Tentoonstelling over Luther en het Concilie van Trente gratis te bezoeken in Rome

In een vorige bijdrage kon je kennismaken met de Bibliotheca Casanatensa. Regelmatig zijn er in deze bibliotheek interessante tentoonstellingen. Zo kan je momenteel tot 31 december de expo Lutero. La Riforma dalle 95 tesi al Concilio di Trento bezoeken. Er worden zeldzame en waardevolle edities van lutherse en andere hervormers getoond, evenals iconografische materialen, indexen van verboden boeken en de decreten van het Concilie van Trente. De tentoonstelling is gratis toegangelijk van maandag tot vrijdag van 11.30 tot 13 uur, op donderdag ook van 16.30 tot 18 uur.

Dit jaar vindt de vijfhonderdste verjaardag plaats van de Reformatie, die begon toen Maarten Luther (1483-1546) zijn ’95 stellingen’ op de deur van de slotkapel in Wittenberg spijkerde (al staat niet vast dat dit ook werkelijk gebeurde).

De ’95 stellingen’ waren een document waarmee Maarten Luther de wantoestanden in de katholieke Kerk aanklaagde. Het leidde tot de Reformatie en wordt daarom gezien als de oorsprong van het protestantisme. De 95 stellingen stelden de handel in aflaten aan de kaak, een concept waarmee rijken de vergiffenis van hun zonden konden afkopen van de paus.

Luther vond het onrechtvaardig dat rijken hun zonden zomaar kwijtgescholden kregen en geen enkele boetedoening moesten doen wanneer ze kwamen biechten. Wie geld had was vrij van zonden. Dat kon niet, vond Luther. Hij reageerde vooral tegen de speciale jubileumaflaat die werd ingevoerd om de bouw van de Sint-Pietersbasiliek te bekostigen.

De paus waarmee Luther in conflict kwam was Leo X (1475-1521), geboren als Giovanni de’ Medici, de tweede zoon van Lorenzo de’ Medici (Il Magnifico). Hij was pas zeven jaar toen hij de tonsuur ontving. Op dertienjarige leeftijd creëerde Innocentius VIII hem tot kardinaal. Hij was nog diaken toen Giovanni op 38-jarige leeftijd tot paus Leo X werd gekozen. Binnen een week tijd werd hij eerst tot priester en vervolgens tot bisschop van Rome gewijd. Van Leo X komt de legendarische uitspraak: ‘Laat ons van het pausdom genieten nu God het ons gegeven heeft.’

Deze paus was weliswaar een gulle sponsor van de letteren en de muziek, maar organiseerde ook talrijke feesten en drinkfestijnen waarbij vleselijke genoegens niet ontbraken. Zijn tijdgenoten zeiden van hem dat hij zichzelf, Rome en Christus had verkocht. Naast de genoegens van de geest waren de geneugten van het lichaam hem evenmin onbekend. Carnavaleske optochten en bruisende feesten waren voor hem standaard vermakelijkheden. ‘Vrolijke scherts en muziek boeiden hem, hij hoopte daardoor langer te leven’ schrijft een biograaf.

Om geld te vergaren voor de bouw van de nieuwe Sint-Pietersbasiliek riep hij een speciale aflaat in het leven. Zijn voorgangers Julius II en Alexander VI hadden de opbrengsten van aflaten ook al gebruikt om geld in de kassa te brengen. Die praktijk was de eerste aanleiding voor Luther om op 31 oktober 1517 zijn 95 stellingen (volgens de overlevering) aan de kerkdeur van Wittenberg te spijkeren. Leo X zag de ernst daarvan niet in en deed Luthers optreden af als ‘het geleuter van een monnik’. Luther werd geëxcommuniceerd en zijn boeken werden verbrand. Dit was het begin van de Reformatie.

Leo X, die ooit de schat van Julius II had geërfd, liet bij zijn dood het pausdom aan de rand van het bankroet achter. De paus had een hofhouding van 683 personen, jachtpartijen duurden weken en werden ingericht voor 2.000 ridders. Hij beschikte over een volledige dierentuin, waaronder een tamme witte olifant. Leo X had reusachtige sommen geld nodig, niet alleen om te kunnen voldoen aan zijn luxueuze smaak, maar ook om enorme projecten te financieren, waarvan het grootste zoals verteld de bouw van de nieuwe Sint-Pietersbasiliek was.

