De Santa Maria di Loreto en de Santissimo Nome di Maria

Een bezoek aan de Santa Maria di Loreto aan Piazza Madonna di Loreto 26 is de moeite waard. Het niet zo heel grote gebouw werd omstreeks 1510 neergezet op de resten van een oudere kerk. De ontwerpers waren Antonio da Sangallo de Jongere (1483-1546) die net in Rome was aangekomen, samen met zijn oom Giuliano (1445-1516). Antonio kennen we als de ontwerper van palazzo Farnese en de piccola Farnesina, het huidige Museo Barrocco. De kerk heeft een hele tijd in de steigers gestaan en is nu gerestaureerd.

Da Sangallo ging uit van een vierkant grondplan en koos voor een kerk in een eclectische stijl. De gevel van de Santa Maria di Loreto wordt door dubbele pilaren in drie verdeeld, waardoor een Toscaanse indruk (stijl Brunelleschi) wordt gewekt. In feite is het gebouw een mengeling van de klassieke stijl van Bramante die toen pas enige bekendheid had verworven, samen met het ‘maniërisme’ van Michelangelo.

De Siciliaan Jacopo (of Giacomo) del Duca (1520-1604), een leerling van Michelangelo, was tussen 1573 en 1585 verantwoordelijk voor enkele uitbreidingen aan het kerkgebouw. Hij voegde de koepel en de kerktoren toe en bouwde de grote achthoekige tamboer onder de koepel. Uitwendig heeft de kerk een kubusvorm, inwendig is ze echter octogonaal, geïnspireerd door de hallen in de Romeinse thermen.

Binnen gaat de aandacht naar twee engelenbeelden door Stefano Maderno, die links en rechts geheel vooraan in het koor boven de deuren staan Let in het koor ook op een merkwaardig beeld uit 1630-1833 rechts van de tweede sacristiedeur, het toont de heilige Suzanna en werd uitgevoerd door ‘onze’ Frans Duquesnoy (1594-1643), hier gekend als Francesco Fiammingho. Deze Brusselaar verbleef in Rome tussen 1618 en 1643, werkte een tijd in het atelier van Bernini en was een vriend van Poussin met wie hij enige tijd samenwoonde.

De toestand van de koepel en een gedeelte van de gevel was jarenlang beangstigend omwille van de barsten maar deze zijn nu dus gerestaureerd, al is het nog niet duidelijk of alle problemen werden opgelost. Links in het koor vind je de toegang tot de druk bezochte kapel van Santa Maria di Loreto.

De kerk naast de Santa Maria di Loreto lijkt voor een nietsvermoedend oog wel een soort tweelingkerk, maar dit gebouw, de Chiesa del Santissimo Nome di Maria al Foro Traiano (Piazza Foro Traiano 89), is twee eeuwen jonger. Ze werd tussen 1736 en 1741 gebouwd door de in 1688 goedgekeurde Congregatie van de Allerheiligste Naam van Maria, genoemd naar de feestdag (12 september) die door Paus Innocentius XI was ingesteld na de overwinning op de Turken en de bevrijding van Wenen in 1683.

De kerk mag niet worden verward met de gelijknamige gewijde kerk aan de Via Latina, in het zuidoosten van de stad, een moderne kerk die pas in 1980 werd gebouwd.

Het gebouw tussen deze beide kerken is palazzo Valentini, de zetel van de Provincie Rome, waar je ondergronds tijdens een mooie rondleiding de restanten van een paar oude Romeinse villa’s kan bezoeken. De ingang bevindt zich net als de ingang van beide kerken ook aan de zijde van het Forum. Ook het restaurant en de enoteca van de provincie Rome vind je hier; je kan er allerlei lekkere wijnen en producten uit de regio Lazio kopen en proeven.

De Santissimo Nome di Maria al Foro Traiano bevindt zich vlak tegenover de Zuil van Trajanus. Ze werd ontworpen door de Franse architect Antoine Derizet en is ovaal van vorm. Het interieur van de kerk is elliptisch met zeven straalvormige kapellen, versierd met veelkleurig marmer. Boven het hoofdaltaar hangt een schilderij van de Maagd Maria, dat zich oorspronkelijk in het Oratorium van de San Lorenzo van Lateranen bevond.

