De brug van Aemilius

Vlakbij het Tibereiland in Rome bevindt zich de Pons Aemilius, vandaag beter bekend als de Ponte Rotto, de kapotte brug. Op deze plek bevond zich in de tweede eeuw v. Chr. een houten brug die de wijk Trans Tiberim (het huidige Trastevere) verbond met het Forum Boarium (de huidige Piazza Bocca della Verità). De brug werd tijdens een zoveelste overstroming van de Tiber echter volledig vernield. Het was uiteraard niet de eerste brug die ten prooi viel aan het woeste geweld van de Tiber en in 179 v. Chr. waren de censors Marcus Aemilius Lepidus en Marcus Fulvius Nobilior het beu dat hun houten bruggen altijd maar vernield werden. Ze vatten het voor die tijd stoutmoedige plan op om een brug in steen te bouwen.

Volgens de Romeinse geschiedschrijver Livius was het Fulvius die de opdracht gaf voor de bouw, maar Marcus Aemilius Lepidus zou uiteindelijk zijn naam aan de brug geven. Oorspronkelijk stond de brug bekend als Pons Maximus, maar al na enkele decennia werd hij alleen nog als Pons Aemilius aangeduid.

De Pons Aemilius en de Pons Sublicius (die korter was) lagen ongeveer op dezelfde afstand aan weerszijden van het eindpunt van de cloaca maxima . In het begin waren alleen de pijlers van de Pons Aemilius in steen, het brugdek bovenop was nog steeds vervaardigd uit hout. Zowat twintig jaar later maakte de Tiber korte metten met het brugdek en was de brug opnieuw vernield, zij het dat ditmaal de brugpijlers het woeste water doorstonden.

In 142 v. Chr. gaf censor Publius Scipio Africanus opdracht om drie stenen bogen op de brugpijlers van de Pons Aemilius te plaatsen. Het was meteen de allereerste brug ter wereld die met bogen werd gebouwd. De brug bevindt zich echter in een bocht van de Tiber waar de stroming behoorlijk sterk is, waardoor het kunstwerk permanent veel watergeweld te verduren kreeg.

In de eerste eeuw was de Pons Aemilius al zodanig verzwakt dat keizer Augustus in 12 v. Chr. verplicht was de brug volledig te herbouwen. De nieuwe Pons Aemilius werd opgetrokken uit tufsteen en bekleed met travertijn en kreeg een licht gewijzigde oriëntatie ten opzichte van de rivier. Grote openingen boven de pijlers moesten bij een nakende overstroming de waterdruk op de brug verminderen.

De brug van Augustus had zes grote bogen en twee kleinere als oprit op de beide oevers. Ter herinnering aan de restauratie werd een marmeren ereboog opgericht bij het bruggenhoofd met daarin een inscriptie die verwees naar de herbouw. Bij archeologisch onderzoek in de rivier werden de fundamenten van pijlers van de eerste brug weer teruggevonden, deze liggen iets noordelijker dan de brug van Augustus.

In 280 liep de Pons Aemilius toch weer zware schade op tijdens een overstroming maar de brug werd snel hersteld. De antieke brug werd vanaf de negende eeuw een tijdlang de Pons Sancte Marie genoemd, dit naar de kerk Santa Maria Egiziaca (die werd gebouwd in de tot vandaag behoorlijk goed bewaarde Tempel van Portunus), die bij het bruggenhoofd op de oostelijke oever stond.

Vanaf de dertiende eeuw werden aan deze eeuwenoude brug regelmatig herstellingen uitgevoerd, vooral na de zware beschadiging tijdens een overstroming in 1280. Toen de Pons Aemilius eerst in 1568 en daarna bij de zware overstroming van Rome in 1557 opnieuw aanzienlijke schade opliep, duurde het tot 1582 vooraleer paus Gregorius XIII de brug weer liet herbouwen.

Bij die ingreep werden ook loden pijpen aan de brug bevestigd, waarmee stromend water naar het steeds drukker bevolkte Trastevere kon worden getransporteerd. Op de vroeg-barokke bovenstructuur van de Ponte Rotto bevinden zich, steunend op de oud-Romeinse onderbouw, de pauselijke wapens uit die tijd.

Nog geen twintig jaar later sloeg de Tiber opnieuw toe. Tijdens de gigantische overstroming van 1598, wellicht de grootste die Rome ooit heeft gekend, kreeg ook de Pons Aemilius het fel te verduren. De oostelijke helft van de brug spoelde volledig weg, enkel drie bogen bleven gespaard. De schade was zo groot dat de Romeinen beslisten om de brug niet meer te herstellen. Al gauw werd ze in de volksmond de Ponte Rotto genoemd, de kapotte of gebroken brug.

Beatrice Cenci, die medeplichtig zou zijn geweest aan vadermoord en in 1599 op de Piazza di Ponte Sant’ Angelo samen met haar stiefmoeder en haar broer werd terechtgesteld, had vanuit de gevangenis aan kardinaal Aldobrandini, een neef van de paus, voorgesteld om in ruil voor gratie de brug op haar kosten te laten herstellen, maar dat verzoek werd geweigerd.

De Pons Aemilius bleef dus de Ponte Rotto die nog lange tijd zijn drie bogen behield. Dat zien we o.a. op het schilderij dat Claude Joseph Vernet (1714-1789) in 1745 van de brug maakte. De brug was toen natuurlijk ook al ‘gebroken’, maar zag er toch nog heel wat bekoorlijker uit dan het stenen gedeelte dat vandaag nog boven het water uitsteekt. Het doek van Vernet bevindt zich vandaag in het Louvre.

In 1853 werd een ijzeren voetgangersbrug aan de antieke brug bevestigd, die de beide oevers op die plaats weer met elkaar verbond. Maar al na enkele jaren bleek de oude brug het gewicht van de ijzeren constructie niet meer te kunnen dragen. De metalen brug werd om veiligheidsredenen weer afgebroken.

In 1885 werd dan vlak naast de oude Pons Aemilius een nieuwe brug gebouwd, de huidige Ponte Palatino. Twee van de resterende bogen van de oud-Romeinse brug werden jammer genoeg afgebroken om plaats te maken voor de aanleg van de moderne brug ernaast. De derde boog bleef gewoon staan, wellicht omdat de Romeinen het de moeite niet waard vonden om ze ook af te breken. Het is dat gedeelte dat je vandaag nog altijd ziet. In 1980 circuleerde bij het Romeinse stadsbestuur het idee om de loop van de Tiber op deze plaats te reguleren. Het voorstel werd uiteindelijk verworpen, zoniet zou het zicht op en rond het Tibereiland er vandaag totaal anders uitzien.

Volgens een oude overlevering werd de menora, de zevenarmige kandelaar die Titus uit de tempel van Jeruzalem als oorlogsbuit naar Rome had meegebracht, hier, vlakbij de Ponte Rotto, in de Tiber geworpen. Ondanks eeuwenlang zoekwerk werd de kandelaar nooit teruggevonden. Ter hoogte van de Pons Aemilius zou ook het lichaam van de gehate en knettergekke keizer Heliogabalus in 222 in de Tiber gegooid zijn.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.