Archief voor 12 mei 2017

Kleine bomexplosie aan postkantoor in Rome

Posted in Romenieuws on 12 mei 2017 by romenieuws

Omstreeks 9.20 uur vanochtend is een kleine, amateuristisch gemaakte bom ontploft tussen twee auto’s op de parkeerplaats van het Ufficio Postale di Roma Ostiense aan de Via Marmorata, op amper 200 m van Porta San Paolo en de Piramide van Cestius. Er zijn geen gewonden, enkel een auto raakte licht beschadigd. Het personeel en de aanwezige klanten van het postkantoor zijn wel geschrokken. De ontploffing veroorzaakte een hevige rookontwikkeling.  De brandweerkazerne bevindt zich vlakbij en de brandweerlieden kwamen direct ter plaatse na het horen van de kleine ontploffing. Enkele kleine vlammen konden moeiteloos met een brandblusser worden bedwongen.

Uit het eerste onderzoek blijkt dat de bom geenszins de bedoeling had iemand te verwonden of te doden maar vermoedelijk als ‘demonstratie’ was bedoeld. Uit de manier waarop het springtuig was vervaardigd en de keuze van het doelwit (het postkantoor) zoeken de speurders de daders in anarchistische kringen. In het verleden zijn er al vergelijkbare acties geweest.

Het postkantoor aan de Via Marmorata, één van de grootste kantoren in Rome en in 1932 ontworpen door de bekende architect Adalberto Libera (1903-1963) is dan ook een symbolisch doelwit voor acties. De anarchisten, als de daders tenminste uit die hoek komen, spelen daarmee echter een gevaarlijk spel. Door de internationale terreurdreiging staan de zenuwen bij de veiligheidsdiensten strak gespannen en zullen de ordediensten niet nalaten om bij de minste dreiging met de hardste middelen uit te pakken.

Vandaag ging het effectief om één enkele bom. Het verhaal dat er twee bommen waren zoals sommige media beweren, klopt niet. Er was wel een dubbele ontploffing, maar beiden werden veroorzaakt door hetzelfde springtuig. Vermoedelijk is brandbare vloeistof uit een fles vlakbij of in het bompakket de oorzaak van de tweede explosie. De bom bevond zich in een plastic doos en beschikte over een timer maar wellicht werd een afstandsbediening gebruikt.  Het tuig werd geplaatst op een gereserveerde parkeerplaats bij het postkantoor maar er wordt niet gedacht aan een aanslag op een bepaald persoon.

De onderzoekers gaan mogelijke overeenkomsten na tussen de ontploffing vanochtend en een andere explosie vorige week, eveneens bij een postkantoor aan de Via Laurentina. Voorlopig is er nog geen hard  bewijs voor een verband tussen beide gevallen, maar een aantal elementen zoals het type en de constructie van het springtuig en de geviseerde doelwitten, wijzen wel in die richting.  Laboratoriumtests door het forensisch team moet meer duidelijkheid brengen. Speurders onderzoeken ook alle camerabeelden die werden gemaakt door het camerasysteem van de stad, maar ook de beelden van het postkantoor en van alle andere bedrijven in de buurt worden bekeken.

Enkele minuten na de explosie in de Via Marmorata was er een bommelding voor het hoofdkwartier van de FAO, de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties, vlakbij het Circus Maximus en de Palatijnse heuvel. Het bleek echter om twee zandzakken te gaan, zoals die worden gebruikt in de bouw. Het foute alarm werd meteen afgeblazen.

Advertenties

Het ontstaan van de keizerlijke fora

Posted in Romenieuws on 12 mei 2017 by romenieuws

Tussen Piazza Venezia en het Colosseum liggen langs de Via dei Fori Imperiali de resten van de keizerlijke fora. Ovidius schrijft ‘Waar nu de fora zijn, was ooit een vochtig moeras en een sloot vol overtollig rivierwater’. Toen het Forum Romanum te klein bleek voor alle bestuurlijke religieuze, juridische en commerciële functies, werden in snel tempo tussen 46 v. Chr. en 115 na Chr. door opeenvolgende keizers naast elkaar liggende fora gebouwd, waarbij het eindresultaat niet de realisatie is van een groots allesomvattend bouwkundig plan, maar de eindsom van afzonderlijke projecten.

Toen Julius Caesar besloot naast het oude, historische Forum Romanum de stad een nieuw forum te schenken, had hij geen idee dat er nog andere fora zouden bijkomen. Zijn voorbeeld werd gevolgd door Augustus, Vespasianus, Nerva en ten slotte Trajanus. Met hun portieken, tempels, bibliotheken en basilica’s waren deze fora de prestigieuze uitingen van keizerlijke macht.

