Archief voor juli, 2017

Wervik geeft weer Romeinse vondst prijs

Posted in Romenieuws on 31 juli 2017 by romenieuws

Op een bouwwerf in de Duivenstraat in Wervik (West-Vlaanderen) werden vier pottenbakkersovens ontdekt. Ze dateren vermoedelijk uit de Romeinse tijd. Wervik (toen nog Viroviacum) werd bewoond door Gallo–Romeinen is één van de oudste Romeinse nederzettingen in België. Dat is al langer geweten en werd ook meermaals bewezen door opmerkelijke archeologische vondsten in het verleden, onder meer op het Sint-Maartensplein, aan de Pionier en op Steenakker.

De vier pottenbakkersovens die nu werden blootgelegd zijn uniek omdat ze samen werden ontdekt in een straal van minder dan 20 m. Dat is opmerkelijk omdat hiermee nog maar eens wordt aangetoond dat Wervik niet zomaar een Romeins tentenkamp was, maar een echte nederzetting. De ovens wijzen immers op de aanwezigheid van ambacht. Er moet wel nog worden nagegaan of ze alle vier van dezelfde periode dateren. Als dat het geval is, kan worden gesproken van een kleine fabriekje. Er zijn ook structuren van een loods gevonden. Er werden dus vermoedelijk op grote schaal potten gebakken.

Jammer genoeg zullen de vier pottenbakkersovens niet bewaard worden. Binnenkort wordt op deze plaats een residentie met 32 appartementen gebouwd. De ontdekking gebeurde naar aanleiding van een archeologisch onderzoek dat voorafging aan de bouw van het wooncomplex. De stenen van de ovens zijn ook erg broos; als er eentje wordt weggehaald dreigt de hele constructie in te storten. De archeologen hebben wel foto’s gemaakt en zullen een 3D-model printen om de ontdekking zo goed mogelijk te reconstrueren.

Advertenties

Tentoonstelling over Luther en het Concilie van Trente gratis te bezoeken in Rome

Posted in Romenieuws on 30 juli 2017 by romenieuws

In een vorige bijdrage kon je kennismaken met de Bibliotheca Casanatensa. Regelmatig zijn er in deze bibliotheek interessante tentoonstellingen. Zo kan je momenteel tot 31 december de expo Lutero. La Riforma dalle 95 tesi al Concilio di Trento bezoeken. Er worden zeldzame en waardevolle edities van lutherse en andere hervormers getoond, evenals iconografische materialen, indexen van verboden boeken en de decreten van het Concilie van Trente. De tentoonstelling is gratis toegangelijk van maandag tot vrijdag van 11.30 tot 13 uur, op donderdag ook van 16.30 tot 18 uur.

Dit jaar vindt de vijfhonderdste verjaardag plaats van de Reformatie, die begon toen Maarten Luther (1483-1546) zijn ’95 stellingen’ op de deur van de slotkapel in Wittenberg spijkerde (al staat niet vast dat dit ook werkelijk gebeurde).

De ’95 stellingen’ waren een document waarmee Maarten Luther de wantoestanden in de katholieke Kerk aanklaagde. Het leidde tot de Reformatie en wordt daarom gezien als de oorsprong van het protestantisme. De 95 stellingen stelden de handel in aflaten aan de kaak, een concept waarmee rijken de vergiffenis van hun zonden konden afkopen van de paus.

Luther vond het onrechtvaardig dat rijken hun zonden zomaar kwijtgescholden kregen en geen enkele boetedoening moesten doen wanneer ze kwamen biechten. Wie geld had was vrij van zonden. Dat kon niet, vond Luther. Hij reageerde vooral tegen de speciale jubileumaflaat die werd ingevoerd om de bouw van de Sint-Pietersbasiliek te bekostigen.

De paus waarmee Luther in conflict kwam was Leo X (1475-1521), geboren als Giovanni de’ Medici, de tweede zoon van Lorenzo de’ Medici (Il Magnifico). Hij was pas zeven jaar toen hij de tonsuur ontving. Op dertienjarige leeftijd creëerde Innocentius VIII hem tot kardinaal. Hij was nog diaken toen Giovanni op 38-jarige leeftijd tot paus Leo X werd gekozen. Binnen een week tijd werd hij eerst tot priester en vervolgens tot bisschop van Rome gewijd. Van Leo X komt de legendarische uitspraak: ‘Laat ons van het pausdom genieten nu God het ons gegeven heeft.’

Deze paus was weliswaar een gulle sponsor van de letteren en de muziek, maar organiseerde ook talrijke feesten en drinkfestijnen waarbij vleselijke genoegens niet ontbraken. Zijn tijdgenoten zeiden van hem dat hij zichzelf, Rome en Christus had verkocht. Naast de genoegens van de geest waren de geneugten van het lichaam hem evenmin onbekend. Carnavaleske optochten en bruisende feesten waren voor hem standaard vermakelijkheden. ‘Vrolijke scherts en muziek boeiden hem, hij hoopte daardoor langer te leven’ schrijft een biograaf.

