Archief voor 7 mei 2017

Een bezoek aan de Ponte Milvio

Posted in Romenieuws on 7 mei 2017 by romenieuws

Lang niet alle toeristen brengen in Rome een bezoek aan de Ponte Milvio of de Milvische brug. Ze bevindt zich dan ook ruim drie kilometer ten noorden van Piazza del Popolo. Die afstand kan je maar moet je niet te voet overbruggen. Vanaf Piazzale Flaminio vertrekt vrij frequent een tram richting noorden. Let op: de tram slaat vóór de brug links af en rijdt dus niet over dit stukje geschiedenis van meer dan twintig eeuwen oud.

De tram rijdt over de Via Flaminia. Deze weg werd aangelegd door censor Gaius Flaminius in 220 v. Chr. en leidde reizigers vanuit Rome noordwaarts naar Ariminum (Rimini). De Via Flaminia verbond Rome met het pas gekoloniseerde gebied in Noord-Italië. Daar was het met de voortzetting ervan (sinds 187 v. Chr.) naar de Povlakte de voornaamste verkeersader.

De Via Flaminia werd in de oudheid tussen de Ponte Milvio en Piazza del Popolo gevolgd door talrijke Romeinse cohorten, ontelbare handelaars en miljoenen reizigers en bedevaarders die via het vasteland de stad wilden bereiken. Het was ook langs de Ponte Milvio dat de meeste reizigers terug naar huis keerden. Zo ook Johann Wolfgang von Goethe die in zijn tot klassieker uitgegroeide reisverslag ‘Italienische Reise’ vol weemoed en heimwee schreef: ‘ik kan jullie wel bekennen, sinds ik over de Ponte Milvio huiswaarts reed, heb ik geen echt gelukkige dag meer gekend’.

De huidige Ponte Milvio is natuurlijk niet meer de overbrugging uit de oudheid. De eerste vermelding van een brug op deze plaats dateert uit 207 v. Chr. De naam Milvius, Molvius, … komt wellicht van de oorspronkelijke bouwer, maar dat is geen zekerheid. Wel staat vast dat in die tijd een gens Molvia bestond, een familie met die naam. Maar of die iets met de realisatie van de brug te maken hadden is dus onbekend.

Na verschillende houten bruggen werd hier in 109 v. Chr. door Marcus Aemilius Scaurus, een oud-consul die op dat moment censor was, een eerste brug in natuursteen en baksteen aangelegd. Dat bouwwerk werd daarna herhaaldelijk gerestaureerd en gewijzigd, de brug werd verbreed en kreeg zelfs een versterkte poort.

In 63 v. Chr., tijdens de samenzwering van Catilina, liet Cicero op de Milvische brug een val zetten waardoor Titus Volturcius, een handlanger van Catilina, toen hij met de gezanten van de Allobrogen de stad verliet, kon worden opgepakt. In 1849 werd de Ponte Milvio opgeblazen door de troepen van Garibaldi in de hoop de opmars van de Fransen te stoppen.

Maar de brug is natuurlijk vooral beroemd gebleven omwille van een ander wapenfeit. Op deze plaats werd immers wereldgeschiedenis geschreven. Hier vond op dinsdag 28 oktober 312 de definitieve veldslag plaats tussen Constantijn en Maxentius die beiden aanspraak maakten op de keizerlijke troon.

Na de dood in 306 van zijn vader Constantius Chlorus werd Constantijn in het Engelse York door het leger uitgeroepen tot keizer van het westelijk deel van het Romeinse Rijk met Brittannia en Gallia. Maar Constantijn zag het groter, zijn zegetocht begint in Spanje in 310, een provincie die behoorde tot het rijk van medekeizer en schoonbroer Maxentius. De verbolgen Maxentius trok zich terug in Rome en wachtte daar op de aanval van Constantijn.

Die kwam er dus in 312 nadat Constantijn door een hemelse zegen was begenadigd. De verhalen over deze goddelijke ingreep lopen uiteen. De kerkvader Lactantius, een tijdgenoot van Constantijn, die men de ‘Cicero christianus’ of christelijke Cicero noemde, vertelt hoe de God der christenen aan Constantijn in een droom verscheen. Hij maande hem aan Zijn teken op de schilden van de soldaten te schilderen, de chi X en de rho P, de eerste letters van de Griekse naam Christos wat Messias betekent.

