Archief voor januari, 2017

De Santa Maria di Monserrato

Posted in Romenieuws on 30 januari 2017 by romenieuws

Aan de Via di Monserrato ligt de interessante Santa Maria di Monserrato, de nationale kerk van Spanje in Rome en daarom ook wel Santa Maria in Monserrato degli Spagnoli geheten. De kerk ontstond uit een klein hospitaal dat hier reeds vanaf 1354 actief was en voor de Spanjaarden in Rome werd opgericht door de Catalaanse Jacoba Ferrandes. Later werd het ziekenhuis samengevoegd met een tweede hospitum dat in 1506 was gesticht. Hieruit ontstond vanaf 1495 een eerste kerk voor Aragonezen en Catalanen, die echter in 1518 werd afgebroken om plaats te maken voor de huidige kerk. Hieraan werd vele jaren gebouwd.

Het oorspronkelijke ontwerp is van Antonio da Sangallo il Giovane (de Jongere) die leefde van 1483 tot 1546. Hij was een neef van Antonio da Sangallo de Oude en van Giuliano da Sangallo en vooral een belangrijk militair architect. In Rome beperkt zijn oeuvre zich tot de gevel van de San Spirito in Sassia en de loggia van Julius II in de Engelenburcht.

In 1584 werd het onderste deel van de gevel van de Santa Maria di Monserrato volgens plannen van Francesco da Volterra (1535-1594) uitgewerkt en niet door Daniele da Volterra (1509-1566) zoals ter plaatse wordt beweerd. Beide zijn ook geen familie van mekaar. In 1594 werd het altaar in de kerk geconsecreerd, het dak raakte voltooid in 1598.

Pas in 1675 was de kerk met de volledige gevel en de apsis volledig afgewerkt. Ze werd gewijd aan de Zwarte Madonna van Montserrat. De Spanjaarden noemen ze de Iglesia Nacional Española de Santiago y Montserrat, of Santa María de Montserrat de los Españoles.

Boven de hoofdingang is te zien hoe Maria de berg doorzaagt, een verwijzing naar Montserrat nabij Barcelona, waar zij het grillige bergmassief zou hebben ingezaagd (monte serrado in het Catalaans). Hoewel het om een marmeren beeldengroep gaat, later gemaakt door Carlo Monaldi (1683-1760), houdt het kindje Jezus een metalen zaag in de hand.

Het interieur van de kerk is van een verfijnde elegantie. In de grote en diepe apsis herinnert het hoogaltaarstuk sterk aan het werk dat Rogier Van der Weyden voor de kerk van Scheut (Anderlecht, België ) schilderde en dat zich nu in het Escuriaal in Madrid bevindt.

Ook de door generaal Franco verdreven Spaanse koning Alfons XIII (1886-1941) werd in deze kerk begraven. Hij was koning vanaf 1902, werd in 1931 tijdens de revolutie verdreven en stierf in Rome in ballingschap. Na het herstel van de Spaanse monarchie werden zijn resten naar Spanje overgebracht en herbegraven in het Escuriaal.

In de derde kapel rechts bevindt zich boven het altaar een werk van Francisco de la Vega, dat de ‘Virgin del Pilar’ voorstelt. Links zien we de ‘Triomf van de Onbevlekte Ontvangenis’ uit 1663, het is een werk van de Vlaming Louis Cousin, die als bentnaam Luigi Primo Gentile droeg.

Hij werd in 1606 geboren in Breivelde bij Zottegem en stierf in 1667 in Brussel. Het grootste deel van zijn leven verbleef hij in Rome, hij woonde van 1626 tot 1655 in de Via Margutta, vlakbij de Spaanse Trappen. Ook in de Koninklijke Belgische kerk Sint-Juliaan-der-Vlamingen in Rome bevindt zich werk van zijn hand.

De tweede kapel links is gewijd aan Santa Maria di Montserrato, we vinden er een kopie van het Mariabeeld dat zich in het benedictijnenklooster van het Catalaanse Montserrat bevindt. Het was een gift ter gelegenheid van het Heilig Jaar 1950 en werd hier in 1952 door paus Pius XII (Pacelli) gezegend.

In de derde kapel links bevindt zich een beeld van Jakobus de Meerdere, de apostel waarvan de relieken zich in Santiago de Compostela bevinden. In de christelijke iconografie is de Sint-Jakobsschelp zijn attribuut. Het beeld is een werk van de hand van Jacopo Sansovino (1486-1570), van hem herinneren we ons vooral de Madonna del Parto in de Sant’Agostino. Hij was ook de architect van de San Giovanni dei Fiorentini aan de Via Giulia. Vergeet in de kapel niet te kijken naar het mooie plafond.

Tussen de kloosterhof (die je eerst betreedt indien je de toegang langs de Via Giulia gebruikt) en de sacristie (doorgang einde rechterbeuk), staat in een vergaderzaal een mooie vijftiende-eeuwse ‘Kruisiging’ en een prachtig borstbeeld van kardinaal Pedro de Foix Montoya, een jeugdwerk van Gianlorenzo Bernini.

De Santa Maria di Monserrato is vaak gesloten, behalve voor, tijdens en vlak na de eucharistievieringen, in principe om 8 u. en 9 u. en op zondag om 10, 12, 13 en 19 u. Laat je niet afschrikken indien de kerkdeur gesloten is. Er is ook een ingang langs de kloosterhof op nr. 151 aan de Via Giulia. Je dient aan te bellen en toelating te vragen.