Om geld te vergaren voor de bouw van de nieuwe Sint-Pietersbasiliek riep hij een speciale aflaat in het leven. Zijn voorgangers Julius II en Alexander VI hadden de opbrengsten van aflaten ook al gebruikt om geld in de kassa te brengen. Die praktijk was de eerste aanleiding voor Luther om op 31 oktober 1517 zijn 95 stellingen (volgens de overlevering) aan de kerkdeur van Wittenberg te spijkeren. Leo X zag de ernst daarvan niet in en deed Luthers optreden af als ‘het geleuter van een monnik’. Luther werd geëxcommuniceerd en zijn boeken werden verbrand. Dit was het begin van de Reformatie.

Leo X, die ooit de schat van Julius II had geërfd, liet bij zijn dood het pausdom aan de rand van het bankroet achter. De paus had een hofhouding van 683 personen, jachtpartijen duurden weken en werden ingericht voor 2.000 ridders. Hij beschikte over een volledige dierentuin, waaronder een tamme witte olifant. Leo X had reusachtige sommen geld nodig, niet alleen om te kunnen voldoen aan zijn luxueuze smaak, maar ook om enorme projecten te financieren, waarvan het grootste zoals verteld de bouw van de nieuwe Sint-Pietersbasiliek was.

Dat was precies de reden waarom hij de weg vrij maakte voor één van de grootste zwendelarijen uit de hele kerkgeschiedenis: de grootscheepse verkoop van aflaten. Paus Leo X, die ontsnapte aan verschillende vergiftigingspogingen, in gang gezet door kardinalen die moeite hadden met zijn liederlijke levensstijl, stierf uiteindeljk aan een longontsteking die hij bezweet had opgelopen tijdens een van zijn vele wilde feestjes. Zoals je in een recente nieuwsbrief kon lezen, ligt hij begraven in de Santa Maria sopra Minerva in Rome.

Leo X was zoals verteld de opvolger van ‘papa terribile’ Julius II en had nooit veel inzicht in of belangstelling voor spirituele problemen of de noodzaak van een kerksanering. Zelfs toen Luther hem op 31 oktober 1517 de rekening presenteerde dacht hij met een banvloek van de lastpost af te komen. De paus werd omschreven als ‘een opgewekt, buitengewoon vrijmoedig man die elke lastige situatie ontloopt en vooral rust aan zijn hoofd wil’.

Omdat hij meer geobsedeerd was door zijn positie als hoofd van de Medici-familie dan als hoofd van de Kerk, versmolt hij de belangen van Firenze en Rome tot één enkel beleid. Het nepotisme kende met deze paus opnieuw een ware bloei, daarom verhoogde Leo X het aantal kardinalen van 24 tot 31. Deze paus was ook dol op schrijvers, dichters, componisten en musici, hij importeerde zangers voor het Sixtijnse koor, stichtte de Academie der Medici ter bestudering van het Grieks, schafte een Griekse drukpers aan waarmee in Rome het allereerste Griekse boek gepubliceerd werd, en zocht overal naar manuscripten uit de antieke wereld.

De door de paus rijkelijk bedeelde bibliotheek was dan weer de voedingsbodem voor een nieuwe intellectuele elite, de katholieke humanisten zoals Erasmus, More…. Leo X liet Rafaël ook de vandaag nog wereldberoemde Stanze beschilderen. Op cultureel vlak was het dus allemaal wel in orde met Leo X.

Maar even terug naar Luther. De Duitse schilder, graveur en etser Lucas Cranach de Oude (1472-1553) maakte een schilderij van zowel de jongere als de oudere Luther. Tegenover de Braziliaanse ambassade op Piazza Navona, bevindt zich de kerk Nostra Signora del Sacro Cuore di Gesu, de vroegere San Giacomo degli Spagnoli, waarvan de hoofdingang zich niet op Piazza Navona bevindt maar aan de Corso del Rinascimente. Gebouwd door Nicolaas V (1447-1455) was ze bedoeld als nationale kerk van Spanje. Hier werd in 1520 de veroordeling voorgelezen van Maarten Luther en zijn leer.

Toen in 1848 beslist werd dat de Santa Maria di Monserrato voortaan de Spaanse nationale kerk werd, verhuisden ook alle kerkschatten. Na de Spaanse revolutie in 1868 werd de kerk verkocht aan Franse missionarissen en gaven deze het gebouw de naam van hun orde, de ‘missionari del Sacro Cuore’, in 1854 gesticht door Jules Chevalier.

