De Via del Pellegrino

Eén van onze (vele) favoriete straatjes in Rome is de Via del Pellegrino, die begint op de hoek met Campo de’ Fiori en de enorme Cancelleria. Zoals de naam al duidelijk maakt werd de Via del Pellegrino eeuwenlang door de pelgrims gevolgd op hun weg naar het graf van Petrus. De huidige straat is het enige stuk van de middeleeuwse Via Pellegrinorum dat bewaard bleef.

De term ‘pellegrinus’ werd tot de twaalfde eeuw voorbehouden voor hen die naar Santiago de Compostella trokken, een Romereiziger werd ‘romano’ genoemd, een bedevaart naar Rome was een ‘romeria’, zij die naar Jeruzalem trokken noemde men ‘palmieri’.

Het motto van de pelgrim was ‘nulla mihi patria nisi Christus nec nome aliud quam Christiamus’, of ‘ik heb geen ander vaderland dan Christus en geen andere naam dan christen’ een uitspraak die wordt toegeschreven aan de vijfde-eeuwse heilige martelaar-bisschop met de toepasselijke naam Pellegrinus.

De route die we vandaag kennen als de Via del Pellegrino bestond reeds in het oude Rome maar tijdens de middeleeuwen was daarvan nog slechts een stinkend steegje overgebleven. Paus Alexander VI vernieuwde in 1497 de weg zoals vermeld op de plaat links op de hoek van de Via del Pellegrino met de Campo dei’ Fiori (eerste verdieping tussen de vensters) en zou in de eeuwen daarna uitgroeien tot één van de belangrijkste straten van de stad.

Let bijvoorbeeld op de breedte: met haar 5 m is de Via del Pellegrino een stuk breder dan haar twee decennia oudere tegenhanger, de Via dei Coronari, eveneens een pelgrimsroute en die slechts 4,7 m breed is. De meeste straten in Rome hadden in die tijd een breedte tussen 2,3 en 2,8 m. De Via del Pellegrino kan dus zeker worden beschouwd als een belangrijke weg.

Van de smalle Romeinse straatjes zijn er vandaag nog ruim voldoende voorbeelden, denken we aan de Vicolo della Cucagna (2,8 m) vlakbij Piazza Navona en aan de Vicolo Savelli (2,3 m) tussen de moderne Corso Vittorio Emanuele en de Via del Governo Vecchio. Heel wat straatjes in Rome zijn zelfs nog smaller, zoals bv. de Vicolo di San Trifone (1,38 m) tussen de Via dei Coronari en de Via della Maschera d’ Oro.

Let op de hoek van palazzo della Cancelleria, net vóór je de Via del Pellegrino inwandelt even op het mooie balkon. Momenteel wordt de gevel van de Cancelleria gerenoveerd, dus is het mogelijk dat je hier tijdelijk alleen maar een zeildoek ziet.

Wat verderop in de Via del Pellegrino zie je op nr. 19 een (doorgaans behoorlijk smerige) doorgang die je onder de Arco degli Acetari (azijnbereiders) naar een binnenplaats brengt, waar aan de buitenzijde van de huizen trappen naar de eerste verdieping leiden (zie de twee foto’s hierboven). Een dergelijk uitzicht is in Rome zeldzaam geworden. Dit is een vrij bekoorlijk plekje dat terug te vinden is in heel wat reisgidsen en ook wel op zichtkaarten wordt afgebeeld.

Sommige reisgidsen doen zelfs bijzonder euforisch over deze plaats die recent toch wat opgefrist werd. Zo lees je in Lonely Planet: ‘wander through the archway into a magical medieval courtyard, flanked by sorbet-hued façades, flower-filled balconies and ivy-clad (met klimop begroeide) staircases spilling onto the cobbled square. It’s like watching a play as residents pop in and out of doors and call to each other, window to window.’

Zowat vijftig meter verderop zie je links (na nr. 53) in de Via del Pellegrino opnieuw een doorgang, de Arco di Santa Margherita. Op de hoek met de volgende straat bevindt zich linksboven een mooie door adelaars gedragen barokke aedicula uit 1716 met een zeer fijn gesculpteerde Madonna met Kind in stucco.  Eronder bevindt zich een buste van Filippo Neri. Dit is misschien wel de mooiste van de ongeveer zevenhonderd huismadonna’s of madonnelle die het centrum van Rome rijk is.

Op straathoeken, in steegjes, op pleinen, overal in Rome zijn deze madonnelle te vinden. Of het nu gaat om een schilderij, een fresco of een basreliëf van terracotta, in één of meer kleuren, allemaal lijken ze te waken over de voorbijgangers. Vaak staat er een klein lantaarntje voor, in het verleden het enige licht na het invallen van de duisternis. Rome kreeg pas heel laat een echte straatverlichting.

Destijds waren deze Mariabeeldjes in de adventsperiode tijdens de maand december voorwerp van een bijzondere cultus. Talrijke boeren uit de Abruzzen en de Romeinse campagna kwamen dan gehuld in schaapshuiden naar de stad om in ruil voor een paar muntstukken voor de altaartjes op hun doedelzak of een ander blaasinstrument te spelen.

Men noemde hen de ‘pifferari’, pifferaio betekent fluitspeler. De pifferari waren eeuwenlang onlosmakelijk verbonden met het Romeinse volksleven. De componisten Hector Berlioz en Leopold Weninger haalden inspiratie uit deze muziek. De traditie is vandaag volledig verdwenen. Er bestaan wel nog talrijke pentekeningen, aquarellen en schilderijen waarop de pifferari tijdens hun muzikale verering zijn afgebeeld.

Op nr. 58 van de Via del Pellegrino woonde Vannozza dei Cattanei (1442-1518) tijdens haar lange affaire met kardinaal Roderic Llançol i Borja, de latere Borgia-paus Alexander VI. In die tijd werd beweerd dat paus de straat in 1497 renoveerde omdat zijn minnares er een huis had. Vannozza had het huis reeds op 12 juli 1469 voor 500 dukaten gekocht, waarvan er 310 afkomstig waren van de bruidschat van haar eerste huwelijk.

In dit huis is haar enige wettige kind geboren vóór ze in 1470 haar relatie met Rodrigo Borgia begon. Na de dood van paus Alexander VI in 1503 nam Vanozza de naam Borgia aan. Ze bewaarde steeds de nodige discretie en eindigde haar leven, zoals haar dochter Lucrezia, “op stichtelijke wijze” zoals dat in die tijd werd omschreven.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s