Archief voor 5 mei 2017

Rome gaat Forum van Julius Caesar volledig opgraven

Posted in Romenieuws on 5 mei 2017 by romenieuws

De Academie van Denemarken schenkt de stad Rome 1,5 miljoen euro om nieuwe opgravingen op en de uitbreiding van het Forum van Julius Caesar in Rome te bekostigen. Het geld wordt toegewezen via de Carlsberg Foundation in Kopenhagen en zal gebruikt worden voor nieuw archeologisch onderzoek en een nieuwe opgraving met het doel om de oostelijke kant van de tempel die nu begraven ligt onder de Via dei Fori Imperiali, de trottoirs en de bloembedden volledig bloot te leggen.

De Via dei Fori Imperiali zoals we die nu kennen verdwijnt op langere termijn. De werken aan het Forum van Julius Caesar  zullen in principe nog vóór het einde van dit jaar beginnen. Rome wilde het Forum van Caesar al langer volledig opgraven, maar tot nog toe ontbrak hiervoor voldoende geld. Het extraatje van Denemarken geeft de doorslag om het project toch te starten.

Het Forum van Caesar is nog steeds het enige van de vijf architectonische keizerlijke complexen waarvan de gehele oorspronkelijke lengte zichtbaar is. Maar in de breedte bevindt een aanzienlijk deel van het complex zich onder de Via dei Fori Imperiali. Met dank aan Benito – Il Duce – Mussolini in de jaren ’30 van de vorige eeuw.

Hoe de werkzaamheden precies zullen worden aangepakt is nog niet helemaal duidelijk, maar ze gaan snel beginnen en zullen minstens drie jaar duren. Afhankelijk van de vorderingen en mogelijke nieuwe ontdekkingen is die termijn eventueel verlengbaar.

Wat vandaag zichtbaar is van het Forum van Caesar is blootgelegd tijdens een opgravingscampagne in 1932-1933 en tijdens een tweede onderzoek in de periode 1998-2000. De westelijke en de zuidelijke zijden zijn momenteel zichtbaar, evenals een gedeelte van de noordelijke zijde; in het midden bevinden zich de resten van de tempel van Venus Genetrix, met de drie kolommen die in 1933 weer in elkaar werden gezet.

Met het blootleggen van het oostelijke deel hopen de archeologen belangrijke nieuwe historische en wetenschappelijke gegevens te verkrijgen, niet alleen over de oudheid, maar ook over de middeleeuwse periode en de huizen die er in die tijd hebben gestaan en waarvan in het verleden al vele overblijfselen ontdekt zijn.

Er wordt ook gerekend op de ontdekking van een protohistorische necropolis uit de tiende en elfde eeuw v. Chr., dus nog drie eeuwen vóór de mytische en legendarische stichting van Rome door Romulus en Remus op 21 april 753 v. Chr. Tussen 1998 en 2008 werden hiervan al een tiental graven blootgelegd, maar de begraafplaats moet veel groter zijn.

De reeds ontdekte graven zijn ouder dan enige andere vondst in de vallei, ouder nog dan de sporen van bewoning uit de zevende en de achtste eeuw v. Chr. die op de Palatijnse heuvel werden aangetroffen. Ze vormen een bewijs dat de bewoning op deze plaats veel ouder is dan tot nog toe werd aangenomen. Nieuwe vondsten kunnen archeologen helpen de ontluikende stad Rome enigszins te reconstrueren en zullen vermoedelijk nog meer gegevens opleveren over de feitelijke stichtingsperiode van de stad.

Na de door de Galliërs gestichte brand in 390 v. Chr. was Rome in de grootst mogelijke chaos herbouwd. Tijdens de daaropvolgende eeuwen had het stadsbeeld van Rome als geheel nauwelijks verandering ondergaan. De plaatsen waar zich het Romeinse publieke leven afspeelde waren dezelfde gebleven, namelijk het Forum Romanum en Campus Martius in de bocht van de Tiber.

Gaandeweg werd het Rome door de toename van haar bevolking te krap binnen haar muren. Daarom bedacht Julius Caesar een radicale maar geniale oplossing: de Tiber zou omgelegd worden en de gronden die op die manier beschikbaar kwamen zouden verkaveld worden, waarna een nieuwe Curia en een nieuw Forum zou worden gebouwd.