Inmiddels heeft Rome ook een plein dat de naam van Luther kreeg. Piazza Martin Lutero bevindt zich in het Parco del Colle Oppio, vlakbij de Via della Domus Aurea en werd twee jaar geleden ingehuldigd door de toenmalige burgemeester Ignazio Marino. Het pleintje kreeg de naam van Luther op initiatief van de zevendedagadventisten, een protestantse gemeenschap die hiervoor negen jaar geleden een aanvraag indienden bij het stadsbestuur van Rome. Aanvankelijk was het de bedoeling om het plein in te huldigen naar aanleiding van de 500ste verjaardag van de reis van Luther naar Rome, maar dat bleek niet haalbaar. Dit jaar wordt wereldwijd de 500ste verjaardag gevierd van het begin van de Reformatie.

Overigens steunde ook het Vaticaan de plannen voor de inhuldiging van een Maarten Lutherplein. Na de excommunicatie van Luther werden zijn opvattingen vanuit Rome eeuwenlang fel bestreden. Maar tijden veranderen. In het bijzonder sinds de ondertekening van de verklaring van Augsburg uit 2013, waarin de katholieke en lutherse kerk hun meningsverschil bijlegden over de rechtvaardigingsleer van Luther, waait een nieuwe geest van toenadering en dialoog.

Ciro Benedettini, de vicewoordvoerder van het Vaticaan, verklaarde in 2015 dat de beslissing om een plein te vernoemen naar Luther aan het stadsbestuur van Rome toekomt. “Maar de Heilige Stoel zal geen veto uitspreken en ziet hierin een kans tot toenadering”, klonk het toen.


ACHTERGROND

Het lutheranisme is de benaming voor dat type van kerk en theologie in het protestantisme dat onderscheiden is van het gereformeerd protestantisme en van de doopsgezinden.

Maarten Luther heeft nooit een nieuwe kerk willen stichten die zijn naam zou dragen. Het lutheranisme moet dan ook beschouwd worden als een beweging binnen de ene, katholieke, algemene kerk.

Deze beweging kanaliseerde zich langzamerhand eerst in confrontatie met de oude leer, later via een aantal meningsverschillen binnen de reformatorische beweging zelf, tot een kerktype met een reeks belijdenisgeschriften die naast werken van Luther, zoals de Kleine en de Grote Catechismus en de Schmalkaldische artikelen, ook de Augsburgse Confessie, de Apologie daarvan en de Formula Concordiae omvat, tezamen het Concordiënboek.

Toch zijn de geschriften van Luther zelf veel meer bepalend geweest voor de ontwikkeling van de lutherse reformatie dan deze serie officiële geschriften. Typerend voor de lutherse theologie is, evenals bij Luther zelf, de concentratie op de gestalte van Christus als het Woord Gods, de vervulling van alle messiaanse beloften, vervat in de Schriften.

In Hem is God zelf met ons. Christus deelt zich reëel mee aan de mensen in de daartoe gegeven tekenen, de prediking en de bediening van Doop, Avondmaal en het sleutelambt (de vrijspraak na de biecht, die als persoonlijke toespitsing van de verkondiging van de vergeving door Luther nadrukkelijk is gehandhaafd).

In de eredienst komt dat alles tot leven en worden allen in het Christusgebeuren betrokken. Muziek is in de eredienst functioneel als gezongen gebed, lofprijzing en verkondiging. Toch is de eredienst niet de enige plaats waar Christus tegenwoordig is: Hij is het ook in het dienende werk van de kerk van diaconaat en zending, in theologie en dagelijks geloofsleven.

De kerk gaat lijnrecht in tegen haar opdracht en wezen, zodra zij een heersend instituut wordt. Dat is essentieel voor het luthers kerkbegrip en voor de lutherse ethiek. Ten aanzien van het kerkbegrip geldt dat de kerkvorm volledig vrij wordt gelaten; dat is een zaak van praktische regeling, die nooit tot een wet mag worden. Het wezen van de gemeente, het lichaam van Christus is er niet in te vangen.

Zo is er voor het leven van de christen ook geen formele wet te stellen. Hij is geroepen tot dienen, ook in de wereld waar nog niet het evangelie van de vergeving het bestaan kan regelen, maar waar wegens de nog heersende ongerechtigheid rechtvaardige wetten het leven van de mensheid moeten beteugelen. Door een grove identificatie van deze twee ‘wijzen van regeren’ met de kerk enerzijds en de staat anderzijds zijn de misverstanden ontstaan die deze ‘tweerijkenleer’ een zo slechte naam bezorgd hebben.

Door deze identificatie kreeg niet de eenheid – en daar ging het Luther om – maar de gespletenheid van het christenbestaan alle nadruk. Wat bedoeld was om de christen, geconfronteerd met het ‘nog niet’, met de reële gespletenheid van het bestaan, ervoor te behoeden zijn christen-zijn te zien als niet relevant voor zijn leven in de maatschappij, sloeg zo in zijn tegendeel om. Het lutheranisme wil geen kerstening van het bestaan en de cultuur, maar ook geen wereldvreemd piëtisme.

