Het graf van Rafaël

Tot vorige week kon je de bloemenkrans nog zien die ieder jaar  op de herdenkingsplechtigeheid voor de schilder Rafaël aan zijn sobere tombe in het Pantheon wordt neergelegd. De beroemde schilder stierf op 6 april en die datum wordt tot vandaag nog altijd herdacht. De laatste rustplaats van Rafaël bevindt zich inderdaad in dit fantastische bouwwerk uit de oudheid, waar hij onder meer gezelschap heeft van de Italiaanse koningen.

“Ille hic est Raphael, timuit quo sospite vinci, rerum magna parens et moriente mori”, staat te lezen op de sarcofaag. Hier rust Rafaël, de grote Moeder Natuur vreesde bij zijn leven door hem overtroffen te worden; en te sterven nu hij dood is. Het is een tekst van Pietro Bembo, dichter, humanist en kardinaal (1470-1547) die begraven werd in de nabijgelegen Santa Maria sopra Minerva.

Op de eenvoudige maar mooie antieke sarcofaag staat ook nog: ‘Ossa et Cineres Raph. Sanctii Urbin’, gebeente en as van Rafaël Sanzio uit Urbino. Deze sarcofaag is niet de originele kist waarin de schilder in 1520 werd begraven. Het exemplaar dat je vandaag in het Pantheon ziet werd in 1833 geschonken door paus Gregorius XVI ter gelegenheid van het openen van het graf.

Rafaël werd overigens op zijn eigen verzoek in het Pantheon begraven, hij had ondanks zijn jeugdige leeftijd en bijzonder vooruitziend zijn graf reeds besteld bij zijn vriend en leerling Lorenzo Lotti, beter bekend als Lorenzetto (1490-1541). Die vervaardigde, wellicht met de hulp van Raffaello da Montelupo, in antieke stijl de boven het graf staande ‘Madonna del Sasso’ (1520-1524) naar een tekening van Rafaël zelf.

De bronzen buste van Rafaël links van de Madonna del Sasso is een werk van Giuseppe de Fabris (1790-1860). Rechts zie je een gedenksteen met een korte epitaaf voor Maria Bibbiena, op de steen foutief met één b geschreven. We lezen ‘Mariae Antonii Bibienae sponsae eius’, zodat zij hier als de vrouw van Rafaël wordt voorgesteld.

Maria Bibbiena was de nicht van kardinaal Dovizi da Bibbiena, thesaurier en eerste minister van paus Leo X. Het meisje was verondersteld te trouwen met Rafaël. Deze laatste voelde weinig voor dit huwelijk, zijn leven was immers al rijkelijk van vrouwen gevuld en anderzijds bestond de mogelijkheid dat de paus hem weldra tot kardinaal zou verheffen, een ambt of een eretitel waarop getrouwde mannen in principe geen aanspraak konden maken.

Uiteindelijk stemde Rafaël in vanwege de enorme bruidsschat die in het vooruitzicht werd gesteld, maar de schilder stelde het huwelijk telkens uit totdat het probleem zich plots oploste toen Maria Bibbiena drie maanden vóór de voorgenomen trouwdatum overleed. Ze was nog geen achttien jaar oud. De nis rechts van de Madonna del Sasso waarin haar beeld had moeten staan is leeg gebleven.

Rafaël stierf niet zoals men vaak leest in de armen van zijn geliefde, de mooie bakkersdochter ‘fornarina’ Margaretha, zij mocht zelfs de uitvaart van haar minnaar niet bijwonen. Volgens Vasari stierf Rafaël ten gevolge van zijn amoureuze excessen, na een dolle nacht die hem hevige koorts bezorgde. De dokters aan wie hij de reden van zijn koorts niet vertelde, dienden hem aderlatingen toe in plaats van versterkende middelen.

Een zeer suggestieve beschrijving van de ultieme liefdesnacht van Rafaël vinden we in ‘Memoirs of a gnostic dwarf’ uit 1996 van David Madsen. De vroegtijdige dood van Rafaël schokte Rome zeer diep, zelfs de paus kwam wenend afscheid nemen van de in het Pantheon opgebaarde meester. In de kronieken uit die tijd lezen we dat de paus ‘naast het dode lichaam knielde, de hand van Rafaël in de zijne nam, ze kuste en met tranen bedekte’.

