Een pleintje met drie kerken

Het kleine en weinig opmerkelijke Piazza Santa Caterina della Rota, is een pleintje dat wordt begrensd door de Via di Monserrato, de Via in Caterina en de Via di San Girolamo della Carità. In de onmiddellijke en beperkte omgeving van dit kleine stukje Rome bevinden zich maar liefst drie kerkgebouwen.

De in 1869 herbouwde Chiesa di San Tommaso di Canterbury dateert oorspronkelijk uit de twaalfde eeuw en is gewijd aan de in de kathedraal van Canterbury vermoorde aartsbisschop en kanselier Thomas Becket (1118-1170). Becket verbleef enige tijd in het aan deze kerk grenzende hospitium dat tijdens de achtste eeuw gesticht werd om Engelse en Schotse pelgrims te helpen.

Op nummer 45, net naast de kerk, bevindt zich het Engels college dat hier sinds 1362 gevestigd is. Het gaat er prat op de oudste Engelse instelling in het buitenland te zijn. Onder meer de Britse dichter van ‘Paradise Lost’, John Milton (1608-1674) was hier te gast in 1638.

Aan de overkant ligt rechts de tijdens de twaalfde eeuw gebouwde Santa Caterina della Rota (van het wiel) wat uiteraard verwijst naar het martelaarschap van Catherina van Alexandrië (gestorven in 307) die in één keer vijftig heidense wijsgeren zou bekeerd hebben. Zij behoort tot de populairste heiligen van de Middeleeuwen. Doorheen de geschiedenis is haar oorspronkelijk Griekse biografie uit de zesde eeuw zeer verweven geraakt met volksverhalen en nieuwe legenden.

Catharina kwam volgens de oudste overlevering uit een roemrijk patriciërsgeslacht en was de dochter van Costus, de gouverneur van Alexandrië. Ze kende alle werken van Plato uit haar hoofd toen ze nog maar vijftien was. Ze was Jezus met hart en ziel toegedaan, en beloofde hem haar maagdelijkheid. Nauwelijks had ze dat gedaan, of keizer Maxentius werd verliefd op haar. Na haar weigering om na zijn echtgenote de tweede dame aan het hof te worden, wilde hij haar dwingen haar geloof af te zweren onder bedreiging met gruwelijke folteringen.

Ook stuurde hij vijftien ‘heidense’ filosofen en wijsgeren op haar af om haar te bekeren, maar in plaats van Catharina te bekeren tot het heidendom, werden de geleerden tijdens de discussie met Catharina zelf bekeerd tot het Christendom. Daarop wilde de keizer haar laten verpletteren met een rad waarop scherpe ijzeren punten waren gemonteerd.

Maar in plaats van Catharina brak echter het rad, naar verluidt getroffen door de bliksem. Maxentius wilde haar vervolgens laten verbranden, maar het vuur waaide uiteen en verbrandde niet Catharina maar de beulen. Uiteindelijk lukte het dan toch haar te onthoofden. Uit haar halswond stroomde echter een speciaal vocht dat sterke geneeskrachtige eigenschappen bezat en de stad van de pest bevrijdde.

Met dergelijke wapenfeiten is een heiligverklaring natuurlijk verzekerd. Het lichaam van Catharina werd door engelen naar de Sinaïberg gebracht, waar het omstreeks het jaar 800 door pelgrims teruggevonden werd. Het was volgens de legende nog steeds in bijzonder goede staat. Naast de berg werd later het naar Catharina vernoemde klooster gebouwd.

Even terug naar ons pleintje. Interessant is de aan de derde zijde gelegen San Girolamo della Carità . Een eerste kerk werd hier gebouwd op de plaats waar de heilige Hiëronymus of San Girolamo (347-419) rond 380 zou gewoond hebben. Samen met Augustinus en Ambrosius behoort hij tot de grootste kerkvaders van het westen. Paus Damasus gaf hem de opdracht een Latijnse bijbelvertaling te schrijven, later gekend als de Vulgaat wat betekent ‘algemeen verspreid’.

Vandaag is de in 405 beëindigde tekst nog steeds een referentiewerk voor de katholieke Kerk. De eerste bijbelvertaling in het Nederlands gebeurde tien eeuwen later in 1360/62 door Petrus Naghel, de prior van het kartuizerklooster in het Vlaams-Brabantse Herne.

De heilige wordt gewoonlijk voorgesteld als een heremiet in de woestijn, samen met een leeuw waarvan hij de poot verzorgd heeft. Minder geweten is dat hij naar de woestijn vluchtte om te ontsnappen aan de roddel die ontstaan was toen hij naar verluidt logeerde bij een inhalige dame die hem onderdak had gegeven.

De San Girolamo della Carita werd verscheidene malen herbouwd, tot uiteindelijk deze barokkerk werd gerealiseerd, ditmaal met een gevel die werd ontworpen door Carlo Rainaldi (1611-1691). De kerk heeft een mooi interieur met enkele prachtige kapellen. Het hoogaltaar uit 1659 werd eveneens getekend door Carlo Rainaldi. Het altaarstuk is een kopie van een werk van Domenichino. Het origineel werd door Napoleon geroofd maar is later teruggekeerd naar Rome en hangt nu in de Vaticaanse pinacotheek.

Bijzondere aandacht verdient de Spada-kapel, de eerste kapel rechts, dus direct links bij het binnenkomen via de zijingang. Deze kapel uit 1660 met een kleurige marmeren muurbekleding, en waar zich uiteraard de graven van de familie Spada bevinden, zou volgens vele gidsen en naslagwerken één van de laatste werken van Borromini (1599-1667) zijn, maar uit recent onderzoek blijkt dat het een ontwerp is van Cosimo Fanzago (1591-1678).

Dat doet uiteraard geen afbreuk aan de meesterlijke wijze waarop hier gebruik werd gemaakt van een zeer beperkte ruimte en welke fraaie technieken hier werden toegepast. Let bijvoorbeeld op de onvoorstelbaar prachtige en meesterlijke bewerking van het marmer en andere steensoorten. We verduidelijken even.

De klassieke balustrade die vooraan de kapel afsluit heeft plaatsgemaakt voor twee geknielde engelen met houten vleugels die samen iets vasthouden dat op het eerste gezicht lijkt op een gestreepte lap stof. Bij aanraking kan je echter vaststellen dat het een stuk jaspis is, een tot het kwarts behorende ondoorzichtige steensoort, een halfedelsteen met een beperkte glans. Het is slechts één voorbeeld van wat hier werd uitgevoerd.

Vele studenten brengen hier jaarlijks in opdracht van hun leerkrachten een aantal verplichte momenten door om hun visie over de kunstwereld een beetje te verruimen.

Let ook op het vijftiende-eeuwse houten kruis in de volgende kapel net naast de ingang. Links van het hoogaltaar bevindt zich een zwaar gedecoreerde kapel uit 1710, opgedragen aan Filippo Neri (1515-1595). De verlichting bevindt zich links.

Gedurende dertig jaar woonde deze heilige in het bij deze kerk horende klooster. In zijn kloostercel werd overigens een hoogst merkwaardig record gevestigd: daar kwamen regelmatig vier heren bij elkaar die later alle vier heilig werden verklaard. Het waren Filippo Neri zelf, Carolus Borromeus, Ignatius van Loyola en Felix van Cantalice.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s