Archief voor 7 augustus 2017

De creatie van Mozes en het graf van paus Julius II

Posted in Romenieuws on 7 augustus 2017 by romenieuws

Een tijdje geleden kon je lezen dat het grafmonument van paus Julius II – Giuliano della Rovere, waarvan Michelangelo’s wereldberoemde beeld van Mozes deel uitmaakt, recent werd gerestaureerd en uitgerust met een compleet nieuwe verlichting. Mozes ziet er nu mooier uit dan ooit. Vandaag lees je het verhaal over het ontstaan van het monument en het Mozesbeeld, dat de aanleiding geweest is tot de ontmoeting tussen twee van de invloedrijkste persoonlijkheden uit de renaissance: paus Julius II (1443-1513) en Michelangelo Buonarotti (1475-1564).

In 1505 riep de paus de Florentijn naar Rome om voor hem een enorm mausoleum te ontwerpen dat geplaatst zou worden in de oude Sint-Pietersbasiliek. Het mausoleum zou bestaan uit niet minder dan veertig beelden met Mozes als centrale figuur. Gedurende acht maanden ging Michelangelo in de befaamde marmergroeven van Carrara op zoek naar het meest geschikte materiaal. De ontzaglijke berg marmer werd vlakbij het Vaticaan opgeslagen en de beeldhouwer ging ermee aan de slag.

De paus liet zelfs een loopbrug aanleggen tussen zijn appartement en de werkplaats van Michelangelo om de werkzaamheden op de voet te kunnen volgen. Maar na een tijdje verdween het enthousiasme van de paus. Hij had uiteindelijk enkel nog interesse voor de bouw van een nieuwe Sint-Pietersbasiliek en het door Donato Bramante voorgestelde project. Logisch, want de graftombe was bestemd voor de oude basiliek en Julius II had in 1506 zelf beslist dat die gesloopt moest worden. In zijn eer gekwetst keerde Michelangelo naar Firenzeterug, al was het maar voor korte tijd.

Julius II, ook wel ‘Il Terribile’ of De Verschrikkelijke genoemd, de eerste paus die, zij het slechts een beperkte tijd, een baard droeg, stierf in 1513 op 70-jarige leeftijd. Hij had weliswaar oorlogen gevoerd maar Rome ook een stabiele regering gegeven, rechtvaardige rechtbanken opgericht, de landbouw van de Kerkelijke Staat bevorderd en de financiën gesaneerd. Hij had de universiteiten gesteund en een prachtige bibliotheek uitgebouwd, hij nam maatregelen tegen corruptie bij de pausverkiezingen (hoewel hijzelf ook grootschalige omkopingspraktijken had gehanteerd om paus te kunnen worden) en had de geestelijke orden deels hervormd.

Zijn inzet voor de kunsten gedurende zijn tienjarige pontificaat werd in de geschiedenis nooit meer overtroffen. Toch was deze beschermheer van de kunsten ook een ongeduldige, twistzieke en overweldigend energieke man, die een enorme persoonlijkheid moet hebben gehad. Zijn geliefde architect was Bramante, zijn beeldhouwer Michelangelo en zijn schilder Rafaël. Dit trio is wellicht het opmerkelijkste geheel aan artistieke talenten dat ooit door één individu werd samengebracht.

Met het verdwijnen van Julius II werd de ambitie voor het immense op te richten praalgraf helemaal afgeslankt en uiteindelijk werd het project volledig stilgelegd omdat de nieuwe paus Leo X de Medici het talent van Michelangelo liever gebruikte tot eer en glorie van zijn eigen familie.

Michelangelo had behalve het 2,35 m grote Mozesbeeld, slechts enkele slavenbeelden volledig afgewerkt. Twee ervan, de Rebellerende Slaaf en de Stervende Slaaf, tussen bevinden zich nu in het Louvre in Parijs. De Jonge Slaaf, de Atlas Slaaf, de Bebaarde Slaaf en de Ontwakende Slaaf, zijn te zien in de Galleria dell’Accademia in Firenze.

De Hurkende jongen is het enige werk van Michelangelo in de Hermitage in Sint-Petersburg en De Overwinning is te bekijken in Palazzo Vecchio in Firenze. Zijn hele verdere leven refereerde Michelangelo aan ‘de tragedie van de tombe’, hij schreef met enige overdrijving ‘ik verknoeide mijn jeugd geketend aan dit graf’.

