De Romeinse kwestie

Na ons recente bericht over Campo Verano en het monument van de Zoeaven dat zich daar bevindt, kregen we enkele vragen over de zogenaamde Romeinse kwestie en de Kerkelijke of de Pauselijke Staat. Zonder al te technisch te worden proberen we dat hierna duidelijk te maken. De Kerkelijke Staat was het gebied waarover de paus sinds de achtste eeuw wereldlijk soeverein was en dat in hoofdzaak bestond uit de stad Rome en Midden-Italië. De verovering van het gebied door de naar eenheid strevende Italiaanse staten (1860-1870) leidde tot de zogenaamde Romeinse kwestie, die pas in 1929 werd opgelost door de Verdragen van Lateranen, waarbij de paus erkend werd als soeverein van Vaticaanstad.

De Romeinse kwestie was dus de naam van het conflict tussen de Kerkelijke Staat (die vanuit Rome werd bestuurd door paus Pius IX) en het in 1861 gevormde koninkrijk Italië in verband met het Italiaanse streven naar annexatie van de Kerkelijke Staat. In 1870, na het vertrek van de Franse troepen, konden Italiaanse troepen Rome binnentrekken en werd de aansluiting van de Kerkelijke Staat bij Italië een feit.

Met de Garantiewet van 13 mei 1871 erkende de Italiaanse staat de onschendbaarheid en soevereiniteit van de paus (echter zonder territorium), verleende hem de bevoegdheid tot het houden van concilies, stelde hem in het bezit van de paleizen van het Vaticaan, Lateranen en Castel Gandolfo en schonk de Italiaanse Staat hem tevens een jaarlijkse vergoeding.

Paus Pius IX ontzegde de Italiaanse staat echter de bevoegdheid om de positie van de paus wettelijk te regelen en weigerde zich buiten de Vaticaanse territoria te begeven. Zijn opvolgers deelden dit standpunt. Pas in 1929 kwam de toenmalige paus (Pius XI) tot een overeenkomst met de Italiaanse staat. Dat zijn de zogenaamde Verdragen van Lateranen. De Heilige Stoel en het koninkrijk Italië kwamen toen in het Lateranenpaleis tot een overeenkomst die een einde maakte aan het uit 1870 daterende geschil tussen het Vaticaan en Italië. Er werd een concordaat gesloten en Vaticaanstad werd een onafhankelijke soevereine staat.

Pas in 1984 werd, na vijftien jaar onderhandelen, dit concordaat vervangen door een nieuw verdrag. Rome zou niet langer de ‘Heilige Stad’ heten, de Italiaanse gelovigen gingen hun priesters en de bouw van nieuwe kerken voortaan zelf betalen, godsdienstonderwijs op openbare scholen was niet meer verplicht en allerlei belastingfaciliteiten voor kerken en kloosters kwamen te vervallen.

Vaticaanstad (officieel Stato della Città del Vaticano of in het Latijn Status Civitatis Vaticanae) omvat de ongeveer 44 ha tellende oppervlakte, waar de paus na 1929 een eigen soevereine staat kon uitbouwen binnen de grenzen van Italië. Het ommuurde complex bestaat uit het pauselijk paleis (het Vaticaan) met uitgestrekte tuinen en de Sint-Pietersbasiliek met het ervoor gelegen gelijknamige plein. Andere, buiten Vaticaanstad gelegen pauselijke bezittingen, genieten eveneens immuniteit, waaronder de basilieken Sint-Jan van Lateranen, Maria Maggiore en Sint-Paulus buiten de Muren, en het zomerverblijf in Castel Gandolfo.

De bevolking van Vaticaanstad kan onderverdeeld worden in staatsburgers en andere bewoners. Tot de staatsburgers (het staatsburgerschap wordt verleend, men kan het niet door geboorte krijgen) behoren de leden van het pauselijke diplomatieke korps, die vrijwel allemaal in het buitenland wonen, de leden van de Zwitserse Garde, de in Rome wonende kardinalen, evenals een kleine groep leken. Tot de andere bewoners behoren voornamelijk mannelijke en vrouwelijke geestelijken en ordeleden die in dienst van het Vaticaan zijn. Daarbuiten zijn er nog ruim drieduizend mensen die een andere (meestal de Italiaanse) nationaliteit bezitten, maar die dagelijks komen werken in Vaticaanstad.

Volgens de grondwet van 7 juni 1929 is de paus als hoofd van de Rooms-Katholieke kerk het staatshoofd van Vaticaanstad en heeft hij als soeverein van het minilandje ‘alle wetgevende, uitvoerende en rechterlijke bevoegdheden’. Hij wordt wat zijn wetgevende taken betreft, bijgestaan door een pauselijke commissie, de Pontificia Commissione per lo Stato della Città del Vaticano en door de Gouverneur van de Staat.

