Archief voor oktober, 2017

Gratis bezoek met gids aan piramide van Cestius op woensdag 1 november

Posted in Romenieuws on 30 oktober 2017 by romenieuws

Rome heeft de Europa Nostra Award 2017 gewonnen met het restauratieproject van de Piramide van Cestius aan Piazzale Ostiense. Deze prijs wordt uitgereikt door de Europese Unie en is het grootste eerbetoon dat je in Europa inzake cultureel erfgoed kan krijgen. De restauratie van de piramide verliep dankzij privésponsoring bijzonder vlot en de werken werden uitgevoerd tussen 2013 en 2014. Ter gelegenheid van de uitreiking van deze Europese erfgoedprijs zal de piramide op woendag 1 november een hele dag uitzonderlijk gratis geopend zijn. Het bezoek gebeurt onder begeleiding van een gids. Je moet wel reserveren maar er zijn dus geen kosten verbonden aan het bezoek.

De restauratie van de iconische piramide van Cestius uit de eerste eeuw voor Christus, nu alweer een paar jaar geleden, was dringend nodig omwille van de aftakeling van het monument. De jury stelde dat het geslaagde restauratieproject de beste aspecten van onze geglobaliseerde wereld weerspiegelt: een Egyptisch geïnspireerd monument in Rome dat opgeknapt werd dankzij de financiële steun van de Japanse ondernemer Yuzo Yagi. De man stopte een miljoen euro in het project en vroeg daarvoor zelfs niets in ruil. Er werd wel een gedenkplaatje met zijn naam naast de piramide geplaatst.

Yuzo Yagi, de bedrijfsleider van Yagi Tsusho Limited, een onderneming uit Osaka die actief is in de mode-industrie, raakte tijdens een bezoek aan Rome gefascineerd door de Romeinse oudheid en wilde dolgraag iets bijdragen aan het in stand houden van het monumentale Rome. Als project koos hij uiteindelijk voor de piramide die werd gebouwd in 13 na Chr. als graftombe van Gaius Cestius Epulo(nius), een man die grote faam genoot, ondermeer als organisator van de keizerlijke banketten. Yuzo Yagi bezocht de piramide en raakte zodanig onder de indruk van het monument en het onderzoeksproject dat samen met de restauratie werd gestart dat hij uiteindelijk besliste om de volledige restauratie te bekostigen.

Het imposante monument aan de Porta San Paolo (Piazzale Ostiense) is gebouwd met marmer uit de groeven van Carrara, is helemaal gereinigd en glanst weer mooi helderwit alsof het pas werd gebouwd. De talrijke auto’s en bussen die dagelijks langs het monument razen veroorzaken echter enorm veel vervuiling waardoor de vrees bestaat dat het witte carraramarmer weer snel dreigt zwarter te worden. Het is een probleem waarmee vrijwel alle monumenten in Rome in meer of mindere mate te kampen hebben. Op het oppervlak van de piramide werd tijdens de recente restauratie een speciale substantie aangebracht die micro-organismen op biologische wijze afweert. Aan de binnenzijde werden stalen elementen gemonteerd om de marmeren blokken en de betonstructuur te verstevigen. Tegelijk met het restauratieproject begonnen gespecialiseerde archeologen ook aan een nieuw intern onderzoek van de piramide.

De Piramide van Cestius, in totaal 37 m hoog met een basis van 30 m, is een indrukwekkend en goed bewaard monument uit de oudheid. Het gebouw is opgetrokken uit beton en volledig bekleed met blokken carraramarmer. Binnenin bevindt zich een rechthoekige grafkamer van 5,90 x 4,10 m, bedekt met tongewelven en beschilderd met vrouwelijke figuren en decoratieve fresco’s waarop scènes van banketten te zien zijn. Ongetwijfeld is dit een eerbetoon aan de lekkerbek en levensgenieter Cestius.