Over het uit geschiedkundig oogpunt misschien wel interessantste item in deze kerk hebben we het in een volgende bijdrage. Hier liggen immers ook de Borgia-pausen begraven, al gebeurde dat op een behoorlijk chaotische manier. Wat er hier en elders zoal allemaal gebeurde met een dode Borgia-paus lees je binnenkort.

Advertenties

Palazzo Vacca in de Via in Lucina

Posted in Romenieuws on 27 januari 2017 by romenieuws

Aan de Via in Lucina in Roma vind je op nr. 33 tussen twee grote gebouwen het smalle maar mooie en gedeeltelijk herbouwde palazzo Vacca, de verblijfplaats van de Spaanse familie de Vaca. Dat zie je aan het embleem boven de deur: ‘domus familie hispanice Vace’. Deze familie, die de eveneens Spaanse Borja’s (Borgia’s) volgde toen die naar Rome trokken om er fortuin te maken en zelfs een paus te leveren, italianiseerde haar naam Vace (koe) naar Vacca.

Een afstammeling van deze familie was een uitstekende beeldhouwer, hij schreef de tekst die we naast het portaal kunnen lezen: ‘‘ossa et opes tandem partes tibi Roma aliquam’, of ‘mijn beenderen en mijn zwaar verdiende weelde laat ik u na, o Rome’.

Een andere tekst boven het venster links van de poort zegt: ‘niets is zeker in dit ellendige leven’. Als we het nu lezen moet de familie Vacca een behoorlijk getormenteerd gezelschap geweest zijn …

Het gebouw heeft helemaal niets te maken met de Romeinse kolonie Vacca, die in 197 na Chr. uit het Fenicische Vaga ontstond. Vacca is vandaag de stad Béja in Noord-Tunesië, zo’n 100 km ten van Tunis. Aan de Romeinse tijd herinnert in Béja nog een brug uit de oudheid.

In de twee volgende bijdragen keren we nogmaals even terug naar de Spaanse sfeer en brengen we onder meer het verhaal van de behoorlijk lugubere avonturen van een dode Borgiapaus die heel lang moest wachten op een deftige begrafenis en daarna zijn gebeente nog verwisseld zag met een andere paus. Gelukkig waren ze familie van elkaar…

De drie kerken aan de Via Panisperna

Posted in Romenieuws on 26 januari 2017 by romenieuws

De merkwaardige naam van de Via Panisperna zou volgens sommige bronnen zijn oorsprong hebben gevonden bij twee familienamen, Panis en Perna. Een meer kleurrijke verklaring verwijst naar ‘pane e perna’, het brood en de ham die werden uitgedeeld door de monniken van de San Lorenzo in Panisperna, één van de drie kerken die zich in deze straat bevindt.

Ze werd gebouwd op de plaats waar Lorenzo in 258 onder keizer Valerianus de marteldood stierf, zijn resten bevinden zich in de San Lorenzo fuori le mura. Het belangrijkste reliek van deze heilige is echter het ijzeren hek waarop hij geroosterd werd, dat bevindt zich volgens de overlevering in de San Lorenzo in Lucina.

Laurentius (Lorenzo) was diaken in Rome en onderging met vier andere geestelijken de marteldood, enkele dagen nadat zijn bisschop, Sixtus II op 6 augustus 258 was onthoofd. Waarschijnlijk onderging hij hetzelfde lot als Sixtus, al is het legendarische verhaal van zijn marteldood veel dramatischer. Dat verhaal werd reeds in de vierde eeuw rondverteld.

Lorenzo zou volgens dit verhaal langzaam op een rooster zijn verbrand. Zijn graf aan de Via Tiburtina werd reeds in de eerste helft van die eeuw druk bezocht en de daar gebouwde kerk (de San Lorenzo fuori le mura) behoort tot de zeven hoofdkerken van Rome. Zijn naam werd opgenomen in de canon van de Romeinse mis. Hij werd één van de meest vereerde heiligen van West-Europa. Zijn feestdag werd vastgesteld op 10 augustus. De San Lorenzo in Panisperna, waar hij effectief gestorven zou zijn, is bij het publiek echter nauwelijks bekend.

De Romeinse keizer Publius Licinius Valerianus (253-260), werd tijdens de regering van Aemilianus door de troepen in Raetia tot keizer uitgeroepen en na diens dood door de Senaat geaccepteerd. Hij benoemde zijn zoon Gallienus meteen tot Augustus en medekeizer. In 256-257 sloeg hij in het oosten een Perzische inval af, maar in Klein-Azië vielen de Goten binnen. Toen hij die troepen probeerde tegen te houden, vielen de Perzen opnieuw aan. Tijdens onderhandelingen raakte Valerianus in Perzische gevangenschap en stierf kort daarop. Tijdens zijn keizerschap vervolgde hij de christenen.

Op de hoek van Via Mazzarino en de Via Panisperna, vind je de Sant’ Agata dei Goti. Deze kerk werd door Ricimer gesticht tussen 462 en 470. Het Byzantijnse plan van de kerk bleef behouden, maar de restauraties uit de twintigste eeuw waren geen groot succes.

De mooie granieten zuilen dateren nog uit de stichtingsperiode, het hoogaltaar heeft een zeer mooi twaalfde-eeuws cosmatentabernakel. Erg fijn is de schilderachtige binnentuin uit de zeventiende eeuw, te bereiken langs een doorgang in het rechterschip, met in het midden een met klimop begroeide waterput. Het geheel lijkt soms ontoegankelijk, maar je kan er wel in.

