Archief voor 18 augustus 2017

Een bezoek aan de Catacombe van Domitilla

Posted in Romenieuws on 18 augustus 2017 by romenieuws

Gisteren kon je lezen dat de pas gerestaureerde Catacombe van Domitilla opnieuw toegankelijk is voor het publiek. Vandaag brengen we een bezoek aan deze indrukwekkende plek uit de oudheid. Een bezoek aan de Catacombe van Domitilla is indien gewenst gemakkelijk te combineren met een bezoek aan de Catacomben van San Sebastiano en San Callisto, die zich beiden in de buurt bevinden. Los van de catacomben is de prachtige omgeving van de Via Appia Antica een bezoek of een wandeling hoe dan ook altijd waard.

Het immense gangenstelsel van de Catacombe van Domitilla, het grootste van Rome, zou oorspronkelijk de privé begraafplaats geweest zijn van Domitilla, een nicht van keizer Domitianus (81-96), die tot het rijke geslacht der Flavii behoorde. In 95 werd de man van Domitilla, Flavius Clemens, als christen verraden en op bevel van Domitianus terechtgesteld. Domitilla zelf werd verbannen naar het eiland Pandataria, het huidige Ventotene.

In de grafkelder heeft men inscripties gevonden met de naam Priscilla en van ene Acilius Glabrio die vermeld wordt in de teksten van Suetonius en Cassius Dio. Keizer Domitianus had hem in 91 ter dood veroordeeld om dezelfde reden als Flavius Clemens, de man van Domitilla, namelijk omdat ze ‘res novae’, nieuwe dingen wilden invoeren, wat zoveel betekende als christen zijn.

De catacombe van Domitilla werd herontdekt door de befaamde Italiaanse archeoloog Antonio Bosio (1576-1629). Hij schreef hierover in 1620 de Roma Sotterranea, dat na zijn dood nogmaals werd uitgegeven, in 1634. Hiermee begon eigenlijk de archeologische bestudering van de catacomben van Rome, al zou het nog een paar eeuwen duren vooraleer die studie grootschalig werd aangepakt. Omwille van zijn baanbrekende werk wordt Bosio weleens ‘de Christoffel Columbus van het ondergrondse Rome’ genoemd.

Tijdens de negentiende eeuw gebeurden er intense opgravingen door de Italiaanse archeoloog Giovanni Battista de Rossi (1822-1894) en de Vaticaanse commissie voor sacrale archeologie. De Rossi, die ook in 1848 de Catacombe van San Calllisto had herontdekt, is buitenlands lid geweest van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW).

Tijdens de vierde eeuw werd een grafbasilica gebouwd boven het graf van de heiligen Nereus en Achilleus. Beide mannen waren soldaten die onder Diocletianus (284-305) de marteldood stierven. Gregorius de Grote hield in deze basilica aan het einde van de zesde eeuw één van zijn beroemde preken waarin hij de ellendige tijd betreurde die Rome onder de dreiging van de barbaren doormaakte. De grafkerk die pas in 1874 ontdekt werd, is in essentie dezelfde als deze ten tijde van paus Damasus (366-384).

Het oorspronkelijke metselwerk is nog bewaard tot een hoogte van zeven meter. Voor de bouw heeft men de galerijen van de bovenste verdieping van de catacombe verwoest. De basilica heeft drie schepen, van elkaar gescheiden door rijen van acht zuilen, die vrijwel alle verschillend van vorm en afmeting zijn, ze werden waarschijnlijk geroofd uit Romeinse tempels. Het metselwerk dat het dak ondersteunt is modern, evenals de inrichting van de kerk. Het licht dringt binnen door brede vensters boven in het middenschip.

De basilica wordt voorafgegaan door een narthex, de twee zuilen die de narthex met de basilica verbinden zijn niet antiek. De narthex, soms ook atrium of paradijs genoemd, is de voorhal of het portaal van een kerkgebouw. Oorspronkelijk was de narthex een voorhal die deel uitmaakte van de galerij om het atrium (voorhof) van vroegchristelijke kerken. Later kreeg de narthex het karakter van een portiek.