Dat was precies de reden waarom hij de weg vrij maakte voor één van de grootste zwendelarijen uit de hele kerkgeschiedenis: de grootscheepse verkoop van aflaten. Paus Leo X, die ontsnapte aan verschillende vergiftigingspogingen, in gang gezet door kardinalen die moeite hadden met zijn liederlijke levensstijl, stierf uiteindeljk aan een longontsteking die hij bezweet had opgelopen tijdens een van zijn vele wilde feestjes. Zoals je in een recente nieuwsbrief kon lezen, ligt hij begraven in de Santa Maria sopra Minerva in Rome.

Leo X was zoals verteld de opvolger van ‘papa terribile’ Julius II en had nooit veel inzicht in of belangstelling voor spirituele problemen of de noodzaak van een kerksanering. Zelfs toen Luther hem op 31 oktober 1517 de rekening presenteerde dacht hij met een banvloek van de lastpost af te komen. De paus werd omschreven als ‘een opgewekt, buitengewoon vrijmoedig man die elke lastige situatie ontloopt en vooral rust aan zijn hoofd wil’.

Omdat hij meer geobsedeerd was door zijn positie als hoofd van de Medici-familie dan als hoofd van de Kerk, versmolt hij de belangen van Firenze en Rome tot één enkel beleid. Het nepotisme kende met deze paus opnieuw een ware bloei, daarom verhoogde Leo X het aantal kardinalen van 24 tot 31. Deze paus was ook dol op schrijvers, dichters, componisten en musici, hij importeerde zangers voor het Sixtijnse koor, stichtte de Academie der Medici ter bestudering van het Grieks, schafte een Griekse drukpers aan waarmee in Rome het allereerste Griekse boek gepubliceerd werd, en zocht overal naar manuscripten uit de antieke wereld.

De door de paus rijkelijk bedeelde bibliotheek was dan weer de voedingsbodem voor een nieuwe intellectuele elite, de katholieke humanisten zoals Erasmus, More…. Leo X liet Rafaël ook de vandaag nog wereldberoemde Stanze beschilderen. Op cultureel vlak was het dus allemaal wel in orde met Leo X.

Maar even terug naar Luther. De Duitse schilder, graveur en etser Lucas Cranach de Oude (1472-1553) maakte een schilderij van zowel de jongere als de oudere Luther. Tegenover de Braziliaanse ambassade op Piazza Navona, bevindt zich de kerk Nostra Signora del Sacro Cuore di Gesu, de vroegere San Giacomo degli Spagnoli, waarvan de hoofdingang zich niet op Piazza Navona bevindt maar aan de Corso del Rinascimente. Gebouwd door Nicolaas V (1447-1455) was ze bedoeld als nationale kerk van Spanje. Hier werd in 1520 de veroordeling voorgelezen van Maarten Luther en zijn leer.

Toen in 1848 beslist werd dat de Santa Maria di Monserrato voortaan de Spaanse nationale kerk werd, verhuisden ook alle kerkschatten. Na de Spaanse revolutie in 1868 werd de kerk verkocht aan Franse missionarissen en gaven deze het gebouw de naam van hun orde, de ‘missionari del Sacro Cuore’, in 1854 gesticht door Jules Chevalier.

Inmiddels heeft Rome ook een plein dat de naam van Luther kreeg. Piazza Martin Lutero bevindt zich in het Parco del Colle Oppio, vlakbij de Via della Domus Aurea en werd twee jaar geleden ingehuldigd door de toenmalige burgemeester Ignazio Marino. Het pleintje kreeg de naam van Luther op initiatief van de zevendedagadventisten, een protestantse gemeenschap die hiervoor negen jaar geleden een aanvraag indienden bij het stadsbestuur van Rome. Aanvankelijk was het de bedoeling om het plein in te huldigen naar aanleiding van de 500ste verjaardag van de reis van Luther naar Rome, maar dat bleek niet haalbaar. Dit jaar wordt wereldwijd de 500ste verjaardag gevierd van het begin van de Reformatie.