Politieke spelletjes rond wateraanvoer in Rome

Posted in Romenieuws on 28 juli 2017 by romenieuws

We signaleerden begin juli al de toenemende waterschaarste in de omgeving van Rome en nu begint die stilaan voelbaar te worden. Het grootste slachtoffer lijkt de landbouw te worden. Veel landbouwgrond dreigt onbruikbaar te worden. Daarnaast zijn er de talrijke bosbranden die de regio teisteren. Dinsdag moest de Italiaanse brandweer op één dag liefst 1.360 keer uitrukken vanwege bos- en bermbranden.

Al wordt het waterprobleem behoorlijk overdreven. Zo stoort Rome zich enorm aan het feit dat de stad in zowat alle kranten ter wereld wordt afgeschilderd als een wereldstad die met verbijstering vaststelt dat het water vrijwel op is en dat, als je sommige media zou moeten geloven, miljoenen mensen op rantsoen moeten worden gezet om te voorkomen dat iedereen omkomt van de dorst. Dat de paus deze week als een goedbedoeld symbolisch gebaar nu ook de honderd fonteinen in Vaticaanstad tijdelijk heeft stilgezet, versterkt alleen maar dat beeld.

Het is een feit dat heel Zuid-Europa kreunt onder een hittegolf.  Rome kampt daardoor effectief met de ergste droogte in 200 jaar, althans volgens de schatting van sommige meteorologen. In heel Italië loopt het watertekort op tot 20 miljard m³. Dat komt ongeveer overeen met de inhoud van het hele Comomeer. Er circuleert dan ook al langer een oproep om zuinig om te gaan met water. De discussie in Rome is zoals verwacht vooral uitgegroeid tot een politiek spel tussen het stadsbestuur van Rome en de regio Lazio, met daartussen de watermaatschappij Acea.

Twistpunt is het Meer van Bracciano, waar het water momenteel historisch laag staat. De stad Rome wordt met de vinger gewezen, maar de stad onttrekt via Acea amper 8% van het nodige water aan het meer. Het Lago di Bracciano dient als noodreservoir voor ongeveer zestig steden en dorpen in de omgeving, waaronder Rome. In normale zomers wordt het meer enkele dagen per jaar gebruikt, in erg droge jaren kan dat enkele weken zijn, maar dit jaar wordt al sinds maart water uit het meer gebruikt. Per seconde verdwijnt naar schatting zowat 1.100 liter water uit het meer.  Het heeft in de omgeving van Rome ook al maanden niet meer geregend, waardoor het waterpeil in het Lago di Bracciano al bijna twee meter is gezakt. Dagelijks spoelen honderden dode vissen aan op de steeds breder wordende oevers.

Om een potentiële ecologische ramp af te wenden en om te vermijden dat het waterpeil te fel daalt, werd eerder al in een aantal kleinere dorpjes en stadjes rondom het meer beslist het drinkwater te rantsoeneren. In Rome werden ook een aantal drinkfonteintjes stilgelegd. Maar dat zijn symbolische maatregelen. Door de nasoni stil te zetten bespaart Rome ongeveer 1% op het watergebruik. Vele grote pronkfonteinen in de stad, zoals de Trevifontein of Bernini’s Vierstromenfontein op Piazza Navona gebruiken water dat rechtstreeks via aquaducten uit de oudheid vanuit de bergen naar de stad wordt gebracht.

Een probleem is dat vele waterleidingen die vanuit Bracciano richting Rome voeren erg oud zijn en al lange tijd niet meer fatsoenlijk werden onderhouden. Daardoor ontstonden lekken waardoor, afhankelijk van de bronnen, tussen de 25 en 50% van het aangevoerde water onderweg gewoon wegsijpelt. Dat vindt Zingaretti een probleem van waterbedrijf Acea en Rome. De regiopresident bepaalde daarom dat Rome tussen  28 juli en 31 december geen beroep meer mag doen op het noodreservoir van Bracciano, dit om verdere leegloop van het meer te voorkomen. Rome zou volgens Zingaretti ook in twee delen worden gesplitst. In dat plan zouden beide stadsdelen om beurten elk acht uur per dag water krijgen.

Burgemeester Virginia Raggi van Rome trok naar de rechtbank in een ultieme poging om de maatregel tegen te houden. Zij vindt dat water niet gerantsoeneerd mag worden en vindt het onaanvaardbaar dat in Rome zoiets zou gebeuren. Dat zou erg schadelijk zijn voor de Romeinen, voor de economie van de stad en voor het aanzien van Italië. Raggi maakte zich bovendien zorgen over de watervoorziening voor ziekenhuizen en voor de brandweer. Na haar noodkreten stond de regio Lazio het waterbedrijf weer toe water uit het meer ten noordwesten van Rome te putten en werd de geplande rantsoeneringsmaatregel opgeschort. De  traditioneel warmste maand augustus moet echter nog komen. In Rome is de zomer nauwelijks halfweg.

