Het ruiterstandbeeld van Marcus Aurelius

Wie Rome bezoekt, zal vroeg ook laat ongetwijfeld ook terechtkomen op Piazza del Campidoglio. Als je de imposante trap naar het plein opklimt zie je recht voor je het stadhuis van Rome, links en rechts bevinden zich de Capitolijnse Musea. In het midden van het plein staat het beroemde bronzen en oorspronkelijk vergulde ruiterstandbeeld van keizer Marcus Aurelius. Het beeld op het plein is echter een replica. Het origineel verdween in 1981 van het plein voor een dringende restauratie. Het voetstuk stond er daarna meer dan tien jaar leeg en eenzaam bij, tot naar aanleiding van het 2750-jarig bestaan van de stad Rome op zondag 20 april 1997 deze kopie onthuld werd.

Vele toeristen beschouwen deze kopie echter als het originele beeld uit de tweede eeuw. Dat bevindt zich sinds 2007 echter in een speciaal daartoe gebouwde ruimte, het zogenaamde ‘Esedra di Marco Aurelio’ in het Capitolijns museum. De matigheid van de kopie op het plein valt pas op als je beide beelden vlak na elkaar grondig bestudeert. Oppervlakkig bekeken zijn er uiteraard heel wat gelijkenissen maar een aandachtige toeschouwer zal al gauw moeten toegeven dat de kunstenaars uit de oudheid met veel meer finesse tewerk gingen dan hun opvolgers uit de jaren ’90 van de vorige eeuw.

Het ruiterstandbeeld van Marcus Aurelius neemt in de westerse kunstgeschiedenis een belangrijke plaats in. Het is één van de weinige soortgelijke beelden uit de Oudheid dat bewaard is gebleven en heeft als prototype gediend voor alle ruiterstandbeelden van de renaissance tot vandaag. Toen Goethe het beeld voor het eerst zag, deed het hem denken aan het standbeeld van de Commendatore uit Don Giovanni (Mozart).

Het 4 m hoge, bijna 4 m lange en 2,5 ton wegende monument dateert wellicht van 166 na Chr. toen de keizer de titel Pater Patriae kreeg. Het beeld bestaat uit 26 delen waarbij op de samenvoegingen onedele metalen zoals lood werden gebruikt. Als gevolg van de verzuring van het milieu in de jaren ’60, ’70 en ’80 van de vorige eeuw kwam er een meedogenloos chemisch proces op gang. Onedele metalen lossen op in een zure omgeving, zodat het bronzen beeld langzaam maar zeker haast letterlijk uit elkaar begon te vallen. De ingreep om het beeld te restaureren en op een veilige plaats te bewaren had niet veel langer moeten uitblijven.

Wie het beeld bekijkt merkt meteen op dat de ruiter geen zadel en geen stijgbeugels heeft, hij houdt met de linkerhand de teugels in. De Romeinen kenden immers geen stijgbeugels. Naarmate het paard zich meer verspreidde vanuit de vlakten van Oost-Europa en het Centraal-Aziatische gebied, nam ook de betekenis van het paard voor de oorlogvoering toe. Aanvankelijk gebruikte men paarden alleen als trekkrachten voor de strijdwagens.

De echte cavalerie, de krijgsman te paard, wordt voor het eerst opgemerkt rond 650 v. Chr. bij de Assyriërs. Scythen, Meden, Perzen en Grieken maakten ook al op ruime schaal gebruik van de ruiterij. Onder Alexander de Grote speelde zij de voornaamste rol bij de verovering van het Perzische Rijk. Lange tijd bleef de cavalerie in Azië het belangrijkste wapen. Bij de Romeinen kwam echter de infanterie naar voren als hoofdwapen: zij kenden slechts de lichte ruiterij.

Toen in latere eeuwen door de invoering van stijgbeugels (die de Assyriërs al kenden, maar die in de vergetelheid waren geraakt) en het zadel de stootkracht van het paard tegen de tegenstander gebruikt kon gaan worden, werd geleidelijk de ruiterij en in het bijzonder de zware ruiterij het voornaamste (slag)wapen. Gaandeweg werden ook steviger en zwaardere paardenrassen gefokt, die geharnaste krijgers konden dragen en zelf ook van een harnas konden worden voorzien.