Overigens steunde ook het Vaticaan de plannen voor de inhuldiging van een Maarten Lutherplein. Na de excommunicatie van Luther werden zijn opvattingen vanuit Rome eeuwenlang fel bestreden. Maar tijden veranderen. In het bijzonder sinds de ondertekening van de verklaring van Augsburg uit 2013, waarin de katholieke en lutherse kerk hun meningsverschil bijlegden over de rechtvaardigingsleer van Luther, waait een nieuwe geest van toenadering en dialoog.

Ciro Benedettini, de vicewoordvoerder van het Vaticaan, verklaarde in 2015 dat de beslissing om een plein te vernoemen naar Luther aan het stadsbestuur van Rome toekomt. “Maar de Heilige Stoel zal geen veto uitspreken en ziet hierin een kans tot toenadering”, klonk het toen.


ACHTERGROND

Het lutheranisme is de benaming voor dat type van kerk en theologie in het protestantisme dat onderscheiden is van het gereformeerd protestantisme en van de doopsgezinden.

Maarten Luther heeft nooit een nieuwe kerk willen stichten die zijn naam zou dragen. Het lutheranisme moet dan ook beschouwd worden als een beweging binnen de ene, katholieke, algemene kerk.

Deze beweging kanaliseerde zich langzamerhand eerst in confrontatie met de oude leer, later via een aantal meningsverschillen binnen de reformatorische beweging zelf, tot een kerktype met een reeks belijdenisgeschriften die naast werken van Luther, zoals de Kleine en de Grote Catechismus en de Schmalkaldische artikelen, ook de Augsburgse Confessie, de Apologie daarvan en de Formula Concordiae omvat, tezamen het Concordiënboek.

Toch zijn de geschriften van Luther zelf veel meer bepalend geweest voor de ontwikkeling van de lutherse reformatie dan deze serie officiële geschriften. Typerend voor de lutherse theologie is, evenals bij Luther zelf, de concentratie op de gestalte van Christus als het Woord Gods, de vervulling van alle messiaanse beloften, vervat in de Schriften.

In Hem is God zelf met ons. Christus deelt zich reëel mee aan de mensen in de daartoe gegeven tekenen, de prediking en de bediening van Doop, Avondmaal en het sleutelambt (de vrijspraak na de biecht, die als persoonlijke toespitsing van de verkondiging van de vergeving door Luther nadrukkelijk is gehandhaafd).

In de eredienst komt dat alles tot leven en worden allen in het Christusgebeuren betrokken. Muziek is in de eredienst functioneel als gezongen gebed, lofprijzing en verkondiging. Toch is de eredienst niet de enige plaats waar Christus tegenwoordig is: Hij is het ook in het dienende werk van de kerk van diaconaat en zending, in theologie en dagelijks geloofsleven.

De kerk gaat lijnrecht in tegen haar opdracht en wezen, zodra zij een heersend instituut wordt. Dat is essentieel voor het luthers kerkbegrip en voor de lutherse ethiek. Ten aanzien van het kerkbegrip geldt dat de kerkvorm volledig vrij wordt gelaten; dat is een zaak van praktische regeling, die nooit tot een wet mag worden. Het wezen van de gemeente, het lichaam van Christus is er niet in te vangen.

Zo is er voor het leven van de christen ook geen formele wet te stellen. Hij is geroepen tot dienen, ook in de wereld waar nog niet het evangelie van de vergeving het bestaan kan regelen, maar waar wegens de nog heersende ongerechtigheid rechtvaardige wetten het leven van de mensheid moeten beteugelen. Door een grove identificatie van deze twee ‘wijzen van regeren’ met de kerk enerzijds en de staat anderzijds zijn de misverstanden ontstaan die deze ‘tweerijkenleer’ een zo slechte naam bezorgd hebben.

Door deze identificatie kreeg niet de eenheid – en daar ging het Luther om – maar de gespletenheid van het christenbestaan alle nadruk. Wat bedoeld was om de christen, geconfronteerd met het ‘nog niet’, met de reële gespletenheid van het bestaan, ervoor te behoeden zijn christen-zijn te zien als niet relevant voor zijn leven in de maatschappij, sloeg zo in zijn tegendeel om. Het lutheranisme wil geen kerstening van het bestaan en de cultuur, maar ook geen wereldvreemd piëtisme.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s