Zes jaar na hun stichting, in 1694, vestigde de Congregatie zich in de kerk van San Bernardo a Colonna Traiani, die naast de huidige Santissimo Nome di Maria stond, maar die in 1748 is afgebroken. De Chiesa del Santissimo Nome di Maria was van 29 april 1969 tot 15 maart 1992 de titelkerk van de Italiaanse kardinaal Sergio Guerri en is sinds 21 februari 1998 de titelkerk van de Colombiaanse kardinaal-diaken Darío Castrillón Hoyos.

ACHTERGROND

De naam da Sangallo of da San Gallo raakte in de vijftiende en zestiende eeuw erg bekend in Firenze en Rome. Het Florentijnse kunstenaarsgeslacht dat eigenlijk Giamberti heette, was vooral werkzaam op het gebied van de architectuur en de beeldhouwkunst.

Er zijn vier telgen uit de familie die het vermelden waard zijn .

Giuliano da Sangallo (1445-1516) was architect, beeldhouwer, schilder, tekenaar en ingenieur. In de Madonna delle Carceri in Prato, in 1491 voltooid, bereikte hij een haast volmaakte oplossing van het tijdens de renaissance erg in de belangstelling staande thema van de centrale ruimte. In Firenze bouwde hij de sacristie van de Santo Spirito (1489-1493) en de palazzi Gondi (vanaf 1490) en de Scala-Gherardesca (kort na 1490; in de zestiende eeuw gewijzigd en vergroot). Als tekenaar verwerkte hij zowel de lessen van de klassieke kunst als die van Botticelli, Filippino Lippi en Leonardo da Vinci.

Antonio (il Vecchio) da Sangallo (1455-1534) was eveneens architect en beeldhouwer en werkte vaak samen met zijn broer Giuliano. Hij bouwde in Montepulciano voor kardinaal del Monte, de latere paus Julius III het Palazzo Cocconi. De San Biagio (1518-1545) bij Montepulciano, zijn meesterwerk, stond sterk onder invloed van Bramantes ontwerp voor de Sint-Pietersbasiliek in Rome. De in een heuvellandschap gesitueerde pelgrimskerk is een centraalbouw in de vorm van een Grieks kruis met een koepel. Door deze symmetrische vorm en de toepassing van volmaakte maten en proporties werd de kerk als een afspiegeling van Gods schepping beschouwd.

Antonio (il Giovane) da Sangallo (1483-1546) was een neef van Antonio il Vecchio en aanvankelijk één van de medewerkers van Bramante in Rome, waar hij vanaf 1503 verbleef en in 1507 de voormelde Santa Maria di Loreto ontwierp (slechts de begane grond is naar zijn plannen uitgevoerd, de koepel werd zoals verteld aan het einde van de zestiende eeuw voltooid door Michelangelo’s leerling Jacopo del Duca).

In 1520 volgde hij Rafaël op als leider van de bouwactiviteit aan de Sint-Pietersbasiliek. In zijn ontwerp (1534) week hij af van de centraalbouw van Bramante (die uit liturgisch oogpunt minder geschikt werd geacht), ten gunste van een lengterichting. Het niet-uitgevoerde ontwerp met koepel en torens maakt door de vele geledingen een drukke en verbrokkelde indruk.

Zijn voornaamste werk is het palazzo Farnese in Rome, dat niet als een gesloten bouwblok werd ontworpen, maar door een groot, in drie schepen verdeeld atrium, een ruime cortile en de galleria op de verdieping, een lengteas als belangrijke karakteristiek heeft. Da Sangallo begon in 1517 aan de bouw; na zijn dood in 1546 voegde Michelangelo de bovenverdieping naar eigen ontwerp eraan toe.

De Santo Spirito in Sassia, tijdens de Sacco di Roma bijna volledig verwoest, werd door Antonio il Giovane herbouwd en de façade werd omstreeks 1585 voltooid naar een tekening van zijn hand. Bekend is ook het Palazzo Sacchetti in de Via Giulia, dat Da Sangallo voor zichzelf als woonhuis bouwde (1542). Hij assisteerde Rafaël bij de bouw van de slechts voor een deel uitgevoerde Villa Madama (1517) in Rome.

Francesco da Sangallo, bijgenaamd ‘il Margotta’ of kiemplant (1494-1576) trok op tienjarige leeftijd met zijn vader Giuliano in 1504 naar Rome. Hij was vooral beeldhouwer en medailleur en vervaardigde o.m. fraaie naturalistische portretkoppen en sculpturen (sibyllen en profeten) voor het heiligdom van de Santa Maria in Loreto.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s