Archief voor september, 2017

Nederlanders restaureren twee fonteinen in Rome als goedmaker na voetbalrellen

Posted in Romenieuws on 30 september 2017 by romenieuws

Het restauratiebouwbedrijf Koninklijke Woudenberg en Meesters In, beide behorend tot de Janssen de Jong Groep, hebben de voorbije maanden in Rome twee fonteinen gerestaureerd. De monumentale Fontana dei Giardini en de Fontana delle Api werden opgeknapt als goedmaker voor de vernieling van de beroemde Barcacciafontein aan de voet van de Spaanse Trappen. Die raakte begin 2015 beschadigd tijdens rellen met Feyenoordfans, maar de stad Rome zorgde zelf voor een snelle herstelling. Enkele Nederlanders in Rome namen het initiatief om via een speciaal hiervoor opgerichte vereniging geld in te zamelen en daarmee als gebaar van goede wil en verzoening een ander restauratieproject te financieren. Dat werden uiteindelijk twee fonteinen.

De Fontana della Barcaccia bevindt zich aan de voet van de wereldberoemde Spaanse Trappen in Rome en is daardoor een grote en fotogenieke trekpleister voor toeristen. De fontein werd in de periode 1626-1629 ontworpen door Pietro Bernini (vader van de beroemde Gian Lorenzo) en was eind 2014, slechts enkele maanden vóór de baldadigheden van de voetbalhooligans, gerestaureerd door het bedrijf Urban Vision dat de opdracht in onderaanneming doorschoof naar Tecnicon, een specialist in de restauratie van stenen oppervlakken. Dat karwei kostte 209.960 euro.

Meteen na de rellen herstelde het stadsbestuur van Rome de beschadigde fontein opnieuw op eigen kosten. De verontwaardiging bij het publiek over de aangerichte vernielingen was echter bijzonder groot, niet alleen bij de Romeinen zelf, maar ook bij Nederlanders die in Rome wonen ontstond plaatsvervangende schaamte. In de nasleep van de heisa werd op initiatief van enkele leden van de Nederlandse gemeenschap in Rome de vereniging Salviamo la Barcaccia opgericht. De bedoeling was geld in te zamelen om de restauratie van een andere fontein te bekostigen.

Het initiatief kende heel wat succes. Via acties en crowdfunding werd 20.000 euro bij elkaar gebracht en Nederlandse ondernemers legden net als de Nederlandse ambassade in Rome eveneens een bedrag op tafel zodat uiteindelijk twee, weliswaar iets minder bekende fonteinen konden worden aangepakt. Dat werden de Fontana delle Api of de Bijenfontein aan het begin van de Via Veneto aan de Piazza Barberini en de Fontana dei Giardini di Viale Tiziano in het noorden van Rome. De restauratie van beide fonteinen werd geraamd op ongeveer 100.000 euro.

De betonnen Fontana dei Giardini was enkele maanden eerder behoorlijk beschadigd geraakt door een omgevallen boom, de marmeren Fontana delle Api was erg aangetast door het kalkhoudende water. De keuze voor deze fonteinen werd gemaakt door Hans Smits (Janssen de Jong Groep), Louis Camps (Koninklijke Woudenberg) en Ron Waroux (Meesters In, de vroegere steenhouwerij Zederik), samen met advocate Angela Mannaerts en journalist Maarten van Aalderen van de vereniging Salviamo la Barcaccia. Voor de werkzaamheden aan de fonteinen kregen de Nederlandse bedrijven hulp van het Romeinse restauratiebedrijf Conservazione Beni Culturali (CBC).

De Fontana delle Api staat op de hoek van de Piazza Barberini met de Via Veneto en werd als eerste gerestaureerd. De inhuldiging van het gerenoveerde kunstwerk gebeurde reeds op 14 juni. De fontein van Gian Lorenzo Bernini uit 1644 toont drinkende bijen en een bijenkoningin die wil wegvliegen. Deze bescheiden fontein oogt misschien niet zo spectaculair, maar is toch bijzonder.

Het water stroomt in een geopende Sint-Jacobsschelp. De opdrachtgever voor de realisatie van deze fontein was paus Urbanus VIII Barberini (1623-1644). De familie Barberini voerde bijen in haar familiewapen en die beestjes zie je in Rome vaak terug in de woningen en monumenten die deze familie verwezenlijkte.