Ricimer, een opperbevelhebber in het West-Romeinse Rijk, die gedurende ongeveer twintig jaar naar believen keizers aanstelde en afzette, verzocht na twee keizerloze jaren Leo om hulp tegen de plundertochten van Geiserik, de koning van het Vandalenrijk in Noord-Afrika.

Op voorstel van Leo werd Anthemius (wiens dochter Ricimer huwde) keizer van het westelijke rijksdeel gemaakt. Zijn tolerantie ten aanzien van heidenen en ketters wekte wantrouwen, maar vooral in Gallië (Frankrijk) werd zijn keuze, die hoop gaf op herstel van de eenheid van het rijk, met vreugde begroet. Ricimer, die zich in zijn machtspositie bedreigd voelde, kreeg echter onenigheid met hem en verhief in 472 Anicius Olybrius tot keizer. In een burgeroorlog van vijf maanden werd Anthemius door Ricimer in Rome belegerd en bij de inname van de stad gedood. De troepen van Ricimer waren daarna geruime tijd gelegerd in de Markten van Trajanus.

Na Ricimers dood stelde de Germaan Orestes zijn zoontje Romulus als keizer aan, spottend ‘Romulus Augustulus’ genoemd. Na een jaar zette de Germaan Odoaker de knaap af, verbande hem naar de vroegere villa van Lucullus aan de baai van Napels, zond de keizerlijke insignia naar Constantinopel en noemde zich ‘koning der Germanen in Italië’ (476). Dit betekende het effectieve einde van het Romeinse keizerschap en het Romeinse Rijk in het westen. In het oosten kwam het (Oost-)Romeinse Rijk opnieuw tot bloei. Het ging pas in 1453 ten onder.

Aan het begin van de Via Panisperna vind je ook nog de Santi Domenico e Sisto. Tot boven is het een hele klim over de verwilderde trappen. In de kerk (geen vaste uren, maar meestal ’s avonds open) bevindt zich in de derde kapel links een werk dat destijds werd toegewezen aan Benozzo Gozzoli, maar nu wordt beschouwd als een mooi werk van Antoniazzo Romano.

Mis vooral in de eerste kapel rechts de beroemde marmeren groep ‘Noli me tangere’ niet, naar een ontwerp van Bernini en uitgevoerd door Antonio Raggi (1624-1686). Het is voor velen een vrijwel onbekend meesterwerk in Rome. De groep verwijst naar de woorden die de verrezen Christus sprak tot Maria Magdalena, ‘raak Mij niet aan’ (Johannes 20:17). Van Raggi kennen we vooral zijn prachtige stuccowerk in de Gesù, de hoofdkerk van de Jezuïetenorde.

De Via Panisperna kreeg ook bekendheid door een groep toen nog jonge studenten, I ragazzi di Via Panisperna, die later belangrijke wetenschappers zouden worden. De bijnaam van de groep ontstond door de vestiging van het Dipartimento di Fisica Sapienza Università di Roma in deze straat.

Aan dit instituut voor natuurkunde studeerden onder meer Enrico Fermi, Edoardo Amaldi, Ettore Majorana, Bruno Pontecorvo , Franco Rasetti en Emilio Segrè en Oscar D’Agostino. Op deze laatste na, die een chemicus was, waren het allemaal natuurkundigen. In 1934 ontdekten ze in Rome het bestaan van langzaam voortbewegende neutronen, waarmee de basis voor de bouw van de latere kernreactoren maar ook van de atoombom werd gelegd. Regisseur Gianni Amelio maakte in 1988 de film I ragazzi di Via Panisperna, over het leven van deze groep jonge geleerden die elkaar leerden kennen in de Via Panisperna.

Voorlopige agenda S.P.Q.R. – voorjaar 2017

Posted in Romenieuws on 22 januari 2017 by romenieuws

* Zaterdag 28 januari 2017 van 10 u. tot 13 uur. – Algemene kennismakingswandeling in Rome doorheen het historische stadscentrum. Voor beginners. Maximum 6 deelnemers. Gratis voor clubleden. Niet-leden: 10 euro. Aanmelden via mail (met vermelding van datum) op info@spqr.be.


* Zondag 29 januari 2017 van 10 u. tot 13 uur. –
De Gianicolo en Trastevere. Wandeling in Rome. Aansluitend lunch op een fijn adresje mogelijk. Maximum 6 deelnemers. Gratis voor clubleden. Niet-leden: 10 euro (lunch niet inbegrepen). Aanmelden via mail (met vermelding van datum) op
info@spqr.be.


* Zaterdag 18 februari (van 14 tot 20 uur) en zondag 19 februari  (van 14 tot 19 uur) 2017 –
‘VINOFESTIVAL 2017 – Proeven met passie’. Negende Italiaans Wijnfestival. S.P.Q.R. brengt leden-wijnhandelaars/invoerders samen (businessclub voetbalstadion OHL), Kardinaal Mercierlaan 46 in 3001 Heverlee (Leuven). Degustatie van 200 Italiaanse wijnen en ‘Italian Food’. Kijk voor meer details op de website
www.vinofestival.be


*  Maandag 27 februari 2017 van 13.30 tot ca. 17.30 u. –
Rondleiding in Rome, met onder meer Piazza Navona, het Pantheon, Sant’Ignazio, de Trevifontein, de Spaanse Trappen en het Altaar van de Vrede van Augustus. Maximaal 10 deelnemers. Gratis voor clubleden; anderen betalen een vrije bijdrage. Informatie: www.romemetgids.be. Aanmelden via mail (met vermelding van datum) op hugo@spqr.be.