De Romeinen liggen voorlopig niet wakker van de waterheisa. Er wordt zeker geen water gehamsterd, hoewel sommige bedrijven en horecazaken toch wel op hun hoede zijn. Ook het Bioparco di Roma, de stedelijke dierentuin, maakt zich ongerust over de gezondheid van de dieren die met het warme weer extra water en verfrissing nodig hebben. Hoewel ze kunnen beschikken over duizenden drinkfonteintjes worden nergens anders in de Europese Unie zoveel flessen gebotteld water verkocht dan in Italië en, bij uitbreiding, in het toeristische Rome. Om een douche te nemen of een wasje te draaien is acht uur water per dag dus meer dan genoeg. Vele Romeinen maken zich bovendien klaar om de komende weken zelf met vakantie te vertrekken. De problemen van het stadsbestuur en Acea zullen hen een zorg wezen.

Dat deze week ook in Vaticaanstad de fonteinen werden stilgelegd, wakkerde de discussie over de watertoevoer nog wat aan. Vaticaanstad heeft geen enkel probleem met de wateraanvoer, maar de paus wilde met een symbolisch gebaar wijzen op de waterverspilling in het algemeen. De Bijbelse symboliek rond ‘water’ heeft zich doorheen alle tijden voortgezet in het Vaticaan en in de Vaticaanse tuinen is dan ook geen gebrek aan water. Hoe kan je water beter tonen dan in de vorm van een fontein? De pausen hadden dat ook snel begrepen en door de eeuwen heen kwamen er alsmaar nieuwe fonteinen bij. Op 5 juli 2010 werd in Vaticaanstad de grote fontein van San Giuseppe ingehuldigd; het was meteen de honderdste in de rij.

De talrijke fonteinen zijn zeker niet het grootste maar wellicht wel het mooiste ‘geheim’ van Vaticaanstad.  Voor het grootste deel van de Romebezoekers zijn ze weliswaar verborgen, soms zijn ze zelfs amper gekend door de inwoners en de personeelsleden van Vaticaanstad maar ze zijn bijna zonder uitzondering allemaal bijzonder mooi. Het zijn prachtige eindpunten van de watervoorziening die in Rome en natuurlijk ook in Vaticaanstad al sinds de oudheid actief is en al vele eeuwen deel uitmaakt van de dagelijkse levenswijze. Ook de Vaticaanse tuinen worden al eeuwenlang bevoorraad door water afkomstig uit het meer van Bracciano.

Pas enkele jaren geleden is het nymfaeum van Trajanus ontdekt dat rond de bronnen van dit aquaduct was gebouwd. Deze watervoorziening liet in de oudheid ondermeer de watermolens draaien voor het malen van graan en voorzag de omgeving van Trans Tiberim (het huidige Trastevere) van drinkbaar water. Het water uit de Fontana dell’Acqua Paola in Trastevere op de Gianicolo-heuvel wordt nog steeds rechtstreeks vanuit het Lago di Bracciano aangevoerd doorheen het oorspronkelijke ondergrondse aquaduct van Trajanus en mondt uit in een groot granieten bassin dat hier in 1690 door Carlo Fontana werd bijgebouwd.

Het bassin ligt onder zes granieten zuilen, waarvan er vier afkomstig zijn uit de vorige Sint-Pietersbasiliek en oorspronkelijk op het Forum Romanum stonden. Het waterbassin voedt op zijn beurt kleinere fonteintjes in de stad. Het water waarmee de Vaticaanse tuinen worden besproeid en alle fonteinen in Vaticaanstad voeden is eveneens afkomstig van deze bron. De Aqua Traiana was het tiende aquaduct dat in Rome werd gebouwd. Voordien kreeg de wijk Trans Tiberim alleen drinkbaar water aangevoerd van aquaducten op de oostelijke oever van de Tiber, dat via pijpleidingen aan bruggen naar de wijk moest worden gebracht. In de eerste eeuw was de bevolking in Trans Tiberim echter al vrij sterk toegenomen en dat maakte de aanvoer van veel meer water noodzakelijk. Het reeds bestaande Aqua Alsietina aquaduct had ook Trans Tiberim als eindpunt, maar voerde ondrinkbaar water aan dat alleen kon worden gebruikt voor het vullen van de Naumachie van Augustus en voor de landbouw.

Het grootste deel van de Aqua Traiana lag op grondniveau, pas bij het naderen van de stad ging het aquaduct op arcaden boven straatniveau verder. De maximale hoogte van het aquaduct was zes meter. Doordat het hoofdreservoir op de top van de Gianicolo stond, kon men de kracht van het naar beneden stromende water gebruiken om een aantal watermolens aan te drijven, die voor de industrie werden gebruikt. De kracht van het water was groot genoeg om ook de wijken van de stad op de oostelijke oever en het Vaticaan te bedienen. Via de leidingen aan de bruggen kwam zo ook voor het eerst water van de westelijke oever het stadscentrum binnen. Het belangrijkste eindpunt waren de Thermen van Trajanus op de Oppius, die de keizer gelijktijdig had laten bouwen.