Van dit grootse urbanistische project van Caesar werden uiteindelijk enkel de Curia en het Forum van Caesar gerealiseerd, eigenlijk slechts details in de grootschalige plannen die Caesar voor ogen had. Na de moord op Caesar schrok men echter terug voor de grote problemen en de kosten die het herleggen van de Tiber met zich zouden meebrengen. Indien Julius Caesar nog enkele jaren had geleefd, zou het stadshart van Rome er vandaag waarschijnlijk aanzienlijk anders hebben uitgezien.

Voor zijn forum koos Caesar een centrale plaats aan de voet van de Capitoolheuvel, aansluitend bij het historische Forum Romanum. Daarvoor moest hij de Curia Hostilia en het Comitium verplaatsen en de rijke wijkbewoners uitkopen die aan de voet van de Capitolinus woonden. De onderhandelingen hiervoor begonnen reeds in 54 v. Chr., terwijl Caesar in Gallië tussen 58 en 51 v. Chr. grote rijkdommen buitmaakte.

Volgens Cicero die in 54 v. Chr. consul was, zou het verwerven van de nodige terreinen voor het aan te leggen forum het exorbitante bedrag van 60 miljoen sestertiën gekost hebben, en dit voor een toch beperkte oppervlakte. Het nodige goud kwam vrijwel uitsluitend uit Gallië. Volgens Suetonius roofde Caesar zoveel buit bij elkaar dat de prijs voor een pond goud zakte van 4.000 naar 3.000 sestertiën.

Verscheidene in Midden-België en Limburg ontdekte goudschatten bieden archeologische bewijzen voor de enorme goudroof in onze streken. In de periode voorafgaand aan de veldtochten van Caesar bestonden de Keltische munten uit relatief zuiver goud, na de Romeinse verovering werden in onze streken nergens nog Keltische goudmunten teruggevonden, enkel Romeinse munten. Hoewel de Romeinse aanwezigheid in onze streken niet zo heel sterk was, sloegen de Kelten geen munten meer, het goud was gewoon verdwenen.

De werkzaamheden voor het Forum van Caesar begonnen in 51 v. Chr.. Het betrof een groot rechthoekig plein van 160 m bij 75 m waarvan de lange zijde langs de Clivus Argentarius liep terwijl het zich in het oosten uitstrekte tot de nieuwe door Julius Caesar gebouwde Curia. De door portieken omsloten ruimte omvatte een tempel die Caesar aan zijn goddelijke beschermster Venus Genetrix wijdde.

In 48 v. Chr. had Caesar met de slag van Pharsalus bij Thessalië in noord-oost Griekenland, een definitieve overwinning behaald op zijn rivaal Pompeius die na zijn vlucht naar Egypte gedood werd door Ptolemaeus, de broer van Cleopatra. De nacht vóór deze beslissende slag beloofde Caesar bij een overwinning als dank een tempel voor Venus te bouwen, de moeder van Aeneas en de mythische stammoeder van het Julische geslacht waartoe hij behoorde.

Voor de Romeinen was Aeneas het symbool van de roemrijke begindagen van Rome, beginnend met zijn vlucht uit het brandende Troje (herinner je het epos van Vergilius) en, althans volgens Caesar eindigend met zijn eigen vrijwel complete verovering van de ‘toenmalige wereld’ door de man die er zich op beriep een nakomeling te zijn van… Aeneas.

Vandaag zien we aan de noordrand van het Forum van Caesar (aan de zijde van Piazza Venezia) op een hoog podium met twee kleine zijtrappen, de resten van de Tempio di Venere Genetrici, Venus de stammoeder. Carus Lucretius (99-55 v. Chr.) schreef ‘Aeneadum genetrix, hominum divumque voluptas alma Venus’, godin van leven, Venus, moeder van Romeinen, wellust van mensen en goden.

Ongetwijfeld wilde Caesar met een tempel ter ere van ‘de barende Venus’ zijn familiecultus de status van staatscultus toekennen en wilde hij op grond van zijn afkomst in Rome waarschijnlijk een monarchie naar oosters model stichten. Zijn verblijf in Egypte waar hij overal geconfronteerd werd met de vergoddelijking van de heersers, was daarbij ongetwijfeld van grote invloed.

De oorspronkelijke Venustempel werd verwoest bij de brand van 80 na Chr., de huidige schaarse overblijfselen, o.a. de drie heropgerichte zuilen, behoren tot de restauraties die werden uitgevoerd door de keizers Domitianus (81-96) en Trajanus (98-117). De tempel was van het type ‘peripteros sine portico’, met acht zuilen aan de voorkant en negen (of acht) aan de zijkant.