* Dinsdag 28 februari 2017 van 13.30 tot ca. 17.30 u. –
Rondleiding in Rome: Sint-Pietersplein, Sint-Pietersbasiliek en de Engelenburcht. Maximaal 10 deelnemers. Gratis voor clubleden; anderen betalen een vrije bijdrage. Informatie: www.romemetgids.be. Aanmelden via mail (met vermelding van datum) op
hugo@spqr.be.


* Woensdag 1 maart 2017 van 9.30 tot ca. 17.30 u. –
Rondleiding in Rome, met onder meer Forum Romanum, Colosseum, San Clementebasiliek, Capitoolplein en Capitolijnse Musea. Maximaal 10 deelnemers. Gratis voor clubleden; anderen betalen een vrije bijdrage. Informatie: www.romemetgids.be. Aanmelden via mail (met vermelding van datum) op
hugo@spqr.be.


*
Donderdag 2 maart 2017 van 9.30 tot ca. 13 u. Rondleiding in Rome, met onder meer de Gesù, Largo Argentina, Campo de’Fiori, Villa Farnesina en Santa Maria in Trastevere. Maximaal 10 deelnemers. Gratis voor clubleden; anderen betalen een vrije bijdrage. Informatie: www.romemetgids.be. Aanmelden via mail (met vermelding van datum) op
hugo@spqr.be.


* Vrijdag 3 maart 2017 om 20 u. –
‘Gids naar de ziel van Rome’: beleef de Eeuwige Stad zoals de échte Romeinen. Voorstelling van het gelijknamige boek door journaliste Hedwig Zeedijk. Na afloop mogelijkheid tot signeren. Plaats: Lokaal A.1.3. in cultureel centrum Romaanse Poort, Brusselsestraat 63, 3000 Leuven. Toegang: gratis. Graag inschrijven via e-mail (met vermelding ‘Hedwig’ op
eric@spqr.be Organisatie: S.P.Q.R.


* Donderdag 23 maart 2017 om 20 u. –
Romeins recht. Raakpunten met ons hedendaags recht. Lezing door Ludo Giebens. Plaats: Lokaal A.1.3. in cultureel centrum Romaanse Poort, Brusselsestraat 63, 3000 Leuven. Toegang: gratis. Organisatie: S.P.Q.R.


*
Donderdag 21 april 2017 van 20 uur tot 23.30 u. Jaarlijkse receptie S.P.Q.R. in aanwezigheid van prominenten en speciale gasten. Met uitreiking van de 13de Romulusprijs. Locatie: Leuven. Enkel toegankelijk voor clubleden en genodigden. 21 april is de officiële feest- en stichtingsdag van Rome en die dag wordt door onze vereniging jaarlijks op passende wijze gevierd.


* Van zaterdag 29 april 2017 tot en met dinsdag 9 mei 2017
. Elfdaagse archeologische en culturele reis in Albanië langs de breuklijn tussen het West- en Oost-Romeinse Rijk.
Klik hier voor meer reisinformatie.


* Maandag 1 mei 2017 om 10.30 uur. –
 Bezoek aan de tentoonstelling ‘Timeless Beauty’ in het Gallo-Romeins museum in Tongeren. Authentieke objecten, sensuele foto’s van kunstfotograaf Marc Lagrange († 2015), intrigerende teksten van Romeinse auteurs en intieme getuigenissen van hedendaagse vrouwen brengen je in de ban van vrouwelijk schoon. Twee groepen van 20 personen. Begeleiding door professionele gidsen.
De uitnodiging volgt nog maar je kan je nu al inschrijven via chris@spqr.be.

Marcus Aurelius in de Capitolijnse Musea

Posted in Romenieuws on 22 januari 2017 by romenieuws

In de Capitolijnse Musea kan je vanuit zaal XII naar het nieuwe gedeelte van het museumcomplex; als je rechtdoor gaat bereik je Zaal XXV, het zogenaamde ‘Esedra di Marco Aurelio’, waar tegenwoordig het originele ruiterstandbeeld van Marcus Aurelius staat (zie onze vorige bijdrage). Deze moderne overkoepeling wordt beschouwd als een (bescheiden) architecturaal antwoord op sir Norman Fosters ‘Great Court’ van het British Museum in Londen. In het midden staat het ruiterstandbeeld van Marcus Aurelius. Om de begrijpelijke redenen die we gisteren vertelden, gaf men het originele beeld na de jongste restauratie een plaatsje in het museum en werd buiten, op het voetstuk in het midden van Piazza del Campidoglio, een replica geplaatst.

Jammer is wel dat men het beeld in het museum van zijn voetstuk heeft beroofd en erger, het geplaatst heeft als zwevend, op een schuin hellend vlak. Robert Hughes (De zeven levens van Rome, 2011) omschrijft dit als ‘intellectueel vandalisme’. Het is voor de betekenis van dit beeld inderdaad van belang dat zowel de ruiter als het paard horizontaal staan, anders gaat hun robuuste gezag verloren en verliest het kunstwerk een aanzienlijk deel van zijn uitstraling.