Een gedeelte van dit aquaduct staat nog steeds overeind, ondermeer langs de Via Aurelia, maar ook ondergronds zijn restanten teruggevonden. In tegenstelling tot de andere aquaducten, zijn er van de Aqua Traiana niet zoveel details over bekend. Dit komt doordat dit aquaduct pas werd gebouwd nadat de Romeinse schrijver Frontinus zijn beroemde standaardwerk over de Romeinse watervoorziening al had geschreven, de aquis urbis Romae, ook bekend als de aquae ductu. Daarin wordt de geschiedenis en de capaciteit van de verschillende aquaducten nauwkeurig beschreven.

De Biblioteca Casanatense in Rome

Posted in Romenieuws on 28 juli 2017 by romenieuws

De meeste Romebezoekers kennen waarschijnlijk wel de Sant’Ignaziokerk aan Piazza Sant’Ignazio, waarin ondermeer Johannes (Jan) Berghmans begraven ligt. De kerk is vooral bekend is door de trompe-l’oeil, een valse koepel, die kunstenaar Andrea Pozzo maakte voor de Jezuïeten. Ook het plafondfresco, uitgevoerd door dezelfde Pozzo, is een fantastisch werkstuk.

Weinigen vermoeden dat zich hier vlakbij nog een andere prachtige plek bevindt, namelijk de Biblioteca Casanatense. Je wandelde er ongetwijfeld al vaak voorbij zonder te weten welke literaire schatkamer je hier passeert. Je kan ze bovendien gratis bezoeken. De prachtige bibliotheek bevindt zich op de tweede verdieping en is toegankelijk voor gehandicapten.

De bibliotheek werd opgericht door de Dominicanen van het klooster van Santa Maria sopra Minerva en werd volgens de laatste wil van kardinaal Girolamo Casanate opengesteld voor het publiek. Om de bibliotheek te huisvesten werd destijds een nieuwe structuur gebouwd op het grondgebied van het klooster.

De hal is vermoedelijk ontworpen door de bekende architect Carlo Fontana maar werd gerealiseerd door Antonio Maria Borioni. De bibliotheek opende voor het eerst de deuren voor het publiek op 3 november 1701, een jaar na de dood van kardinaal Casanate. De collectie bestond toen enkel uit de privéverzameling van de kardinaal, die het niet onaardige aantal van ongeveer 25.000 boeken omvatte.

De collectie groeide echter snel. Zowel moderne als antieke uitgaven afkomstig uit heel Europa waren welkom en daarbij ging het niet enkel om de traditionele religieuze en theologische boeken. Ook werken over recht, economie en de geschiedenis van de stad Rome werden verzameld.

Door de talrijke goede contacten met de grootste Europese uitgevers en boekhandels, het open beleid, de vlotte manier waarop de bibliotheek nieuwe uitgaven wist te bemachtigen en door de expertise die gaandeweg werd opgebouwd dwong de Biblioteca Casanatense al gauw respect af bij de andere bibliotheken in Rome. Een en ander was vooral te danken aan het beheer van pater Audiffredi (1714-1794).

Na een lange juridische prodecure moesten de Dominicanen in 1884, als gevolg van een wet uit 1873 het eigendomsrecht van de bibliotheek afstaan aan de Italiaanse staat. Het beheer is nu in handen van het Ministerie van Cultuur.

De Biblioteca Casanatense bevat vandaag ongeveer 400.000 boeken. Ongeveer 60.000 stuks bevinden zich nog steeds in de originele Salone Monumentale, de rest van de verzameling ligt opgeslagen in diverse magazijnen en bergplaatsen van het instituut.

In de collectie bevinden zich ongeveer 6.000 waardevolle handschriften, 2.200 incunabelen of wiegendrukken, talrijke unieke uitgaven en eerste drukken, 30.000 gravures en tekeningen maar ook 1.700 manuscripten met muziekcomposities en 7.000 theaterstukken. Voorts beschikt de bibliotheek over zowat 2.000 tijdschrifttitels (momenteel zijn er nog 220 lopende abonnementen), 1.200 werken over heraldiek, enz.

De verzameling groeide in de eerste helft van de negentiende eeuw fors aan door een paar belangrijke donaties en schenkingen, ondermeer van abt Antonio Ricci. Het patrimonium van de bibliotheek wordt ook vandaag nog steeds vlot aangevuld door het systematisch aankopen van antiquariaat, nieuwe publicaties en schenkingen.

Bijzonder mooi zijn ook de twee grote wereldbollen of globes uit de achttiende eeuw (Aarde en Hemel, een creatie van geograaf Abbot Moroncelli) en een collectie wetenschappelijke instrumenten die nog werd verzameld door de paters Dominicanen.

