Archief voor 14 februari 2017

De man die de paus in heel Europa naar ‘pornografie’ liet speuren

Posted in Romenieuws on 14 februari 2017 by romenieuws

Het verlengde van de Via del Banco di Santo Spirito is de Via dei Banchi Nuovi. Ook in deze straat woonden vanaf de vijftiende eeuw bankiers uit Firenze, Siena en Genua. Tot aan de Sacco di Roma (de beruchte plundering van Rome op 6 mei 1527 waarbij duizenden Duitse en Spaanse soldaten zich te buiten gingen aan beroving, verwoesting, ontering, verkrachting en moord) woonde in deze straat ook de bekende dichter en losbandige satiricus Pietro Aretino 1492-1556), ook bekend als Pietro Bacci of Pietro d’Arezzo. Deze fantastische schrijver was nauwelijks geschoold, maar had een ongewoon gevoel voor literatuur en kunst, zonder een zweem van pedanterie, en creëerde een vertelgenre dat hem geleidelijk aan rijp maakte voor een soort chantagejournalistiek, een techniek die hij speciaal gebruikte om de groten der aarde te tergen.

Pietro Aretino, een satiricus en kunstcriticus die ook weleens wordt beschouwd als de ‘vader van de journalistiek’, maar die zich evenmin schaamde om de hoge adel belachelijk te maken, was een schitterende schrijver maar raakte vooral bekend als de meest verdorven en losbandige inwoner uit het Rome van zijn tijd. Bij de hoge heren tenminste, want het volk kon zijn capriolen en teksten best smaken, ook al omdat hij, hoewel anoniem werkend, in het algemeen werd beschouwd als één van de betere pamfletschrijvers voor Pasquino (zie verder). Hoe meer Pietro Aretino werd gehaat door de adel en de paus, des te geliefder en onsterfelijker werd hij bij het publiek.

Al zijn werk heeft een vermetel persoonlijk en zinnelijk cachet en is van een vrijmoedigheid die hem typeert als ware renaissancefiguur. Zijn lof en zijn kritiek uitte hij in verzen en proza of in ‘giudizi’ (jaarlijkse voorspellingen). Hij is onder meer de auteur van het in die tijd beruchte ‘Sei giornate’. Het boek bestaat uit twee afzonderlijke delen: ‘Ragionamento della Nanna e della Antonia’ dat hij schreef in 1534 en ‘Dialogo nel quale la Nanna insegna a la Pippa’, geschreven in 1536.

Je zou het kunnen beschouwen als een soort handboek voor meisjes van plezier. Pietro Aretino schreef wat we vandaag wellicht zouden kunnen omschrijven als ‘literaire pornografie’, maar dan met een brutaal kantje eraan. Het spreekt vanzelf dat de paus dergelijke literatuur niet graag op de markt zag verschijnen, maar dat was nog niets met wat volgen zou.

In 1517 raakte Aretino bevriend met de bankier Agostino Chigi (ja, alweer hij), die het talent van Pietro Aretino erkende en de schrijver in bescherming nam. Via de contacten van de schatrijke bankier kwam Aretino terecht in de hoogste kringen in Rome, waaronder paus Leo X. Deze laatste vond het niet zo prettig dat Aretino opeens rondzwierf tussen de elite, maar moest het noodgedwongen dulden omdat hij de rijke Agostino niet durfde beledigen.

In 1524 publiceerde graveur Marcantonio Raimondi een reeks erotische gravures die hij had gemaakt naar de schilderijen die Giulio Romano voor Federico Gonzaga in Mantua had vervaardigd. Deze zogenaamde ‘I Modi’ toonden zestien verschillende posities van de geslachtsdaad. Een dergelijke publicatie was nog nooit vertoond. Paus Clemens VII was razend en zette de graveur gevangen. De paus eiste dat alle kopieën van de pornografische illustraties zouden worden opgespoord en vernietigd.

Giulio Romano, de oorspronkelijke schilder van de pornografische afbeeldingen werd niet vervolgd omdat zijn doeken in een privé-omgeving in Mantua hingen en niet bestemd waren voor verkoop. De schilder was zich zelfs lange tijd niet bewust van het bestaan van de gravures. Marcantonio Raimondi was in Mantua weliswaar de doeken komen bekijken, maar publiceerde pas daarna zijn eigen versie ervan in de vorm van gravures. Met dus een woeste paus als gevolg.

Toen kwam Pietro Aretino op de proppen. De schrijver zag geen kwaad in de publicatie van de tekeningen en vond dat Raimondi niets verkeerd had gedaan. Aretino schreef daarom als begeleiding van de zestien gravures evenveel pikante sonnetten. Erger: hij was verontwaardigd over de censuur van de paus en wilde met zijn teksten duidelijk maken dat hij niet akkoord was met de algemeen geldende restricties van het Vaticaan.

