Archief voor mei, 2017

Het graf van Rafaël

Posted in Romenieuws on 31 mei 2017 by romenieuws

Tot vorige week kon je de bloemenkrans nog zien die ieder jaar  op de herdenkingsplechtigeheid voor de schilder Rafaël aan zijn sobere tombe in het Pantheon wordt neergelegd. De beroemde schilder stierf op 6 april en die datum wordt tot vandaag nog altijd herdacht. De laatste rustplaats van Rafaël bevindt zich inderdaad in dit fantastische bouwwerk uit de oudheid, waar hij onder meer gezelschap heeft van de Italiaanse koningen.

“Ille hic est Raphael, timuit quo sospite vinci, rerum magna parens et moriente mori”, staat te lezen op de sarcofaag. Hier rust Rafaël, de grote Moeder Natuur vreesde bij zijn leven door hem overtroffen te worden; en te sterven nu hij dood is. Het is een tekst van Pietro Bembo, dichter, humanist en kardinaal (1470-1547) die begraven werd in de nabijgelegen Santa Maria sopra Minerva.

Op de eenvoudige maar mooie antieke sarcofaag staat ook nog: ‘Ossa et Cineres Raph. Sanctii Urbin’, gebeente en as van Rafaël Sanzio uit Urbino. Deze sarcofaag is niet de originele kist waarin de schilder in 1520 werd begraven. Het exemplaar dat je vandaag in het Pantheon ziet werd in 1833 geschonken door paus Gregorius XVI ter gelegenheid van het openen van het graf.

Rafaël werd overigens op zijn eigen verzoek in het Pantheon begraven, hij had ondanks zijn jeugdige leeftijd en bijzonder vooruitziend zijn graf reeds besteld bij zijn vriend en leerling Lorenzo Lotti, beter bekend als Lorenzetto (1490-1541). Die vervaardigde, wellicht met de hulp van Raffaello da Montelupo, in antieke stijl de boven het graf staande ‘Madonna del Sasso’ (1520-1524) naar een tekening van Rafaël zelf.

De bronzen buste van Rafaël links van de Madonna del Sasso is een werk van Giuseppe de Fabris (1790-1860). Rechts zie je een gedenksteen met een korte epitaaf voor Maria Bibbiena, op de steen foutief met één b geschreven. We lezen ‘Mariae Antonii Bibienae sponsae eius’, zodat zij hier als de vrouw van Rafaël wordt voorgesteld.

Maria Bibbiena was de nicht van kardinaal Dovizi da Bibbiena, thesaurier en eerste minister van paus Leo X. Het meisje was verondersteld te trouwen met Rafaël. Deze laatste voelde weinig voor dit huwelijk, zijn leven was immers al rijkelijk van vrouwen gevuld en anderzijds bestond de mogelijkheid dat de paus hem weldra tot kardinaal zou verheffen, een ambt of een eretitel waarop getrouwde mannen in principe geen aanspraak konden maken.

Uiteindelijk stemde Rafaël in vanwege de enorme bruidsschat die in het vooruitzicht werd gesteld, maar de schilder stelde het huwelijk telkens uit totdat het probleem zich plots oploste toen Maria Bibbiena drie maanden vóór de voorgenomen trouwdatum overleed. Ze was nog geen achttien jaar oud. De nis rechts van de Madonna del Sasso waarin haar beeld had moeten staan is leeg gebleven.

Rafaël stierf niet zoals men vaak leest in de armen van zijn geliefde, de mooie bakkersdochter ‘fornarina’ Margaretha, zij mocht zelfs de uitvaart van haar minnaar niet bijwonen. Volgens Vasari stierf Rafaël ten gevolge van zijn amoureuze excessen, na een dolle nacht die hem hevige koorts bezorgde. De dokters aan wie hij de reden van zijn koorts niet vertelde, dienden hem aderlatingen toe in plaats van versterkende middelen.

Een zeer suggestieve beschrijving van de ultieme liefdesnacht van Rafaël vinden we in ‘Memoirs of a gnostic dwarf’ uit 1996 van David Madsen. De vroegtijdige dood van Rafaël schokte Rome zeer diep, zelfs de paus kwam wenend afscheid nemen van de in het Pantheon opgebaarde meester. In de kronieken uit die tijd lezen we dat de paus ‘naast het dode lichaam knielde, de hand van Rafaël in de zijne nam, ze kuste en met tranen bedekte’.

Men ging er steeds van uit dat de stoffelijke resten van Rafaël niet volledig in het Pantheon rustten, omdat men de Accademia di San Luca, vlakbij de Trevifontein, beweerde de schedel van Rafaël te bezitten. Die was anderhalve eeuw na het overlijden van Rafaël door de schilder Maratta (1625-17I3) aan de voorzitter van de Accademia geschonken. Het kostbare geschenk werd dankbaar aanvaard en leidde zelfs tot een officiële feestviering in de kunstacademie.

Ook Goethe heeft tijdens zijn Italiaanse reis deze zogenaamde schedel van Rafaël nog bewonderd en kon er via relaties zelfs een afgietsel van bemachtigen. Toen men in 1833 het graf opende, bleek echter dat het stoffelijk overschot van Rafaël volledig en ongeschonden was. Pech dus voor de Accademia en voor Goethe (1749-1832), die dat niet meer heeft moeten meemaken omdat hij zelf een jaar eerder was gestorven.

Onder de gedenksteen voor Bibbiena bevindt zich de grafsteen van de alom bejubelde Annibale Carracci (1560-1609), van wie men tijdens de zeventiende eeuw zei dat zijn stijl het summum van volmaaktheid was.

De uitdrukking ‘eclectisch’ werd in de kunstgeschiedenis voor het eerst gebruikt bij de omschrijving van de manier waarop hij de hoogrenaissance koppelde aan de klassieke traditie. Maar de Britse kunstcriticus John Ruskin (1819-1900) gaf hem in de negentiende eeuw een nekschot. Hij schreef over Carracci: ‘no single virtue, no colour, no drawing, no character, no history, no thought’. Pas in 1956 kreeg de meester in Bologna een verdiend eerherstel.