Kenners beweren dat het paard van Marcus Aurelius Hongaars is, Pannonisch, maar ook dat sommige dingen aan het paard niet helemaal kloppen, kijk bijvoorbeeld naar de toch wel immense buik. Wel is de combinatie paard-ruiter voor wie naar het beeld kijkt overtuigend, massief en licht tegelijk. Het beste standpunt om de verhoudingen goed te bekijken heb je schuinlinks vóór het beeld. Tot een stuk in de twaalfde eeuw lag onder de opgeheven voorhoef het beeld van een overwonnen gevangene, wellicht een koning met gebonden handen.

Marcus Aurelius is op dit ruiterstandbeeld gekleed in tunica en een paludamentum, de mantel van een legeraanvoerder of veldheer. De klederdracht van de Romeinen komt voort uit die van de Grieken. Over de tunica droegen de mannen gewoonlijk de toga. De keizer heft zijn rechterhand op ter begroeting van de troepen, dezelfde hand waarmee hij zijn filosofische werk ‘Ta eis heauton’ schreef.

Aan het einde van de achtste eeuw werd het standbeeld, in de overtuiging dat de ruiter keizer Constantijn voorstelde, in opdracht van de paus voor de basiliek van Sint-Jan van Lateranen geïnstalleerd, op de plaats waar zich nu de gelijknamige enorme obelisk bevindt. Het was voor de paus in die tijd logisch het beeld van de eerste christelijke keizer te plaatsen bij de eerste christelijke basiliek die hij in Rome bouwde.

Het heeft lang geduurd vooraleer de ware identiteit van de ruiter bekend raakte. Men heeft in de loop de eeuwen niet enkel aan Constantijn gedacht, maar ook aan Hadrianus, Antoninus Pius, Lucius Verus, Commodus, Septimius Severus en zelfs aan de in Pannonië geboren Theodorik de Grote (456-526), die regeerde van 474 tot 526. Van 462 tot 472 leefde Theodorik als gijzelaar aan het Byzantijnse hof. Daarna nam hij deel aan de oorlogen waarin zijn vader Theodemir gewikkeld was.

Na de dood van zijn vader werd hij koning van de Ostrogoten (474/475) en heroverde hij, in opdracht van de Byzantijnse keizer Zeno, Italië op Odoaker. Hoewel hij de soevereiniteit van de Byzantijnse keizer erkende, noemde Theodorik zich koning van Italië en stichtte het Ostrogotische Rijk. Hij breidde het rijk door veroveringen uit, zodat het zich ten slotte uitstrekte over Italië met Sicilië, Dalmatië, een deel van Pannonië, Binnen-Noricum en Raetië.

Hij probeerde de vrede onder de Germaanse volkeren te handhaven en regelde in het binnenland het staatsbestuur op milde wijze. Hij begunstigde de landbouw en versierde de grote steden met kerken, paleizen, enz. Toch bleef het wantrouwen tussen Italianen en Goten bestaan, o.a. bij de orthodoxe geestelijkheid, die zich niet kon verzoenen met de overheersing van ‘ariaanse ketters’. In legenden en sagen treedt Theodorik vaak op als Dietrich von Bern.

Het beeld van Marcus Aurelius werd op een bepaald moment ook vereenzelvigd met Quintus Quirinus, een oud-Romeinse krijgsgod, waarschijnlijk van Sabijnse oorsprong, die in Rome werd vereerd op de Quirinalis. Samen met Jupiter en Mars vormde Quirinus een oude trias, die later werd vervangen door Jupiter, Juno en Minerva. Een afzonderlijke priester, de flamen Quirinalis, verzorgde zijn dienst.

