Archief voor 12 februari 2017

De Via del Banco di Santo Spirito

Posted in Romenieuws on 12 februari 2017 by romenieuws

De Via del Banco di Santo Spirito, die wandelaars van de Corso Vittorio Emanuele II naar de Ponte Sant’Angelo en de Engelenburcht voert, heette vroeger de ‘Canale di Ponte’ omdat de straat bij de vele overstromingen van de Tiber destijds regelmatig letterlijk in een kanaal veranderde. Op de Arco dei Banchi naast huis nr. 47 in deze straat, zie je op de linkerzijde van deze boog een heel oude inscriptie in gotische letters die aangeeft hoe hoog het water in Rome steeg in het jaar 1276. Een plezante voorbijganger kraste honderden jaren geleden zijn naam eveneens in het marmer, helemaal bovenaan de steen, we lezen: ‘1640 Giovan Lupo’.

Deze boog was ooit de toegangspoort tot het eerste bankkantoor van de uit Siena afkomstige Agostino Chigi (1465-1520). Chigi, afkomstig uit een prinselijk geslacht uit Siena behoorde tot de allerhoogste kringen, was de rijkste handelsbankier in Europa en had ruim honderd kantoren van Caïro tot Londen. Dat was in die tijd een ongelooflijke prestatie. Men noemde hem ‘de grote koopman van de christenheid’ omdat hij hier jarenlang de pauselijke tiara als onderpand hield voor een lening van 40.000 goudstukken aan Julius II (1503-1513).

Deze lening werd weliswaar nooit terugbetaald, want de gefrustreerde paus liet de tiara uiteindelijk terughalen door zijn soldaten. Als compensatie stond Julius II della Rovere de bankier toe om het della Rovere-familiewapen, een gouden boom op blauwe achtergrond, in zijn eigen wapenschild, zes gestileerde gouden bergjes met daarboven de ster van Bethlehem op een rood veld, op te nemen. Het is het schild dat bijvoorbeeld nog steeds te zien is op de colonnade van het Sint Pietersplein, waarvan de opdrachtgever paus Alexander VII, in Siena werd geboren als Fabio Chigi. De bewuste tiara bestaat niet meer want het kostbare stuk werd eeuwen later gesmolten om de herstelbetalingen aan Napoleon te betalen.

Agostino Chigi kan worden omschreven als de grootste mecenas van de hoge renaissance. Zijn grafkapel, de Chigi-kapel in de Santa Maria del Popolo op het gelijknamige plein in Rome, werd omstreeks 1512 ontworpen door Rafaël en in 1516 voltooid. De kapel wordt bekroond door een koepel. Ondanks enkele latere toevoegingen, waaronder twee beeldengroepen door Bernini, is het interieur een schitterend voorbeeld van de architectuur van de hoge renaissance.

De toenmalige concentratie aan financiële instellingen in de Via del Banco di Santo Spirito ontstond in (de aanloop naar) het Heilig Jaar 1400. De opkomst van pelgrims was zo groot dat er in Rome een voedseltekort was en er ziektes uitbraken. De paus decreteerde daarom dat de pelgrims slechts vijf dagen in de stad moesten blijven om hun verhoopte aflaat te verdienen.

Cosimo de’ Medici, de bankier van de paus, kwam vervolgens op een briljant idee. Hij liet herdenkingspenningen slaan en bood ze te koop aan op ‘banchi’ die hij langs deze straat liet zetten waarlangs de pelgrims richting Vaticaan trokken. Het succes was enorm en door de gigantische hoeveelheid geld die er werd omgezet, raakt de hele wijk al gauw bekend als het financiële centrum van de stad. Het was dus geen toeval dat ook Agostino Chigi enkele decennia later precies hier zijn kantoor opende.

Aan de overkant van de Via del Banco di Santo Spirito (eigenlijk aan de Vicolo del Curato) zie je op een bepaald moment de mooie gevel van de Chiesa dei Santi Celso e Giuliano. De kerk dateert officieel uit de negende eeuw en werd herbouwd in de zestiende eeuw. Nog niet zolang geleden werd ontdekt dat de oorspronkelijke kerk nog veel ouder is en in 432 werd ingewijd door paus Celestinus I. Dat betekent dat we vandaag de derde versie van dit kerkgebouw zien.

Ze heeft de uitstraling van een kleine basiliek, het interieur is mooi en elegant. Boven het altaar hangt een indrukwekkende ‘Christus in glorie’ van de toen nog jonge Pompeo Batoni (1708-1787). Batoni (ook wel geschreven als Battoni) was een verfijnde voorloper van het neo-classicisme, maar hij bleef bekend als de beste portrettist van vooral de zogenaamde ‘Grand-Tour’-bezoekers.

Enkele van zijn werken zijn zeer bekend, zoals het portret van generaal Gordon uit 1766. De generaal werd geportretteerd op de Palatijn, met het Colosseum op de achtergrond. Hij is volledig uitgedost in kleurige Highland-kledij, compleet met Schotse kilt. Een uniek en enigszins hilarisch tijdsbeeld. Het doek is nu te zien in Fyvie Castle in Schotland. Pompeo Batoni schilderde drie pausen en zowat alle vorsten van zijn tijd. In de derde kapel rechts bevindt zich een fraai houten kruisbeeld.

