Tentoonstelling ‘Spartaco – Schiavi e padroni a Roma’ in Ara Pacis 

Zopas opende in de tentoonstellingsruimte van de Ara Pacis de nieuwe tentoonstelling ‘Spartaco – Schiavi e padroni a Roma’ (Spartacus – Slaven en meesters in Rome) . De expo vertelt het verhaal van de complexe leefwereld van de slaven in het oude Rome, vanaf de slavenopstand onder leiding van Spartacus tussen 73 en 71 voor Christus. De bezoekers kunnen in elf afdelingen de verschillende aspecten van de Romeinse slavernij ontdekken. De ongeveer 250 archeologische schatten die de verhalen illustreren zijn afkomstig uit Italiaanse en buitenlandse musea. De tentoonstelling is te bezoeken tot 17 september.

De tentoonstelling is opgebouwd als een meeslepend verhaal, waarbij naast de tentoongestelde voorwerpen ook gebruik wordt gemaakt van audio- en videotechnieken, zodat met geluiden, stemmen, projecties en andere technische snufjes de wereld van de slaven in de Romeinse tijd begrijpelijker kan worden gemaakt. Er is ook een kleine sectie van de Internationale Arbeidsorganisatie die wijst op de vormen van slavernij die in onze huidige samenleving nog steeds bestaan.

Tot de verschillende secties behoren onder meer:

* Winnaars en verliezers: hier worden de gevolgen van veroveringen en militaire campagnes behandeld, waarbij meestal tienduizenden verliezers in de slavernij terechtkwamen.

* Het bloed van Spartacus: het verhaal van de nederlaag tegen de legioenen van Crassus van ongeveer 70.000 rebellen onder leiding van Spartacus.

* De slavenmarkt: rond de Middellandse Zee bestond er een bloeiende handel in slaven die ook in Rome sterk aanwezig was.

* De huisslaven: er wordt dieper ingegaan op de voorrechten die huisslaven meestal genoten; ze moesten het dagelijkse leven in de huizen van hun Romeinse meesters in goede banen leiden maar werden doorgaans behoorlijk goed behandeld, al hadden ze natuurlijk geen vrijheid.

* Slaven buitenshuis: in de landbouw, bij de realisatie van gebouwen, enz. werden eveneens slaven ingezet. Deze hadden het wel zwaar. De slaven werkten in aanwezigheid van een opzichter die zware straffen kon uitdelen. Soms werd ook gebruik gemaakt van ketens.

* Slavernij van vrouwen en seksuele uitbuiting: prostitutie door en het misbruik van vrouwen was uiteindelijk zo alledaags en normaal geworden dat zelfs de Romeinen nieuwe wetten moesten uitvaardigen om dit soort slavernij in goede banen te leiden.

* Gespecialiseerde slaven: sommige slaven specialiseerden zich, hadden een bepaalde gave of waren zo goed in hun werk dat ze iets hoger op de maatschappelijke slavenladder konden geraken en zelfs een zekere status konden verwerven: onder hen bv. acteurs, wagenmenners, gladiatoren maar ook prostituees.

* De rol van slavenkinderen.

* Slaven in steengroeven en mijnen: deze afdeling beschrijft de werk- en leefomstandigheden van de slaven die in het hele Romeinse Rijk marmer, edelmetalen en andere kostbaarheden moesten uithakken of opdelven.

* De weg naar de vrijheid: het Romeinse rechtsysteem gaf kansen aan de meest verdienstelijke slaven en degenen die succesvol genoeg waren om hun vrijheid te kopen. Meesters konden hun slaven ook de vrijheid geven na een aantal jaren trouwe dienst.

* Slavernij en religie: hier wordt de relatie van de slavernij met bepaalde aspecten van de Romeinse officiële cultus onderzocht.

De bekendste slaaf uit de geschiedenis is waarschijnlijk Spartacus, als figuur in onze tijd vooral bekend als het filmpersonage uit de gelijknamige spektakelfilm van Stanley Kubrick (1960). De vermoedelijk in Thracië geboren slaaf Spartacus werd opgeleid als Romeins gladiator en leidde van 73 tot 71 v. Chr. een opstand tegen Rome, de zogenaamde Gladiatorenoorlog of Slavenoorlog. Spartacus ontsnapte in 73 v. Chr. met een aantal andere slaven uit de gladiatorenkazerne in Capua en bracht de Romeinse troepen een nederlaag toe.

Na een tweede overwinning sloten zich van alle kanten slaven van de latifundia (landgoederen) aan bij zijn leger. Met hen – volgens de bronnen meer dan 70.000 in aantal – trok hij in 72 naar het noorden om hen over de Alpen naar hun vaderland, Gallië en Thracië, terug te voeren. Een gedeelte van het slavenleger onder leiding van Crixus werd verslagen.

Spartacus zelf behaalde successen, maar zijn leger, dat liever bleef plunderen, dwong hem weer naar het zuiden te trekken. Daar werd hij in 71 met de troepen van Marcus Licinius Crassus in gevecht, een veldslag waar Spartacus en vele slaven omkwamen. De overlevende gevangenen werden gekruisigd, de anderen werden op hun vlucht door Pompejus Magnus verslagen.