De schilder, tekenaar en architect Raphaël of Raffael (eigenlijk: Raffaello) Sanzio of Santi werd op 6 april 1483 geboren in Urbino, al zijn er ook bronnen die 28 maart vermelden. Samen met Michelangelo en Leonardo da Vinci is hij de belangrijkste kunstenaar van de hoge renaissance.

Hij werd in 1494 of daarna leerling van Il Perugino. Tot zijn vertrek uit Perugia volgde hij de stijl van zijn leermeester na. In 1504 ontstond de Sposalizio (de Verloving van Maria, Milaan), een compositie waarin hij de opzet van Perugino’s gelijknamige werk (nu in Caen) overnam. Het grote talent van de jonge Rafaël manifesteerde zich in deze tijd het duidelijkst in zijn tekeningen, o.a. de reeks meesterlijke studies in zilverstift, pen en krijt in het Ashmolean Museum in Oxford.

Van 1504 tot 1508 werkte Rafaël in Firenze. Onder invloed van Leonardo’s en fra Bartolomeo’s monumentale scheppingen maakte hij zich los van de zo sterke binding met de Umbrische School (Piero della Francesca, Francesco Laurana). In 1507 voltooide hij na lange voorbereidingen een Graflegging van Christus (te zien in de Galleria Borghese in Rome), een tamelijk ingewikkelde compositie die in dramatisch opzicht enigszins tekort schiet. De portretten uit deze periode bezitten reeds een voorname allure, die door de warme kleuren wordt versterkt.

Van 1508 tot zijn vroege dood in 1520 werkte Rafaël in Rome en daar ontwikkelde hij zich tot de schepper van een monumentale stijl, bij uitstek geschikt voor de decoratie van imposante ruimten. Deze evolutie voltrok zich snel, zoals is op te maken uit zijn fresco’s in de stanze, een reeks opeenvolgende vertrekken in een vleugel van het Vaticaans paleis, die paus Julius II door Rafaël liet beschilderen.

Achtereenvolgens ontstonden de ‘Stanza della Segnatura’ met o.a. de fresco’s Disputa del Sacramento (1509-1510) en De School van Athene (1510-1511); kartons voor het laatstgenoemde werk in de Biblioteca Ambrosiana in Milaan, de ‘Stanza di Eliodoro’ (1512-1514) en de ‘Stanza dell’Incendio’, bestemd voor de verheerlijking van de nieuwe paus Leo X (1514). De taferelen op de wanden zijn in grandioze composities verbeeld.

Het is duidelijk dat de antieke architectuur en beeldhouwkunst een beslissende invloed op Rafaël hebben gehad. Daarnaast werd hij blijkbaar ook geboeid door een on-Romeinse, eerder Venetiaanse behandeling van kleur en licht, zoals te zien is in de fresco’s van de beide laatste stanze; de ‘Stanza della Segnatura’ vertoont nog het lichte, koele coloriet van de Florentijns-Romeinse traditie.

Rafaël had het best naar zijn zin in Rome en hij zou de stad niet meer verlaten. Hij beschikte over een groot aantal helpers, die het hem mogelijk maakten zijn opdrachten in snel tempo uit te voeren. Behalve de stanze kwamen nog andere decoratieve ensembles tot stand.

Daaronder de triomf van Galatea (1512) en De geschiedenis van Amor en Psyche (1514) in de Villa Farnesina, de mozaïeken van Alvise di Pace, naar Rafaëls tekeningen, in de koepel van de grafkapel van Chigi in de Santa Maria del Popolo (1514, foto hieronder) en de rijke versiering van ‘loggie’ in het Vaticaan (1514). Daarnaast ontstonden een aantal schitterende schilderijen (Madonna’s, portretten).

In 1515-1516 ontwierp Rafaël voor de Sixtijnse Kapel een tiental kartons voor een reeks wandtapijten, scènes uit het leven van de apostelen voorstellend, die in Brussel in het atelier van Pieter Coecke van Aelst geweven zijn en grote invloed hebben gehad op de ontwikkeling van de Europese tapijtkunst.

Zeven van deze tien kartons zijn bewaard gebleven en bevinden zich in het Victoria and Albert Museum in Londen. De originele tapijten worden bewaard in de Vaticaanse musea. Kopieën bevinden zich in Mantua, Zaragoza, Berlijn en Wenen, evenals in Hampton Court en Madrid (zeventiende eeuw) en in Essen (begin achttiende eeuw, collectie Krupp von Bohlen).

Van grote betekenis is tevens Rafaëls tekenwerk (o.m. te vinden in het Ashmolean Musuem in Oxford, het British Museum in Londen, het Palais des Beaux-Arts in Lille, het Musée du Louvre in Parijs, de Albertina in Wenen, het Uffizi in Firenze, het Musée Bonnat in Bayonne en Windsor Castle in Engeland.

Rafaël was overal geliefd, zowel bij het pauselijk hof als bij de letterkundigen en humanisten. Hij werd te Rome als de belangrijkste kunstenaar beschouwd en ook als architect kreeg hij belangrijke taken opgedragen. Na de dood van Bramante (1514) werd hij door Leo X benoemd tot hoofdbouwmeester van de Sint-Pietersbasiliek.

In1518 werd hij ‘hoofdintendant van de straten van Rome’ en kreeg daarmee de verantwoordelijkheid voor het behoud van de stad, evenals voor de stadsaanleg. Zijn ontwerp voor de Sint-Pietersbasiliek werd later door Michelangelo opzij gelegd en ook zijn ontwerp voor de Villa Madama op de Monte Mario (begonnen in 1516-1517) werd door Antonio da Sangallo de Jongere gewijzigd en vergroot.

