Archief voor 8 mei 2017

De tempel van keizer Claudius

Posted in Romenieuws on 8 mei 2017 by romenieuws

Piazza Santi Giovanni e Paolo dankt zijn naam aan de gelijknamige basilica die oorspronkelijk in de vijfde eeuw of wellicht nog vroeger werd opgericht. Zoals je recent kon lezen is het nu de titelkerk van de Belgische kardinaal Josef De Kesel. Links van de kerk zie je onder een reeks middeleeuwse bogen een glimp van de groene Palatijnse heuvel. Het straatje dat deze doorkijk biedt is de fraaie Clivo di Scauro dat nog steeds dezelfde naam draagt als twintig eeuwen geleden. Deze Piazza is één van de weinige plaatsen in Rome waar een middeleeuwse pelgrim zich misschien nog thuis zou voelen.

Op Piazza Santi Giovanni e Paolo leidt een doorgang, links in de lange muur als je vóór de basiliek staat, naar het park van de Villa Celimontana. Rechts van de kerk staat de machtige romaanse campanile, naast de kloostergebouwen van de Passionisten, de in 1720 gestichte congregatie van het Heilig Kruis. De gebouwen rusten op enorme steenblokken uit travertijn die in de oudheid de basis vormden van de tempel van Claudius (41-54). De steenblokken zijn nog steeds uitstekend zichtbaar onderaan de basis van de campanile.

In 54 werd de tempel door Agrippina Minor (de Jongere) opgedragen aan haar derde echtgenoot Claudius (41-54). Zij was de vierde vrouw van de keizer, de zuster van Caligula, de dochter van Germanicus en Agrippina Major en was dus een kleindochter van Augustus via zijn dochter Julia. Maar deze Agrippina Minor was door een vorig huwelijk ook de moeder van de latere keizer Nero. Best wel ingewikkeld, die familietoestanden in de keizerlijke families.

De tempel stond op een grote rechthoekige fundering van 180 m bij 200 m, omgeven door een aantal vertrekken op twee niveaus. De toegang tot de tempel was gericht naar het Colosseum. Keizer Nero liet de tempel vrijwel geheel afbreken, om ruimte te maken voor de bouw van een reservoir voor de Arcus Neroni, een aftakking van het Aqua Claudia aquaduct. Nero liet tegen de westelijke wand van de heuvel ook een groot nymphaeum bouwen, dat hoorde bij zijn Domus Aurea.

Na Nero’s dood werd de tempel door zijn opvolger Vespasianus (71-79 n. Chr) herbouwd. De laatst bekende vermelding van de tempel dateert uit de vierde eeuw. Het is niet meer bekend wat er daarna met het heiligdom is gebeurd, maar waarschijnlijk werd de tempel na de enorme terugval van de Romeinse bevolking in de zesde eeuw niet meer onderhouden en verviel het gebouw tot een ruïne. Je kan de tuin (vaak pas na een enigszins moeilijke onderhandeling waarbij soms enkele euro’s van eigenaar moeten verwisselen) bereiken langs de sacristie van de Santi Giovanni e Paolo of langs de poort naast de campanile.

De tempel was gebouwd op de Coelius of Caelius (Celio in het Italiaans), een heuvel direct naast het Colosseum, waarop een groot kunstmatig platform van 175 bij 205 m werd geconstrueerd. Doordat de tempel van Claudius gedeeltelijk staat afgebeeld op een aantal bewaard gebleven delen van de marmeren stadskaart Forma Urbis Romae , is enigszins te herleiden hoe de tempel eruitzag. Waarschijnlijk was het een prostylon, met een voorportaal in hexastyle.

De ingang was, in de richting van de Palatijn, op het westen gericht. Tegen de heuvelwand werd een monumentale façade uit travertijn gebouwd, in de tijd van Claudius een kenmerkende en ruw afgewerkte stijl. Uit oude bronnen is ook een Porticus van Claudius bekend, die zich waarschijnlijk rondom de tempel bevond. Op de Forma Urbis is de tempel wel afgebeeld, maar de porticus is niet te zien. Wat niets hoeft te betekenen, want aanzienlijke delen van deze oude Romeinse stadskaart zijn vernietigd.

Aan de westelijke zijde van de heuvel zijn de fundamenten van het platform nog goed te zien. Een dubbele rij arcaden uit travertijn is hier opgegraven. Ook aan de noordelijke en oostelijke heuvelwand zijn restanten teruggevonden. Aan de Via Claudia, aan de oostelijke zijde, is nog een deel van het nymphaeum opgegraven. Op het grote platform waar ooit de tempel van Claudius stond, is nu het klooster van de orde der Passionisten gevestigd, dat hoort bij de nabijgelegen kerk Santi Giovanni e Paolo. Ook op dit terrein zijn een aantal arcaden van de façade opgegraven, maar restanten van de tempel zelf zijn nog niet gevonden.

Claudius werd in Lyon geboren als zoon van Drusus die de zoon uit een vorig huwelijk was van Livia die gehuwd was met Augustus. Zijn moeder was Antonia, een dochter van Marcus Antonius en Octavia die de zuster was van Augustus. Claudius was reeds vijftig toen hij tot zijn verbijstering keizer werd. Hij was licht gehandicapt, vermoedelijk spastisch want hij kwijlde en was motorisch gestoord. Hij lachte vaak onbedaarlijk en had een stem die werd omschreven als afkomstig van ‘een schor zeemonster’.

Geestelijk was er met hem niets mis, maar zelfs zijn moeder beschreef hem, althans volgens Suetonius, als ‘een monster in mensengedaante dat de natuur nooit heeft afgemaakt’. Bij een decreet van 49 na Chr. werden alle joden en christenen door Claudius zonder onderscheid uit Rome verbannen. Vergeleken met die van de meeste Romeinse keizers waren de seksuele voorkeuren van Claudius vrij excentriek en hij had de vervelende gewoonte om telkens met de verkeerde vrouw te trouwen.

Eerst was er een meid zonder manieren, Plautia Urgulanilla, daarna de helleveeg Aelia Paetina, vervolgens zijn volle nicht Valeria Messalina, die echter een louter op geld beluste nymfomane was die volgens Tacitus ooit een wedstrijd met een gekende prostituee aanging om eindelijk eens na te gaan wie van hen de meeste sekspartners op één nacht aankon. Messalina won. Claudius zou haar omwille van haar veelvuldige en ongeremde uitspattingen later laten executeren.

Zijn vierde vrouw was Agrippina Minor, een afstammelinge van zowel Augustus als van Livia. Claudius werd meteen na zijn dood door Agrippina vergoddelijkt alhoewel zij hem in 54 had laten vermoorden om Nero, haar zoon uit een vorig huwelijk met Ahenobarbus, aan de macht te brengen. Daarbij werd aanvankelijk gebruik gemaakt van een vergiftigde schotel paddestoelen, het lievelingsgerecht van Claudius.

Die eerste moordpoging mislukte maar op 13 oktober lukte het met medewerking van Claudius’ lijfarts die mee in het complot zat wel. Na de moord op de keizer moest ook de wettige erfgenaam nog verdwijnen, met name Britannicus, de zoon van Claudius en Messalina. Hij werd vergiftigd door Nero die zelf getrouwd was met Octavia, een zuster van Britannicus en dus de dochter van Claudius. Het waren niet echt fraaie tijden in de machtscentra van Rome, maar ondertussen bleef het keizerrijk wel groeien.

Advertenties