Een bezoek aan de Fori Imperiali is niet eenvoudig, ook al omdat op verschillende plaatsen nog steeds wordt gegraven of gewerkt. Daardoor zijn belangrijke delen van de fora soms moeilijk zichtbaar of niet bereikbaar. In december 2007 werd in de gerestaureerde Markten van Trajanus een museum geopend waar op zeer suggestieve wijze plannen, schetsen en simulaties van de keizerlijke fora getoond worden. Het is geen slecht idee om eerst ter plaatse alle delen van de fora te situeren, daarna het museum te bezoeken en vervolgens terug te keren voor een gedetailleerd bezoek aan het Forum. Als je geen begeleiding hebt, is een kaartje of reisgidsje met daarop de voornaamste elementen van het Forum Romanum een must.

‘Siste viator’, sta stil reiziger en bedenk wat hier in het verleden allemaal gebeurd is. Een bezoek aan het Forum Romanum, nauwelijks twee hectaren groot, zou een gebeurtenis voor het leven moeten zijn. Forum komt van het Latijnse ‘foras’ en betekende oorspronkelijk ‘een plaats buiten de agglomeratie’, dus buiten het eigenlijke stadsgebied. Het Forum Romanum was zoals verteld oorspronkelijk een drassige vallei (marrana) gelegen tussen de sinds de late negende eeuw v. Chr. (en zoals archeologische vondsten aantoonden vermoedelijk nog een paar eeuwen vroeger) bewoonde heuvels van het Capitool, de Esquilijn en de Palatijn.

Door die vallei liep een primitieve weg waarlangs een begraafplaats lag. Na afloop van de oorlog tussen de twee herdersvolkeren, de Latijnen op de Palatijn en de Sabijnen op de Quirinaal werd de tussenliggende vallei een markt- en ontmoetingsplaats, die zowat het embryo zou zijn van de latere stad. Arcus Terentius Varro (116-27 v. Chr.) ooit ‘de geleerdste man van zijn tijd’, dateerde de historische stichting van Rome in 753 v. Chr., dus tijdens de Latiumse ijzertijd. Vergeleken met de aangrenzende Etrusken was hier slechts sprake van een betrekkelijk provinciale randcultuur. Intussen weten we dat de eerste bewoners van Rome al heel wat eerder opdoken, namelijk tussen de tiende en de elfde eeuw v. Chr., dus minstens drie eeuwen vóór de mytische stichting van de stad.

De eerste Romeinen waren diep gelovig en onderkenden in elk aspect van hun levenswereld een geheimzinnige kracht, deze krachten, de ‘numen’, gaven ze namen en vereenzelvigden ze met allerlei persoonlijkheden zoals Jupiter die de hemel en het zonlicht vertegenwoordigde, en Mars de geest van de velden die later hun oorlogsgod werd. Er waren goden voor het huis en voor de provisiekast, de laren en de penaten; er was Janus, de bewaarder van deuren en poorten, en natuurlijk Vesta de beschermster van de huiselijke haard. Karakteristiek waren de crematies waarbij de as bewaard werd in hutvormige urnen, overeenstemmend met hun eigen behuizing.

Na Romulus zouden tussen 715 en 616 drie Sabijnse koningen mekaar opgevolgd hebben, daarna volgden de Etruskische koningen tot 509. In werkelijkheid moeten er meer koningen geweest zijn dan de legendarische zeven die de republiek voorafgingen. Volgens de overlevering waren de opeenvolgende Romeinse koningen: Romulus vanaf 753 (stichter), Numa Pompilius 715, Tullus Hostilius 673, Ancus Marcius 642, Tarquinius Priscus 616 (eerste Etrusk), Servius Tullus 578 en ten slotte Tarquinius Superbus 535 (laatste koning). In 509 v Chr. werd de Romeinse republiek gesticht.

Tijdens de tijd der koningen verandert de moerassige vallei van aanzien. De vrije ruimte in het dal kreeg haar eerste officiële gebouwen, op de twee uiteinden verschenen bijna gelijktijdig de Regia in het oosten als koninklijke residentie van Numa Pompilius en het Comitium, de oudste zetel van politieke activiteit van de stad in het westen.

De mannen die het lot van Rome in handen hadden kwamen er bij elkaar om comitia of volksvergaderingen te houden. Volgens de traditie was Numa, de tweede koning van Rome, ook verantwoordelijk voor de bouw van de tempel van Vesta. Dit sluit aan bij zijn latere reputatie als stichter en bestuurder van de Romeinse staatsgodsdienst en het is veelzeggend dat ook in de keizertijd de Regia nog altijd de ambtswoning was van de hogepriester, de pontifex maximus.