Ook de beroemde kunstenaar Michelangelo (1475-1564) woonde vanaf 1544 tot 1546 in de Via del Banco di Santo Spirito. Hij woonde in palazzo Gaddi op nr. 42, dat vandaag de ambassade van Argentinië onderdak geeft. Een tijdlang werd het gebouw ook palazzo Nicolini en palazzo Amici genoemd, naar de eigenaars die er toen woonden.

De Italiaanse dichter en humanist Annibale Caro heeft hier eveneens verbleven. Hij was afkomstig uit de buurt van Ancona en trad als leraar in dienst bij de familie Gaddi, die toen nog in Firenze verbleef. Luigi Taddeo Gaddi, alweer een bankier uit Firenze) kocht het gebouw in 1518 dat vanaf toen zijn naam kreeg. Annibale Caro ligt begraven in de San Lorenzo in Damaso. De binnenplaats van palazzo Gaddi is zeer mooi. Bankier Chigi liet de versieringen uit de vroege zestiende eeuw aanbrengen.

Op nr. 1 van de Via dei Banchi Nuovi bouwde Carlo Maderno in 1601 voor zichzelf een huis. Ook Benvenuto Cellini (1500-1571) woonde in deze straat, hij was een maniëristisch beeldhouwer maar tevens een onovertroffen goudsmid, beeldhouwer, medaillemaker, bronsgieter en schrijver. Paus Paulus III Farnese kwam hier vaak zijn atelier bezoeken. In zijn memoires geeft Cellini een levendige beschrijving van deze buurt. Reeds in 1514 ging hij in de leer bij de goudsmid Antonio di Sandro, beter bekend onder zijn schuilnaam Marcone. In dienst van paus Clemens VII vervaardigde Cellini medailles en stempels voor deze kerkvorst, later werd hij onder diens opvolger Paulus III stempelsnijder bij de munt.

Na muntmeester geweest te zijn van Alexander de’ Medici, vertrok Cellini in 1540 naar het hof van Frans I van Frankrijk, voor wie hij het beroemd geworden gedreven gouden zoutvat vervaardigde (1539-1543, Kunsthistorisches Museum Wenen). Er ontstond grote opschudding toen dit wereldberoemde zoutvat in 2003 werd gestolen uit het museum. Het werd teruggevonden in 2006. In 1545 keerde Cellini terug naar Italië en trad hij in dienst van Cosimo I de’ Medici. Tot zijn belangrijkste werken uit die periode behoren de enorme Buste van Cosimo I (1544-1547, Bargello, Florence), een groot crucifix (1562, Escoriaal, Madrid) en de vermaarde Perseus (1553, Loggia dei Lanzi, Florence). Cellini’s maniëristische beeldhouwwerken zijn zeer gedetailleerd uitgevoerd.

Het was overigens in een zijstraat tussen de Via dei Coronari en de Tiber dat hij zijn vriendin Pantasilea, een topcourtisane, betrapte met zijn vriend Luigi, een dichter. Cellini trok zijn degen en bij het gevecht verwondde hij beide. Bij een volgend incident in de Via Giulia viel er een dode en werd Cellini ter dood veroordeeld. Maar de kunstenaar had veel geluk. Omdat de dag nadien een nieuwe paus verkozen werd, gold er een algemene amnestie en kon Cellini vrijuit gaan.

In de Italiaanse letteren neemt Cellini een bijzondere plaats in wegens zijn klassiek geworden Vita di Benvenuto Cellini (begonnen in Firenze, 1558; handschrift in de Biblioteca Laurenziana, Firenze, 1ste editie 1728), de eerste belangrijke autobiografie in Italië. Het relaas is niet altijd betrouwbaar, maar geeft niettemin een boeiend tijdsbeeld. Hector Berlioz baseerde er zijn opera Benvenuto Cellini (1838) op.

Het gebouw dat de hoek vormt tussen de Via dei Banchi Nuovi en de Corso Vittorio Emanuele, net voorbij het plein, is het palazzo del Banco di San Spirito. Het gebouw werd ontworpen door Antonio da Sangallo de Jongere. De bank werd in 1605 opgericht door paus Paulus V (Borghese). Om geld binnen te halen voor zijn bank stelde hij de bezittingen van het nog steeds bestaande ziekenhuis Santo Spirito in Sassia als borg. Vandaag maakt de Banco di Santo Spirito deel uit van de Banco di Roma.

Hier vlakbij, in de Via dei Banchi Nuovi, woonde in de zestiende eeuw een fantastische en losbandige figuur die paus Clemens VII bijna een hartaanval bezorgde en die meer dan eens op de vlucht moest slaan na alweer een machtshebber tot wanhoop te hebben gedreven, of nadat een razende kardinaal hem wilde vermoorden na een publicatie van een satirisch pamflet.

Over deze satiricus en kunstcriticus, die ook weleens wordt beschouwd als de ‘vader van de journalistiek’, maar die zich evenmin schaamde om de hoge adel te chanteren met een pittige publicatie, lees je meer in een volgende bijdrage. Hij slaagde er op een bepaald moment zelfs in om de paus in heel Europa naar porno te laten speuren.