In deze nieuwe opstelling, die ongetwijfeld ook zou worden afgekeurd door Michelangelo, wordt het beeld van Marcus Aurelius eigenlijk een parodie op het bronzen beeld van Peter de Grote, de Bronzen Ruiter uit Poesjkins gedicht, dat steigerend op zijn rotsblok in Sint-Petersburg staat. Hoe fraai de exedra ook mag uitgevoerd zijn, een dommere behandeling van een groots kunstwerk uit de oudheid kan men zich nauwelijks voorstellen en treffen we in Rome gelukkig ook niet vaker aan. Maar goed, het beeld zelf blijft gelukkig wat het is: een meesterwerk waarvan men zich tijdens het museumbezoek slechts met moeite kan losmaken.

Let in deze zaal ook op de grote bronzen Hercules, dit beeld werd door Jan Gossaert (1478-1532) in 1509 getekend bij zijn bezoek aan het kort daarvoor opgerichte museum van Sixtus IV (1471-1484). In Palazzo Nuovo bevindt zich vandaag nog steeds deze oudste nog bestaande kunstverzameling ter wereld, die vanaf 1471 op initiatief van Sixtus IV werd samengesteld.

Paus Clemens XII Corsini, de Florentijnse paus die in zijn tijd het roken verbood, maar ook de aanzet gaf voor de bouw van de Trevifontein en de nieuwe gevel van de basiliek San Giovanni in Laterano (Sint-Jan van Lateranen) stelde de collectie in 1734 open voor het publiek en stichtte daarmee het eerste openbaar toegankelijke museum ter wereld. Daarmee was de basis gelegd voor de latere Capitolijnse Musea.

De Henegouwse schilder Jan Gossaert (Mabuse of Maubeuge) behoorde tijdens zijn Italiëreis tot het gevolg van Filips van Bourgondië, de bastaardzoon van Filips de Goede. Gossaert werd, na enkele jaren in Brugge te hebben gewerkt, onder de naam Jennyn van Henegouwe in het Antwerpse schildersgilde ingeschreven (1503).

In zijn vroege periode was hij een van de voornaamste vertegenwoordigers van het Antwerpse maniërisme. In 1508 vertrok hij in het gevolg van Filips van Bourgondië naar Rome, waar hij een levendige belangstelling toonde voor de antieke kunst. Eind 1509 vestigde hij zich te Middelburg. Vanaf 1515 werkte hij daar voor Filips van Bourgondië,samen met de Italiaanse schilder Jacopo de’ Barbari, in het kasteel Souburg.

Hij volgde zijn beschermheer in 1517 naar het kasteel van Wijk bij Duurstede, toen deze bisschop van Utrecht werd. In 1525 keerde hij terug naar Middelburg, wellicht om er in dienst van Adolf van Bourgondië te treden. Intussen voerde hij ook opdrachten uit voor Karel V, Margaretha van Oostenrijk en Christiaan II van Denemarken.

In de ontluiking van de renaissance in de Nederlanden heeft Gossaert een essentiële rol gespeeld. Al in de zestiende eeuw werd hij geroemd als degene die vanuit Italië de kunst had ingevoerd om profane onderwerpen met naaktfiguren te schilderen. Zijn lijnvoering is steeds vast en sierlijk, zijn figuren zijn plastisch gemodelleerd en overtuigend in de ruimte geïntegreerd.

Een reeks portretten van edelen getuigt van een scherpe opmerkingsgave en van een zuiver gevoel voor kleurenharmonie. Werk van zijn hand bevindt zich in o.m. het Rijksmuseum te Amsterdam, het Mauritshuis in Den Haag, de National Gallery in Londen en de Gemäldegalerie in Berlijn.

Marcus Aurelius Antoninus (121-180) heette eigenlijk Marcus Annius Verus en was keizer van 161 tot 180. Hij werd eerst door zijn gelijknamige grootvader en vervolgens (met recht van opvolging, samen met Lucius Verus), nog bij het leven en volgens de wens van keizer Hadrianus, door diens troonopvolger Antoninus Pius, als zoon geadopteerd. Hij huwde in 145 zijn nicht Faustina , dochter van Antoninus Pius, en stelde na diens dood in 161 op eigen gezag zijn adoptiefbroer Lucius Verus (in 169 kinderloos overleden) als medekeizer aan.

Onder nominale leiding van de passieve Verus voerden generaals als Avidius Cassius van 163 tot 165 met succes oorlog tegen de Parthen, waarbij zij Mesopotamië bezetten en tot in Medië doordrongen. Maar in 166 bracht het Romeinse leger uit het oosten de pest mee terug, een besmettelijke ziekte die vijftien jaar lang de bevolking van het Romeinse Rijk en Rome zelf zou decimeren.

Hetzelfde jaar begonnen de aanvallen van Germaanse volken (voornamelijk Marcomannen en Quaden) aan de Midden-Donau, die Marcus Aurelius, met tussenpozen, tot aan zijn dood moest afslaan (deze veldtochten zijn afgebeeld op de reliëfs van de Marcus Aurelius-zuil op Piazza Colonna in Rome). Een bijna ondraaglijke financiële belasting, met algemene verarming was het gevolg. In Voor-Azië liet Avidius Cassius zich in 175 tot keizer uitroepen, maar deze werd na drie maanden door zijn eigen troepen gedood.

Hoewel van nature tot studie en een beschouwelijk leven geneigd, toonde Marcus Aurelius, overtuigd stoïcijn en (incidentele christenvervolgingen ten spijt) humaan wetgever, zich als regent en opperbevelhebber plichtsgetrouw en capabel. Toen hij stierf, volgde Commodus, één van de weinige in leven gebleven kinderen uit zijn gelukkige huwelijk met Faustina, hem zonder oppositie op; naar het later heette, in strijd met een (achteraf geconstrueerd) ‘adoptiesysteem’.