Tarquinus Priscus laat op deze plaats eindelijk een echt plein aanleggen en krijgt een deel van de vallei een stenen bestrating. De inbreng van de Etrusken was enorm, ze bouwden een vesting op het Capitool, de Arx Capitolina, zorgden voor de samenvoeging van de kleine dorpjes op de heuvels en organiseerden het maatschappelijke leven. De stad kreeg een versterkte muur en het water op het Forum werd naar de Tiber afgevoerd door de bouw van de toen nog niet overdekte Cloaca Maxima die vandaag nog altijd bestaat. Deze drooglegging van het dal liet een continue bezetting toe van de moerassige vallei.

Tarquinius Superbus was gehuwd met Tullia de dochter van Servius Tullius, de zesde koning. Hij zette er zijn vrouw toe aan haar vader te vermoorden zodat hij zelf de zevende koning werd. Na een wreed bewind van 25 jaar werd Tarquinius Superbus door de Romeinse bevolking verdreven toen zijn zoon Sextus (nomen est omen, de naam is een teken, zoals Plautus zou gezegd hebben) Lucretia, de vrouw van zijn neef Tarquinius Collatinus had verkracht.

Lucretia pleegde zelfmoord na haar vader en haar man te hebben opgedragen haar te wreken. Beide mannen leidden een volksopstand en verdreven de laatste Etruskische koning. Zo werd Rome in 509 v. Chr. een republiek gebaseerd op het machtsevenwicht tussen twee consuls die jaarlijks werden verkozen en een groep senatoren, de vertegenwoordigers van de patriciërs.

Alles begon dus in feite bij de verkrachting van Lucretia, een gebeuren dat we later ook in de literatuur zullen terugvinden, o.a. bij Shakespeare. Het thema vinden we ook terug in de schilderkunst o.a. bij Lorenzo Lotto (Londen) waar Lucretia een trouwring draagt en bij de fantastische Artemisia Gentileschi (1597-1651) die zelf als kind verkracht werd door haar leraar, de schilder Agostino Tassi (1580-1644, wellicht een leerling van de Vlaming Paul Bril en zelf leermeester van Claude le Lorrain). In de muziek componeerde Benjamin Britten (1913-1976) in 1946 de kameropera ‘The rape of Lucretia’.

Met de oprichting van nieuwe republikeinse instituties werden om en op het Forum, de vrije ruimte in de vallei, nieuwe gebouwen toegevoegd zoals in 497 v. Chr. de tempel van Saturnus, in 484 v. Chr. de tempel van de Dioscuren en op het Comitium een podium voor toespraken dat na 338 v. Chr. bekend werd als Rostra.

Binnen het tijdsbestek van een eeuw, tussen 460 en 360 v. Chr., was er geen decennium waarin de Romeinen geen oorlog voerden. Het meest onheilspellende moment kwam toen Galliërs, in feite Kelten, zuidwaarts Italië introkken en op 18 augustus 387 de Romeinen versloegen, de weg naar Rome lag vrij. Zelfs het Capitool werd toen bedreigd. Later hebben de Romeinen de schuld van het ontbreken van enige stadsplanning gelegd bij de te haastige wederopbouw na de plundering door de Galliërs. Maar in feite was de wanordelijke stadsbouw endemisch, anders dan bijvoorbeeld Alexandria of zelfs Athene werd de ontwikkeling van Rome nooit door een koning of wetgever gepland.

Tijdens de tweede eeuw v. Chr. werden de eerste grote basilieken gebouwd, waarmee een nieuw type gebouw zijn intrede deed. Langzamerhand verlieten de kooplieden het Forum Romanum en in Cicero’s tijd (106-43) trof men er nog slechts de tafels van geldwisselaars en bankiers aan. Binnen een tijdsbestek van honderd jaar raakte de republiek in verval als gevolg van burgeroorlogen: eerst de bloedige strijd tussen Marius en Lucius Sulla en daarna tussen Pompeius en Julius Caesar.

Zodra Julius Caesar in 49 v. Chr. de macht in handen krijgt, plant hij de uitbreiding van het zes eeuwen oude Forum Romanum. In 44 v. Chr. verplaatst hij de Rostra en heroriënteert de Curia. Na de dood van Caesar zet Augustus (27 v. Chr.-14 na Chr.) dit werk voort met de bouw van de tempel van Divus Julius, de nieuwe Rostra, twee triomfbogen ter herinnering aan de overwinningen op de Parthen en op Antonius bij Actium, en de porticus van Gaius en Lucius Caesar voor de basilica Aemilia.

De wonderlijk snelle ontwikkeling van Rome had als gevolg dat op het einde van de eerste eeuw na Chr. het Forum opnieuw te klein was geworden. De keizers bouwden nieuwe fora waardoor het belang van het Forum Romanum geleidelijk kleiner werd. Vanaf de derde eeuw werd er niet meer op het oude historische Forum gebouwd, vooreerst wegens plaatsgebrek, maar ook door het nieuwe geloof dat vanaf 60 na Chr. verspreid werd door Petrus en Paulus. Een laatste bouwwerk van betekenis werd opgericht aan het begin van de vierde eeuw, toen Maxentius (306-312) opnieuw koos voor Rome als hoofdstad en op het Forum zijn grote basilica bouwde. Zijn opvolger Constantijn stichtte Constantinopel.