ACHTERGROND

Marcus Licinius Crassus (115-53 v. Chr.) de man die het slavenleger van Spartacus in de pan hakte, was een Romeinse financier en politicus, bijgenaamd Dives (de rijke). Hij week tijdens de dictatuur (87-84) van Cinna in 85 naar Spanje uit en steunde na zijn terugkeer Sulla in 83-82 in de burgeroorlog. Door verbeurd verklaarde landgoederen van de aanhangers van Gaius Marius op te kopen, bouwde hij een reusachtig fortuin op, dat hij door grond- en huizenspeculaties en de exploitatie van zilvermijnen nog fors uitbreidde.

Als praetor vernietigde hij in 72-71 de opstandige slaven van Spartacus. Als consul maakte hij in 70, met zijn rivaal Pompejus Magnus, Sulla’s wetgeving grotendeels ongedaan. In 63 wist hij zich tijdig terug te trekken uit Catilina’s avontuur, dat hij aanvankelijk waarschijnlijk had helpen financieren. Intussen intrigeerde hij tegen de afwezige Pompejus en stelde zich garant voor de schulden van Gaius Julius Caesar tijdens diens verblijf in Spanje.

Gnaeus Pompejus Magnus I (106 v. Chr.-48 v. Chr.) was de zoon van Gnaeus Pompejus Strabo. Hij verzamelde voor Sulla, toen deze uit de oorlog tegen Mithridates in 83 naar Italië terugkeerde, in Picenum een leger, streed in 83 en 82 voorspoedig en werd bij zijn terugkeer uit Africa door Sulla als Magnus (de Grote) begroet, een titel die in zijn geslacht als cognomen bleef. Na Sulla’s dood (78) verdedigde hij diens wetten, verdreef de opstandige Lepidus uit Italië en werd als proconsul naar Spanje gezonden tegen Sertorius (77).

Nadat deze in 72 door samenzweerders was omgebracht, gelukte het hem diens opvolger Perperna te overwinnen. Op zijn terugtocht vernietigde hij in 71 het overschot van het leger van Spartacus, de aanvoerder van de slavenopstand. Na een triomf aanvaardde hij zijn eerste consulaat, waartoe hij, hoewel hij geen van de mindere ambten had bekleed, met Marcus Licinius Crassus, de eigenlijke overwinnaar van Spartacus, gekozen was (in 70).

Als zodanig hief het duo de wetten van Sulla voor een deel op, gaf de volkstribunen de hun ontnomen macht terug en verwierf zo de gunst van het volk. In 67 kreeg hij door een wet van de volkstribuun Aulus Gabinius buitengewone volmachten in de strijd tegen zeerovers, en na de gelukkige beëindiging van die campagne in drie maanden (in 66) werd hem door de wet van Gaius Manilius het voortzetten van de oorlog tegen Mithridates VI opgedragen.

Pompejus bracht deze een beslissende nederlaag toe, verplichtte diens schoonzoon Tigranes van Armenië zich te onderwerpen en achtervolgde daarna Mithridates tot aan de Phasis. Na diens dood erkende hij Pharnaces als vorst van het Bosporaanse Rijk. Hij reorganiseerde nu Azië, maakte Syrië tot Romeinse provincie, veroverde Jeruzalem en maakte Palestina schatplichtig. In 62 keerde hij terug naar Italië, waar de omstandigheden in zijn nadeel waren veranderd.

De Senaat weigerde goedkeuring te hechten aan de door hem in Azië genomen maatregelen en aan de beloningen in land, die door hem aan de veteranen waren toegekend. Dit bewoog hem in 60 het Eerste Driemanschap aan te gaan met Julius Caesar en Marcus Crassus. Caesar zorgde als consul in 59 dat de eisen van Pompejus werden ingewilligd en vertrok vervolgens naar Gallië. Pompejus bleef in Rome, huwde Caesars dochter Julia en kreeg het toezicht op de toevoer van graan.

Het Driemanschap werd in 56 in Lucca vernieuwd, waarna Pompejus en Crassus in 55 hun tweede consulaat aanvaardden, waarbij aan Pompejus Spanje en aan Crassus Syrië als provincie werd toegekend. Intussen werd de band tussen Pompejus en Caesar losser, omdat Julia in 54 overleed. Na lang weifelen tussen de optimates en de populares liet Pompejus zich in 52, geprovoceerd door de te Rome heersende anarchie, bij Senaatsbesluit door de Optimates tot consul zonder medeconsul benoemen. Crassus was in 53 gesneuveld.

In 50 werden de onderhandelingen met Caesar afgebroken en in 49 brak de burgeroorlog uit. Pompejus week uit naar de Balkan, zodra Caesar over de Rubicon was getrokken, en liet Italië in de handen van zijn vijand. Caesar begaf zich naar Spanje, waar hij het leger van Pompejus versloeg, en volgde Pompejus naar Griekenland, waar hij hem bij Pharsalus in Thessalië overwon (48). Pompejus vluchtte vervolgens naar Egypte, maar werd bij zijn landing vermoord.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s