Ook de Sant’Eligio degli Orefici en de Cappella Chigi in de Santa Maria del Popolo zijn ontwerpen van zijn hand. Een laatste reeks Madonna’s en de grote compositie De transfiguratie (niet voltooid), vormen de laatste werken die de schilder heeft kunnen maken.

Hij stierf op zijn 37ste verjaardag, net als zijn geboortedag een Goede Vrijdag. In het Italiaanse muntstelsel vóór de euro werd Rafaël vereeuwigd op de briefjes van 500.000 lire. Op de achterzijde van het bankbiljet staat een tafereel uit de Sanze della Segnatura.

Advertenties

Aquaduct uit de derde eeuw v. Chr. ontdekt in Rome

Posted in Romenieuws on 25 mei 2017 by romenieuws

De werkzaamheden aan de nieuwe metrolijn C in Rome zorgen weliswaar voor veel kritiek, nog meer vertraging en ze slorpen ook nog eens miljarden euro’s op. De archeologen hoor je echter niet klagen. Tijdens het graven van een luchtschacht aan Piazza Celimontana, aan de voorzijde van het militaire hospitaal, werd een aquaduct uit de derde eeuw v. Chr. blootgelegd. Nog dieper ontdekten archeologen een graf afkomstig tussen het einde van de tiende en het begin van de negende eeuw v. Chr.

De luchtschacht bevindt zich op de lijn die de verbinding maakt tussen de haltes San Giovanni in Laterano en Fori Imperiali / Colosseo. De ontdekking werd wereldkundig gemaakt door de verantwoordelijke archeologen Simona Morretta en Paola Palazzo. Het aquaduct werd in de late oudheid gebruikt als afvoerkanaal of riool. Archeologen hebben de structuur ontmanteld; het is de bedoeling deze binnenkort ergens tentoon te stellen.

Het aquaduct werd ontdekt op een diepte van 17,40 m. Het werd vervaardigd uit rechthoekige blokken tufsteen, die zeer regelmatig gerangschikt zijn in vijf rijen boven elkaar. Het eigenlijke waterkanaal aan de binnenzijde is zeer glad, het glijvlak wordt gevormd door een dikke laag aardewerk die nog in perfecte staat verkeert. Het kanaal heeft een lichte helling van oost naar west, waardoor het watertransport met een behoorlijke snelheid kon gebeuren.

Het water kwam vervolgens terecht in een loden buis die tot de eindbestemming voerde, vermoedelijk één of meer opslagtanks. De gebruikte techniek verschilt eigenlijk niet zoveel van het waterleidingsysteem zoals we dat vandaag kennen. De noord-oostelijke zijde van het aquaduct is in latere eeuwen gebruikt als fundament voor een nieuwe structuur.

Archeologen situeren de bouw van het aquaduct zoals gezegd in de periode kort vóór het midden van de derde eeuw v. Chr. Uit die tijd is slechts één aquaduct bekend, de Aqua Anio Vetus, dat gebouwd werd tussen 272 en 269 v. Chr. in opdracht van censor Manius Curius Dentatus. Het project werd betaald met de buit van de overwinning op koning Pyrrhus van Epirus in 275 v. Chr. De Anio Vetus was na de Aqua Appia het tweede aquaduct van Rome en werd gevoed door de Aniene, een zijrivier van de Tiber. Het aquaduct liep grotendeels ondergronds. De oorspronkelijke lengte bedroeg 63,70 km.

Het nu opgegraven aquaduct heeft meer dan waarschijnlijk niets te maken met de Anio Vetus, waarvan het eindpunt zich in de omgeving van de Esquilijn situeerde. De Aqua Appia, zoals gezegd het oudste aquaduct van Rome (gebouwd in 312 v. Chr. in opdracht van censor Appius Claudius Caecus die datzelfde jaar ook opdracht gaf voor de bouw van de Via Appia) liep echter wel door de Celio en wel tot een opmerkelijke diepte.

Als de recente ontdekking deel uitmaakt van de Aqua Appia, heeft de bouw hiervan zeker enkele decennia langer geduurd dan tot dusver werd aangenomen. De bron van de Aqua Appia bevond zich ten ten oosten van Rome, tussen de achtste en negende mijlpaal aan de Via Praenestina nabij Albano. Vanaf hier liep het aquaduct over een afstand van ongeveer 16,5 km vrijwel geheel ondergronds en kwam bij Spes Vetus, een heiligdom op de Esquilijn in de buurt van de latere Porta Praenestina (de huidige Porta Maggiore), de stad binnen.

Hier kwam het aquaduct over een afstand van 100 m boven de grond om vervolgens op bogen en over de verdwenen Porta Capena (die bij de Celioheuvel was gebouwd) het dal tussen de Esquilijn en de Aventijn te overbruggen. Op de Aventijn ging het aquaduct weer ondergronds voort om te eindigen op het Forum Boarium (te situeren op de huidige Piazza Bocca della Verità) bij de verdwenen Porta Trigemina vlakbij het Forum Boarium, waar zich een reservoir bevond.

De Porta Capena was ingebouwd in het Aqua Marcia aquaduct. De huidige Piazza di Porta Capena bij Circus Maximus, waar de Viale Aventino, de Viale delle Terme di Caracallla en de Via di San Gregorio samenkomen, komt ongeveer overeen met de plaats waar de Porta Capena vroeger stond.

Het is de zoveelste belangrijke ontdekking sinds de start van de werken aan metrolijn C. Dat kan ook moeilijk anders: de nieuwe verbinding snijdt dwars door het hart van het historische Rome en dan moeten de zones in de buurt van het Colosseum, het Forum Romanum, Piazza Venezia, enz. nog aan de beurt komen.

