Het interieur van de Basilica dei Santi XII Apostoli

Bij volle verlichting is het betreden van de Basilica dei Santi XII Apostoli, zeker op een duistere winteravond, ronduit indrukwekkend. De bekende Nederlandse auteur Leo Van Egeraat, die als schrijver van reisgidsen zijn tijd ver vooruit was, spreekt van een ‘edele barokstijl’ en de al even illustere Franco Lucentini heeft het over ‘a solemn magnificence’. We worden vooral getroffen door de dimensies, maar ook door het overvloedige marmer, al is dat maar schijn want wat we zien is eigenlijk gewoon knap schilderwerk.

Alles in deze basiliek is groots, let bijvoorbeeld op de oppervlakte van de kapellen die elk een koepel hebben. Het is verwonderlijk dat dit een Minderbroederkerk is. Letten we even op een detail, de gevel staat schuin ten opzichte van het schip. Dit wordt goed gecompenseerd door de architectuur, de linker zijingang (rechts gezien vanuit de kerk) heeft een vestibule, aan de andere kant is die vestibule er niet en valt men bijna letterlijk met de deur in huis.

In de eerste kapel van de rechter zijbeuk bevindt zich een ‘Madonna met Kind’, geschilderd door Antoniazzo Romano (1435-1508) die we kennen uit onder andere het Pantheon en de Santa Maria sopra Minerva. Tussen de tweede en de derde kapel in het rechterschip bevindt zich een doorgang (1996) die leidt naar de befaamde Bessarione-grafkapel, die je in principe kan bezoeken op vrijdag en soms ook op zaterdag, van 8.30 tot 11.30 uur. Er wordt 2 euro toegang gevraagd.

Tijdens de vijftiende eeuw werd deze grafkapel versierd met fresco’s, gerealiseerd door de voormelde Antoniazzo Romano (echte naam Antonio di Benedetto degli Aquili) en Melozzo da Forli. Maar reeds in 1545 werden deze fresco’s overdekt met een laag kalk omdat ze beschadigd waren geraakt door overstromingen en door krijgsgeweld. In 1650 werd er door Carlo Rainaldi zelfs een altaar voor geplaatst.

Het geheel ging gedeeltelijk verloren toen men in 1719 de apsis bouwde voor de Cappella Odescalchi die uitgeeft op de rechter zijbeuk. Pas in 1959 werden de resten van de fresco’s in de kapel deels teruggevonden toen werken werden uitgevoerd aan palazzo Colonna dat grenst aan de basiliek. Van de oorspronkelijke fresco’s is slechts het bovenste gedeelte behouden gebleven met scènes uit het leven van de aartsengel Michaël en in de concha ‘Christus omgeven door een engelenkoor’. Het onderste deel verdween omdat de vloer verhoogd werd toen Carlo Rainaldi de basilica in 1702 bijna volledig herbouwde. Het grote centrale fresco toont de verschijning van de strijdbare aartsengel die de mensheid naar zijn redding leidt.

Links zie je de verschijning tijdens de vijfde eeuw (paus Gelasius I) in de vorm van een stier bij het plaatsje Siponto, rechts de droom van de bisschop van Avranches, de heilige Aubert, op de Mont Saint-Michel. Daar verwijst de inscriptie ‘apparitio eiusdem in monte tumba’ naar. De heilige wordt zegenend in vol ornaat getoond. Twee van de volgelingen vooraan (met de rug naar de bezoekers gekeerd en blootshoofds) worden toegeschreven aan Melozzo da Forli (1438-1495), beschouwd als de ‘ontdekker’ van de extreme perspectief voorstelling (foreshortening).

Rechts zien we twee groepen, zes franciscanen en vijf oosterse monniken. Achterin liggen in de baai drie schepen; op een heuvel is aan een boom de stier gebonden, het symbool van de aartsengel. De schelpen op het strand verwijzen naar de Mont Saint-Michel.

Tegen de tweede rechter losstaande pijler bevindt zich een schrijn uit 1737 met daarin het hart van de Poolse prinses Maria Clementina Sobieska (1702-1735) en een dochter van de voormalige kroonprins van Polen, Jacob Lodewijk Sobieski en diens vrouw Hedwig Elisabeth van Palts-Neuburg. Als kleindochter van koning Jan III van Polen was ze één van de rijkste erfgenamen van Europa. Zij raakte bekend als de vorstin zonder troon, van wie het levenslot verweven was met de afgang van het Schots-Engelse geslacht van de Stuarts.

Clementina Sobieska werd verloofd met Jacobus Frans Edward Stuart, de jacobitische troonpretendent van Groot-Brittannië. Koning George I was fel gekant tegen het huwelijk, dit uit angst dat er een erfgenaam werd geboren. Om hem tegemoet te komen liet keizer Karel VI Maria Clementina arresteren toen zij op weg naar Italië was om Jacobus te huwen. Ze werd opgesloten in Innsbruck, maar ze wist te ontsnappen en vluchtte naar Bologna.

Hier werd het huwelijk bij volmacht voltrokken omdat Jacobus in Spanje verbleef. Formeel trouwden Maria Clementina en Jacobus in de kathedraal van Montefiascone op 3 september 1719. Na hun huwelijk werd het paar uitgenodigd om in Rome te komen wonen, dit op speciaal verzoek van paus Clemens XI, die hen erkende als katholieke koning en koningin van Groot-Brittannië. Tevens voorzag hij in hun beveiliging. De paus schonk hen ook het palazzo Muti in Rome als residentie (dit bevindt zich vlakbij de basiliek, eveneens op Piazza dei Santi Apostoli. Het paar kreeg ook een buitenhuis in Albano en een jaarlijkse toelage van 12.000 kronen om in hun levensonderhoud te voorzien.

Maria Clementina en Jacobus kregen twee zonen maar het huwelijk was ongelukkig en na de geboorte van hun tweede kind trok Maria Clementina zich terug in het Sint-Ceciliaklooster in Rome. Ze stierf op 32-jarige leeftijd en werd met koninklijke eer begraven in de Sint-Pietersbasiliek. Zoals verteld bleef uiteindelijk enkel haar hart aanwezig in deze kerk. Paus Benedictus XIV gaf de beeldhouwer Pietro Bracchi opdracht een grafmonument voor haar (hart) te maken. Vanaf die dag zat haar man Jacobus Stuart hier elke dag, biddend voor dit toch wel behoorlijk mooie schrijntje. Na zijn dood in 1766, lag hij vijf dagen in koningsmantel met kroon en scepter opgebaard in deze kerk om daarna eveneens in de Sint-Pietersbasiliek begraven te worden.

In de moderne (in 1858 gebouwde) kapel rechts van het hoogaltaar, op het einde van de rechter zijbeuk, zien we acht indrukwekkende zuilen met spiraalvormige cannelures. Ze zijn afkomstig uit de eerste, zesde-eeuwse kerk, maar de zuilen zouden vervaardigd zijn in de vierde eeuw. Ze komen vermoedelijk uit een tempel op het Forum Romanum, maar zoals bij zeer veel gerecupereerde artefacten die een tweede leven kregen in de Romeinse kerken, kan niet meer worden achterhaald uit welk gedeelte van het Forum ze precies afkomstig zijn.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s