Aan de wand hangt een inscriptie, waaruit blijkt dat het terrein eigendom was van de Flaviërs. In de basilica zie je naast het altaar de brokstukken van vier zuilen die het oude ciborium ondersteund hebben. De bewaarde resten laten het martelen van de titelheiligen zien. De rechterwand toont een nog half zichtbare inscriptie en een primitieve afbeelding waarin twee visjes zich vastbijten in een anker. De visjes symboliseren de gelovigen, zij houden zich vast aan het anker, symbool van het kruis.

De sarcofagen van de twee heiligen stonden oorspronkelijk in de apsis, vlakbij deze van de heilige Petronilla die zich sinds de achtste eeuw in de Sint-Pietersbasiliek bevindt (rechter transept). Ook de beide heiligen kregen toen een nieuw onderkomen, zij het in een nieuwe kleine basiliek aan de Viale delle Terme di Caracalla 28 die paus Leo III dichter bij de stad liet bouwen, de Santi Nereo e Achilleo, vlakbij de de thermen van Caracalla. Aan het einde van de achtste eeuw raakte de grafbasiliek buiten gebruik.

Achter de apsis van de grafbasilica bevindt zich de cubicolo di Veneranda. Tijdens de vierde eeuw wilden vele gelovigen dicht bij het graf van een heilige begraven worden, zo ook een zekere Veneranda. Zij rust ‘in mensa’, dat betekent dat het graf afgedekt werd door een stenen plaat waarrond familieleden samenkwamen voor een maaltijd om de herinnering aan de dode levend te houden, waarbij de afdekkende grafsteen als tafel gebruikt werd.

Veneranda is afgebeeld in de houding van een orante met een sluier op haar hoofd. De orantehouding is een christelijke gebedshouding waarbij men de armen symmetrisch uitstrekt en de geopende handen opheft tot op oorhoogte, terwijl men de ellebogen dicht bij de romp van het lichaam houdt. Deze gebedshouding zie je vaak terug in de vroegchristelijke kunst afgebeeld en wordt ook vandaag gebruikt door priesters.

Veneranda is gekleed in een wijde tot op de voeten neerhangend gewaad met wijde mouwen. Links zinspeelt een bos rode bloemen op het paradijs waarin Veneranda wordt binnengeleid door ‘Petronilla martyr’, in tunica en palla. Petronilla wijst met haar linkerhand naar een schrijn vol boeken. Boven symboliseert een opengeslagen boek de Goddelijke Wet, vervat in de Heilige Schrift.

De cubicolo is overvol met vele loculi, zelfs een gedeelte van de lunet van het arcosolium, de boogvormig afgedekte nis, werd gebruikt als graf voor ene Karisia. De tufstructuur was door de vele graven zo verzwakt geraakt dat ter ondersteuning een muur opgetrokken moest worden. In de andere galerijen zien we enkele grafplaten met verschillende afbeeldingen o.a. van een orante, een duif met olijftak, een zittende herder met een schaap aan zijn voeten… Dikwijls is in fraaie letters de naam van de overledene aangebracht met een heilwens.

Ten noordoosten van de vorige grafbasilica ligt het in 1854 ontdekte ‘ipogeo dei Flavi’. Dit hypogeum, een onderaardse gewelfde ruimte die gebruikt werd voor godsdienstige plechtigheden, situeert zich in het oudste deel van de catacombe dat toebehoorde toe aan een vermogende familie. Bij de ingang bevond zich de ‘sala dei banchetti funerari’, de zaal voor begrafenismaaltijden. In de muren werden talrijke graffiti gekrast.

Tot het complex behoort ook een cubicolo, versierd met een cantharos, een vaas met twee oren, en twee vogels. Heel dicht in de buurt van het ipogeo ligt een cubicolo waarvan de wanden versierd zijn met guirlandes, bloemenmandjes en vogels. In het hemelse paradijs plukken Amor en Psyche bloemetjes en vullen er manden mee. Psyche draagt vlindervleugels.

In de mythologie was Psyche een bijzonder mooi meisje wiens schoonheid de afgunst opwekte van de godin Venus. Deze beval haar zoon Amor het meisje verliefd te maken op een oerlelijke man, maar Amor werd zelf verliefd op Psyche. Hij bracht de nachten met haar door, en had Psyche verboden naar hem te kijken. Psyche hield dat natuurlijk niet vol, door nieuwsgierigheid geprikkeld ontstak zij op een nacht de olielamp en zag Amor liggen in diepe slaap. Verrukt over zowel mannelijke schoonheid hield zij de lamp scheef en een gloeiende oliedruppel viel op de schouder van Amor die verschrikt en woedend wegvluchtte.