Oorspronkelijk werd de bijenfontein geplaatst op de hoek van het Palazzo Soderini, tussen de Piazza Barberini en de Via Sistina. Deze fontein werd omstreeks 1870 ontmanteld en kwam terecht in de stedelijke magazijnen. Vele jaren later, tussen 1915 en 1916, werd het monument herbouwd op de huidige locatie, in een nogal geïsoleerde positie en leunend tegen een aantal blokken van travertijn. Bij die gelegenheid werden heel wat versleten stukken en onderdelen vervangen. De bijen en het centrale deel van het schelpbekken zijn vandaag nog de enige originele onderdelen van het oorspronkelijke monument.

Toen de Fontana delle Api destijds werd ingehuldigd stond er volgens het verhaal een inscriptie op die vermeldde dat ze was ingehuldigd in het 22ste jaar van het pontificaat van de paus, en dit terwijl het 21ste jaar van Urbanus VIII nog niet voorbij was. Uit bijgeloof vreesde men dat de foutieve ‘XXII’ een ongunstig voorteken zou kunnen zijn dat misschien wel het overlijden van de paus aankondigde. Om het gevaar te bezweren werd de laatste ‘I’ al snel na de inhuldiging van de fontein weggekapt, maar in de hemel was blijkbaar al beslist over het lot van Urbanus VIII: de paus stierf welgeteld acht dagen vóór het begin van het 22ste jaar van zijn pontificaat (6 augustus 1623 – 29 juli 1644).

Het voorval zorgde voor heel wat spot bij het sprekende standbeeld Pasquino: ‘Havendo li Barberini succhiato tutto il mondo, ora vogliono succhiare anche il tempo’ (Nadat de Barberini eerst de hele wereld hebben leeggezogen willen ze nu ook de tijd opzuigen’). Op de fontein staat in het Latijn dat de fontein ter beschikking staat van ‘mensen en dieren’.

De Fontana dei Giardini di Viale Tiziano, gelegen ten noorden van het historische centrum, werd gebouwd tussen 1930 en 1933 en werd vermoedelijk ontworpen door Raffaele De Vico. Het is een kopie van twee van de oudste fonteinen in de Villa Borghese die daar omstreeks 1620 werden gebouwd voor kardinaal Scipione Borghese en die waarschijnlijk werden ontworpen door Giovanni Vasanzio. Deze twee waterbronnen, te vinden in de tuin aan weerszijden van de laan naar de Galleria Borghese, lijken sterk op de Fontana dei Giardini maar ze zijn niet helemaal identiek.

Het exemplaar dat nu werd gerestaureerd, bevindt zich in het groene gebied tussen de Viale Tiziano en de Via Flaminia, in het quartiere Flaminio (Municipio II), niet ver van het Auditorium (Parco della Musica), het museum MAXXI, het stadio Flaminio en het Palazzetto dello Sport. De fontein raakte een paar jaar geleden tijdens een storm zodanig beschadigd door een vallende boom dat een volledige heropbouw en een vernieuwing van de elementen nodig was.

Het herstel van de Fontana dei Giardini was ingewikkeld en complex en vereiste een intense samenwerking tussen de restaurateurs, historici, ingenieurs, landmeters en hydraulische experts. De fontein is één van de weinige in Rome die uit beton bestaat, waardoor vakkundig betonherstelwerk nodig was. De restauratie gebeurde voornamelijk in Nederland. De onderdelen van de fontein werden getransporteerd naar Utrecht.

Voor de reconstructie van een aantal onderdelen werd 3D-printtechnologie ingezet. Het tussenliggende volledig vernielde bassin werd eveneens gereconstrueerd in Nederland, samen met andere onderdelen van het centrale baluster en de fonteinrand. De montagewerkzaamheden vonden vervolgens weer in Rome plaats. De onbeschadigde delen werden eveneens in Rome gereinigd van biologische aanslag, kalksteen en graffiti. De fontein kreeg een nieuwe draagconstructie en de watervoorzieningsinstallatie, die reeds vóór de beschadiging van de fontein kampte met technische problemen, werd volledig vernieuwd. Het openbare domein in de directe omgeving van de fontein werd eveneens opgeknapt.

De feestelijke inhuldiging van deze gerestaureerde fontein in het parkgebied aan de Viale Tiziano, ter hoogte van de Viale Cesare Fracassini, vond in juli plaats en werd bijgewoond door Joost Klaarenbeek van de Nederlandse ambassade in Rome, Louis Camps, directeur van Koninklijke Woudenberg, advocate Angela Mannaerts, voorzitter van de vereniging Salviamo la Barcaccia, locoburgemeester Luca Bergamo en Claudio Parisi Presicce van Monumentenzorg Rome.