Na een zestal contractwijzigingen werd uiteindelijk door de hertog van Urbino, een neef van Julius II, beslist hoe het uiteindelijke graf van de paus er zou uitzien, het resultaat van een complex verhaal dat Corrado Augias vertelt in ‘L’aventure de Moïse’.

Michelangelo had nu eindelijk een omschreven opdracht. Het grootste deel van het werk vertrouwde hij echter toe aan enkele leerlingen, waaronder Raffaele Sinibaldi, beter bekend als Raffaello da Montelupo (1505 -1566). Zelf realiseerde de meester, 36 jaar na de creatie van het Mozesbeeld en de voormelde slavenbeelden, nog twee vrouwenfiguren: Rachel en Lea.

Links zien we Rachel die het Geloof en ‘la vita contemplativa’ uitbeeldt en rechts Lea die de daadwerkelijke liefde of ‘la vita activa’ uitbeeldt. Tenminste indien we de omschrijving volgen die Dante voor deze dames gaf in zijn Purgatorio XXVII, 108. Beide beelden werden uitgehakt door Michelangelo maar afgewerkt en gepolierd door assistenten.

In 1544 was het grafmonument voor Julius II eindelijk klaar. Het beeld van de paus zelf, van de sibille en van de profeet, en ook de centrale Maagd met Kind (vervaardigd door een zieke Raffaello da Montelupo) werden uitgevoerd naar de tekeningen van Michelangelo. Ze zijn echter niet heel geslaagd te noemen. De uitvoering van de tombe zelf liet de meester ook over aan zijn leerlingen.

De ijdele paus Julius II zou beslist niet tevreden zijn geweest met het wat potsierlijke liggende beeld van hemzelf bovenop het monument, volgens de annalen het werk van ene Tommaso Boscoli (1503-1574). Jacob Burckhardt (1818-1897, Civilisation de la renaissance en Italie) noemde het beeld zelfs ‘onvergeeflijk’.

In 1999 verscheen spectaculair nieuws: Italiaanse deskundigen verklaarden in de media dat ook het liggende beeld door Michelangelo zou zijn gemaakt en daarover schijnt tegenwoordig een consensus te bestaan. Toch lijkt het hoofd niet bij de liggende paus te passen, misschien werd het later toegevoegd. Volledige duidelijkheid is er niet en wellicht blijft de waarheid verborgen in de nevelen van de geschiedenis.

Michelangelo heeft steeds beweerd dat hij van de verschillende pausen die hij diende slechts een hongerloon kreeg en hij het door hun schuld financieel moeilijk had. Rab Hatfield publiceerde in ‘The Wealth of Michelangelo’ echter loonbriefjes van de meester, waaruit blijkt dat hij wel degelijk rijkelijk betaald werd. Michelangelo had wel de naam een beetje gierig te zijn.

Bij de Sacco di Roma (de plundering van Rome) in 1527 werd de kist met de stoffelijke resten van paus Julius II door soldaten opengebroken om zijn gouden ring te stelen en om te zien of zich geen andere kostbaarheden in de sarcofaag bevonden. Wat daarna gebeurde is niet duidelijk. Het is zelfs niet zeker dat Julius II in zijn eigen tombe begraven ligt, want bepaalde bronnen situeren zijn laatste rustplaats in een bescheiden graf zonder monument in de Sint-Pietersbasiliek.

Daar zou hij begraven zijn bij zijn oom Sixtus IV onder de vloer van de zogenaamde Michaëlskapel, helemaal achteraan de rechterbeuk voorbij het rechtertransept. Nog andere bronnen beweren dat Julius II in het graf van Sixtus IV werd bijgezet, namelijk in het bronzen praalgraf uit 1493, een meesterwerk van Antonio del Pollaiuolo (1432-1498), dat zich nu in de schatkamer (zaal IV) van de Sint Pietersbasiliek bevindt. Ook hier heeft de geschiedenis een mysterie gecreëerd dat wellicht nooit zal worden opgelost.

Wat wel met zekerheid kan worden verteld: de waardering voor het Mozesbeeld is steeds enorm geweest. Giorgio Vasari die een tijdgenoot was van Michelangelo, schreef dat er geen enkel werk, ouder of jonger met het Mozesbeeld kon wedijveren. Hij vertelt dat de Romeinse joden elke sabbat, als een ‘zwerm spreeuwen’ het beeld kwamen bewonderen en eren.