De cella was versierd met een fries waarvan zich nog enkele fragmenten in het Capitolijns museum bevinden. Ze tonen voorstellingen van eroten die met de oorlogsbuit spelen. Binnen de cella stonden aan de zijkant twee rijen gele zuilen en achterin bevond zich in een apsis een beeld van Venus, uitgevoerd door Arcesilaus. Haar borst was versierd met parels uit Brittannië.

In de cella bevond zich ook een goudbronzen beeld van Cleopatra. Van dat beeld bleef een kopie (of is het zoals sommige bronnen suggereren omgekeerd?) bewaard onder de naam ‘Esquilijnse Venus’, een beeld dat zich eveneens in het Capitolijns museum bevindt (zaal XVIII). Het wordt toegeschreven aan de school van Pasiteles (eerste eeuw v. Chr.).

De toen 22-jarige heerseres van Egypte slaagde er in 48 v. Chr. in Julius Caesar voor zich te winnen toen hij Alexandrië bezocht. Caesar versloeg, zij het met moeite, Ptolemaeus XII die in de Nijl verdronk, zodat Cleopatra de macht naar zich toe kon trekken samen met een jongere broer die zij daarna liet vermoorden.

Na de dood van Caesar in 44 v. Chr. verleidde Cleopatra Marcus Antonius, maar toen die in 31 v. Chr. in Actium verslagen werd, richtte ze haar charmes vervolgens op Octavianus, de latere keizer Augustus. De toekomstige keizer was echter ongevoelig voor de mooie Cleopatra en liet bovendien Caesarion vermoorden, de inmiddels 17-jarige zoon van Julius Caesar en Cleoparta. De Egyptische koningin pleegde daarop zelfmoord.

In de tempel van Hathor in Dendera aan de opper-Nijl worden Cleopatra en Caesarion op een basreliëf samen afgebeeld; ze staan er oog in oog met de goden Hathor en Ihy. Cleopatra (69-31) verloor uiteindelijk alles: haar minnaars, haar rijk en haar leven.

In 1724 schreef Händel een uitmuntende, verbazingwekkend gevariëerde opera ‘Giulio Cesare in Egitto’, waarbij de titelrol gezongen werd door een alt-castraat, later door een alt zoals dame Janet Baker of een bariton waardoor het werk een meer donkere, zwaarmoedige tint kreeg. Ook tijdens de twintigste eeuw bleef het Händels populairste opera.

In de tempel van Venus Genetrix werd later een beeld geplaatst van Drusilla, de dochter van Germanicus en Agrippa maior, een eer die geen enkele andere Romeinse vrouw ooit nog te beurt zal vallen. Drusilla was bovendien de eerste Romeinse vrouw die vergoddelijkt werd, dat gebeurde nog vóór Livia, de vrouw van Augustus deze eer kreeg.

De tempel van Venus Genetrix werd ingehuldigd op 26 september 46 v. Chr., dus anderhalf jaar vóór de moord op Caesar in 44 v. Chr. Zo kon Caesar reeds gebruik maken van het gebouw ter verheffing van zichzelf en zijn functie. Hij ging daarbij volgens Suetonius zover dat hij er de Senaat ontving omdat de werken aan de nieuwe Curia op het Forum Romanum nog niet voltooid waren. Daarbij zat Caesar, tegen alle voorschriften in, op het podium van de tempel, zonder op te staan voor de eerbiedwaardige vergadering zoals de republikeinse etiquette het voorschreef.

Bij de inwijding van de tempel liet Caesar twee suggestieve rituelen opvoeren, een ’Trojaans spel’ voor jonge ruiters met verwijzingen naar zijn veronderstelde voorvader Aeneas, en lijkspelen voor zijn in 54 v. Chr. gestorven dochter Julia, met gladiatorenspelen op het oude Forum Romanum.

De leider van de ruiters in het ‘Trojaanse spel’ was de toen nog onbekende Octavianus, de geadopteerde achterneef van Caesar. Niemand had kunnen voorspellen dat die knaap een twintigtal jaren later als keizer Augustus vergelijkbare spelen voor zichzelf zou organiseren.

In het midden van het forum stond vóór de tempel van Venus Genetrix een groot bronzen beeld van Caesar op zijn geliefde en inmiddels veertien jaar oude paard, geïnspireerd op het beroemde beeld van Alexander de Grote op Bucephalus. Volgens de Romeinse dichter Publius Statius (40-96) maakte dit ruiterbeeld oorspronkelijk zelfs deel uit van een monument ter ere van Alexander de Grote wiens portret door dat van Caesar werd vervangen.

Advertenties