Archief voor 8 juni 2017

Leonardo da Vinci Experience dompelt je onder in de wereld van het genie

Posted in Romenieuws on 8 juni 2017 by romenieuws

Nadat in Rome al eerder een multimedia-expericience rond de schilder Vincent Van Gogh opende, kan je nu ook kennismaken met de Leonardo da Vinci Experience, niet zozeer een multimedia-gebeuren, maar een permanente tentoonstelling die volledig gewijd is aan het genie, de kunstwerken en de uitvindingen van Leonardo. De tentoonstelling (de initiatiefnemers spreken liever van een museum) opende de deuren aan de Via della Conciliazione 19, vlakbij Vaticaanstad.

De tentoonstelling presenteert zowat alles wat bekend is van Leonardo da Vinci. De 22 schilderijen, waaronder ook Het Laatste Avondmaal op ware grootte, zijn uiteraard reproducties. Maar ze zijn wel zodanig piekfijn afgewerkt en nagebootst zodat het verschil met het originele werk nauwelijks zichtbaar is. Het is een fijne ervaring om met je neus vlak vóór een da Vinci te staan. Alleen al deze schilderijen maken een bezoek aan dit kleine museum de moeite waard.

De toestellen en uitvindingen die Leonardo realiseerde werden eveneens op ware grootte nagemaakt, waarbij de makers erover waakten dat zoveel mogelijk werd gewerkt met materialen die in de Renaissance ook bekend waren. In totaal worden een vijftigtal grote en kleinere apparaten getoond. De toestellen en uitvindingen die Leonardo da Vinci ontwierp, waren aanvankelijk in heel wat gevallen bedoeld als oorlogstuigen. De tentoonstelling toont gewone mechanische hulpmiddelen, vliegende machines, toestellen die in en op het water kunnen worden gebruikt, maar ook een serie spectaculaire vuurwapens en machines voor de verdediging op het land.

Voor kinderen, maar zeker ook voor volwassenen, is dit een mooie geschiedenisles die zorgt voor een dieper inzicht in het genie en de denkwereld van Leonardo da Vinci. Onwillekeurig vraag je jezelf af hoe de man toen reeds op de ideeën kwam voor machines die ook vandaag nog gewoon worden gebruikt. Eén van de meest interessante stukken blijft de carro armato, een heuse gepantserde bewapende tank die reeds in 1485 door Leonardo werd uitgevonden. Deze buitengewone machine was bedoeld om uitgerust te worden met mitrailleurs, bombardes, fragmentatiegranaten en multifunctionele kanonnen en geeft een aardig idee van de verdedigings- en aanvalswapens die Leonardo aanvankelijk voor Ludovico Sforza, de hertog van Milaan en vooral voor Cesare Borgia in gedachten had.

Niet alleen de Mona Lisa met haar raadselachtige glimlach en Het Laatste Avondmaal zijn iconische werken van da Vinci, maar ook de replica’s van zijn vele uitvindingen en machines, zoals een tank, kogellagers, spiegelkamers, een katapult, een toestel om op water te lopen, enz. zijn de moeite waard.

Soortgelijke replica’s werden op verschillende plaatsen al eerder getoond in Rome en een aantal van deze toestellen zijn onder meer momenteel ook te zien op de permanente tentoonstelling Le grandi macchine in Palazzo della Cancelleria, vlakbij Campo de’ Fiori. De jongste jaren duiken wel meer initiatieven rond Leonardo da Vinci op, wat veel zegt over de populariteit van de man.

De bezoekers volgen een route die verdeeld is in vijf thematische gebieden, in totaal zo’n 500 m². Hoewel het dus niet om origineel werk gaat, is het toch de eerste keer dat alle werken van Leonardo op één plek bij elkaar werden gebracht. De reproducties werden gemaakt door het gespecialiseerde bedrijf Bottega Artigiana Tifernate, dat eerder ook al werkte voor het Louvre, het British Museum en het Metropolitan Museum of Art in New York.