Stendhal schreef dat ‘indien men dit beeld niet gezien heeft, men geen benul heeft van de volle kracht van de beeldhouwkunst’. Hier vind je inderdaad de hele ‘terribilità’ van het genie van Michelangelo, in harmonie met zijn absolute technische meesterschap.

Toch moeten bezoekers er vandaag rekening mee houden dat het de bedoeling was dit beeld op een hoogte van 13 m te plaatsen. Maar zelfs in zijn huidige en dus te lage opstelling, is het Mozesbeeld ronduit indrukwekkend. Mozes lijkt ieder moment te kunnen rechtspringen en het beeld heeft de griezelige eigenschap dat het je lijkt na te kijken wanneer je de kerk verlaat.

Mozes had 40 dagen en 40 nachten op de berg Sinaï met God gesproken en de in steen gebeitelde tien geboden ontvangen. Bij het afdalen van de berg zag Mozes het volk dansen rondom het gouden kalf en hoorde hij de mensen juichen en zingen. Mozes kon slechts met veel moeite zijn innerlijke gevoelens beheersen en het is dit ultieme moment van woede dat Michelangelo heeft uitgebeeld.

“Een grotere onrust en heviger spanning werden in een beeldhouwwerk nooit gelegd, krachten van de natuur en van de geest nooit vaster aaneengesmeed, primitieve bestialiteit en de hoogste spiritualiteit in een wezen nooit zo samengebracht als in dit beeld dat met mokerslagen uit de steen werd losgeslagen, maar waarvan de oppervlakte door de tederste strelingen werd gepolijst”, schreef de Nederlander Huib Luns in zijn ‘Tweede tien wandelingen in Rome’ uit 1931.

En voorts: “De ogen zijn van een bijzondere kracht, de opgewondenheid spreekt het sterkst uit de handen en het gezicht, de rechterhand steunt op de twee stenen tafelen maar de vingers spelen en woelen tegelijkertijd in de krullen van de baard. Het gelaat is nog vervuld met de goddelijke glans die Jahweh hem gaf. Men heeft kritiek gehad op de armen die te dik zouden zijn, maar door de aderen en pezen die opzwellen onder de huid lijkt het beeld te bonzen van woedend leven. En toch stemt het bekijken van dit beeld ons enigszins weemoedig, het is te groots. De godvruchtige overlevering wil dat Mozes u blijft nakijken als men de kerk verlaat. En in wezen is dat zo”.

Dat het Mozesbeeld horentjes draagt vindt vermoedelijk zijn oorsprong in een foute schriftlezing door Aquila Ponticus, die in de tweede eeuw de thora voor het eerst in het Grieks vertaalde. In de Hebreeuwse tekst van de betreffende bijbelpassage (Exodus 34:9-35) stond het woord ‘karan’ of lichtstraal, maar Ponticus las dit als ‘keren’ of hoorn.

De kerkvader Hiëronymus, wiens Latijnse vertaling, de Vulgata, onder Paulus III bij het Concilie van Trente in 1546 algemeen als basistekst werd aangenomen, gebruikte die Griekse vertaling als uitgangspunt. Het misverstand werd nog versterkt doordat het in oude manuscripten gebruikelijk was om, met het oog op de indeling in kolommen, letters te syncoperen en die weglating aan te geven met een bovenliggend streepje, waardoor in plaats van ‘coronatus’ of gekroond ‘cornutus’ of gehoornd werd gelezen. De horentjes dienen dus gezien te worden als de aanzet van de stralenbundels.

In de baard van Mozes menen sommigen de trekken te herkennen van Julius II, rechts onder de lip is er met enige fantasie inderdaad een profiel te onderscheiden. Anderen zeggen dan weer dat het een zelfportretje van Michelangelo is, een grapje van de kunstenaar. Duidelijk is het allerminst.

Op de rechterknie is een kras waarneembaar die volgens een hardnekkig verhaal zou veroorzaakt zijn door Michelangelo toen hij bij de voltooiing van het werk met zijn beitel op de knie van Mozes sloeg, terwijl hij riep: ‘Spreek dan toch!’.

De jonge Sigmund Freud wijdde in 1914 een boek aan de psychische analyse van dit Mozesbeeld: ‘Le Moïse de Michel-Ange’ .

Elke werkdag een S.P.Q.R.-nieuwsbrief in je mailbox?  Mét illustraties?
Word dan nu lid van S.P.Q.R. !
Klik hier om je in te schrijven !

Advertenties