In de commissie, die wordt geleid door de kardinaal-staatssecretaris, hebben zes kardinalen zitting, die voor vijf jaar worden benoemd. Er bestaat sinds 1969 een adviserend orgaan, de Consulta dello Stato, waarin uitsluitend leken zitting hebben. Aan deze voormelde commissie is ook de uitvoerende macht gedelegeerd. Afhankelijk van de commissie fungeren het zogenaamde Gouvernement (Governatorato) en een aantal directoraten (Direzioni Generali).

Het gouvernement wordt gevormd door het secretariaat-generaal en de bureaus voor juridische zaken, personeelszaken, de financiële administratie, filatelie en numismatiek, de Vaticaanse post en communicatie, het goederenvervoer, de bewakingsdienst en de informatieverstrekking aan pelgrims en toeristen. De belangrijkste directoraten zijn deze voor de monumenten, musea en kunstgalerijen, voor de economische zaken, het gezondheidswezen, Radio Vaticana en de Vaticaanse sterrenwacht.

Het Vaticaan heeft een eigen rechtswezen, met drie soorten rechtsprekende instanties, waaronder een hof van beroep en een hof van cassatie, die tevens bij de kerkelijke rechtspraak zijn ingeschakeld. Vaticaanstad heeft in ongeveer 170 landen een diplomatieke vertegenwoordiger, die tevens vertegenwoordiger van de Heilige Stoel is (nuntius). Het Vaticaan is tevens als waarnemer vertegenwoordigd in de Verenigde Naties, de Unesco en de FAO.

Sedert 1970 bestaat alleen nog de Zwitserse Garde als ordehandhavende instantie, al krijgen deze op publieke plaatsen zoals het Sint-Pietersplein wel bijstand van de Italiaanse gendarmeria. Er is ook een bureau voor de staatsveiligheid. In 1969 werden de arbeidsverhoudingen in Vaticaanstad vastgelegd in een uitgebreid reglement, dat onder andere de hoogte van de salarissen en de pensioenen en de arbeidsvoorwaarden regelt.

De Fondo Assistenza Sanitaria is verantwoordelijk voor de gezondheidszorg. Het Vaticaan heeft een groot aantal instellingen voor hoger onderwijs, die vrijwel allemaal buiten Vaticaanstad, in Rome, zijn gevestigd. De belangrijkste daarvan zijn de pauselijke universiteiten, de Gregoriana, het Lateranense, de Urbaniana, de Università di San Tomaso d’Aquino en de Salesiana.

Voorts zijn er heel wat pauselijke instituten zoals die voor gewijde muziek, christelijke archeologie en voor de studie van het Arabisch en de islam en de pauselijke academies voor archeologie en voor natuurwetenschappen. Het Vaticaan heeft ook een eigen telefoonnet. Het landje heeft ook nog steeds een aansluiting op het spoorwegnet van de Italiaanse staatsspoorwegen.

Het dagblad van het Vaticaan, l’Osservatore Romano, kent ook weekedities in het Frans, Engels, Portugees, Spaans en Duits. Radio Vaticana, gesticht in 1931, zendt uit in 37 talen en kan via de kortegolf wereldwijd ontvangen worden. Het station maakt ook radioprogramma’s die door honderden stations in Latijns-Amerika worden uitgezonden. In 1983 werd ook een televisiestation opgericht.

Alle economische activiteiten zijn in handen van de overheid. Er wordt in Vaticaanstad geen inkomstenbelasting of btw geheven en er bestaan geen indirecte belastingen. Er zijn twee grote staatswinkels die een uitgebreid assortiment goederen tegen vastgestelde (lage) prijzen verkopen en waar – naast inwoners van Vaticaanstad – ook houders van een speciale vergunning toegang hebben. Het land beschikt ook over een eigen apotheek en een tankstation.

Het Vaticaan heeft eigen inkomsten uit de uitgifte van postzegels, de verkoop van toegangstickets voor de musea, de verkoop van boeken, enz. De officiële munteenheid van de ministaat is de euro, al zijn de munten schaars in omloop omdat ze systematisch worden ingehouden door verzamelaars of verkocht door munthandelaars. Daarnaast is Vaticaanstad, als uitvloeisel van de bepalingen van de verdragen van Lateranen, eigenaar van een aandelenpakket, waarvan de waarde niet bekend is.

Vaticaanstad beschikt tevens over heel wat onroerend goed, dat alleen al in de stad Rome zo’n 5.000 woningen omvat. In 1979 publiceerde het Vaticaan voor het eerst begrotingscijfers. Financieel wanbeheer en bankschandalen zorgden in het verleden voor aanzienlijke tekorten op de rekeningen. Het Istituto per le Opere di Religione is de staatsbank. Ook die kwam meermaals in opspraak. De jongste tijd lijkt het Vaticaan de financiën weer enigszins onder controle te hebben.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s