Het Campo Santo dei Teutonici e dei Fiamminghi

We houden een laatste keer halt in de omgeving van de Sint-Pietersbasiliek en het Sint-Pietersplein. We verlaten we het Sint-Pietersplein en gaan naar de buitenzijde van de linkercolonnade, zo ver mogelijk richting basiliek. Daar bevinden zich zoals verteld twee Zwitserse wachters voor een breed hekken. Als je het vraagt zullen deze bewakers je toelating geven (ze spreken in principe Italiaans en Duits) om het Teutoonse kerkhof (officieel het ‘Campo Santo dei Teutonici e dei Fiamminghi’) te bezoeken.

Het Campo Santo Teutonico zoals de Duitsers het noemen behoort niet tot het grondgebied van Vaticaanstad en de toegang zal je dan ook in principe niet worden geweigerd. De openingsuren zijn beperkt van 7 tot 12 u. en sinds enkele jaren moet je wegens de onmiddellijke nabijheid van de Sint-Pietersbasiliek ook doorheen een metaaldetector.

Eenmaal voorbij het hek kom je langs het kantoor van de gendarmeria om dan meteen linksaf te slaan bij de ingang tot het minuscule kerkhofje. Onderweg kom je links voorbij de huidige ingang van het okergele gebouw van de Congregatie voor de Geloofsleer (zie nieuwsbrief van gisteren). Eveneens links zie je ook het golvende dak van de ‘aula delle audienze’ of Aula Paolo VI. Hier worden op woensdagmorgen de pauselijke audiënties gegeven.

Het gebouw is een ontwerp van Pier Luigi Nervi (1891-1979), een invloedrijke vernieuwer van de Italiaanse architectuur en een voorloper inzake het gebruik van voorgespannen en gewapend beton. De zaal werd in juni 1971 ingehuldigd door Paulus VI die ook de opdrachtgever was en zijn naam aan de zaal gaf. De aula, ‘een werktuig om te horen en te zien’ zoals Nervi zei, heeft een oppervlakte van 12.000 m² en biedt plaats aan 7.000 personen.

Om het uitzicht op de basiliek te vrijwaren ligt de zaal gedeeltelijk onder het grondniveau. De focus van de immense ruimte is uiteraard de pauselijke troon, opgesteld voor een groot bronzen scherm dat de ‘Opstanding’ uitbeeldt. We zien Christus te midden van een glanzend woud van abstracte olijfbomen als opwaarts vibrerende gestalten. Het is een inspirerend werk uitgevoerd door Pericle Fazzini, die zijn atelier heeft in de Via Margutta. De aula ligt voor een derde op het grondgebied van Vaticaanstad en voor twee derde op Italiaanse grond.

Voorbij de aula, maar voor niet zichtbaar, bevindt zich het vernieuwde ‘Domus Sanctae Marthae’, het Huis van de heilige Martha. Dit werd in 1884 op verzoek van paus Leo XIII opgericht om slachtoffers van de cholera op te nemen en te verzorgen. Later werd het een opvangplaats voor pelgrims en tijdens de Tweede Wereldoorlog bood het onderdak aan personen die door het naziregime werden vervolgd.

Paus Johannes-Paulus II liet het oude hospitaal afbreken en op de vrijgekomen oppervlakte van 3.000 m² in 1992 een modern gastenverblijf optrekken. In de Domus Sanctae Marthae verblijven o.a. de kardinalen tijdens het conclaaf of bij een bezoek aan Vaticaanstad. Paus Franciscus, die weigert te verblijven in het Palazzo Apostolico, heeft hier eveneens zijn intrek genomen.

Het bezoek aan dit uiterst kleine kerkhofje, een kleine groene oase in de schaduw van de Sint-Pietersbasiliek, is niet echt boeiend, maar het laat toe eens langs het gebouw van de Congregatie van de Geloofsleer te wandelen en vooral om de door Michelangelo getekende zijflank van de Sint-Pietersbasiliek te zien.

Bij de ingang lees je dat het kerkhof behoort tot een in 1450 ‘gegründeten erzbruderschaft’. En verder ‘desen mitglieder kommen aus den Deutschsprachigen und niederländisch-flämischen kulturbereich und besitzen hier das begräbnisrecht. Bedenk dat we ons hier midden in de vroegere Circus van Nero bevinden waar, zoals Tacitus beschrijft, weleens christenen als nachtelijke parkverlichting gebruikt werden.

Het Circus werd gebouwd in opdracht van keizer Caligula die een groot liefhebber van wagenrennen was en een eigen arena wilde hebben waar hij kon oefenen. Het stadion was ongeveer 560 m lang en 80 m breed en werd gebouwd op de Vaticaanse heuvel, een stuk grond dat aan zijn moeder toebehoorde. Het Circus van Caligula was nauwelijks kleiner dan het Circus Maximus en om de grootsheid van zijn eigen renbaan te benadrukken liet hij een enorme obelisk uit Egypte halen en op de spina, de middenafscheiding van de renbaan, plaatsen.