Volgens Eusebius (263-340), de heilige biograaf, zag Constantijn het teken van het kruis schitteren aan de hemel, met de tekst ‘In hoc signa vinces’, in dit teken zult gij overwinnen. Hoe het ook zij, de wonderbare inspiratie had historisch effect. Ondanks hun numeriek overwicht werden de troepen van Maxentius bij de Ponte Milvio verpletterend verslagen. Eén van de eerste taken die keizer Constantijn zich oplegde, was orde te scheppen in de relaties met de volgelingen van de God die hem had geholpen.

De gevolgen van deze overwinning waren groot. Volgens Norman Cantor (New York University) was de slag bij de Ponte Milvio ‘one of the few really important battles in history’. De ongelukkige Maxentius, die nochtans een overweldigend numeriek overwicht had, verdronk tijdens de strijd in de Tiber en zijn hoofd werd naar de Noord-Afrikaanse provincie gestuurd als niet mis te verstane waarschuwing. Constantijn zou hem een kwart eeuw overleven, de keizer sterft op 22 mei 337 kort na zijn doopsel.

In de Middeleeuwen werd de brug verschillende keren gerestaureerd. In 1450 werd onder paus Nicolaas V een restauratie begonnen die in 1457 onder paus Calixtus III werd voltooid. Houten onderdelen (mogelijk van middeleeuwse reparaties) werden verwijderd, evenals een driehoekig middeleeuws fort (Tripizzone genaamd) aan de noordkant. De brug kreeg vier grote bogen en twee kleinere. Een oude wachttoren aan de noordkant, die oorspronkelijk dateerde uit de derde eeuw, werd gerestaureerd. In 1805 werd de brug door Valadier in opdracht van paus Pius VII opnieuw gerestaureerd, waarbij de wachttoren zijn huidige boogvorm kreeg.

Zijn huidige vorm kreeg de brug bij een nieuwe reconstructie in 1850 onder paus Pius IX. Een tijdlang reden er trams over de brug (zie foto hieronder), maar vandaag is de Ponte Milvio een voetgangersbrug van 132 m lang. Aan de zuidelijke opgang staat links een standbeeld van l’Immacolata (door Pigiani uit 1840) en rechts van Sint-Johannes Nepomucenus, die gold als beschermheilige tegen het verdrinken en van mensen die een geheim moeten bewaren.

De hype is tegenwoordig een beetje overgewaaid, maar het is nog steeds een Romeins gebruik dat geliefden op deze brug hun liefdesband bezegelen door een hangslotje, een lucchetto, vast te klikken aan één van de lantaarnpalen op de Ponte Milvio en vervolgens het sleuteltje in het water kieperen. Dit gebruik vindt zijn oorsprong in de roman ‘Ho voglia di te’ van de Romeinse schrijver Federico Moccia, waarin de protagonist Step een legende fantaseert waarbij geliefden hun onsterfelijke liefde bezegelen door een keten met hangslot aan de derde lantaarnpaal van de Ponte Milvio vast te maken en de sleutel in de Tiber te gooien.

Nadat in 2007 de gelijknamige film van de Spaanse regisseur Luis Prieto in de Italiaanse bioscopen verscheen (zie hierboven een screenshot uit de film), groeide het fenomeen bij de Romeinse jongeren uit tot een ware hype. Het wel of zowat de hele Romeinse jeugd met een slotje afzakte naar de Ponte Milvio. Na drie maanden hadden reeds drie lantaarnpalen het onder het gewicht van zoveel liefdestrouw begeven.

Walter Veltroni, de toenmalige burgemeester van Rome, koos toen noodgedwongen voor een oplossing die volgens de Romeinse oppositie in de gemeenteraad destijds werd omschreven als ‘niet erg romantisch’: langs de stenen afsluitingen van de brug, werden metalen hekken geplaatst met hier en daar twee tegen elkaar gedrukte metalen hartjes.

Straatverkopers waren er als de kippen bij om ter plaatse een enorm assortiment aan hangslotjes in alle maten en aan alle prijzen te verkopen. In 2009 ontstond in Parijs, aan de zijafsluitingen van de ‘pont des Arts’, tussen het Louvre en het Institut de France, een soortgelijke hangslotjes-hype.

In september 2012 besliste de Romeinse overheid dat het welletjes was, en dat de brug voortaan dag en nacht bewaakt zou worden. Auteur Federico Moccia reageerde ontgoocheld en liet in de media optekenen: ‘Rome overhandigt Parijs de traditie van de liefdesbrug die hier geboren is, en hier moet blijven’. Terloops nog dit: de Romeinen noemen de Milvische brug vaak de ‘ponte mollo’ omdat ze, althans volgens hen, op instorten staat.