De indrukwekkende Tiber in Rome

Gisteren maakte je kennis met de geschiedenis van het Tibereiland in Rome, vandaag hebben we het even over de rivier zelf. De Tiber (in het Italiaans Tevere en in het Latijn Tiberis) is belangrijkste rivier van midden-Italië en ontspringt in de Toscaanse Apennijnen, meer bepaald aan de Monte Fumaiolo (nabij Verghereto, op de grens tussen Emilia-Romagna en Toscane) op 1.268 m hoogte. De Tiber heeft eigenlijk twee bronnen, die slechts 10 m van elkaar verwijderd zijn. Op de plaats waar de Tiber ontspringt, werd in 1930 door Benito Mussolini een antieke marmeren zuil geplaatst met aan weerszijden een wolvenkop en bovenop een bronzen adelaar die richting Rome kijkt. De rivier doorstroomt vervolgens de regio’s Umbrië en Lazio en mondt uit ten zuidwesten van Rome, bij Lido di Ostia, in de Tyrrheense Zee op zo’n 25 km van het centrum van Rome.

De rivier is ongeveer 400 km lang en heeft enkele zijrivieren: de Nera, de Aniene, de Chiascio en de Paglia. Van de twee delta-armen is de zuidelijke, Fiumara, grotendeels verzand; de andere, Fiumicino, is gekanaliseerd. De snel stromende rivier voert grote hoeveelheden sediment mee, waardoor het water meestal groengrijs van kleur is en de monding zich door de afzetting van dit materiaal jaarlijks ongeveer drie meter zeewaarts verplaatst.

Toen het meegevoerde slib in de oudheid de haven van Ostia ten zuiden van de monding deed verzanden, liet keizer Claudius de Portus Augusti of Romanus ten noorden van de Tibermond graven. Ook een nieuwe doorgraving naar zee (de Fossa Traiana), die in de Tiberdelta een kunstmatig eiland (het Isola Sacra) vormde, kon deze haven uiteindelijk niet van verzanding redden. De tak die de zee bij Fiumicino bereikt is een kanaal, dat is gegraven tijdens het bewind van keizer Claudius en verbeterd onder Trajanus. Het raakte tijdens de Middeleeuwen zodanig verzand, dat het onbruikbaar werd voor grote schepen, maar werd in 1612 opnieuw voor scheepvaart toegankelijk gemaakt door paus Paulus V.

De oorspronkelijke naam van de Tiber was Albula. Hoewel Rome, qua ligging op een ideale plaats is gebouwd, kreeg de stad al in de oudheid af te rekenen met herhaaldelijke overstromingen die vaak grote schade aanrichtten, pakhuizen met graanvoorraden vernietigden en voor veel ellende zorgden. Daardoor ontstond al snel de verering van de riviergod Tiberinus of Volturnus, die op het Tibereiland een heiligdom had.

De naam van de rivier zou dan ook afkomstig zijn van de riviergod Tiberinus, wat zou verklaren waarom het Isola Tiberina wordt genoemd en niet Isola Teverina. Andere bronnen beweren dat de naam komt van koning Tiberinus, die in de rivier verdronk of er werd begraven en die vanaf dan naar hem werd genoemd. Tiberinus was de koning van Alba Longa, de bakermat van de Romeinen. De naam is zeker niet afkomstig van keizer Tiberius zoals weleens wordt verteld.

De Tiber stroomt traag genoeg om deels het slib af te zetten dat een kleur heeft die de Romeinen ‘flavus’ (geel) noemden. Daarom spreekt Horatius over de ‘gele Tiber’ (flavus Tiber) in tegenstelling tot Vergilius die schrijft over ‘de blauwe Tiber, het meest bemind door het blauw van de hemel’. Ook vandaag wordt de Tiber in de volksmond soms nog ‘flava’ genoemd, de ‘blonde rivier’. Het lijkt een sterk verhaal, maar Titus Livius beweert dat de Tiber ooit toevroor, namelijk tijdens de winter van 399-398 v Chr.

In het oude Rome werd de rivier met een afwatering verbonden, de Cloaca Maxima. Tegelijk werd een ondergronds net van tunnels en andere kanalen aangelegd om het rivierwater tot in het centrum van de stad te brengen. Na de val van het Romeinse Rijk raakt dat netwerk geleidelijk buiten gebruik, waardoor de Tiber soms een behoorlijke stank kon verspreiden.