Het Forum heeft in zijn eeuwenlange geschiedenis dramatische periodes gekend. Het werd verschillende malen door brand vernield, o.a. bij het begin van de republiek, later onder Nero op 18 juni 64 na Chr., onder Titus in 80 na Chr. , en onder keizer Commodus in 191 waarbij de verwoestingen enorm waren. Bij de brand van 283 na Chr. onder keizer Carus moesten de Curia en de basilica Iulia heropgebouwd worden. De invasies van de barbaren en opeenvolgende aardbevingen zorgden voor een totaal verval.

Na acht eeuwen zonder plundering, begon in 410 een nieuwe moordende reeks toen de Visigoten onder leiding van Alarik Rome plunderden en de tempel van Jupiter op het Capitool, het Forum Romanum en het paleis op de Palatijn in brand staken. Orosius schrijft: ‘Daar verschijnt Alarik, belegert Rome, sticht er verwarring en breekt binnen. Hij gaf het bevel dat mensen ongeschonden en in veiligheid dienden te blijven als zij op heilige plaatsen zoals in basilieken hun toevlucht hadden gezocht’.

Het plunderen duurde drie dagen. De legendarische buit van Jeruzalem die door Titus naar Rome was gebracht werd wellicht door de Visigoten meegenomen en is sindsdien alleszins nooit meer gezien, al duurt de zoektocht naar onder meer de legendarische menora (de joodse kandelaar) tot vandaag voort. Een beeld van het geestelijke verval van de stad lezen we bij Salvatius die vertelt hoe de Romeinen bij de inval van Alarik gewoon doorgingen met de spelen in het Colosseum.

Hij schrijft ‘Wie is in doodsnood en staat erbij te lachen? Dat zijn wij. Wij organiseren spelen terwijl we ingenomen dreigen te worden. Je zou kunnen denken dat het Romeinse volk te veel sardonisch kruid heeft gegeten… het sterft en staat erbij te lachen’.

Dan volgt de aardbeving van 442. In 452 is het de beurt aan de Hunnen onder leiding van Attila. Slechts één man houdt het hoofd koel: paus Leo I (440-461). Hij gaat onbevreesd naar de Hun met boven hem in de hemel de verschijning van Petrus en Paulus. Maar drie jaar later kan niemand Rome helpen, de stad wordt geplunderd door de Vandalen, een groep Germaanse stammen afkomstig uit het gebied van de midden-Oder.

476 betekent het einde van het West-Romeinse Rijk wanneer Romulus Augustulus als laatste keizer afgezet wordt door Odoaker (476-493), ‘koning van Italië, koning der barbaren’. Hij stuurt de keizerskroon naar Constantinopel en stelt zich onder de soevereiniteit van de Oost-Romeinse keizer. In 500 valt Rome in handen van de Ostrogoten nadat Theodorik in 493 tijdens een verzoeningsmaaltijd Odoaker had vermoord.

Byzantium waardeert dit niet, pas in 540 stuurt Justinianus zijn generaal Belisarius naar Sicilië, het begin van een desastreuze oorlog die een groot deel van Italië zal verwoesten, in 537 verovert hij Rome. Dit is het einde van Italië’s oude geschiedenis. Wanneer de Longobarden, onbeschaafder en barbaarser dan de Visigoten, in 568 voor de muren verschijnen wordt Rome politiek en militair verdedigd door de paus. De vertegenwoordiger van Byzantium zetelt in Ravenna en kijkt van op afstand toe.

Het verdwijnen van de senaat en de aangerichte verwoestingen zijn het begin van het diepe verval van Rome. In 600 is de Eeuwige Stad herleid tot een ‘dorp’ met nauwelijks 20.000 inwoners. Wanneer in 752 de Longobarden Rome opnieuw bedreigen, roept de paus de hulp in van Pepijn de Korte. Ten slotte ondergaat Rome nog de verwoestingen en plunderingen door de Saracenen in 846 en de Noormannen in 1084.

Na al deze calamiteiten ontleende Rome voortaan enkel nog zijn faam aan zijn groeiende invloed in de christelijke wereld. Ondertussen werd het Forum Romanum opnieuw een drassig weiland. In 1536 liet Paulus III een brede laan aanleggen tussen de boog van Titus en de boog van Septimius Severus, dwars over de bedolven ruïnes. In dat jaar trok Karel V, van Tunis komend, triomfantelijk langs deze ‘nieuwe’ Via Sacra naar het Capitool.