Reeds op zeer jeugdige leeftijd kwam Marcus Aurelius in contact met de filosofie van de Stoa, die zijn leven inhoud zou geven. Als keizer hield hij de laatste tien jaar van zijn leven tijdens zijn lange en zware veldtochten een filosofisch dagboek bij: Ta eis heauton = Aan zichzelf (de titel is niet van de auteur), dat na zijn dood werd uitgegeven. Deze zeer persoonlijke aantekeningen, die niet of nauwelijks geredigeerd en niet gesystematiseerd zijn, doen hem kennen als één van de nobelste figuren uit de klassieke oudheid.

De filosoof op de troon zocht en vond in zijn wijsgerige overtuiging verhaal en steun voor de ongemakken van het leven en voor de zware verantwoordelijkheid die zijn hoge positie hem oplegde. Evenals dat van de door hem vereerde Epictetus (een Stoïcijns filosoof uit de eerste eeuw na Chr.) is ook Marcus Aurelius’ stoïcisme vooral een praktische levensfilosofie.

Een richtsnoer voor het bestaan vindt hij gegeven in de oude stoïsche spreuk: volg de natuur. De natuur is in laatste aanleg zowel rationeel als goddelijk; de mens kan zich derhalve getroost schikken in het onvermijdelijke en berusten in de anonimiteit van het rationele natuurlijke gebeuren. Dat betekent: leven met de goden, met het goddelijke dat in de natuur zowel als in de mensheid aanwezig is.

Voor het innerlijke leven moet men ervan uitgaan dat alleen de rationele vermogens waarde hebben. Aan ons gebruik daarvan kan niemand tornen. Al het andere is eigenlijk irrelevant. Men moet daarom vergevend tegenover zijn medemensen staan, die alleen uit onwetendheid nalaten het goede te doen.

De keizer hield als een strenge schoolmeester zijn onderdanen ernstige lessen voor. Zoals: ‘Als je ’s morgens vroeg niet uit je bed kunt komen, bedenk dan, ik sta toch op om mijn taak als mens te vervullen. Ben ik soms geschapen om onder de dekens te blijven? Maar, zeg je, dat is wel zo prettig! Ben je dan voor het plezier geboren? Zie je niet hoe de planten, de mussen, de mieren, de spinnen, de bijen, allemaal hun eigen werk doen? Wil jij dan niet je mensentaak verrichten….?’.

Toch was deze keizer zeer geliefd, hij bestuurde humaan maar zonder veel kracht. Zijn zwakheid bleek vooral noodlottig in de keuze van zijn opvolger, zijn ontaarde zoon Commodus die aan grootheidswaanzin leed en het behoorlijk bont heeft gemaakt.

Het ruiterstandbeeld van Marcus Aurelius

Posted in Romenieuws on 20 januari 2017 by romenieuws

Wie Rome bezoekt, zal vroeg ook laat ongetwijfeld ook terechtkomen op Piazza del Campidoglio. Als je de imposante trap naar het plein opklimt zie je recht voor je het stadhuis van Rome, links en rechts bevinden zich de Capitolijnse Musea. In het midden van het plein staat het beroemde bronzen en oorspronkelijk vergulde ruiterstandbeeld van keizer Marcus Aurelius. Het beeld op het plein is echter een replica. Het origineel verdween in 1981 van het plein voor een dringende restauratie. Het voetstuk stond er daarna meer dan tien jaar leeg en eenzaam bij, tot naar aanleiding van het 2750-jarig bestaan van de stad Rome op zondag 20 april 1997 deze kopie onthuld werd.

Vele toeristen beschouwen deze kopie echter als het originele beeld uit de tweede eeuw. Dat bevindt zich sinds 2007 echter in een speciaal daartoe gebouwde ruimte, het zogenaamde ‘Esedra di Marco Aurelio’ in het Capitolijns museum. De matigheid van de kopie op het plein valt pas op als je beide beelden vlak na elkaar grondig bestudeert. Oppervlakkig bekeken zijn er uiteraard heel wat gelijkenissen maar een aandachtige toeschouwer zal al gauw moeten toegeven dat de kunstenaars uit de oudheid met veel meer finesse tewerk gingen dan hun opvolgers uit de jaren ’90 van de vorige eeuw.

Het ruiterstandbeeld van Marcus Aurelius neemt in de westerse kunstgeschiedenis een belangrijke plaats in. Het is één van de weinige soortgelijke beelden uit de Oudheid dat bewaard is gebleven en heeft als prototype gediend voor alle ruiterstandbeelden van de renaissance tot vandaag. Toen Goethe het beeld voor het eerst zag, deed het hem denken aan het standbeeld van de Commendatore uit Don Giovanni (Mozart).

Het 4 m hoge, bijna 4 m lange en 2,5 ton wegende monument dateert wellicht van 166 na Chr. toen de keizer de titel Pater Patriae kreeg. Het beeld bestaat uit 26 delen waarbij op de samenvoegingen onedele metalen zoals lood werden gebruikt. Als gevolg van de verzuring van het milieu in de jaren ’60, ’70 en ’80 van de vorige eeuw kwam er een meedogenloos chemisch proces op gang. Onedele metalen lossen op in een zure omgeving, zodat het bronzen beeld langzaam maar zeker haast letterlijk uit elkaar begon te vallen. De ingreep om het beeld te restaureren en op een veilige plaats te bewaren had niet veel langer moeten uitblijven.