Directeur Louis Camps van Koninklijke Woudenberg is trots op de geslaagde restauratie en bedankte de stad Rome en haar inwoners voor het gegunde vertrouwen om de fontein in ere te herstellen. “Na het herstel van de Fontana delle Api wordt nu ook deze fontein als het ware in nieuwe staat teruggegeven aan Rome”, aldus Camps.

“Onze missie is hiermee volbracht, al is dit natuurlijk niet ons laatste project. Dergelijke opdrachten draaien steeds om de belevingswaarde en het respect voor monumentale pracht en maken het mogelijk dat iedereen kan blijven genieten van cultureel erfgoed zoals deze fontein. We zijn fier dat we hieraan een mooie bijdrage konden leveren”, verklaarde Louis Camps.

Koninklijke Woudenberg en Meesters In behoren tot de Janssen de Jong Groep. De bedrijven spelen een belangrijke rol in de restauratie, de herbestemming, de renovatie en het onderhoud van cultureel erfgoed. Koninklijke Woudenberg is een erkend restauratiebouwbedrijf met hoofdkantoor in Ameide. Al sinds 1799 komt de naam Woudenberg voor in relatie met restaureren en bouwen.

Op 16 november van dat jaar vestigde meester-metselaar Hermanus Woudenberg zich in Ameide, een stadje aan een buitenbocht van de rivier de Lek. Ameide en Woudenberg zijn sinds mensenheugenis onlosmakelijk met elkaar verbonden. Vanuit het stadje bouwde de familie Woudenberg een reputatie op als restaurateur.

Woudenberg is na de Tweede Wereldoorlog uitgegroeid tot een eigentijds modern restauratiebouwbedrijf. In de voorbije decennia heeft het bedrijf een indrukwekkend aantal tot de verbeelding sprekende projecten gerealiseerd en vele monumenten gerestaureerd. In 1987 kreeg Woudenberg het predicaat Koninklijk.

Meesters In is een specialist in het restaureren, reproduceren en aanvullen van alle steenachtige materialen, zowel natuursteen als beton en traditioneel steenhouwwerk, maar ook het injecteren van scheuren, metselwerkherstelling en het reinigen van gevels behoren tot de werkzaamheden van het bedrijf.

Advertenties

Arbeiders ontdekken twee Romeinse sarcofagen tijdens wegenwerken

Posted in Romenieuws on 29 september 2017 by romenieuws

Rome zal, zeker op archeologisch vlak, altijd blijven verrassen en heeft in de ondergrond ongetwijfeld nog vele schatten in de wachtrij zitten. Enkele weken geleden was het weer prijs. Arbeiders van het waterleidingsbedrijf Acea ontdekten tijdens de installatie van nieuwe pijpleidingen in de buurt van het Stadio Olimpico op slechts 2,5 meter diepte twee goed bewaarde marmeren sarcofagen uit de oudheid.

Het was het zoveelste routinematige voorafgaande bondige archeologische onderzoek, net vooraleer waterbedrijf Acea een aantal ondergrondse kabels en leidingen zou leggen. Maar in Rome liggen echter altijd verrassingen op de loer, dat werd met deze ontdekking weeral eens bewezen.

De afmetingen van de grafkisten maakten meteen duidelijk dat het ging om de laatste rustplaats van twee kinderen, vermoedelijk afkomstig uit een rijke familie. Volgens een eerste analyse dateren de sarcofagen tussen de derde en de vierde eeuw na Christus. Om dat te bevestigen moet nog een grondig onderzoek worden uitgevoerd.

Eén van de sarcofagen is versierd met een fraai en zorgvuldig afgewerkt bas-reliëf met cherubijntjes die elkaar omarmen. Het beeldhouwwerk maakte meteen duidelijk dat de begraven kinderen afkomstig waren uit een welvarend gezin, dat hun kinderen zelfs in de dood een dergelijke kostbare eer wilde betonen.

Opvallend was dat de sarcofagen zich vlak onder het straatniveau bevonden, al is ook dat zeker geen unicum. Zo werd vijf jaar geleden bij het vernieuwen van tramsporen op Piazzale Ostiense een kleine christelijke necropolis uit het einde van de eerste en het begin van de tweede eeuw na Chr. ontdekt, met enkele skeletten, vele botresten en honderden voorwerpen, waaronder ook amforen en graven.