Biblioteca Casanatense
Via San Ignazio 52
www.casanatense.it

De bibliotheek is gratis te bezoeken. Controleer de website voor de openingsuren. Die durven nogal eens wijzigen. Je kan ook begeleide rondleidingen aanvragen.

Regelmatig zijn hier ook interessante tentoonstellingen te bezoeken. Daarover lees je meer in een volgende bijdrage.

 

Achttiende Romeins Festival in Museumpark Archeon

Posted in Romenieuws on 27 juli 2017 by romenieuws

Het Museumpark Archeon is een themapark en openluchtmuseum in het zuiden van Alphen aan den Rijn (Nedrland) dat zich richt op de Nederlandse geschiedenis. Van zondag 30 juli tot en met zaterdag 12 augustus kan je hier dagelijks van 10 tot 18 uur terecht voor het jaarlijkse Romeins Festival. Tientallen Romeinse legionairs, leden van de Brits-Nederlandse groep Legio Secvnda Avgvsta, The Antonine Guard uit Schotland en Legio Secvnda Consvlaris uit Italië komen naar Archeon en slaan daar hun kamp op. De re-enactmentgroepen worden vergezeld door ambachtslieden, dames, slaven en kinderen. Tijdens het festival staan veel extra demonstraties en activiteiten op het programma.

Tijdens de Roman Night op zaterdag 5 augustus is het park open tot 21.30 uur. Bezoekers kunnen zich onderdompelen in Romeinse sferen en beleef je het Romeinse straatleven: een gezellig straatbeeld met straattheater en diverse kraampjes. Je kan je ook aanmelden als legionair en mee exerceren in een Romeins legioen. Of gewoon genieten van een Romeinse massage. De gladiatoren sluiten de avond af met een spectaculair gevecht in de Arena.

Eveneens op zaterdag 5 augustus om 18 uur is er een Romeins aanlegdiner. Hiervoor moet je wel vooraf reserveren. De Romeinen en een troubadour verwelkomen je met een drankje. Er ligt Romeinse kleding klaar en daarna kan je aanliggen voor het diner waar de hapjes al klaar staan. Na afloop kan je nog genieten van een Romeinse massage terwijl de kinderen gaan exerceren met het Romeins legioen. Als afsluiter kan je zelf of met je gezelschap in Romeinse kleding of gevechtskledij op de foto.

Het leven langs de Limes, de grens van het Romeinse Rijk, biedt veel kansen. Er wordt gebouwd en er wordt gehandeld. De lokale economie bloeit. Is de inheemse bevolking daar blij mee? Dat niet. Zij spreken over slavernij. Aldus de Romeinse politicus Plinius. De Romeinse historicus Tactius doet er nog een schepje bovenop: ‘Hier kom je alleen indien het je vaderland is’. Gelukkig denken de Romeinen van Legio Secvnda Avgvsta er heel anders over. Zij komen elk jaar naar Archeon voor het Romeins Festival.

Er zijn een heleboel Romeinse officieren, soldaten en hulptroepen. De Romeinse legionairs zetten een groot kamp neer met officiersverblijven en legertenten. Een groep Kelten heeft een ‘eigen’ onderkomen. Zij dienen bij de Romeinen, maar behouden hun eigen cultuur. De soldaten geven dagelijks demonstraties in de arena. Zij presenteren hun vaardigheden in hun kamp. Vrouwen moeten vaak in hun eigen onderhoud voorzien. Zij werken als schilder, als caféuitbater, als vroedvrouw en zelfs als gladiator. Sommige vrouwen hebben geluk: zij komen uit een rijke familie. Tijdens het festival worden ambachten gedemonstreerd, er worden vaardigheden getoond en er is een hospitaal en eethuis.

Colosseum en Forum Romanum worden ondergebracht in één archeologisch park

Posted in Romenieuws on 26 juli 2017 by romenieuws

Er komt een zelfstandig archeologisch park dat zal worden gevormd door het Colosseum en de omliggende keizerlijke fora en de Palatijn in Rome. De discussie over de toekomst van het Forum Romanum, de Palatijn, het Domus Aurea en het Colosseum werd gevoerd door de stad Rome en de federale overheid en werd uiteindelijk zelfs uitgevochten voor de rechtbank. De Raad van State besliste de zaak nu in het voordeel van de regering.

De uitspraak van de rechter betekent een overwinning voor minister van Cultuur Dario Franceschini. Met de hervorming komt nu één van de meest bezochte toeristische trekpleisters van Italië rechtstreeks onder de bevoegdheid van het Ministerie van Cultuur. Dat moet een efficiënter bestuur waarborgen. Er komt ook een nieuw comité dat toezicht moet houden op de monumentale site.  Onder meer Irina Bokova, de directeur-generaal van Unesco, zal deel uitmaken van dat bestuur. Het Colosseum krijgt op 1 januari ook een nieuwe directeur. Het Romeinse stadsbestuur zou 80% van de inkomgelden mogen houden, 20% van de opbrengst van de tickets gaat naar een nationaal solidariteitsfonds voor andere archeologische sites.