Deze kamer is enkel bereikbaar via een kleine maar indrukwekkende met bakstenen beklede tunnel, waarvan de ingang zich achter een deurtje aan de westkant van de piramide bevindt. Die tunnel werd voor het eerst sinds de oudheid terug uitgegraven tijdens een restauratie die gebeurde tussen 1656 en 1663 en die werd gefinancierd door paus Alexander VII. Als telg van de steenrijke Chigi-familie had die paus buitengewoon veel belangstelling voor architectuur en monumenten. Een inscriptie aan de westelijke zijde herinnert aan die gebeurtenis.

Bij die gelegenheid werden ook nog enkele vondsten gedaan, waaronder zuilen, voetstukken van zuilen en beelden en fragmenten van bronzen beeldjes die vermoedelijk Cestius moesten voorstellen. De grafkamer zelf bleek echter al veel eerder geplunderd te zijn. De tunnel en de grafkamer werden vroeger enkel bij speciale gelegenheden uitzonderlijk opengesteld voor het publiek maar tegenwoordig kan je een bezoek plannen en zelfs online boeken.

De piramide werd destijds in nog geen jaar tijd gebouwd en dat moest ook wel, want als het monument niet binnen die periode zou klaar geweest zijn, hadden de nakomelingen van Cestius kunnen fluiten naar hun erfenis. Dat had de man uitdrukkelijk laten vastleggen in zijn testament. Cestius stierf in het jaar 12 vóór Chr. en was tijdens zijn leven praetor en volkstribuun. Hij moest er onder meer voor zorgen dat bij een grote overwinning voldoende offers voor de goden werden klaargemaakt. Gaius Cestius was enorm gefascineerd door de Egyptische cultuur en vooral door de piramides die hij persoonlijk had gezien tijdens een werkopdracht in Egypte.

Op de oost- en westzijde van de piramide staat een grote inscriptie die, vrij vertaald, luidt: ‘Gaius Cestius Epulo, zoon van Lucius, van de stam Poblilia Praetor, Volkstribuun, een van de zeven aangestelden voor de heilige banketten’. Een kleinere inscriptie op de oostzijde vermeldt dat de piramide in 330 dagen is gebouwd: ‘in overeenstemming met het testament is dit werk in 330 dagen voltooid, uitgevoerd door zijn erfgenamen L. Pontus Mela, zoon van Publius van de stam Claudia en zijn vrijgemaakte slaaf Pothus’.

De piramide is later opgenomen in de Aureliaanse muur, meteen ook de reden waarom het monument in latere tijden ontsnapte aan afbraak. Naar verluidt was de top van de piramide vroeger verguld. De Romeinen hebben lange tijd gedacht dat deze piramide het graf van Remus was, de minder fortuinlijke broer van Romulus. Ook Petrarca schrijft in de veertiende eeuw het monument nog aan Remus toe. Dat klopt natuurlijk niet.

In 1970 werd de piramide van Cestius voor de eerste keer zeer grondig gereinigd. Terwijl het monument vele eeuwen moeiteloos overleefde, dreigt de toenemende luchtvervuiling in de twintigste eeuw het gebouw definitief in de vernieling te helpen. Er volgden verschillende kortere opknapbeurten, waarbij de piramide telkens werd schoongemaakt en van ingroeiend onkruid werd ontdaan.

De voorlaatste keer gebeurde dat in 2002. De kosten werden toen gedragen door de openbare vervoersmaatschappij ATAC, met haar honderden autobussen zelf natuurlijk niet geheel onschuldig aan de uitstoot van heel wat uitlaatgassen. Was het niet dat ATAC zelf met een schuld van 1,3 miljard euro kampt, zou de geschikte kandidaat voor de onvermijdelijke volgende restauratie van de piramide nu al bekend zijn.