Naast de immense hoeveelheden rioolwater, dumpte men in de river ook puin, dode dieren, slachtafval en vermoorde stadsgenoten. Ook misdadigers eindigden hun carrière vaak in de Tiber. Het lichaam van een veroordeelde crimineel werd na de executie vaak aan een haak door de straten gesleept en vervolgens in de Tiber geworpen.

De Romeinse overwinnaars arriveerden vaak per schip in Rome. Ze stapten dan aan wal, overladen met rijkdommen. In 338 v. Chr. kwamen de Romeinse burgers zich vlakbij het Tibereiland vergapen aan de schepen die veroverd waren in Antium, het huidige Anzio dat toen een berucht piratennest was en waar de Romeinen komaf mee hadden gemaakt. Hun metalen ramstevens werden opgesteld voor de sprekerstribune van het Forum Romanum, waarna de nieuwe naam Rostra een begrip werd.

Romulus en Remus, de legendarische stichters van Rome, werden na hun geboorte aan hun lot overgelaten in de Tiber. Ook Marcus Porcius Cato Uticensis minor (Cato de Jongere) stapte in Rome aan wal, na zijn expeditie tegen Cyprus. Cleopatra met haar gevolg arriveerde eveneens in Rome per schip, maar ook de uit Egypte meegebrachte obelisken waarvan je er vandaag nog een aantal verspreid over Rome kan terugvinden, werden via de Tiber aangevoerd.

Het zijn slechts enkele voorbeelden, maar het is interessant om even stil te staan bij het feit dat een groot deel van de Romeinse geschiedenis en vele belangrijke personen uit de oudheid met de Tiber te maken hebben gehad. De rivier is één van de weinig overgebleven getuigen uit de oudheid die alles heeft meegemaakt.

De Tiber trad tot 1870 regelmatig buiten zijn oevers. Vanaf de tijd van de Republiek bakende een rij zuiltjes, de cippi (kleine stenen pilaren, meestal met inscripties, die gebeurtenissen, grenzen of graven aangaven zoals die ook voor het pomerium werden gebruikt) het gebied af waarover speciaal aangeduide toezichters hun gezag uitoefenden. Zij moesten er ook voor zorgen dat de rivier rustig binnen zijn bedding bleef stromen, wat niet altijd lukte.

De Tiber heeft Rome in het verleden veel comfort bezorgd en ziektes bespaard, maar was anderzijds ook regelmatig de oorzaak van talrijke rampen en overstromingen. Wie dichtbij het Pantheon eens langs de kerk Santa Maria sopra Minerva wandelt (die met het olifantje van Bernini op het pleintje) ziet buiten rechts op de gevel een aantal stenen markeringen. Met die gevelstenen wordt de hoogte van het waterniveau bij diverse Tiber-overstromingen doorheen de eeuwen aangegeven. Sommige aanduidingen hangen angstwekkend hoog. Je kan je alleen maar voorstellen hoe het geweest moet zijn toen de stad op die plek, tot op zo’n niveau overstroomd was. Ook elders in de stad vind je deze alluvione-plakkaatjes regelmatig terug.

In 1598 kreeg Rome af te rekenen met wat waarschijnlijk de grootste overstroming in haar geschiedenis was. Het waterpeil van de Tiber steeg toen tot 20 m, een nabijgelegen kerk en talrijke woningen werden verwoest en zo’n 4.000 mensen vonden de dood. Ook de Pons Aemilius werd grotendeels vernield. Na die ramp kreeg ze de naam Ponte Rotto (kapotte of gebroken brug). De resten van deze eerste stenen brug kan je vandaag nog altijd zien. Als je naar de restanten kijkt, is het fascinerend om te beseffen dat dit monument deel uitmaakt van ruim 2000 jaar Tiber-geschiedenis. We komen later terug op de deze brug.