Archeologen hebben nog steeds de handen vol met eerdere spectaculaire ontdekkingen zoals het enorme waterbassin in de buurt van de halte San Giovanni in Laterano en vooral de grote soldatenkazerne met bijhorende paardenstallingen uit de tijd van keizer Hadrianus die hier vlakbij werd blootgelegd. Deze ruïnes omvatten een oppervlakte van 1.753 m² en bestaan uit een gang van 100 m lengte en 39 kamers. In een aantal ruimtes zie je nog mozaïeken en fresco’s op de muren en vloeren. Vlakbij de ruïnes werd ook een massagraf met dertien skeletten ontdekt.

De archeologische vindplaats bevindt zich ongeveer 9 m onder de grond. Het stadsbestuur besliste eerder om de vondsten van deze ontdekking tentoon te stellen in het toekomstige metrostation Amba Aradam / Ipponio. Dat wordt (in theorie) in de periode 2020-2021 in gebruik genomen en is, komende van San Giovanni in Laterano, het laatste metrostation vóór de nieuwe en eveneens nog aan te leggen halte Fori Imperiali / Colosseo.

Amerikaanse president Donald Trump op bezoek in Vaticaanstad

Posted in Romenieuws on 24 mei 2017 by romenieuws

De Amerikaanse president Donald Trump heeft vandaag in Vaticaanstad een onderhoud gehad met paus Franciscus. De ontmoeting duurde een half uur en vond plaats in de pauselijke privévertrekken. Dat Trump toch op bezoek kwam in het Vaticaan mag een beetje verwonderen na eerdere meningsverschillen tussen de president en de paus. Ze zijn het onder meer grondig oneens over onderwerpen zoals migratie en de klimaatverandering. Zo omschreef paus Franciscus het plan van Trump om een muur te bouwen op de Mexicaanse grens als ‘niet christelijk’. De Amerikaanse president noemde de paus toen ‘een pion van de Mexicaanse regering’. Toen Franciscus tot paus verkozen werd omschreef Trump de nieuwe paus als ‘een nederig man, zoals hemzelf’.

Maar vandaag leken die uitspraken vergeten. De president sprak met veel lof over de paus en verklaarde ‘een fantastisch gesprek’ te hebben gehad. Trump omschreef zijn bezoek aan Vaticaanstad als ‘heel mooi’. De persdienst van het Vaticaan had het over ‘een hartelijke ontmoeting’. Trump werd in het Vaticaan vergezeld door zijn vrouw, dochter en schoonzoon. Na het gesprek met de paus brachten ze onder meer een bezoek aan de Sixtijnse kapel.

Paus Franciscus gaf Trump een sculptuur van een olijfboom die vrede symboliseert als geschenk. Trump verklaarde daarop ‘dat we vrede kunnen gebruiken’. De paus overhandigde de president ook nog de teksten van zijn speech op de internationale Dag van de Vrede en over de nood om het milieu te beschermen. Trump verklaarde dat hij ze zou lezen en gaf op zijn beurt de paus geschriften van Martin Luther King Jr. als geschenk.

Italië is het eerste Europese land dat Trump aandoet als president. Hij heeft een paar uur geleden ook nog de Italiaanse president Sergio Mattarella en premier Paolo Gentiloni ontmoet.  Het Amerikaanse gezelschap vertrok daarna om 14.26 met het presidentiële vliegtuig Air Force One uit Rome en is momenteel op weg naar Brussel. De twee Air Force One-toestellen (de jumbo’s zijn identiek zodat het niet gemakkelijk te achterhalen is in welke Boeing de president precies zit) worden iets na 16 uur verwacht op de militaire luchthaven van Melsbroek.

Trump wordt er opgevangen door de Belgische premier Charles Michel. Vervolgens rijdt het gezelschap naar Brussel-centrum waar een ontmoeting met koning Filip op het programma staat.  Morgen vormen de opening van het nieuwe NAVO-hoofdkwartier en een aansluitende NAVO-top de belangrijkste programmapunten. Daarna reist Trump terug naar Italië, om er in Sicilië de G7-top bij te wonen. Die heeft plaats in Taormina.

Nachtelijke activiteiten op het Forum Romanum

Posted in Romenieuws on 24 mei 2017 by romenieuws

Wist je dat het Forum Romanum ’s nachts een gans andere sfeer oproept dan overdag? Onder de noemer La Luna al Foro Romano kan je vanaf nu tot 28 oktober op vrijdag en zaterdag van 20 uur tot middernacht een bezoek brengen aan het Forum Romanum. De wandeling duurt ongeveer 75 minuten en wordt begeleid door archeologen en historici, in het Engels of het Italiaans.

Groepen mogen maximum 25 personen tellen. De toegang is voorzien aan de Via della Salaria Vecchia (langs de Via dei Fori Imperiali). Het programma pikt in op het groeiende succes La Luna sul Colosseo, waarbij je eveneens ’s avonds op maandag, woensdag, donderdag , vrijdag en zaterdag een tocht door het Colosseum kan maken.

Ook het programma Viaggio nei Fori keert weer terug. De succesvolle multimediavoorstellingen die drie jaar geleden voor het eerst op het Forum Romanum te zien waren kennen veel succes en Rome blijft ze in de zomermaanden programmeren. Dagelijks kan je een tijdreis maken doorheen het Forum van Caesar of Augustus.

Het programma loopt elke avond vanaf nu tot 12 noveber 2017. Tijdens de multimediashow worden over, door en langs de ruïnes, fragmenten, kolommen en tempelresten digitale beelden geprojecteerd, waardoor de gebouwen als het ware verrijzen en de personages tot leven komen. Het verhaal wordt verteld door Piero Angela.

De eerste voorstelling werd in 2014 opgezet naar aanleiding van de herdenkingen rond de 2000ste verjaardag van het overlijden van keizer Augustus. De praktische uitwerking van het digitale programma kostte toen zo’n 840.000 euro maar de bezoekers waren enthousiast en bleven komen.