Caligula werd vermoord voordat de bouw klaar was en het circus werd voltooid onder zijn opvolger, keizer Claudius. Zowel Claudius als zijn opvolger Nero, lieten hier regelmatig spelen organiseren. Door de wreedheden die Nero hier liet uitvoeren op de eerste christenen, staat het circus nu bekend onder zijn naam. Vespasianus, de uiteindelijke opvolger van Nero na het vierkeizerjaar, wilde de herinnering aan zijn voorganger uitwissen en sloot het circus. Hierna verviel het tot een ruïne, totdat keizer Constantijn de laatste resten liet afbreken om op deze plaats de eerste Sint-Pietersbasiliek te bouwen

Bij het betreden van het vierkante kerkhof zie je recht vooruit het Collegio Teutonico, een studiecentrum met een klein maar meestal gesloten museum. Tijdens de achtste eeuw stond op deze plaats een hospitium voor bedevaarders afkomstig uit de Frankische gebieden. Deze instelling groeide uit tot het huidige Collegio Teutonico in Campo Santo voor Duitse priesters.

Op de gevel staat een groot tegeltableau van Karel de Grote met de vermelding ‘Karel de Grote stichtte mij’. De instelling is echter ouder, wel kwam Karel de Grote er op bezoek. Dergelijk hospitium vormde geen uitzondering, zo bouwde bijvoorbeeld koning Ine van Wessex die in 726 zijn troon had opgegeven om samen met zijn echtgenote naar Rome op bedevaart te gaan, hier in datzelfde jaar een tehuis voor de Angelsaksische pelgrims. Dat tehuis vormde later de basis voor het nog bestaande hospitaal Santo Spirito in Sassia dat officieel werd gesticht door paus Innocentius III (1198-1216).

Een ander voorbeeld is de Schola Langobardorum, die rechts van de oude Sint-Pietersbasiliek stond en werd gesticht door Ansa, de echtgenote van de Longobardische koning Desiderius. In 1449 ontstond hier de ‘Confraternita di Santa Maria della Pièta in Campo Santo dei Teutonici e Fiamminghi’, een broederschap bedoeld voor alle bedevaarders die tot het Duitse Rijk behoorden.

Daarom staat boven de ingang nu nog steeds ‘Dasz du droben Obdach findest nach der Pilgerfahrt auf Erden’ en boven de ingang tot het kerkhof ‘Teutonum et Flandror(um) coemeterium in elegantiorem cultum’. De rector van de stichting Sint-Juliaan-der-Vlamingen (momenteel P. Hugo Vanermen, mSC) is steeds ambtshalve lid van de raad van beheer van het Campo Santo.

Links ligt de kerk, de Santa Maria della Pietà, ook gekend als Santa Maria in Campo Santo of Schmerzhaften Muttergottes. Ze werd destijds veel door Vlaamse kunstenaars bezocht. Tot 2006 was dit de titelkerk van de latere paus Benedictus XVI, toen nog kardinaal Ratzinger. Om 7 uur wordt hier een kerkdienst in het Duits gehouden (zondags om 9 u.). Naast de ingang tot deze kerk ligt een informatiekaftje met de aanduiding van enkele belangrijke Duitse graven.

In de kleine kapel van de zusters, links van de ingang tot het Collegio Teutonico, zijn de oudste grafstenen ingemetseld. Let op de vloer van de kapel bij de ingang (ook te zien door de glazen deur), daar ligt voor het altaar de goed bewaarde afbeelding van ridder Johann von Rotenstein die in 1500 als 82-jarige pelgrim naar Rome kwam en daar vervolgens overleed.

De graven onder de palmbomen in het middendeel van het kerkhof dateren van na 1800, enkele van hen zijn van semi-bekende personages, waaronder priester, hoogleraar, dichter en staatsman Herman Schaepman (1844-1903). Zijn graf, rechts tegen de achterste muur, werd enige tijd onderhouden door de Nederlandse schrijver en dichter Bertus Aafjes in ruil voor een karige maaltijd.

De nu vergeten Schaepman was destijds een vedette. Toen in 1866 zijn boek ‘De paus’ uitkwam, schreef men in de Lage Landen ‘Vondel is onder ons herboren’. Maar de gevierde dichter leed aan de kwaal van zijn tijd, de retoriek, waardoor ‘zijn redenaarsgestel den grooten poëet zelfs in zijn verzen een te luiden en te hoogen toon deed aanslaan’. Nog steeds wordt zijn redenaarskunst als politicus in het Nederlandse parlement geprezen ‘diepe gedachten en weelderige verbeelding, dartele zwierigheid en vaste gang, warme geestdrift en koele zakelijkheid’.

Ook kardinaal de Merode (1820-1874) werd hier begraven, evenals de in het Belgische Edingen geboren beeldhouwer Jacob Corneliszoon Cobaert (1535-1615), destijds Coppe of Giacomo Fiammingo genoemd. Halfweg de rechter zijmuur tonen kleurige keramiektegels hoe Petrus in het circus van Nero, wachtend op zijn martelaarschap, een visioen krijgt. Boven de wolken ziet hij de koepel van de nieuwe basiliek verschijnen die vijftien eeuwen later zal gebouwd worden.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s