Franceschini wil nu eindelijk ook werk maken van de reconstructie van de arena in het Colosseum, een stokpaardje van de minister en een voorstel waar niet iedereen even blij mee is en al enkele jaren aansleept. Franceschini drukt zijn oude voorstel nu toch door. De werken zouden al in januari 2018 beginnen. De kostprijs wordt geraamd op 19 tot 20 miljoen euro. Het ontwerp omvat de volledige reconstructie van de houten vloer zodat bezoekers weer dwars door het Colosseum kunnen lopen. Eenmaal voltooid, wil de minister speciale evenementen organiseren in het Colosseum, al moeten die passen in het algemene kader. Je moet hier in de toekomst dus niet meteen een popconcert of een sportwedstrijd verwachten. Operavoorstellingen zullen wel mogelijk zijn.

In de loop van de negentiende en twintigste eeuw werd de arena van het Colosseum geleidelijk aan blootgelegd en dieper uitgegraven. De ondergrond werd gedeeltelijk opengelegd. Daarbij ging een schat aan archeologische gegevens verloren maar de ingreep leverde wel heel wat andere kennis op, onder meer over de manier waarop het monument destijds werd opgetrokken. Ook vandaag levert de ondergrond van het Colosseum nog steeds nieuwe informatie aan onderzoekers. Franceschini argumenteert onder meer dat een volledig overdekte arena de blootgelegde kelderruimten van het Colosseum beter zou beschermen. Technisch is er in ieder geval geen probleem om het ontwerp te realiseren.

Castel Sant’Angelo moderniseert en stelt nieuwe kamers open

Posted in Romenieuws on 26 juli 2017 by romenieuws

Het Castel Sant’Angelo of de Engelenburcht, het voormalige mausoleum van keizer Hadrianus, introduceert multimedia en nieuwe technologieën om de ervaring voor de bezoekers nog boeiender te maken. Tevens worden drie kamers geopend die tot dusver niet toegankelijk waren voor het publiek.

Het gaat om de zogenaamde Cambellotti-kamers, genoemd naar Duilio Cambellotti die ze in 1926 schilderde en decoreerde. De kamers werden toen gebruikt om de memorabilia van het Italiaanse leger tentoon te stellen. Cambelotti, die vooral bekend was omwille van vrolijke, zonnige ontwerpen met bloemen besliste om voor deze gelegenheid militaire thema’s te gebruiken.

De Engelenburcht is nu ook getransformeerd tot een ‘slim’ museum. Een gloednieuwe app ( Android en iOS) die beschikbaar is in zeven talen (Italiaans, Engels, Spaans, Frans, Duits, Japans en Chinees) begeleidt de bezoekers tijdens hun wandeling doorheen het gebouw. De app is gratis en kan bij de aankoop van het toegangsticket worden gedownload. Het hele museum is nu ook voorzien van wi-fi.

Op talrijke plaatsen, in kunstwerken, in de vele gangen, de loopbruggen en de balkons, werden speciale sensoren ingebouwd, onzichtbaar voor het publiek, die via wi-fi extra informatie bieden. Zogenaamde eBeacons volgen de bezoeker op zijn of haar route doorheen de Engelenburcht en verstrekken waar nodig extra audiovisuele informatie. Een nieuwe route laat de bezoekers vertrekken in de oudheid en voert langs de pauselijke appartementen en het dakterras waar je een fantastisch uitzicht over heel Rome hebt.

De Engelenburcht is één van de meest bezochte musea in Italië en staat met 1,2 miljoen bezoekers per jaar op de vijfde plaats. Het is echter niet gemakkelijk om een plek zoals het Museo Nazionale di Castel Sant’Angelo (dat is de officiële naam) op een bevattelijke manier te tonen aan het publiek. De geschiedenis van het gebouw is immers lang en immens, vertrekkend van een mausoleum uit de Romeinse oudheid en vervolgens evoluerend naar een vesting, een pauselijke residentie en een gevangenis.

Los van het bezoek aan de burcht kan je vier keer per dag ook nog een bezoek brengen aan ondermeer de Passetto di Borgo, de ‘geheime’ verbinding tussen Vaticaanstad en de Engelenburcht, waarlangs de pausen zich bij een belegering van het Vaticaan in veiligheid konden brengen. Paus Clemens VII verbleef zelfs zeven maanden in de Engelenburcht tijdens de woelige periode rond de plundering van Rome (Il Sacco di Roma) op 6 mei 1527.

Museo Nazionale di Castel Sant’Angelo
Lungotevere Castello 50
Website Castel Sant’Angelo