Wie het beeld bekijkt merkt meteen op dat de ruiter geen zadel en geen stijgbeugels heeft, hij houdt met de linkerhand de teugels in. De Romeinen kenden immers geen stijgbeugels. Naarmate het paard zich meer verspreidde vanuit de vlakten van Oost-Europa en het Centraal-Aziatische gebied, nam ook de betekenis van het paard voor de oorlogvoering toe. Aanvankelijk gebruikte men paarden alleen als trekkrachten voor de strijdwagens.

De echte cavalerie, de krijgsman te paard, wordt voor het eerst opgemerkt rond 650 v. Chr. bij de Assyriërs. Scythen, Meden, Perzen en Grieken maakten ook al op ruime schaal gebruik van de ruiterij. Onder Alexander de Grote speelde zij de voornaamste rol bij de verovering van het Perzische Rijk. Lange tijd bleef de cavalerie in Azië het belangrijkste wapen. Bij de Romeinen kwam echter de infanterie naar voren als hoofdwapen: zij kenden slechts de lichte ruiterij.

Toen in latere eeuwen door de invoering van stijgbeugels (die de Assyriërs al kenden, maar die in de vergetelheid waren geraakt) en het zadel de stootkracht van het paard tegen de tegenstander gebruikt kon gaan worden, werd geleidelijk de ruiterij en in het bijzonder de zware ruiterij het voornaamste (slag)wapen. Gaandeweg werden ook steviger en zwaardere paardenrassen gefokt, die geharnaste krijgers konden dragen en zelf ook van een harnas konden worden voorzien.

Kenners beweren dat het paard van Marcus Aurelius Hongaars is, Pannonisch, maar ook dat sommige dingen aan het paard niet helemaal kloppen, kijk bijvoorbeeld naar de toch wel immense buik. Wel is de combinatie paard-ruiter voor wie naar het beeld kijkt overtuigend, massief en licht tegelijk. Het beste standpunt om de verhoudingen goed te bekijken heb je schuinlinks vóór het beeld. Tot een stuk in de twaalfde eeuw lag onder de opgeheven voorhoef het beeld van een overwonnen gevangene, wellicht een koning met gebonden handen.

Marcus Aurelius is op dit ruiterstandbeeld gekleed in tunica en een paludamentum, de mantel van een legeraanvoerder of veldheer. De klederdracht van de Romeinen komt voort uit die van de Grieken. Over de tunica droegen de mannen gewoonlijk de toga. De keizer heft zijn rechterhand op ter begroeting van de troepen, dezelfde hand waarmee hij zijn filosofische werk ‘Ta eis heauton’ schreef.

Aan het einde van de achtste eeuw werd het standbeeld, in de overtuiging dat de ruiter keizer Constantijn voorstelde, in opdracht van de paus voor de basiliek van Sint-Jan van Lateranen geïnstalleerd, op de plaats waar zich nu de gelijknamige enorme obelisk bevindt. Het was voor de paus in die tijd logisch het beeld van de eerste christelijke keizer te plaatsen bij de eerste christelijke basiliek die hij in Rome bouwde.

Het heeft lang geduurd vooraleer de ware identiteit van de ruiter bekend raakte. Men heeft in de loop de eeuwen niet enkel aan Constantijn gedacht, maar ook aan Hadrianus, Antoninus Pius, Lucius Verus, Commodus, Septimius Severus en zelfs aan de in Pannonië geboren Theodorik de Grote (456-526), die regeerde van 474 tot 526. Van 462 tot 472 leefde Theodorik als gijzelaar aan het Byzantijnse hof. Daarna nam hij deel aan de oorlogen waarin zijn vader Theodemir gewikkeld was.

Na de dood van zijn vader werd hij koning van de Ostrogoten (474/475) en heroverde hij, in opdracht van de Byzantijnse keizer Zeno, Italië op Odoaker. Hoewel hij de soevereiniteit van de Byzantijnse keizer erkende, noemde Theodorik zich koning van Italië en stichtte het Ostrogotische Rijk. Hij breidde het rijk door veroveringen uit, zodat het zich ten slotte uitstrekte over Italië met Sicilië, Dalmatië, een deel van Pannonië, Binnen-Noricum en Raetië.

Hij probeerde de vrede onder de Germaanse volkeren te handhaven en regelde in het binnenland het staatsbestuur op milde wijze. Hij begunstigde de landbouw en versierde de grote steden met kerken, paleizen, enz. Toch bleef het wantrouwen tussen Italianen en Goten bestaan, o.a. bij de orthodoxe geestelijkheid, die zich niet kon verzoenen met de overheersing van ‘ariaanse ketters’. In legenden en sagen treedt Theodorik vaak op als Dietrich von Bern.

Het beeld van Marcus Aurelius werd op een bepaald moment ook vereenzelvigd met Quintus Quirinus, een oud-Romeinse krijgsgod, waarschijnlijk van Sabijnse oorsprong, die in Rome werd vereerd op de Quirinalis. Samen met Jupiter en Mars vormde Quirinus een oude trias, die later werd vervangen door Jupiter, Juno en Minerva. Een afzonderlijke priester, de flamen Quirinalis, verzorgde zijn dienst.

Pas tijdens het pontificaat van Sixtus IV della Rovere (1471-1484) ontdekte men dat het Marcus Aurelius betrof, maar indien de paus zou geweten hebben dat het om de keizer ging die de heiligen Blandina, Ponthinus en Justinus had laten martelen, dan was het beeld zeker niet blijven bestaan.