Pas tijdens het pontificaat van Sixtus IV della Rovere (1471-1484) ontdekte men dat het Marcus Aurelius betrof, maar indien de paus zou geweten hebben dat het om de keizer ging die de heiligen Blandina, Ponthinus en Justinus had laten martelen, dan was het beeld zeker niet blijven bestaan.

Toen Paulus III Allessandro Farnese (1468-1549) besliste dat het ruiterstandbeeld een plaats moest krijgen op het te renoveren Piazza del Campidoglio tekende Michelangelo Buonarroti (1475-1564) hiertegen protest aan, waarom is niet duidelijk. Michelangelo zou wel het nieuwe plein ontwerpen. De paus trok zich niets aan van de protesten van Michelangelo, die van deze paus nochtans grote opdrachten had gekregen, waaronder de voltooiing van Palazzo Farnese, het koepelplan voor de Sint-Pietersbasiliek en het Laatste Oordeel in de Sixtijnse Kapel. Titiaan schilderde overigens het beroemde portret van de 76-jarige paus, dat vandaag te zien is in het Museo di Capodimonte in Napels.

Toen Michelangelo in 1537 ereburger van Rome werd was de kunstenaar hierdoor echter zo gevleid dat hij het ruiterstandbeeld toch integreerde in zijn ontwerp voor de nieuwe Piazza del Campidoglio. Daarom tekende Michelangelo in 1536 een ovaal voetstuk voor het beeld. Zijn ontwerp werd in 1538 gerealiseerd, gebruik makend van materiaal dat afkomstig was van de tempel van Castor en Pollux op het Forum Romanum.

De verhuis van het ruiterstandbeeld gebeurde kort daarna, men benoemde bij die gelegenheid zelfs een ‘bewaker’, wat later een felbegeerde functie werd. Deze toezichthouder werd elk jaar beloond met tien pond was, drie pond peper, zes paar handschoenen en twee kruiken wijn.

Deze sokkel is het enige ‘beeldhouwwerk’ van Michelangelo dat zich vandaag nog in open lucht bevindt. Het oorspronkelijke tweede-eeuwse voetstuk van het ruiterstandbeeld werd in 1663 nabij Sint-Jan van Lateranen teruggevonden in de resten van de villa van Domitia Lucilla (Via dell’Amba Aradam 8), de moeder van Marcus Aurelius, die er zijn jeugd doorbracht.

Even de tijdlijn samenvatten hoe de plannen die Michelangelo in 1536 voor deze Piazza maakte werden uitgevoerd. Het ruiterstandbeeld met de nieuwe sokkel werd geplaatst in 1538. De trap, de cordonata, was pas klaar in 1559, en het plein zelf gedeeltelijk in 1578. In 1562 begon men met de bouw van de nieuwe gevel voor het bestaande Palazzo dei Conservatori (het Conservatorenpaleis, rechts, thans de toegang tot de Capitolijnse Musea, waaraan het eveneens tot museum ingerichte Palazzo Caffarelli aansluit). Deze werken duurden tot 1572

Bij de dood van Michelangelo in 1564 was enkel de uiterste rechterbeuk klaar. Het achterliggende Palazzo Senatorio (het Senatorenpaleis, thans het stadhuis van Rome) kreeg vanaf 1546 een nieuwe gevel maar de werkzaamheden zouden duren tot 1605. De bouw van Palazzo Nuovo (links) startte officieel in 1603 maar de eigenlijke werken werden pas uitgevoerd tussen 1644 en 1654. In dezelfde periode werd de Via delle Tre Pile (de derde toegangsweg tot de Campidoglio) aangelegd en raakte Piazza del Campidoglio eindelijk voltooid.

Hoewel: het beroemde motief van de bestrating van het plein werd pas in 1940 uitgevoerd naar een originele ets van Michelangelo. Dit motief vind je samen met het ruiterstandbeeld van Marcus Aurelius overigens ook terug op de Italiaanse stukken van 50 eurocent. Het Michelangelo-motief wordt ook vandaag nog door de stad Rome regelmatig gebruikt; je vindt het bv. terug op de doorgangsbewijzen en parkeerkaarten van de Romeinen.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s