Aan de voet van de Spaanse Trappen, staat de bekende Fontana della Barcaccia. Die is in 1628 ontworpen door Pietro Bernini, de vader van de veel beter bekende en beroemde Gian Lorenzo Bernini. De voormelde grote overstroming van 1598 had een klein bootje, een barca, tot op deze plaats laten afdrijven. Dat was zo uitzonderlijk dat de mensen er nog jaren nadien over bleven spreken. Bernini ontleende aan dit verhaal inspiratie voor het ontwerp van zijn barcacciafontein

Tijdens de keizertijd waren de overstromingen minder frequent dan tijdens de middeleeuwen. Dat kwam omdat de Romeinen slim genoeg waren om de Tiber regelmatig uit te baggeren, na de val van het Romeinse Rijk gebeurde dat niet meer. De rivier werd begin 1877 ingemuurd. Deze gigantische werken duurden tot in 1926. Een gedeelte van de binnenstad veranderde daardoor grondig van uitzicht, een aantal gebouwen moest omwille van de werken verdwijnen. Het plan kende daardoor ook veel tegenstand maar de kaaimuren beschermen tot vandaag de inwoners tegen het water. De enorme muren die nu de Tiber in bedwang houden, strekken zich uit over een lengte van 8 km. De rivier is sinds de aanleg van de enorme damwanden niet meer tot in de stad geraakt.

Voordat de Tiber werd ommuurd, was de rivier vlot bevaarbaar en had hij drie haventjes. In de Ponte Sisto, stroomopwaarts, is tussen de bogen een ronde opening uitgespaard. Vroeger werd er alarm geslagen wanneer het water dat oog bereikte. Vandaag wordt het waterpeil in de gaten gehouden via de Idroscalo di Ripetta Roma.

De overstromingen behoren nu dus tot het verleden, maar toch kan het niveau soms nog angstwekkend hoog komen, zoals op 15 november 2012 toen met 13,49 m een zelden gezien hoge waterstand werd bereikt. Het was van 1976 geleden dat de Tiber nog eens de 13 m overschreed. De stad overstroomt zodra het water meer dan 17 m hoog komt. De bomen langs de oever staan dan tot hun kruin in het water, een beangstigend zicht. De rivier bereikt nu en dan nog weleens het alarmpeil en het blijft een akelige ervaring te zien hoe de enorme watermassa met niets ontziend geweld dwars door de stad raast.

De bruggen kraken dan in hun voegen, op het Tibereiland in Rome wordt alle hens aan dek geroepen omdat de gevolgen daar al zeer snel merkbaar zijn en de al eeuwenlang geplaagde Ponte Rotto verdwijnt nog een stuk dieper in het snel stromende water. Alles wat niet goed is vastgesjord, staketsels, loopbruggen, pontons, woonboten, kano’s of pleziervaartuigjes, worden onherroepelijk meegesleurd naar de open zee of stranden in het beste geval ergens tegen een hindernis. De Romeinen spreken ook vandaag nog altijd met veel ontzag over de Tiber, die eerbiedig wordt omschreven als Il Fiume. Mét hoofdletters.

Als het alarmpeil bereikt is, worden de Civiele Bescherming en indien nodig zelfs het leger in staat van paraatheid gebracht, in afwachting van mogelijke noodsituaties of evacuaties van omwonenden. Alle toegangen tot de Tiber en de trappen naar de kaaien worden afgesloten met nadarhekken, gele tape en waarschuwingsborden in vijf talen. Romeinen hebben veel respect voor hun Tiber en weten hoe gevaarlijk de rivier kan zijn. Maar toeristen vinden een en ander nogal spectaculair en aarzelen soms niet om het allemaal eens van dichterbij te bekijken. Waarbij ze niet beseffen dat ze met hun leven spelen. In het verleden is het meer dan eens gebeurd dat toeristen werden meegesleurd door het kolkende en vaak woest opspattende water toen ze te dichtbij kwamen om foto’s te maken. Men heeft hen nooit meer teruggezien.

Ook de Aniene, een belangrijke zijrivier van de Tiber, voert enorm veel water aan. De Aniene stroomt vanuit de Abruzzen westwaarts naar de Tiber. De Aniene slingert zich bijna 100 km door het landschap ten oosten van Rome. Bij Tivoli stort de rivier zich op spectaculaire wijze naar beneden in een zowat 160 m hoge waterval. Ten noorden van Rome, bij de brug van de Via Salaria, stroomt de Aniene in de Tiber.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.