Twee jaar geleden werd de voorstelling uitgebreid met het Forum van Caesar. Dit laatste spektakel lokte toen 158.000 betalende toeschouwers die konden genieten van de digitale reconstructies die op de site zelf werden geprojecteerd. Het programma is beschikbaar in het Italiaans, Engels, Frans, Russisch, Spaans, Duits, Chinees en Japans.

De uren van de voorstellingen zijn bij het Forum van Augustus en het Forum van Caesar verschillend en variëren ook per periode van het jaar. Voor alle praktische details is er een speciale website beschikbaar. Je kan de toegangstickets hier ook online bestellen, maar wie dat liever niet doet kan ook terecht in de toeristische informatiepunten. Bij iedere voorstelling is er op de tribunes plaats voor ongeveer 200 mensen.

La Luna al Foro Romano praktisch

La Luna sul Colosseo praktisch

La Luna al Foro Romano tickets kopen

La Luna sul Colosseo tickets kopen

Viaggio Nei Fori (Augustus en Caesar)

Grote overzichtstentoonstelling Fernando Botero in het Vittoriano

Posted in Romenieuws on 23 mei 2017 by romenieuws

Je houdt ervan of niet, maar de onmiskenbare stijl en unieke beeldentaal van de uit Colombia afkomstige Fernando Botero (°1932) is wereldwijd zo herkenbaar dat zelfs wie helemaal niets van kunst weet zijn werk onmiddellijk zal kunnen thuisbrengen. Ter ere van de vijfentachtigste verjaardag van de schilder en beeldhouwer Botero is in het Vittoriano een grote overzichtstentoonstelling begonnen die een overzicht brengt uit de bijna zestigjarige carrière van de kunstenaar. De getoonde werken zijn afkomstig uit de hele wereld. Het is de eerste grote Botero-tentoonstelling in Italië, al was hij al eerder te gast in Rome met kleinere en thematische expo’s (onder meer in 2005, in Palazzo Venezia). Je kan de tentoonstelling in het Vittoriano vanaf nu bezoeken tot 27 augustus.

Mensen, dieren, planten, dromerig en fantasierijk, gekenmerkt door heldere kleuren en sterk doordrongen van het Latijns-Amerikaanse traditie, maar evenzeer van de Renaissance: dat is Botero, een uitbundig artiest met een eigenzinnige stijl waar geen plaats is voor enige nuance. De bijzondere beeldtaal van de kunstenaar maakte hem wereldberoemd. Deze tentoonstelling is een eerbetoon aan zijn hele oeuvre, waarbij een vijftigtal meesterwerken worden getoond uit de periode 1958-2016.

Fernando Botero werd geboren in Medellín, Colombia, maar woont al vele jaren afwisselend in Parijs en New York. Reeds in 1948 werden zijn eerste illustraties gedrukt in een van belangrijkste kranten van Medellín. Op zijn negentiende had hij een eigen tentoonstelling in Bogotá. Een jaar later won hij in dezelfde stad een belangrijke kunstprijs, waarna hij met collega’s een tocht door Europa maakte. Hij zou er zijn hart verliezen, maar zonder ooit zijn Zuid-Amerikaanse roots te verloochenen, wat ook blijkt uit zijn werk. Botero volgde enkele professionele opleidingen, waarvan eentje aan de Academia de San Fernando in Madrid. Toch omschrijft hij zich tot vandaag als een autodidact.

Hij begon beeldhouwwerken te maken in 1971. In Spanje en Italië kwam hij onder de indruk van het werk van Velázquez, Goya en Piero della Francesca. Tijdens een bezoek aan Mexico in 1956 leerde hij de muurschilderingen van David Alfaro Siqueiros en Diego Rivera kennen. Botero ontwikkelde een eigen, duidelijk herkenbare stijl: hij heeft een uiterst verfijnde schilderwijze en geeft zijn afgebeelde figuren een geweldige omvang; de mensen bewegen zich als opgeblazen poppen in een verstarde wereld. Hij kiest bewust vaak onderwerpen die men ‘typisch Zuid-Amerikaans’ kan noemen (bijvoorbeeld de gedegenereerde bourgeoisie).

Toch onthield Botero zich lange tijd van openlijke sociale kritiek, al is deze in elk van zijn werken impliciet aanwezig. Deze ‘opgeblazen figuren’ kenmerken ook zijn bronzen beelden, die meer dan levensgroot zijn weergegeven. In zijn recente werk sloeg Botero wel de richting in van de ethische aanklacht. Zo vormden de wreedheden uit de Iraakse Abu Ghraibgevangenis het thema van de werken die hij in 2005 liet zien tijdens een tentoonstelling Palazzo Venezia in Rome.

Ook het geweld in zijn geboorteland Colombia met zijn voortdurende burgeroorlog werd meermaals aan de kaak gesteld en in tegenstelling tot zijn meer beminnelijke en vaak komische figuren, nam hij opnieuw de taak op zich komende generaties te herinneren aan het onrecht van zijn tijd.

Eveneens in het Vittoriano kan je nog tot 16 juli een tentoonstelling bezoerken met werk van Giovanni Boldini (1842-1931), een Italiaanse impressionistische kunstschilder, die echter geleidelijk steeds vaker overschakelde van landschappen naar de portretschilderkunst. Boldini legde een bijzondere begaafdheid aan de dag voor het vastleggen van de individuele persoonlijkheid van zijn modellen.

Restauratie Mausoleum van Augustus eindelijk begonnen

Posted in Romenieuws on 20 mei 2017 by romenieuws

Het ongelooflijke is gebeurd: in Rome is de restauratie begonnen van het al vele jaren verwaarloosde Mausoleum van Augustus, een project dat al in 2014 (naar aanleiding van de 2000ste verjaardag van het overlijden van de keizer) had moeten voltooid zijn. Nu, we kennen allemaal Rome, het acute gebrek aan geld en vooral de enorme administratie waarmee iedereen die aan bouwen of verbouwen durft denken onvermijdelijk te maken krijgt, zorgen vaak voor onnoemelijke vertragingen. Het is niet anders en we moeten maar blij zijn dat dit lang aanslepende dossier eindelijk in gang werd gezet.

