Piranesi in Palazzo Braschi Rome

In het Museo di Roma Palazzo Braschi, waar nog maar pas de fraaie expo rond Artemisia Gentileschi is afgelopen, is alweer een nieuwe grote overzichtstentoonstelling begonnen, ditmaal over de graveur en architect Giovanni Battista Piranesi (1720-1778). Er wordt een selectie getoond van zijn belangrijkste werken, in totaal meer dan 200 etsen en perspectieftekeningen, die samen een fraai overzicht bieden van de gevarieerde activiteiten van Piranesi. Vooral zijn liefde voor archeologie en passie voor de grandioze ruïnes van het oude Rome vallen daarbij op. Maar op de tentoonstelling die de naam La fabbrica dell’utopia kreeg, zijn ook zeldzame objecten zoals vazen, kandelaars en sarcofagen te zien die werden ontworpen door Piranesi. De tentoonstelling is te bezoeken tot 15 oktober.

Eén kamer in Palazzo Braschi is voorbehouden aan 3D-reconstructies waarbij het werk en uitvindingen van Piranesi in een drie-dimensionale structuur tot leven komen. Intrigerend zijn ook de studies over de Forma Urbis Romae, de eerste marmeren kaart van Rome, die Piranesi gebruikte voor zijn studie van de Romeinse ruïnes.

Deze gigantische marmeren kaart toonde Rome zoals de stad er uitzag in het begin van de derde eeuw. De afmeting van deze kaart was 18 bij 13 m. Op 150 marmeren platen was een plattegrond van het Rome van die tijd afgebeeld, op een schaal van 1:240. De kaart was zo gedetailleerd dat de omtrekken van individuele gebouwen, straten en aquaducten er duidelijk op aangegeven konden worden. Op de kaart staan geen politieke grenzen, zoals grondeigendom, evenmin worden geografische kenmerken als heuvels en riviertjes weergegeven.

De Tiber staat wel op de kaart, maar alleen als opengelaten ruimte tussen de gebouwen op de oevers. De heilige grens van Rome, het Pomerium, staat ook niet op de kaart aangegeven. De Forma Urbis Romae is de belangrijkste topografische stadskaart van Rome die gedeeltelijk bewaard is gebleven. Aan de hand van deze kaart konden grote delen van het antieke Rome gereconstrueerd worden en vele kaarten van het oude Rome zijn erop gebaseerd.

Ook Piranesi heeft deze stadskaart veelvuldig gebruikt. In 1562 werden de eerste fragmenten van de Forma Urbis teruggevonden in wat toen de tuin van de kerk Santi Cosma e Damiano was. Dit leidde tot grote belangstelling voor de kaart, maar die vervaagde al weer snel. De fragmenten kwamen in handen van de familie Farnese, die delen ervan liet gebruiken voor de aanleg van een tuin. Vanaf 1740 werden de overgebleven delen overgebracht naar de Capitolijnse Musea waar ze opnieuw bestudeerd werden.

In 1899 werd de tuin van de familie Farnese afgebroken en kwamen vele verloren gewaande delen weer tevoorschijn. In totaal zijn meer dan duizend fragmenten teruggevonden, toch gaat het om slechts tien tot vijftien procent van de oorspronkelijke kaart. Dat lijkt weinig maar zelfs hierop zijn vele belangrijke gebouwen te herkennen zoals het Colosseum en het Theater van Pompeius. De muur van de aula waar de kaart ooit aan was bevestigd bestaat nog steeds en maakt nu deel uit van de achtermuur van de kerk Santi Cosma e Damiano, die gebouwd is in 530. In de muur zijn duidelijk de vele gaten te zien waarin de metalen pinnen zaten die de kaart op zijn plaats hielden.

De voorbije eeuwen hebben vele historici gewerkt aan het in elkaar puzzelen van de 1.186 teruggevonden fragmenten. In de Renaissance was het reeds gelukt om ongeveer 250 delen bij elkaar te passen, vooral door de belangrijke monumenten op de kaart bij elkaar te zoeken. In de eeuwen daarna werd nog veel meer onderzoek verricht.

Tussen 2003 en 2004 heeft de universiteit van Stanford in de Verenigde Staten alle bekende fragmenten digitaal ingescand. Door middel van geavanceerde computerprogramma’s wordt nu geprobeerd de kaart te reconstrueren. De scans van de losse fragmenten zijn beschikbaar op internet en cd-rom zodat iedere geïnteresseerde de Forma Urbis Romae kan bestuderen. Deze database is beschikbaar op http://formaurbis.stanford.edu/.

De enorme productie van Piranesi heeft het Rome uit zijn tijd op een sublieme manier vastgelegd. Zijn werken getuigen van de onsterfelijke grootheid van de Eeuwige Stad. De Bogen van Constantijn en Titus, het Forum van Nerva, de basiliek van San Lorenzo fuori le Mura, de Spaanse Trappen, het Castel Sant’Angelo, het Tibereiland,… er bestaat nauwelijks een straathoek of plein waaraan de graveur-architect geen aandacht heeft besteed. De Santa Maria del Priorato op de Aventijnse heuvel, die door Piranesi in 1765 samen met het plein voor de kerk werd gerenoveerd, ontbreekt uiteraard niet. Piranesi werd overigens begraven in deze kerk die eigendom is van de Orde van Malta.

Piranesi werd geboren in Mogliano, in de buurt van Venetië. Hij werd leerling van de architect Giovanni Antonio Scalfurotto, van de graveur Carlo Zucchi en later van Giuseppe Vasi. Hij vertrok in 1740 naar Rome waar in 1743 de op Venetiaanse architectuur gebaseerde reeks prenten ‘Prima parte di architetture e prospettive’ het licht zag.

Na de uitgave van de prentenserie ‘Carceri d’Invenzione’ (1745), architectuurvisioenen van niet-bestaande en onbetreedbare architectonische ruimten van kerkers, gangen, trappen, muren en bruggen, wijdde Piranesi zich voornamelijk aan het etsen van antieke bouwresten te Rome en elders, zoals onder meer Paestum).

Groot succes verwierf hij met de serie ‘Antichità Romane’ (1756) en de 135 monumentale etsen ‘Vedute di Roma’, waarmee hij met name op het classicisme (Adam) en de empirestijl (Percier, Fontaine) grote invloed uitoefende. In zijn etsen, aanvankelijk licht van toon, bracht hij een steeds romantischer visie op de monumenten naar voren, waarbij de ruïnes in een sterk licht-donker-contrast vaak overdekt zijn met vegetatie.

Zijn minstens ruim duizend prenten omvattende oeuvre heeft veel bijgedragen tot de kennis van de Romeinse en de Etruskische oudheid door de vele, maar toch ook natuurgetrouwe perspectivische architectuurtekeningen. Geboeid door de opgravingen in Herculaneum, verbleef Piranesi in de periode 1743-1744 in Napels. De opgegraven beelden en archeologische vondsten brachten hem ertoe om voortaan het archeologisch materiaal op een visueel vertellende wijze weer te geven.

In 1744 verbleef Piranesi opnieuw een tijdje in Venetië, volgens sommige bronnen om in de leer te gaan in het atelier van de laatbarokschilder Giambattista Tiepolo. In 1745 keerde Piranesi terug naar Rome waar hij zich vestigde aan de Via del Corso.

Praktische informatie over de tentoonstelling

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s