Na de recente vondst van de sarcofagen werden de werkzaamheden van het waterbedrijf op de noordwestelijke helling van de Monte Mario, vlakbij het Olympisch Stadion een tijdlang stilgelegd. Er kwam een gespecialiseerd team ter plaatse geleid door Marina Piranomonte, met de archeologen Alice Ceazzi, restaurateur Andrea Venier, antropoloog Giordana Amicucci en topograaf Alessandro Del Brusco.

Omdat de sarcofagen op slechts zeer geringe diepte werden ontdekt, hebben de archeologen na een summier onderzoek, metingen en foto’s beslist om ze meteen weg te halen van de vindplaats en over te brengen naar het laboratorium om ze daar rustig te bestuderen. De ontdekking was immers zichtbaar vanaf de weg waardoor iedereen met minder goede bedoelingen de sarcofagen gewoon had kunnen meenemen of beschadigen.

De sarcofagen zullen de komende maanden geanalyseerd, bestudeerd en gereinigd worden. De resultaten van dat onderzoek zullen in het najaar bekend zijn. Of en waar de grafkisten tentoongesteld zullen worden is nog niet geweten.

Lazio en het beste van Rome

Posted in Romenieuws on 28 september 2017 by romenieuws

De echte Romeliefhebber weet het natuurlijk al veel langer: slechts enkele kilometers rondom het historische centrum van Rome opent zich in zowat alle richtingen van de bredere regio een volkomen nieuwe schatkamer vol natuur en cultuur. De regio Lazio (Latium in het Latijn) is niet alleen de bakermat van de Latijnse taal, en daarmee in feite van alle Romaanse talen, het is ook een zeer belangrijk gebied voor wat betreft geschiedenis, kunst, architectuur, archeologie, religie en cultuur in het algemeen.

De honderden kerken en abdijen, de talrijke monumenten en vele andere bezienswaardigheden uit de oudheid en de middeleeuwen maken van Lazio één van de boeiendste regio’s van heel Italië. Omdat vele bezoekers zich beperken tot de hoofdstad Rome (waar natuurlijk niets mis mee is!) blijven de omliggende provincies, dorpen en stadjes echter ondergewaardeerd en zijn ze bij vele Romereizigers nauwelijks gekend.

Het feit dat de regio in tegenstelling tot bijvoorbeeld Toscane, Piemonte of Umbrië zo relatief onbekend is gebleven, is ook de Nederlandse journalist Ewout Kieckens niet ontgaan. Hij woont al vijftien jaar in Rome en probeert nu met het boek ‘Lazio en het beste van Rome’ deze onterechte witte vlek bij Vlamingen en Nederlanders enigszins op te vullen.

Zijn enige probleem is dat er eigenlijk geen andere landstreek in Italië is met zo’n gevarieerd landschap en zo’n rijke geschiedenis als Lazio, waardoor het geheel ook moeilijk in één boek te vatten is. Toch is de auteur daar behoorlijk in geslaagd. De regio Lazio is verdeeld in vijf provincies, met naast Rome (belangrijke steden zijn Tivoli, Velletri, Civitavecchia), ook nog Latina (Gaeta, Terracina, Minturno), Frosinone (Cassino), Viterbo (Tarquinia) en Rieti.

De regio is rijk aan resten van de Romeinse oudheid, maar evenzeer vind je in deze streek magnifieke tombes van het millennia oude volk van de Etrusken. Lazio telt talrijke kastelen, villa’s, kloosters en kerken. Ook de natuur laat zich in deze streek van haar beste zijde zien, met een ruim 300 km lange kustlijn, eilanden, meren, heuvels en zelfs hooggebergte.

Op een uurtje rijden van Rome kan je zelfs skiën. En dan zijn er natuurlijk de gastronomie en de talrijke streekspecialiteiten. Verschillende inwoners, zoals een masterchef, een herder en een wijnmaker, laten de lezer van dit boek door hun verhalen een uniek kijkje nemen in deze veelzijdige Italiaanse regio. En natuurlijk wordt Rome niet vergeten.

Het boek maakt deel uit van de serie ‘Het mooiste van Italië’, waarbij de verschillende regio’s van het land systematisch worden behandeld. Ewout Kieckens heeft routes uitgezet in de voetstappen van onder andere de Etrusken, pelgrims, filmmakers en zonaanbidders. Na het voorwoord volgen tien hoofdstukken met routes tussen de 53 en 218 km doorheen de regio en één route van 3,6 km in Rome zelf.