Nu natuurlijk nog hopen dat de werken op tijd klaar zijn (het monument zou in theorie op 21 april 2019 de deuren moeten openen voor het publiek) en ook dergelijke voorspellingen zijn in Rome altijd af te wachten en absoluut geen zekerheden. Het feit dat het project grotendeels door privésponsors wordt gefinancierd, maakt de kans op grote vertragingen wel een heel stuk kleiner. Het plaatsen van de bijzonder mooie afsluiting, met afbeeldingen in spiegelreliëf, tekeningen en uitleg over het monument en de werken ging in ieder geval bijzonder vlot. Hoelang de omheining graffitivrij zal blijven, valt nog af te wachten.

Het karwei dat moet worden uitgevoerd is gigantisch. Alleen al voor de basisrestauratie moet 13.000 m² metselwerk worden hersteld, waarvan zowat 800 m² helemaal opnieuw waterdicht moet worden gemaakt. Rond het monument (diameter 87 m, hoogte 45 m) worden steigers met een totale lengte van 8.000 m geplaatst. Bovenop op het monument wordt een dakgedeelte voorzien, vanwaar het publiek een prachtig uitzicht op de omgeving zal hebben.

Het mausoleum is vandaag nog steeds het grootste cirkelvormige grafmonument uit de oudheid. Vanaf 32 v. Chr. liet Octavianus, de latere keizer Augustus, op het noordelijke Marsveld, toen nog een enorme open vlakte tussen de Tiber en de Via Flaminia, een familiegraf bouwen. Het werd in 28 v. Chr. ingehuldigd, Augustus was toen pas 34. De officiële naam van het complex was ‘tumulus Juliorum’, de tumulus of graftombe van de Juliërs.

Het is niet met zekerheid geweten hoe het mausoleum er aan de buitenzijde uitzag. Men denkt aan een kegelvormige heuvel van aarde met een doorsnede van 87 m en een hoogte van 32 m bovenop een bijna 12 m hoge cilindrische muur, bekleed met travertijn of marmer. De heuvel zou met cipressen beplant geweest zijn, net als de Etruskische graven in Cerveteri.

Men beweerde dat Augustus voor zijn heuvel van overal in het Romeinse Rijk aarde had laten brengen om zodoende te rusten in de grond van de hele wereld waarover hij had geheerst. Ook van dit verhaal is het niet zeker of het werkelijkheid is of een verzinsel. Na de dood van Augustus werd de constructie, die in de volksmond Mons Augustus werd genoemd, met zijn standbeeld bekroond.

De keizer had rond het monument parken met wandelpaden aangelegd, en had de plaatsing afgestemd op die van de Ara Pacis, het altaar van de vrede dat zich toen nog langs de Via Flaminia, de huidige Via del Corso bevond. Het samengaan van het mausoleum en de Ara Pacis was symbolisch, geplaatst ten noorden van de stad moesten ze iedere bezoeker die Rome naderde herinneren aan de Pax Augusta die de keizer aan het Romeinse Rijk had opgelegd.

Het monument werd in de loop der eeuwen verschillende voor verschillende doeleinden gebruikt, maar in het begin van de jaren ’60 van vorige eeuw was het verval zodanig groot geworden dat het risico te groot werd om het gebouw nog toegankelijk te houden. Er vielen regelmatig brokstukken naar beneden, de toestand was te onveilig en het monument werd definitief gesloten voor het publiek. De daaropvolgende decennia gebeurde er helemaal niets. Het mausoleum ligt nochtans in een druk bezocht gebied, zoals verteld ligt onder meer de Ara Pacis er vlakbij.

In 2011 ontstonden ontstonden plannen voor een totale restauratie van zowel het mausoleum als de omgeving rond het monument. Het ontwerp werd in 2012 voorgesteld. Prima op tijd, zo leek het, om de werkzaamheden af te ronden tegen 2014, het jaar waarin een heleboel evenementen en tentoonstellingen werden gepland naar aanleiding van het feit dat keizer Augustus dan precies 2000 jaar geleden overleden was.

Het dossier bleef aanslepen, maar uiteindelijk trokken zowel de stadskas als de hogere overheid in 2013 samen 4,275 miljoen euro uit voor het project. Dat was lang niet genoeg, maar de stadskas van Rome was ook toen al leeg. In oktober 2015 (de herdenkingen rond keizer Augustus waren toen al voorbij) trad de Fondazione TIM (Telecom Italia) naar voor als privésponsor met een bijdrage van maar liefst 6 miljoen euro. TIM wilde in een latere fase ook instaan voor de realisatie van het multimedia-gedeelte in het vernieuwde mausoleum. Daarmee stond niets nog de restauratie van het monument in de weg.

Niet zo in Rome. Er werd, na lang aarzelen en heel wat discussies wel een datum geprikt: de start van de werkzaamheden werd aangekondigd voor januari 2016. De restauratie zou dan in het voorjaar van 2017 kunnen voltooid zijn, waarna onmiddellijk na die werkzaamheden de heraanleg van de omgeving zou kunnen volgen. Het hele project zou dan voltooid zijn in het najaar van 2017. Maar deze werken zijn nooit begonnen.

Uit onderzoeken bleek dat Rome na aanbesteding een groot aantal “abnormale inschrijvingen” van aannemers had ontvangen. Abnormaal betekent in dit geval dat veel concurrerende aannemingsbedrijven fors afwijkende prijzen hadden ingediend. In een aantal gevallen was er een verschil met 42% ten opzichte van het ramingsbedrag. Daarnaast zouden sommige bedrijven aan bepaalde stadsdiensten en ambtenaren een korting van 69% beloofd hebben indien ze de werken mochten uitvoeren. Over de veel lagere kwaliteit die het gevolg zou zijn van dergelijke dumpingprijzen, werd uiteraard met geen woord gerept.