Toen Paulus III Allessandro Farnese (1468-1549) besliste dat het ruiterstandbeeld een plaats moest krijgen op het te renoveren Piazza del Campidoglio tekende Michelangelo Buonarroti (1475-1564) hiertegen protest aan, waarom is niet duidelijk. Michelangelo zou wel het nieuwe plein ontwerpen. De paus trok zich niets aan van de protesten van Michelangelo, die van deze paus nochtans grote opdrachten had gekregen, waaronder de voltooiing van Palazzo Farnese, het koepelplan voor de Sint-Pietersbasiliek en het Laatste Oordeel in de Sixtijnse Kapel. Titiaan schilderde overigens het beroemde portret van de 76-jarige paus, dat vandaag te zien is in het Museo di Capodimonte in Napels.

Toen Michelangelo in 1537 ereburger van Rome werd was de kunstenaar hierdoor echter zo gevleid dat hij het ruiterstandbeeld toch integreerde in zijn ontwerp voor de nieuwe Piazza del Campidoglio. Daarom tekende Michelangelo in 1536 een ovaal voetstuk voor het beeld. Zijn ontwerp werd in 1538 gerealiseerd, gebruik makend van materiaal dat afkomstig was van de tempel van Castor en Pollux op het Forum Romanum.

De verhuis van het ruiterstandbeeld gebeurde kort daarna, men benoemde bij die gelegenheid zelfs een ‘bewaker’, wat later een felbegeerde functie werd. Deze toezichthouder werd elk jaar beloond met tien pond was, drie pond peper, zes paar handschoenen en twee kruiken wijn.

Deze sokkel is het enige ‘beeldhouwwerk’ van Michelangelo dat zich vandaag nog in open lucht bevindt. Het oorspronkelijke tweede-eeuwse voetstuk van het ruiterstandbeeld werd in 1663 nabij Sint-Jan van Lateranen teruggevonden in de resten van de villa van Domitia Lucilla (Via dell’Amba Aradam 8), de moeder van Marcus Aurelius, die er zijn jeugd doorbracht.

Even de tijdlijn samenvatten hoe de plannen die Michelangelo in 1536 voor deze Piazza maakte werden uitgevoerd. Het ruiterstandbeeld met de nieuwe sokkel werd geplaatst in 1538. De trap, de cordonata, was pas klaar in 1559, en het plein zelf gedeeltelijk in 1578. In 1562 begon men met de bouw van de nieuwe gevel voor het bestaande Palazzo dei Conservatori (het Conservatorenpaleis, rechts, thans de toegang tot de Capitolijnse Musea, waaraan het eveneens tot museum ingerichte Palazzo Caffarelli aansluit). Deze werken duurden tot 1572

Bij de dood van Michelangelo in 1564 was enkel de uiterste rechterbeuk klaar. Het achterliggende Palazzo Senatorio (het Senatorenpaleis, thans het stadhuis van Rome) kreeg vanaf 1546 een nieuwe gevel maar de werkzaamheden zouden duren tot 1605. De bouw van Palazzo Nuovo (links) startte officieel in 1603 maar de eigenlijke werken werden pas uitgevoerd tussen 1644 en 1654. In dezelfde periode werd de Via delle Tre Pile (de derde toegangsweg tot de Campidoglio) aangelegd en raakte Piazza del Campidoglio eindelijk voltooid.

Hoewel: het beroemde motief van de bestrating van het plein werd pas in 1940 uitgevoerd naar een originele ets van Michelangelo. Dit motief vind je samen met het ruiterstandbeeld van Marcus Aurelius overigens ook terug op de Italiaanse stukken van 50 eurocent. Het Michelangelo-motief wordt ook vandaag nog door de stad Rome regelmatig gebruikt; je vindt het bv. terug op de doorgangsbewijzen en parkeerkaarten van de Romeinen.

In het zadel voor Rome – Lezing over de Romeinse cavalerie

Posted in Romenieuws on 20 januari 2017 by romenieuws

Archeoloog Bernard Vandaele (Project Quintus) organiseert als eerbetoon aan zijn overleden viervoeter Evion op vrijdag 10 februari om 20 uur in Leuven een benefietlezing over de Romeinse ruiterij. Plaats van afspraak: Romaanse Poort, Brusselsestraat 63, zaal A.13 (vanaf 19.30 uur, start lezing om 20 uur). Inschrijven kan via storting 20 euro op rekening nr. BE 48 7350 3265 4127 van de Sympathisanten van Project Quintus.

Spreker Bernard Vandaele studeerde archeologie aan de KU Leuven en nam sindsdien deel aan verschillende opgravingscampagnes, waaronder negen zomers op de beroemde site van Sagalassos in Turkije. Door zelfstudie specialiseerde hij zich in alles wat met het Romeinse leger te maken heeft. Als de Romeinse legionair Quintus geeft hij jaarlijks vele educatieve lezingen in scholen. Hij publiceerde tevens aantal wetenschappelijke artikels en vier boeken over de Romeinse strijdmacht.

Bernard Van Daele is tevens voorzitter Romeinse re-enacting groep Legio XI Claudia Pia Fidelis, die reeds tien jaar bestaat. Deze groep enthousiastelingen houden zowel in binnen- als buitenland wetenschappelijk verantwoorde reconstructies van het Romeinse militaire en civiele leven uit de eerste eeuw v. Chr. In 2010 ontving Bernard Van Daele de Romulusprijs van onze Romevereniging S.P.Q.R.