De volgorde waarin de routes kunnen afgelegd worden is vrij. De routebeschrijving staat kort vermeld in een apart kader. Elk hoofdstuk eindigt met een opsomming van wat onderweg te zien en te beleven valt, geeft tips over aan te raden restaurants, goede slaapgelegenheden en andere ideeën voor de reiziger.

Per hoofdstuk is er een duidelijke beschrijving die de plaatselijke sfeer prima weergeeft zoals een bezoek aan Viterbo, het kratermeer van Vico, de brede kuststrook Maremma tussen Rome en Toscane, Sabina met rijen olijfbomen, de tuinen van Ninfa in de provincie Latina, de warmwaterbronnen van Bagnaccio, de olijvenoogst in Farfa, de haven van Terracina, het naaiatelier Massoli, waar naaisters worden klaargestoomd voor een baan bij modehuis Fendi, een kanotocht over de Cavata en vele andere bezienswaardigheden in de regio zoals kastelen, archeologische sites, abdijen en fonteinen. Het boek is geïllustreerd met goede, grote kleurenfoto’s en bevat een register.

Lazio en het beste van Rome
Auteur: Ewout Kieckens
Aantal pagina’s: 160
Taal: Nederlands
Afmetingen: 17 x 221 x 170 mm
Gewicht: 541 g
Uitgever: Edicola Publishing, Deventer
Eerste druk: mei 2017
ISBN10 9492 5001 75
ISBN13 9789 4925 0017 5
Prijs: 19,95 euro.

Gelegenheidsmunt voor 2000ste sterfdag van Titus Livius

Posted in Romenieuws on 27 september 2017 by romenieuws

Goed nieuws voor verzamelaars: Italië heeft een gelegenheidsmunt van 2 euro uitgebracht met als thema de 2000ste sterfdag van Titus Livius. De oplage bedraagt 1,5 miljoen stuks. Op de munt staat de buste van Livius afgebeeld, ontleend aan een werk van Lorenzo Larese Moretti (1858-1867). De ontwerpster van de munt is Claudia Momoni (de initialen C.M. aan de linkerzijde van de munt verwijzen naar haar). Eveneens links zie je de letters RI die verwijzen naar het uitgifteland (Repubblica Italiana).

Rechts zie je ’17 en ‘2017’, respectievelijk het geboortejaar en het overlijdensjaar van Livius, evenals het muntteken van de Munt van Rome (R) rondom een cirkel van punten en het opschrift ‘TITO • LIVIO’. Eerder dit jaar bracht Italië ook al een munt uit ter gelegenheid van de 400ste verjaardag van de voltooiing van de bouw van de San Marcobasiliek in Venetië.

De Romeinse geschiedschrijver Titus Livius werd in 59 v. Chr geboren in Patavium, het huidige Padua, en stierf daar in 17 na Chr. Hij was bevriend met keizer Augustus en beschouwde het als zijn levenstaak de geschiedenis van Rome te beschrijven vanaf de stichting van de stad tot aan zijn tijd. Dat was een ontzaglijk karwei dat Livius na gedurende veertig jaar haast ononderbroken werk uiteindelijk heeft volbracht.

Het werk, Ab urbe condita (Sinds de stichting van de stad) getiteld, omvatte 142 boeken en liep tot aan de dood van Drusus in 9 na Chr. Vele boekdelen gingen helaas verloren, een enorm verlies voor onze kennis van de oudheid. De boeken die bewaard bleven zijn de delen 1-10 (tot 293 v. Chr.), 21-30 (Tweede Punische Oorlog, 218-201 v. Chr.) en 31-45 (Macedonische oorlogen tot 167 v. Chr.).

Livius streefde niet zozeer naar het opsporen van de ware toedracht van de gebeurtenissen, maar wilde zijn lezers alleen maar het grootse verleden van Rome, dat van kleine stad tot wereldmacht was gegroeid, als spiegel voorhouden en tevens tonen hoe het Romeinse volk tot het zedelijk verval van zijn eigen tijd had kunnen geraken. Op deze wijze leverde hij als geschiedschrijver zijn aandeel aan het geestelijk reveil dat het programma vormde van de politicus Augustus.

Zijn werk werd door zijn tijdgenoten en de volgende generaties zodanig bewonderd dat vrijwel alle oudere Latijnse geschiedwerken, waaruit Livius rijkelijk geput had (daarnaast vooral ook uit het werk van de Griek Polybius), in de vergetelheid raakten en eveneens verloren zijn gegaan.