De machines zijn ondergebracht in vijf afdelingen. De vier elementen van de natuur – water, lucht, aarde en vuur – plus de afdeling ‘gewone mechanische toestellen’, waar vooral wordt gespeeld met het visualiseren van wat natuurkundige wetten, zoals de omschakeling van de beweging of de eindeloze schroef. Interessant is ook dat bij ieder ontwerp telkens ook de originele ontwerptekening van Leonardo wordt tentoongesteld. Zo kan je de details perfect vergelijken en krijg je nog meer respect voor het genie van de meester.

De tentoonstelling is sterk educatief gericht en werd uitgerust met enkele multimedia snufjes. Ook manuscripten, codexen, enz. zijn er te bewonderen. Ook hier is het verschil met de echte exemplaren vaak lastig te onderscheiden, behalve misschien dat ze er quasi ‘nieuw’ uitzien. Bezoekers verlaten de tentoonsteling alleszins in bewondering voor het visionaire genie van da Vinci. Het museum bereidt zich alvast voor op 2019, het jaar waarin de 500ste verjaardag van het overlijden van Leonardo da Vinci uitgebreid zal worden herdacht. Dat zal gebeuren op allerlei locaties en ongetwijfeld ook in Rome.

De ruimte die fungeert als in- en uitgang van het museum is ingericht als een winkel waar je alle mogelijke souvenirs of spullen kan aanschaffen die te maken hebben met Leonardo da Vinci. Je kan het amper zo gek bedenken of het is aanwezig. Heel wat dingen zijn uiteraard nogal kitscherig, maar de echte Leonardo-fans zullen hier hun hartje zeker kunnen ophalen.

LEONARDO DA VINCI – ACHTERGROND

Leonardo da Vinci (1452-1519) was een Italiaanse schilder, tekenaar, schilder, architect, beeldhouwer, uitvinder, filosoof, musicus, scheikundige, anatomist, schrijver, ingenieur, natuurkundige, … en als dusdanig een typisch voorbeeld van de ‘uomo universale’ van de renaissance. Leonardo was de onwettige zoon van de notaris van Vinci en een boerenmeisje. Waarschijnlijk verbleef hij vanaf 1466 in het atelier van Andrea del Verrocchio in Firenze en vanaf 1472 was hij eigen baas, hoewel hij nog enkele jaren als Verrocchio’s helper optrad en in diens huis woonde.

Omstreeks 1473 schilderde hij in een door Verrocchio ontworpen Doop van Christus (Uffizi, Firenze) de meest linkse engel en een klein stuk van het landschap. Zijn streven om een landschap weer te geven als een versluierde, summier aangeduide en toch als een organisch geheel herkenbare wereld, komt telkens in zijn schilderijen en tekeningen voor. Leonardo had een grote belangstelling voor de menselijke fysionomie, een onderwerp dat hij in allerlei nuanceringen heeft uitgebeeld, zowel in ideale, schone als in bizarre en zeer realistische typeringen.

Van 1483 tot 1499 verbleef hij in Milaan aan het hof van hertog Ludovico Sforza. Deze vertrouwde hem het ontwerp voor een ruiterstandbeeld toe, waarin zijn vader Francesco Sforza verheerlijkt moest worden en waarvan de kunstenaar een 7 m hoog monument wilde maken. Het is nooit uitgevoerd, er heeft wel enkele jaren een gipsmodel op ware grootte bestaan en er zijn tevens enkele fraaie tekeningen (zilverstift op blauw getint papier, Royal Library, Windsor Castle) bewaard gebleven.

In deze periode ontstonden schilderijen met de voor Leonardo zo kenmerkende toepassing van ‘chiaroscuro’ en ‘sfumato’, het schemerige, zachte licht en de fijne, subtiele vormgeving, die hij in de plaats stelde van de lineaire schilderwijze en de scherpe belichting van de Florentijnse schilderkunst uit het einde van de vijftiende eeuw. Deze geheel nieuwe artistieke zienswijze heeft hij ook genoteerd in zijn theoretische notities over de invloed van het licht op de kleuren en ze maken onderdeel uit van zijn uitspraken over de schilderkunst in het algemeen. Deze werden later verzameld tot een Trattato della pittura, waarvan de eerste uitgave in 1651 in Parijs verscheen.