Hoewel het proces rond de Mafia Capitale (een enorm corruptieproces waarbij talrijke ambtenaren, maffieuze figuren en louche bedrijven betrokken zijn) toen al een hele tijd aan de gang was, leek het alsof er in de praktijk nog altijd niets veranderd was. De Rekenkamer kwam eraan te pas om uit te zoeken wat er met al de toegekende subsidies was gebeurd. Ook de anti-corruptiediensten begonnen zich met het dossier te bemoeien. Ondertussen kreeg Rome met Virginia Raggi ook een nieuwe burgemeester, die op haar beurt kreeg af te rekenen met onwillige ambtenaren en logge administratieve procedures.

Na alle vertragingen die het dossier opliep, kwam er uiteindelijk wel goed nieuws uit de bus: de 4,27 miljoen euro die het stadsbestuur eerder had opzijgezet is teruggevonden. De restauratie is dus begonnen en ook TIM heeft zijn beloofde 6 miljoen euro inmiddels overgemaakt. Daardoor zouden de werkzaamheden in principe non-stop tot het einde moeten kunnen worden uitgevoerd.

http://experience.mausoleodiaugusto.it/it/intro

ACHTERGROND

BONDIGE GESCHIEDENIS VAN HET MAUSOLEUM VAN AUGUSTUS

Het is merkwaardig dat Augustus zijn mausoleum een vorm gaf die in niets leek op de schitterende Hellenistische koningsgraven. Het had veeleer de vorm van de graven waarin de mannen van de Republiek aan de wegen die naar Rome leidden werden bijgezet, een vorm die reeds bestond in de zevende eeuw v. Chr.

Het eerste complex met de naam ‘mausoleum’ werd opgericht in de hoofdstad Halicarnassus van Caria (de zuidwestelijke streek van het huidige Turkije). Het werd gebouwd door koningin Artemisia voor haar man en broer de satraap Mausolos die in 353 v. Chr. stierf. Het behoorde tot de zeven wereldwonderen. In het British Museum zijn nog enkele resten te zien van dit nu verdwenen gebouw dat zijn naam gaf aan latere praalgraven.

Aan de ingang van het familiegraf bevestigde Augustus in 14 na Chr., dus kort voor zijn dood, bronzen tafelen, de ‘res gestae divi Augusti’. De keizer brengt er verslag uit over zijn daden. Zo vermeldt hij dat de grote bouwwerken van Julius Caesar voltooid werden, zoals het Forum van Caesar, de tempel van Venus, het nieuwe gebouw van de Curia en de bouw van de grote basilica Julia op het Forum Romanum. Ook bouwde Augustus zijn huis op de Palatijn, evenals het Forum van Augustus, de Apollotempel op de Palatijn, een triomfboog op het Forum Romanum en de Ara Pacis.

Augustus beroemt zich op de restauratie uit eigen middelen van 82 tempels die tijdens de burgeroorlogen in verval waren geraakt, en op de teruggave van alle kostbaarheden die zijn rivaal Marcus Antonius uit de tempels in het oosten had geroofd. In het bijzonder herinnert Augustus eraan dat tachtig zilveren beelden die ter zijner ere in de stad waren opgericht op zijn verzoek werden gesmolten om uit de opbrengst de tempel van Apollo op de Palatijn te bekostigen.

Naar Egyptisch gebruik werd de ingang van het mausoleum geflankeerd door twee, zij het Romeinse nabootsingen van Egyptische obelisken. Beide bleven behouden en staan nu Piazza del Quirinale en op Piazza Esquilino achter de Santa Maria Maggiore. De grafkamer zelf was vanuit het zuiden (kant Piazza Venezia) toegankelijk via een 3,5 m brede, nog zichtbare tunnel.

De ronde binnenzijde van het mausoleum had een ingewikkelde structuur en bestond uit een aantal concentrische muren waarvan sommige nog intact zijn. De hoge ingang leidt naar een grote ronde ruimte met in het midden weer een ronde muur, de cella, de eigenlijke grafkamer. Daar bevatten de binnenmuren nissen waarin de urnen van de keizerlijke familie werden bijgezet, op de marmeren steen staan hun namen gegrift. In het midden van de cella is er een kleine vierkante zeer hoge ruimte. Dit was de laatste rustplaats van Augustus, precies onder zijn bronzen standbeeld dat boven op het mausoleum stond.

Na de oprichting in 28 v. Chr. van het mausoleum was de eerste urne die hier werd bijgezet deze van Augustus’ neef en schoonzoon Marcellus die in 23 v. Chr. stierf. Hij was de zoon van Ottavia, de zuster van Augustus, naar hem werd het theater van Marcellus (Teatro Marcello) genoemd. Marcellus was gehuwd met Julia, de enige dochter van Augustus (met zijn tweede vrouw Scribonia), en werd voorbereid om de eerste keizer op te volgen. Hij was pas 19 toen hij stierf aan malaria en hij had geen kinderen.

Als monument heeft het mausoleum van Augustus, een zeer bewogen en vernietigende geschiedenis gekend, het werd verwaarloosd, geplunderd, van zijn marmer beroofd en gerecycleerd voor van alles en nog wat. De Goten drongen het complex binnen aan het einde van de vijfde eeuw en vernielden en roofden o.a. de gouden urn met de as van Augustus.

Tijdens de twaalfde eeuw verbouwden de Colonna’s het mausoleum tot een burcht, l’Agosta genoemd. Ze werd in 1241 door Gregorius IX ingenomen en ontmanteld, waarbij de blokken travertijn uit de tijd van Augustus werden weggehaald. Met de tijd verdween het mausoleum steeds meer onder de aarde, er werd een wijngaard bovenop aangeplant en tijdens de renaissance werd het een tuin met bomen in grote cirkels.