Van de niet-bewaarde boeken van de Ab urbe condita kan men wel grotendeels de inhoud nagaan aan de hand van in de keizertijd gemaakte verkorte edities, Epitomae Livianae, die veel geraadpleegd zijn door latere schrijvers zoals Florus, Eutropius, Orosius, Julius Obsequens, en vele anderen. Ook de Periochae bleven bewaard, deze geven een zeer summier overzicht van de inhoud van ieder boek.

Het werk van Livius was gebaseerd op de traditie van de annalisten, schrijvers van jaarboeken. Met annalen wordt een vorm van geschiedschrijving bedoeld waarbij gebeurtenissen summier en op strikt chronologische wijze jaar voor jaar worden beschreven. Het begrip annalen is afgeleid van het Latijnse annus (een jaar) zoals gebruikt in de betekenis van libri annales of jaarboeken.

Livius nam hun methodes over en verbeterde ze. Op basis hiervan kan men hem beschouwen als de grootste en de laatste van de annalisten. Nieuwe wegen in de geschiedschrijving heeft hij echter niet gewezen. Als geschiedschrijver vertoonde Livius vele tekorten, maar anderzijds bezat hij kwaliteiten die aan het werk zijn grote faam, niet in de laatste plaats als schoolboek, hebben gegeven.

Livius was bovendien een goede verteller, altijd een handige eigenschap om geschiedenis boeiend en begrijpelijk te maken, wat duidelijk naar voren treedt in zijn beroemde beschrijving van de Tweede Punische Oorlog. Hij maakte veel gebruik van redevoeringen, niet alleen om zijn personen te karakteriseren, maar ook meer dan eens om een politiek standpunt uiteen te zetten of een morele beginselverklaring af te leggen.

Als stilist zette Livius de lijn van Marcus Tullius Cicero voort, maar dan op een persoonlijke wijze. Zijn taalgebruik wordt gekenmerkt door volheid en zuiverheid, in tegenstelling tot de stugheid en kunstmatigheid van Sallustius. In zijn uitdrukkingsvorm is de traditionele starre scheiding tussen de taal van het proza en die van de poëzie vervaagd. Livius heeft niet de pretentie gehad een geleerd werk te schrijven. Hij wilde veeleer een episch dichter in proza zijn, en hierin is hij zeker geslaagd, in het bijzonder in de eerste tien boeken.

De Ab urbe condita in het Latijn

De Ab urbe condita in het Nederlands vertaald

Vlaanderen wil diplomatieke post in Rome

Posted in Romenieuws on 27 september 2017 by romenieuws

Begin 2019 opent een Vlaamse diplomatieke post in Rome. Die uitbreiding van het diplomatieke korps werd bevestigd door de Vlaamse minister-president Geert Bourgeois. Hoewel Italië flink geleden heeft onder de crisis blijft het land volgens Bourgeois een politiek en economisch zwaargewicht wat de keuze voor Rome logisch maakt.

Italië is de op vijf na grootste exportmarkt voor Vlaanderen. Daarnaast zijn er in de Italiaanse hoofdstad verschillende belangrijke instellingen gevestigd, met uiteraard het Vaticaan maar ook verschillende instellingen van de Verenigde Naties inzake ontwikkelingssamenwerking, landbouw en voedselzekerheid, zoals de voedsel- en landbouworganisatie FAO (Food and Agriculture Organization), het Wereldvoedselprogramma (WFP) en het International Fund for Agricultural Development (IFAD).

De nieuwe diplomatieke post in Rome zal inzetten op de versteviging van de huidige samenwerking en op de uitbouw van politieke contacten, zowel in Rome zelf als in de verschillende autonome regio’s. Het is de ambitie van minister-president Bourgeois om de aanwezigheid van Vlaanderen op het wereldtoneel te benadrukken. Daar hoort onder meer een eigen ministerie van Buitenlandse Zaken en een eigen diplomatiek korps bij. Vlaanderen heeft ondertussen diplomatieke posten in Brussel (de Europese Unie), Den Haag, Berlijn, Parijs, Londen, Wenen, Madrid, Warschau, Genève (de Verenigde Naties), Pretoria en New York.  De Algemene Afvaardigingen in Brussel, Berlijn en Parijs, zoals de Vlaamse ambassades officieel heten, krijgen binnenkort ook extra personeel.