Een aantal tekeningen (in de Accademia in Venetië, de Brera in Milaan, de Royal Library van Windsor) getuigen van de aandachtige voorbereidingen voor het Laatste Avondmaal (1495-1498, de muurschildering is te zien in de Santa Maria delle Grazie in Milaan) dat door Leonardo, in tegenstelling tot de gangbare opvattingen, vooral vanuit psychologisch standpunt vertolkt werd. Nieuw is ook, dat alle figuren gezamenlijk achter de tafel zitten, ook Judas, die vóór die tijd steeds geïsoleerd tegenover de anderen was opgesteld.

Na de bezetting van Milaan door de Franse troepen (in oktober 1499) reisde Leonardo naar Mantua, Venetië en ten slotte naar Firenze. Hier verbleef hij van 1503 tot 1506 en werd er door de stadsbestuurders belast met het ontwerpen van een wandschildering in de grote raadszaal van het Palazzo della Signoria (het huidige Palazzo Vecchio). Hiervoor ontwierp hij een historische gevechtsscène, de Slag bij Anghiari, in een oorlog tussen Firenze en Pisa.

Er zijn alleen talrijke paardenstudies (dieren in heftige beweging) en enkele andere tekeningen van bewaard gebleven. De centrale groep, ruiters in gevecht om een vaandel, bleef in een aantal kopieën bewaard. De bekendste is die van Peter Paul Rubens, een tekening in zwart krijt die zich in de collectie van het Nederlandse koningshuis bevindt. Het was alleen deze ‘strijd om het vaandel’, die Leonardo zelf ter plaatse op de wand aanbracht. Nog vóór de voltooiing van het hele tafereel verliet hij Firenze. Het fragment zou later verdwijnen onder de fresco’s van Vasari en zijn leerlingen

Van 1506 tot 1512 woonde Leonardo opnieuw in Milaan, nu in dienst van de Franse bezetters. Opnieuw hield hij zich in deze jaren bezig met de creatie van een ruiterstandbeeld, ditmaal ter ere van maarschalk Giacomo Trivulzio. Ook dit kwam nooit tot stand. Intussen verdiepte Leonardo zich in allerlei wetenschappelijke studies. Talrijke losse, ongeordende bladen met de meest uiteenlopende notities en illustraties kwamen in 1519 in het bezit van zijn erfgenaam en leerling Francesco Melzi.

Na Melzi’s dood in 1570 raakten ze verspreid, totdat de beeldhouwer Pompeo Leoni omstreeks 1600 tien delen met Leonardo’s geschriften verzamelde en samenbracht in één geweldige foliant, de Codex Atlanticus (bewaard in de Biblioteca Ambrosiana in Milaan). Maar ook elders in Europa vindt men losse bladen met aantekeningen en illustraties (o.a. in de Royal Library, Windsor Castle) en in 1965 werden twee tot dan onbekende notitieboeken ontdekt in de Biblioteca Nacional in Madrid, de Codices Madrid I en II, die vooral technische ontwerpen bevatten.

In september 1512, het jaar waarin de Fransen Milaan moesten verlaten, begaf Leonardo zich met vier leerlingen via Firenze eindelijk naar Rome. Hier was hij enkele jaren in dienst van Giuliano de’ Medici, een broer van paus Leo X. Hij kreeg in Rome echter niet zoveel te doen, maar wel ontstonden daar (in 1514) de tien magistrale tekeningen van de zondvloed (te zien in Windsor Castle). Het zijn abstracte, visionaire composities, die verband hielden met zijn onderzoekingen naar de beweging van het water.