Men ging er steeds van uit dat de stoffelijke resten van Rafaël niet volledig in het Pantheon rustten, omdat men de Accademia di San Luca, vlakbij de Trevifontein, beweerde de schedel van Rafaël te bezitten. Die was anderhalve eeuw na het overlijden van Rafaël door de schilder Maratta (1625-17I3) aan de voorzitter van de Accademia geschonken. Het kostbare geschenk werd dankbaar aanvaard en leidde zelfs tot een officiële feestviering in de kunstacademie.

Ook Goethe heeft tijdens zijn Italiaanse reis deze zogenaamde schedel van Rafaël nog bewonderd en kon er via relaties zelfs een afgietsel van bemachtigen. Toen men in 1833 het graf opende, bleek echter dat het stoffelijk overschot van Rafaël volledig en ongeschonden was. Pech dus voor de Accademia en voor Goethe (1749-1832), die dat niet meer heeft moeten meemaken omdat hij zelf een jaar eerder was gestorven.

Onder de gedenksteen voor Bibbiena bevindt zich de grafsteen van de alom bejubelde Annibale Carracci (1560-1609), van wie men tijdens de zeventiende eeuw zei dat zijn stijl het summum van volmaaktheid was.

De uitdrukking ‘eclectisch’ werd in de kunstgeschiedenis voor het eerst gebruikt bij de omschrijving van de manier waarop hij de hoogrenaissance koppelde aan de klassieke traditie. Maar de Britse kunstcriticus John Ruskin (1819-1900) gaf hem in de negentiende eeuw een nekschot. Hij schreef over Carracci: ‘no single virtue, no colour, no drawing, no character, no history, no thought’. Pas in 1956 kreeg de meester in Bologna een verdiend eerherstel.

De schilder, tekenaar en architect Raphaël of Raffael (eigenlijk: Raffaello) Sanzio of Santi werd op 6 april 1483 geboren in Urbino, al zijn er ook bronnen die 28 maart vermelden. Samen met Michelangelo en Leonardo da Vinci is hij de belangrijkste kunstenaar van de hoge renaissance.

Hij werd in 1494 of daarna leerling van Il Perugino. Tot zijn vertrek uit Perugia volgde hij de stijl van zijn leermeester na. In 1504 ontstond de Sposalizio (de Verloving van Maria, Milaan), een compositie waarin hij de opzet van Perugino’s gelijknamige werk (nu in Caen) overnam. Het grote talent van de jonge Rafaël manifesteerde zich in deze tijd het duidelijkst in zijn tekeningen, o.a. de reeks meesterlijke studies in zilverstift, pen en krijt in het Ashmolean Museum in Oxford.

Van 1504 tot 1508 werkte Rafaël in Firenze. Onder invloed van Leonardo’s en fra Bartolomeo’s monumentale scheppingen maakte hij zich los van de zo sterke binding met de Umbrische School (Piero della Francesca, Francesco Laurana). In 1507 voltooide hij na lange voorbereidingen een Graflegging van Christus (te zien in de Galleria Borghese in Rome), een tamelijk ingewikkelde compositie die in dramatisch opzicht enigszins tekort schiet. De portretten uit deze periode bezitten reeds een voorname allure, die door de warme kleuren wordt versterkt.

Van 1508 tot zijn vroege dood in 1520 werkte Rafaël in Rome en daar ontwikkelde hij zich tot de schepper van een monumentale stijl, bij uitstek geschikt voor de decoratie van imposante ruimten. Deze evolutie voltrok zich snel, zoals is op te maken uit zijn fresco’s in de stanze, een reeks opeenvolgende vertrekken in een vleugel van het Vaticaans paleis, die paus Julius II door Rafaël liet beschilderen.