Over het feit of een afzonderlijke Vlaamse diplomatieke post naast de reeds overal aanwezige Belgische diplomatieke korpsen zin heeft, valt te discussiëren. Sommigen vinden die dubbele aanwezigheid verwarrend of stellen dat het weinig zin heeft omdat de naam ‘Vlaanderen’ in tegenstelling tot ‘België’ in het buitenland veel minder bekend is. Anderen zeggen dat het noodzakelijk is om het Vlaamse buitenlands beleid te versterken nu de internationale vrijhandel en de Europese samenwerking onder druk staan.

Toch even aanstippen dat de twee Belgische ambassades in Rome (de ambassade en de consulaten in Italië en de ambassade van België bij de Heilige Stoel) vorig jaar werden samengebracht in één gebouw. De Belgische ambassade voor Italië verliet het gebouw aan de Via dei Monti Parioli 49 en zit nu samen op het adres van de ambassade bij het Vaticaan, aan de Via Giuseppe de Notaris 6. De Belgische ambassadeur in Italië is Frank Carruet, de ambassadeur bij de Heilige Stoel Jean Cornet d’Elzius. Beide Belgen, die ons land momenteel dus vertegenwoordigen in respectievelijk Italië en Vaticaanstad, krijgen er dus in 2019 een algemene afgevaardigde of ambassadeur uit Vlaanderen bij. Ongetwijfeld op een ander adres, want met drie diplomatieke korpsen samenhokken wordt wat te veel van het goede.

Zestigtal scheepswrakken uit de oudheid ontdekt in de Zwarte Zee

Posted in Romenieuws on 26 september 2017 by romenieuws

Wetenschappers hebben drie jaar geleden per toeval een zestigtal oude scheepswrakken ontdekt op de bodem van de Zwarte Zee. Het nieuws is nu pas bekend gemaakt. De schepen zijn afkomstig uit verschillende periodes en maken deel uit van zowel het Romeinse, het Byzantijnse als het Ottomaanse Rijk. Sommige exemplaren zijn naar schatting 2.500 jaar oud. Dankzij het gebrek aan zuurstof en licht in de Zwarte Zee verkeren de schepen nog in prima staat. De touwen liggen nog altijd op het dek en de graveringen in het hout zijn nog intact.

Wetenschappers van het Black Sea Maritime Archaeology Project (Black Sea MAP) waren met onderwaterrobots de Zwarte Zee aan het afspeuren om de effecten van de klimaatverandering te onderzoeken. Maar per toeval deden ze heel andere ontdekkingen. Overal doemden stokoude scheepswrakken voor hen op. In totaal vonden ze zestig schepen, verspreid over de Zwarte Zee. Het model van sommige schepen was tot nog toe  enkel bekend van muurtekeningen en mozaïeken.

De meeste wrakken zijn ongeveer 1.300 jaar oud en het oudste schip dateert zelfs uit de vierde eeuw voor Christus. Maar omdat het water in de Zwarte Zee vanaf 150 m diepte zuurstofloos is, kunnen er maar weinig organismen in overleven. Dat betekent dat de wrakken bijna onaangetast zijn. Ook de vracht die de schepen vervoerden, verkeert nog in prima staat. Omdat de wetenschappers met de meest geavanceerde technologieën werken, zijn ze erin geslaagd prachtige 3D-beelden te schieten. De wrakken bevatten een schat aan nieuwe informatie over het Romeinse, Byzantijnse en Ottomaanse rijk.

Om schattenjagers in te tomen worden de exacte locaties van de schepen niet onthuld. Binnenkort verschijnt wel een documentaire over de unieke expeditie, want de wetenschappers werden gedurende drie jaar gevolgd door een filmploeg.  De beelden die we hebben geschoten van deze verborgen wereld, zijn volgens de programmamakers uniek.

Relikwieën apostel Petrus ontdekt in de Chiesa Santa Maria in Cappella

Posted in Romenieuws on 26 september 2017 by romenieuws

Tijdens restauratiewerken in de Chiesa di Santa Maria in Cappella in Rome zijn onder het altaar van de kerk relikwieën ontdekt die volgens een inscriptie aan de apostel Petrus, de eerste paus dus, worden toegeschreven. De kerk, niet eens ver verwijderd van het historische centrum, werd in de late elfde eeuw gebouwd en bevindt zich in een afgelegen hoekje van Trastevere, vlakbij de Tiber. Toeristen komen er zelden of nooit.

