrijke gebouwen.

Op de tentoonstelling is werk te zien van drie generaties Japanse architecten, waaronder sterren als Kenzo Tange, Toyo Ito, Kazuyo Sejima en Shigeru Ban. In het westen zijn ze veel minder bekend. Ook enkele jonge en veelbelovende architecten presenteren hedendaagse ontwerpen. Zelfs licht utopische dwaasheden zoals de befaamde (of beruchte) Nakagin Capsule Tower Building komen aan bod.

We komen ook te weten dat de gemiddelde levensduur van een gebouw in Japan slechts 26 jaar bedraagt en vaak is opgebouwd uit kwetsbare materialen. De tentoonstelling heeft ook aandacht voor moderne technieken en nieuwe technische mogelijkheden die kunnen worden toegepast in seismische of aardbevingsbestendige architectuur.

Een thema dat de jongste maanden ook in Italië helaas weer bijzonder actueel is, en waarmee ook Japan regelmatig moet afrekenen, zoals we gisteren konden vernemen via de reguliere nieuwsberichten. De gebouwen in Japan mogen dan wel kwetsbaar zijn, er wordt wel degelijk rekening gehouden met de gevolgen van aardbevingen. Al voldoen de meeste maatregelen niet meer zodra een aardschok plus 7 op de Richterschaal bedraagt, zoals ditmaal het geval was.

Het MAXXI  is het eerste nationale museum voor moderne kunst van Italië en opende eind 2009 de deuren voor het publiek. Het enorme complex, een parel van moderne architectuur, omvat bijna 30.000 m² en is geïntegreerd in een voormalige kazerne. Het oorspronkelijke ontwerp dateert reeds uit 1998, toen het bureau Zaha Hadid Architects in een internationale competitie maar liefst 273 concurrenten achter zich liet. Het plan werd vervolgens uitgewerkt en later werd gebouwd in samenwerking met het Romeinse bureau Studio Croci e Associati. De realisatie kostte uiteindelijk zo’n 150 miljoen euro. De bouw van het MAXXI was geen sinecure. Zaha Hadid, die op 31 maart van dit jaar op 65-jarige leeftijd overleed, moest uit haar staf niet minder dan 300 ingenieurs-architecten inschakelen om het geheel tot een goed einde te brengen.

De architecte won voor haar ontwerp van het MAXXI onder meer de prestigieuze RIBA Stirling Prize 2010 van het Royal Institute of British Architects. Dat is de belangrijkste architectuurprijs die een Britse architect kan ontvangen. Hoewel het MAXXI zich niet meteen in het klassieke toeristische circuit van de historische kernstad bevindt, legt het museum wat betreft het aantal bezoekers mooie cijfers voor. Vele mensen komen ook naar hier om het gebouw zelf eens te bekijken.

Dat is inderdaad een bezoek waard. Zaha Hadid liet haar meest complexe vormentaal los op het museum. Het gebouw en de gangen lijken soms te zweven. Ze werden opgetrokken met schuin hellende buitenmuren met daartussen betonnen boulevards die elkaar overlappen of zich nogmaals vertakken of in elkaar grijpen. De binnenruimte is enorm en doet soms denken aan een reusachtig ruimteschip of een laboratorium uit een verre toekomst.

De gekromde en hellende betonnen wanden kunnen zowel aan de binnen- als de buitenzijde worden voorzien worden van spectaculaire projecties, muurschilderingen en lichtinstallaties. Interieur en exterieur lopen als het ware in elkaar over. De vloeiende en schijnbaar bewegende ruimtes van het museum bieden volgens de architecte enorme mogelijkheden om interessante dingen te doen tussen de tentoongestelde objecten en het gebouw. Keren steeds terug: glanzend zwarte muren en afgeborsteld staal, verweven met telkens drie tinten: wit, grijs en zwart. De kathedraalachtige tentoonstellingszalen zijn groot maar hebben weinig kleur. Dat lijkt somber en saai maar is het niet. Een en ander blijkt bewust zo uitgevoerd te zijn om een respectvol, bezadigd kader te krijgen voor de kunstwerken die er worden tentoongesteld.

Drie bouwmaterialen duiken steeds weer op: staal, glas en beton, maar dan niet in stukken en brokken maar als reusachtige monolieten, zonder zichtbare externe verbindingen, die schijnbaar een eigen leven leiden. Het MAXXI kenmerkt zich vooral door grote overhellende wanden, steile hellingbanen en extreme uitkragingen. De witte harsvloer is bijna altijd hellend, ofwel loop je lichtjes bergop ofwel naar omlaag, maar eender waar je loopt langs de vele sierlijke hellingen, je hebt bijna altijd direct uitzicht op de begane grond. Zwevende bruggen en gebogen paden verbinden alles met elkaar. Het gebouw beschikt voorts over een grote vrachtlift voor het transport van de kunstwerken. Ook de toiletten ademen dezelfde designsfeer en in het auditorium bevinden zich zwarte, elegante en in elkaar grijpende geometrische fauteuils.

Het restaurant annex cafetaria van het museum heet MAXXI21 en evolueerde de jongste tijd tot een levendige ontmoetingsplek. Vooral op zondag kan het hier erg druk zijn. De horecazaak bevindt zich niet in het museum zelf, maar is gelegen in één van de twee oorspronkelijke gebouwen op deze site die architecte Zaha Hadid bewaarde en integreerde in het totaalontwerp.  Het prachtig gerestaureerde pand ademt dezelfde sfeer uit als het museum, met dit verschil dat alles hier uitsluitend in functie van eten, drinken en gezelligheid staat. Vanuit het restaurant kijk je uit op het plein en het museumgebouw. De kok van MAXXI21 werkt uitsluitend met typische producten van Rome en seizoensproducten uit Lazio. Dat vertaalt zich in relatief eenvoudige maar zeer pure en smaakvolle gerechten.

www.fondazionemaxxi.it

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s