Terzelfder tijd heroverde de Franse koning, Frans I, Milaan. In 1516 accepteerde hij de uitnodiging van de koning naar Frankrijk te komen. Hij kreeg er woonruimte in het landhuis Cloux (thans Clos-Lucé) bij Amboise (thans als museum opengesteld), samen met zijn vrienden Melzi en Salai. In april 1519 maakte hij hier zijn testament. Het Louvre in Parijs (Mona Lisa, 1503), de Uffizi in Firenze en de National Gallery in Londen bezitten allen schilderijen van Leonardo.

Leonardo da Vinci was één van de grootste en meest universele geesten die de mensheid gekend heeft. Zijn nieuwe visie op de schilderkunst wekte in grote kring bewondering en bezorgde hem een enthousiaste groep van leerlingen en navolgers, ook buiten Italië. Toch zou zijn invloed minder groot en duurzaam zijn dan die van Rafaël en Michelangelo.

Omtrent zijn activiteiten op het gebied van de beeldhouwkunst is men onzeker. Vasari vermeldt zijn inspirerende samenwerking met Giovanni Fr. Rustici in Firenze bij de vervaardiging van de bronzen groep boven de noordelijke deur van het baptisterium (Johannes de Doper tussen een leviet en een farizeeër, 1506-1511).

Men heeft dus geprobeerd Leonardo’s hand in bepaalde beeldhouwwerken te herkennen. Het gaat dan vooral om producten uit het atelier van Verrocchio, zoals o.a. het charmante groepje van de Madonna met een lachend Christuskind (omstreeks 1475, terracotta, Victoria and Albert Museum, Londen).

Als wetenschappelijk onderzoeker had Leonardo da Vinci een uiterst veelzijdige belangstelling. Hij vergaarde kennis op bijna ieder wetenschappelijk gebied en legde die vast in zijn veelal geïllustreerde notities, in linkshandig spiegelschrift. Dat hij autodidact was en geen universitaire opleiding had genoten, bracht met zich mee dat hem op natuurwetenschappelijk gebied geen vooroordelen waren opgedrongen, maar had ook tot gevolg dat hij de systematische benadering en de mathematische kunde, nodig voor een verder uitwerken van zijn ideeën en voor het overtuigen van anderen van de juistheid daarvan, miste.

Van de vele onderwerpen waar hij zich mee bezig heeft gehouden, kunnen op wiskundig gebied de kwadratuur van de cirkel en het construeren van regelmatige veelhoeken vermeld worden. Op natuurkundig terrein ging zijn belangstelling vooral uit naar de wetten van de beweging, de mechanica, naar de hydraulica, de optica en akoestische problemen. Hij kende de camera obscura, de versnelling van de zwaartekracht en vergeleek de dichtheid van vloeistoffen door vloeistofkolommen in een U-vormige buis met elkaar in evenwicht te brengen, waarmee hij op de wet van Pascal anticipeerde.

Hij maakte talrijke ontwerpen voor de meest verschillende werktuigen, o.a. watermolens, hefbomen, baggermachines, geschut, een tank en ander oorlogstuig, muziekinstrumenten, een fiets, liften en vliegmachines, waarbij hij uitging van de observatie van vogels in hun vlucht. Leonardo ontwierp kanalen, irrigatiesystemen, modellen voor kanalisatie van de Arno en andere waterbouwkundige werken. Op het gebied van de bouwkunde onderzocht hij o.m. de krachten die in muren, bogen en zuilen optreden.

Hij bestudeerde de anatomie van de mens door het verrichten van sectie op lijken, gaf een beschrijving van het hart en de hartkleppen en van de ligging van de menselijke foetus in de baarmoeder, alles voorzien van prachtige anatomische tekeningen. Op geologisch gebied bestudeerde hij de vraag of de aarde aan langdurige structuurveranderingen onderhevig is, en had hij veel aandacht voor de fossielen. Zijn onderzoekingen strekten zich ook uit over de plant- en dierkunde, waarbij vooral het paard zijn belangstelling had.

www.leonardodavincimuseo.com

Advertenties