De Santa Maria in Cappella verkeerde door eeuwenlange structurele problemen en slecht onderhoud door geldgebrek al vele jaren in slechte staat toen ze in 1982 wegens instortingsgevaar werd gesloten voor publiek. Ondanks de legendarisch trage Romeinse administratie werd een jaar later toch snel geld vrijgemaakt voor een grootschalige restauratie en dat karwei is nu, na 35 jaar, bijna afgerond. De kerk wordt binnenkort heropend. Dat de ontdekking van de relikwieën net nu wordt bekendgemaakt is wellicht geen toeval.

Naast de relikwieën van Petrus werden ook relikwieën van de pausen Cornelius (250-253), Callistus (217-222) en Felix (? – 274) en de christelijke martelaren Hippolytus, Anastasius, Melix en Marmenia aangetroffen. Een andere inscriptie maakt ook melding van een relikwie met een stuk stof van het kleed van Maria, maar dit kleinood werd tot dusver niet teruggevonden.

De ontdekking opent wel nieuwe discussies over de authenticiteit van het graf van Petrus onder de Sint-Pietersbasiliek. Paus Paulus VI stelde zich er persoonlijk voor garant dat de heilige daar werd begraven. Van het mogelijke verwerven van relikwieën wordt nergens melding gemaakt. In hoeverre de resten van Petrus nog intact zijn en of ze wel effectief in de Sint-Pietersbasiliek begraven liggen blijft wellicht eeuwig een raadsel. Wel konden onderzoekers intussen bewijzen dat de beenderen die destijds onder de basiliek werden aangetroffen, afkomstig zijn van een man uit de eerste eeuw na Christus.

Je vindt de Santa Maria in Cappella in het verlengde van de smalle Vicolo di Santa Maria in Cappella, aan de Via Pietro Peretti. Het is één van de kleinste kerkjes van Rome en ze werd officieel ingewijd op 25 maart 1090 door paus Urbanus II (1040-1099). Deze datum werd teruggevonden op een gedenksteen. In die tijd droeg de kerk de naam Santa Maria ad Pineam (bij de dennenboom). De oorsprong van die naam is onzeker.

De kleine middeleeuwse klokkentoren behoort tot de oudste van Rome. De kerk was tijdens de vijftiende eeuw verbonden aan een hospitium, gesticht door de schoonvader van Francesca Romana. In de zeventiende eeuw kwam deze eigendom in handen van Olimpia Pamphili, de naar verluidt nogal hebberige schoonzus van paus Innocentius X die naast de oude kerk een lusthof liet aanleggen.

Olimpia liet op haar beurt naast de Santa Maria in Cappella een hospitaal bouwen waarvan we de bescheiden ingang rechts op het voorpleintje van het kerkje zien. Erboven lezen we een verwijzing naar de Pamphili, ‘morbis chronicis curandis xenodochium ab auria Pamphylianum’.

Oorspronkelijk was het hospitaal bedoeld voor terminale patiënten (morbis chronicis). Tweehonderd jaar later lieten de nazaten van Olimpia er een tehuis voor behoeftige bejaarden inrichten dat nog altijd een vrij grote oude tuin omsluit. Deze tuin is gewoon te bezoeken. Met de aanwezige sinaasappel- en citroenbomen en de ouderwets aandoende struiken en planten is het vooral in de zomer een heerlijk pittoresk en vooral rustig plekje in Trastevere.

De Santa Maria in Cappella wordt na zijn ontstaan in de elfde eeuw nauwelijks vermeld in de geschiedenis. Wel wordt in 1113 melding gemaakt van de plaatsing van een altaar, hetzelfde waar nu de relikwieën werden ontdekt. Of deze menselijke resten bij die gelegenheid werden toegevoegd, waarom dat precies hier gebeurde en waarom een dergelijk zeer belangrijk relikwie in dit relatief onbeduidende kerkje terechtkwam, is niet geweten.

Ook staat vast dat al heel snel na de bouw van de kerk, in de twaalfde eeuw, de eerste stabiliteitsproblemen opdoken. De nabijheid van de Tiber was daar wellicht niet vreemd aan. Pas in 1797 gebeurde een eerste grote restauratie, een proces dat zich de daaropvolgende jaren en eeuwen voortdurend zou herhalen. Ook het huidige interieur van de kerk werd in de negentiende eeuw volledig gewijzigd en heringericht. Vrijwel niets is nog middeleeuws.