De crypte van de basilica dei Santi XII Apostoli

De voorbije dagen verbleven we enkele keren in en rond de basilica dei Santi XII Apostoli. Vandaag lees je het laatste deel in deze minireeks. Vóór het hoogaltaar kan je afdalen naar de crypte van de basiliek. Omstreeks 1880 decoreerde men deze ruimte in oud-Romeinse stijl met hier en daar een altaartje dat een groepje botten toont. Dit zijn dus in tegenstelling tot wat velen denken, geen overblijfselen uit de oudheid. Vooraan tegenover de trappen bevinden zich de (onzekere) resten van de apostelen Philippus en Jacobus de Mindere. Ze werden hier op 1 mei 1879 herplaatst, kort nadat in een muur in de kerk de antieke porfieren urne met hun relieken teruggevonden werd.

We lezen ‘hic conditor sunt corposa SS apostolor. Philippi et Jacobi min.’ De vermelding van Jacobus de Mindere als apostel is merkwaardig, want deze Jacobus was de zoon van ene Maria die bij de vrouwen hoorde die bij de kruisdood van Christus aanwezig waren en daarna ontdekten dat het graf leeg was. Volgens Mattheus waren er twee apostelen met de naam Jacobus, vooreerst Jacobus de Meerdere, de zoon van Zebedeüs en Salome (Mattheus 4:21). De tweede is Jacobus, zoon van Alfeüs (Mattheus 10:3).

Volgens vele exegeten is deze laatste te vereenzelvigen met Jacobus de Mindere die het latere hoofd is van de christengemeenschap in Jeruzalem. Volgens de huidige opvattingen zou de Jacobus de Mindere echter op zichzelf staan en niet behoord hebben tot de oorspronkelijke twaalf apostelen. Philippus was wel apostel (Mattheus 10:3), volgens Johannes was hij de derde die zich bij Jezus aansloot, na Andreas en diens broer Simon Petrus, maar werd hij als eerste door Jezus rechtstreeks daartoe uitgenodigd met de woorden ‘Volg Mij’ (Johannes 1:45).

Links, naast de kapel met de relieken van de apostelen, staat een grafteken of cenotaaf die misschien uitgevoerd werd door Andrea Bregno. Ze was bedoeld voor de in 1477 gestorven Raffaele della Rovere, de broer van paus Sixtus IV en vader van Julius II. In het achterste deel van de crypte, achter de trappen, vinden we de brede ovalen marmeren deksteen van de ‘silo’ waarin zich duizenden stuks gebeenten bevinden uit de catacomben van Priscilla.

Toen deze catacomben door oorlogsgeweld geen veilige rustplaats meer boden, werden letterlijk complete karrevrachten botten in de kelders van enkele kerken gestort. Als gevolg van die actie bevindt zich vandaag in deze basiliek nog steeds één van de grootste opslagplaatsen van beenderen in Rome. Achter de opslagplaats voor de beenderen, opgelijnd met het graf der apostelen, vindt men een altaar gewijd aan de ‘Madonna van de 33’, die door paus Johannes XXIII in 1994 tot patrones van Uruguay werd aangewezen. De Madonna ontleent haar naam aan drieëndertig patriotten die in 1825 de aanzet gaven tot de bevrijding van Uruguay.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s