Tijdens de zestiende eeuw, en ook later, was de omgeving van het mausoleum een gure buurt die door de Romeinen de ‘ortaccio’ werd genoemd, de vieze moestuin, een naam die ook vandaag helaas nog actueel is. Toen het Baldassare Peruzzi in 1519 lukte tot de centrale grafkamer van het mausoleum door te dringen en enkele van de urnen te bergen en de opschriften die hun plaats aangaven te noteren, stelde hij vast dat een aantal urnen, waaronder dus ook die van Augustus al eeuwen eerder verdwenen waren.

Het is geweten dat tijdens de dertiende eeuw op het Capitool de urn van Agrippina major, dochter van Julia en Agrippa, vrouw van Germanicus, moeder van Caligula en grootmoeder van Nero, als officiële inhoudsmaat gebruikt werd. Deze urn bestaat overigens nog, ze wordt bewaard in de Capitolijnse musea. Ook de eerste urne uit 23 v. Chr., namelijk deze van Marcellus, de zoon van Ottavia (de zuster van Augustus) is bewaard gebleven.

Aan het einde van de achttiende eeuw werd het mausoleum omgebouwd tot een arena voor stierengevechten, de Corea genaamd, waar in Spaanse kledij gestoken matadors voor een enthousiaste menigte optraden. Goethe schrijft in zijn dagboek op 16 juli 1781: ‘Vandaag werd in het mausoleum van Augustus op dieren gejaagd. Dit grote, van binnen lege en van boven open, geheel ronde gebouw, is tegenwoordig tot arena voor ossengevechten (sic) ingericht, als een soort amfitheater. Het zal zo’n 4.000 tot 5.000 mensen kunnen bevatten. Het schouwspel zelf heeft me niet bijzonder geboeid’, dixit Goethe.

Nadat in 1870 de laatste vertoning was gehouden (Garibaldi was er toen eregast, foto boven), verbouwde men de ruïne tot een concertzaal (Auditorio Augusteo), die tot 1936 is blijven bestaan. Een negentiende-eeuwse Nederlandse kunstminnaar schrijft: ‘ik heb er eens een geïllustreerde luchtbal zien opgaan’. De beeldhouwer Enrico Chiaradia (1851-1901) gebruikte het mausoleum daarna als atelier, hij maakte er het reusachtige ruiterstandbeeld van Vittore Emanuele II dat bovenop het Vittoriano staat, het monument op Piazza Venezia.

Benito Mussolini liet alle gebouwen rond het mausoleum slopen en begon met de blootlegging van de site. Hij besliste dat 1937 zou gevierd worden als ‘bimillenario Augusteo’, de 2000ste geboortedag van Augustus. Daartoe wilde de Duce het graf in zijn oorspronkelijke staat herstellen, en in één moeite wees hij de antieke resten aan als zijn eigen toekomstige graf.

Op 28 april 1945 hing de 62-jarige Mussolini echter ondersteboven aan de dakrand van een benzinestation in Milaan. Zijn definitieve rustplaats vond hij pas twaalf jaar later in zijn geboortedorp Dovia di Predappio bij Forli.

Tentoonstelling Casa Romana start op 24 mei in Leiden

Posted in Romenieuws on 20 mei 2017 by romenieuws

In het Rijkmuseum van Oudheden in Leiden (Nederland) begint op 24 mei de tentoonstelling Casa Romana, een verrassende kennismaking met het rijke leven van de bewoners van een chique Romeinse stadsvilla. De tentoonstelling laat je een kijkje nemen in de luxe vertrekken van een villa. Je volgt het leven van alledag, van de ochtendrituelen tot de slaapkamergeheimen. In de geënsceneerde Romeinse interieurs zijn talloze voorwerpen uit de museumcollectie verwerkt, zoals servies, glaswerk, olielampjes en portretten. De tentoonstelling loopt tot 17 september 2017.

In Casa Romana gaat eeuwenoude archeologie samen met moderne design van o.a. Studio Job, Tjep. (Frank Tsjepkema), tuinarchitect Piet Oudolf en werk van kunstenaars als Ruud van Empel, Gerd Rohling, Olivier van Herpt en Teun van Staveren. Maar ook de archeologieliefhebber komt aan zijn of haar trekken. In totaal zijn meer dan achthonderd voorwerpen te zien: servies, verfijnd glaswerk, mozaïeken, marmeren portretten en architectuurfragmenten, juwelen, een zilveren tafelpoot, dakpannen, kinderspeelgoed en honderden Romeinse olielampjes.

De tentoonstelling is verdeeld in twaalf momenten uit het privé-leven van een echtpaar uit hoge Romeinse kringen en hun familie. Hun prikkelende verhaal kan je via een audiotour volgen, geschreven door Brenda Meuleman, auteur van ‘Het verraad van Julia’. De bijbehorende decors weerspiegelen de luxe van een Romeinse villa, met kleurrijke wandschilderingen en vloermozaïeken. Ze zijn samengesteld uit wandschilderingen, filmbeelden en kunst met een knipoog naar de Romeinen, of geïnspireerd op de oudheid.

De Romeinse voorwerpen komen voor een groot deel uit de eigen collectie van het Rijksmuseum van Oudheden. De overige bruiklenen zijn afkomstig van talrijke designers, kunstenaars, antiquairs, en van de Koninklijke Verzamelingen (Den Haag), het Museum Boijmans van Beuningen (Rotterdam), het Kröller-Müller Museum (Otterlo) en het Allard Pierson Museum (Amsterdam). De gastconservatoren van de tentoonstelling zijn dr. Gemma Jansen (archeoloog en zelfstandig onderzoeker), prof. dr. Eric M. Moormann en dr. Stephan T.A.M. Mols (beiden Radboud Universiteit Nijmegen).

Rijksmuseum van Oudheden
Rapenburg 28
2311 EW Leiden
Tel: 071 5 163 163
info@rmo.nl
www.rmo.nl