In 1527 werd ‘I Modi’ uitsluitend door toedoen van Pietro Aretino (want de graveur zat nog steeds in de gevangenis) voor de tweede keer gepubliceerd, ditmaal dus met begeleidende en vooral schunnige teksten. Het was overigens ook de eerste keer in de geschiedenis dat erotische afbeeldingen en tekst als één geheel werden samengebracht. De paus kreeg bij het zien van de publicatie bijna een hartaanval. Wat nu verscheen was immers nog veel erger. Nu zouden mensen nog meer gaan fantaseren bij het zien van de tekeningen.

De kwestie dreigde uit te groeien tot een groot West-Europees schandaal, waarbij bovendien de paus werd belachelijk gemaakt omdat die zijn onderdanen niet in de hand kon houden. De graveur Raimondi werd dankzij Aretino’s actie ontslagen uit de gevangenis omdat hij duidelijk niets te maken had met de nieuwe publicatie. De paus zette echter een enorme campagne op touw om alle kopieën van de nieuwe I Modi te achterhalen. De druk was enorm. Iedereen met ook maar enig priesterlijk gezag werd opgeroepen om uit te kijken naar I Modi. Op straf van eeuwige verdoemenis werd iedere burger opgeroepen om elke kopie meteen binnen te brengen en er vooral niet naar te kijken.

De actie van de paus duurde lang, maar is in die zin geslaagd dat geen enkele van de oorspronkelijke eerste drukken het heeft overleefd, met uitzondering van enkele fragmenten die zich vandaag in het British Museum bevinden. Er bestaan nog wel twee kopieën van de originele eerste druk. Later werd I Modi nog verschillende keren herdrukt, hertekend of gekopieerd. Niet alle versies zijn echter even geslaagd.

Om even terug te komen op Pietro Aretino, onze losbandige bewoner van de Via del Banchi di Santo Spirito: het sprak vanzelf dat hij het na een tijdje te warm kreeg en Rome moest ontvluchten. Hij kreeg echter vergiffenis en keerde terug naar Rome. Lang duurde dat niet. Een volgende keer moest hij Rome voorgoed verlaten toen hij een pittig stuk schreef over bisschop Giovanni Ghiberti. Die was zo kwaad dat hij probeerde Aretino te laten vermoorden. Pietro Aretino trok vervolgens naar Venetië waar hij de rest van zijn leven zou slijten.

Voor de beeltenis van de heilige Bartholomeus op het Laatste Oordeel in de Sixtijnse kapel gebruikte Michelangelo het portret van Aretino. Pietro Aretino is ook in onze tijd alleszins nog niet vergeten want in een boek van Sarah Dunant uit 2006 (in het Nederlands vertaald als ‘In het gezelschap van de courtisane) speelt hij een hoofdrol.

Pietro Aretino is zeker ook verantwoordelijk voor heel wat van de beste ‘pasquinades’. Die naam ontstond dankzij Pasquino, de naam die door het Romeinse volk gegeven werd aan het brokstuk van een beeldengroep (Menelaus met het lijk van Patroclus) dat in 1501 nabij de vroegere werkplaats van een om zijn scherpe tong bekende ambachtsman met dezelfde naam gevonden werd. Het oude beeld werd opgesteld bij het Palazzo Braschi en staat daar nog altijd.

Men begon er al gauw hatelijke briefjes tegen bepaalde personen of misstanden aan te plakken, die de naam pasquillo of pasquinata kregen (vandaar het Nederlandse ‘paskwil’ en ‘pasquinade’). Pasquino vormde tot 1870 het centrum van publieke kwaadsprekerij in Rome. Vele auteurs van naam, waaronder ook Pietro Aretino, werden in hun tijd aanzien als de makers van de allerbeste en scherpste ‘pasquinate’. De publicaties waren dan wel anoniem, maar vooral de scherpe en meedogenloze schrijfstijl van Aretino sprong er telkens weer uit en was alleen maar terug te voeren naar deze levende nachtmerrie voor de paus.

Befaamd bleven Aretino’s dialoogboeken (Ragionamenti, 1534-1536). Sei giornate werd in de loop der eeuwen nu en dan heruitgegeven, zelfs nog in 1975). Ook de in zijn tijd behoorlijk succesvolle tragedie Orazia (1546), vijf deels zeer geslaagde komedies in proza (La cortigiana, Il marescalco, La Talanta, L’ipocrito, Il filosofo, alle tussen 1525 en 1544) kenden veel bijval, net als een reeks belangrijke brieven, deels met afpersing als doel (eerste volledige uitgave in 1609), met een cynische opdracht aan Ercole d’Este, waarin Aretino zichzelf omschrijft als een ‘krachtens goddelijke genade vrij man’ …!