Achtereenvolgens ontstonden de ‘Stanza della Segnatura’ met o.a. de fresco’s Disputa del Sacramento (1509-1510) en De School van Athene (1510-1511); kartons voor het laatstgenoemde werk in de Biblioteca Ambrosiana in Milaan, de ‘Stanza di Eliodoro’ (1512-1514) en de ‘Stanza dell’Incendio’, bestemd voor de verheerlijking van de nieuwe paus Leo X (1514). De taferelen op de wanden zijn in grandioze composities verbeeld.

Het is duidelijk dat de antieke architectuur en beeldhouwkunst een beslissende invloed op Rafaël hebben gehad. Daarnaast werd hij blijkbaar ook geboeid door een on-Romeinse, eerder Venetiaanse behandeling van kleur en licht, zoals te zien is in de fresco’s van de beide laatste stanze; de ‘Stanza della Segnatura’ vertoont nog het lichte, koele coloriet van de Florentijns-Romeinse traditie.

Rafaël had het best naar zijn zin in Rome en hij zou de stad niet meer verlaten. Hij beschikte over een groot aantal helpers, die het hem mogelijk maakten zijn opdrachten in snel tempo uit te voeren. Behalve de stanze kwamen nog andere decoratieve ensembles tot stand.

Daaronder de triomf van Galatea (1512) en De geschiedenis van Amor en Psyche (1514) in de Villa Farnesina, de mozaïeken van Alvise di Pace, naar Rafaëls tekeningen, in de koepel van de grafkapel van Chigi in de Santa Maria del Popolo (1514, foto hieronder) en de rijke versiering van ‘loggie’ in het Vaticaan (1514). Daarnaast ontstonden een aantal schitterende schilderijen (Madonna’s, portretten).

In 1515-1516 ontwierp Rafaël voor de Sixtijnse Kapel een tiental kartons voor een reeks wandtapijten, scènes uit het leven van de apostelen voorstellend, die in Brussel in het atelier van Pieter Coecke van Aelst geweven zijn en grote invloed hebben gehad op de ontwikkeling van de Europese tapijtkunst.

Zeven van deze tien kartons zijn bewaard gebleven en bevinden zich in het Victoria and Albert Museum in Londen. De originele tapijten worden bewaard in de Vaticaanse musea. Kopieën bevinden zich in Mantua, Zaragoza, Berlijn en Wenen, evenals in Hampton Court en Madrid (zeventiende eeuw) en in Essen (begin achttiende eeuw, collectie Krupp von Bohlen).

Van grote betekenis is tevens Rafaëls tekenwerk (o.m. te vinden in het Ashmolean Musuem in Oxford, het British Museum in Londen, het Palais des Beaux-Arts in Lille, het Musée du Louvre in Parijs, de Albertina in Wenen, het Uffizi in Firenze, het Musée Bonnat in Bayonne en Windsor Castle in Engeland.

Rafaël was overal geliefd, zowel bij het pauselijk hof als bij de letterkundigen en humanisten. Hij werd te Rome als de belangrijkste kunstenaar beschouwd en ook als architect kreeg hij belangrijke taken opgedragen. Na de dood van Bramante (1514) werd hij door Leo X benoemd tot hoofdbouwmeester van de Sint-Pietersbasiliek.

In1518 werd hij ‘hoofdintendant van de straten van Rome’ en kreeg daarmee de verantwoordelijkheid voor het behoud van de stad, evenals voor de stadsaanleg. Zijn ontwerp voor de Sint-Pietersbasiliek werd later door Michelangelo opzij gelegd en ook zijn ontwerp voor de Villa Madama op de Monte Mario (begonnen in 1516-1517) werd door Antonio da Sangallo de Jongere gewijzigd en vergroot.

Ook de Sant’Eligio degli Orefici en de Cappella Chigi in de Santa Maria del Popolo zijn ontwerpen van zijn hand. Een laatste reeks Madonna’s en de grote compositie De transfiguratie (niet voltooid), vormen de laatste werken die de schilder heeft kunnen maken.

Hij stierf op zijn 37ste verjaardag, net als zijn geboortedag een Goede Vrijdag. In het Italiaanse muntstelsel vóór de euro werd Rafaël vereeuwigd op de briefjes van 500.000 lire. Op de achterzijde van het bankbiljet staat een tafereel uit de Sanze della Segnatura.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s