Psyche vond hem niet meer terug en in haar vertwijfeling wendde zij zich tot Venus. De godin wilde haar wel helpen op voorwaarde dat zij zich zou onderwerpen aan zware beproevingen. Psyché stemde toe, slaagde in de proeven en vond uiteindelijk haar geliefde terug, ze werd met hem in een eeuwigdurend huwelijk verenigd. De symboliek is duidelijk, de ziel (psyche) die de beproevingen van het leven doorstaat, bereikt de onsterfelijkheid.

Ten zuidwesten van de grafbasilica ligt het ‘arcosolio degli apostoli piccoli’, een boogvormige afgedekte nis gewijd aan de boven de lunet in een halve cirkel in klein formaat voorgestelde apostelen. Dichtbij ligt het cubicolo van de doodgraver Diogenes die een leven lang de nissen in de catacombe uitgegraven heeft, aan de rechterwand zien we een mooi fresco van Paulus.

Hij is herkenbaar aan zijn magere gezicht, een lange puntbaard en een kalend hoofd, naast hem staat een foedraal met boekrollen. Dicht in de buurt van Diogenes kan je één van de weinige mozaïeken in de catacombe bewonderen, het toont drie jongelingen midden een vuur verwijzend naar een tekst uit het Oud Testament.

Ten zuidoosten van de grafbasilica vinden we de ‘cubicolo dei Fornai’, van de bakkersgilde die ook ‘cubicolo degli apostoli grandi’ genoemd wordt. Hier zetelt Christus tussen de apostelen die in groot formaat voorgesteld worden. Let op de scènes met werklieden die op de Tiber zakken graan uit de schepen sjouwen om ze op draagbaren naar de molens en bakkerijen te brengen.

Op de achtergrond symboliseert de wonderbare vermenigvuldiging van de broden de waardigheid van het beroep dat meel of brood verschaft voor het eucharistisch offer. Het fresco tegenover de ‘grote apostelen’ stelt de Goede Herder voor tussen vier schapen, symbool van de vier seizoenen.

Ver ten zuiden van de grafbasilica bevindt zich een derde cubicola van de apostelen. Hier bevindt zich het pronkstuk van de catacombe, een zeer jeugdige Christus zonder baard in de rol van leraar te midden van de apostelen. In zijn handen houdt Hij een geopende boekrol. Twee apostelen zijn verdwenen bij het uitvoeren van werkzaamheden in het graf.

De gewelfschildering is nauwelijks christelijk te noemen, we zien putti bezig met de wijnoogst. In het ‘cubicolo di Orfeo’ vinden we Mozes rechts boven Orpheus, terwijl hij op de rots slaat. Links wijst de profeet Micha naar een stad.

Het fresco ‘Maria met het Kind op de schoot’ is bijna geheel verdwenen. De kunstenaar heeft het in vervulling gaan van de profetie willen uitbeelden ‘En Gij, Bethlehem, zijt klein onder de duizenden van Juda, maar uit jou zal voortkomen diegene, die een heerser zal zijn in Israël’.

De catacomben en een bijhorend museum zijn sinds kort opnieuw geopend voor het publiek.  Openingstijden: van 9 tot 12 uur en van 14 tot 17 uur. Dinsdag gesloten. Om veiligheidsredenen mag je de catacomben alleen bezoeken onder leiding van een gids, met uitleg in het Italiaans, Engels, Frans, Spaans, Pools, Portugees en Duits. Boekingsinformatie vind je op de website www.domitilla.info.

Hoe de Catacomben van Domitilla bereiken?

  • Van Stazione Termini bus 714 richting tot Piazza Navigatori
    Volg vanaf dit plein de Via delle Sette Chiese tot nr. 282
  • Van Piazza Venezia bus 160 tot Piazza Navigatori
  • Van Piazza San Silvestro bus 160 tot Piazza Navigatori
  • Van Largo di Torre Argentina bus 30 tot Piazza Navigatori

www.domitilla.info