Reserveer je bezoek op 1 november

Advertenties

Zestig meesterwerken van Monet in het Vittoriano

Posted in Romenieuws on 29 oktober 2017 by romenieuws

In het Complesso del Vittoriano aan Piazza Venezia is zopas een tentoonstelling begonnen met een zestigtal kunstwerken van de Franse impressionistische schilder Claude Monet (1840-1927). Het gaat om meesterwerken die afkomstig zijn uit het Musée Marmottan Monet in Parijs en die eenmalig tot 11 februari 2018 in Rome worden tentoongesteld. Daaronder de befaamde waterlelies, de treurwilgen, de Japanse brug, en vele andere.

Monet trok op negentienjarige leeftijd, in 1859, naar Parijs waar hij onder andere Gustave Courbet en Camille Pissarro leerde kennen. Hij verbleef van 1860 tot 1862 in Algerije (opgeroepen in militaire dienst), waar het heldere licht hem fascineerde. Terug in Parijs zette hij zijn studies voort bij Gleyre, waar Auguste Renoir, Frédéric Bazille en Alfred Sisley zijn medeleerlingen waren en met wie hij veel buiten schilderde, ondermeer in Chailly-en-Bière, nabij Barbizon, werkend in een steeds lichter palet.

In 1865 en 1866 trok Monet met twee landschappen en het portret van Camille Doncieux (met wie hij later trouwde) heel wat aandacht. Vanaf 1867 werkte hij, gedwongen door zijn familie, van wie hij financieel afhankelijk was, in Sainte-Adresse. Zijn hier ontstane werk valt op door de voortdurende afwisseling van thema, door Monet bewust tegen stijlverstarring toegepast.

Bij het uitbreken van de Frans-Duitse Oorlog trok hij naar Londen, waar hij Camille Pissarro opnieuw trof en kennismaakte met de kunsthandelaar Durand-Ruel, de latere promotor van het impressionisme. Monet raakte in Engeland onder de indruk van het werk van John Constable en William Turner. In 1871 en nogmaals in 1872 maakte hij een reis naar Nederland en ontdekte daar de Japanse prentkunst.

Eind 1871 keerde hij terug naar Frankrijk en vestigde zich tot 1878 in Argenteuil, waar hij een periode van grote creativiteit doormaakte en geleidelijk de voorman der impressionisten werd. In 1874 exposeerde hij het schilderij Impression, soleil levant, waaraan de term impressionisme werd ontleend.

In 1883 vestigde Monet zich in Giverny (zijn woonhuis en beroemde tuin zijn thans voor publiek opengesteld), waar hij in vele variaties dezelfde motieven schilderde, zoals de serie met de kathedraal van Rouen als thema, en zich ook volop door zijn tuin liet inspireren (zoals bv. de serie waterlelies).

Monet trachtte een bepaald moment in een door licht en atmosfeer steeds veranderend landschap vast te leggen. Hij voltooide zijn schilderijen in het atelier; buiten maakte hij enkel studies en schetsen. Zijn ontwikkeling was zo consequent, dat zijn laatste werken, gekenmerkt door een uiterste ‘vluchtigheid’, met ongrijpbare vorm en een coloriet waarin grijzen overwegen, wel als abstract impressionistisch zijn betiteld.

De belangrijkste collecties van zijn werk bevinden zich in het Musée d’Orsay en het Musée Marmottan in Parijs, het Metropolitan Museum in New York, het Museum of Fine Arts in Boston en het Art Institute te Chicago. De schilderijen die nu in Rome worden getoond behoren tot Monet’s beste werk.

Praktische informatie – Monet in Rome – Vittoriano – Tot 11 februari 2018.

Een bezoek aan de Santa Maria in Traspontina

Posted in Romenieuws on 28 oktober 2017 by romenieuws

Begin november wordt de kleine Matteo gedoopt in Rome, het zoontje van een goede vriendin van één van onze bestuursleden. Dat gebeurt in de Santa Maria in Traspontina, een kerk van de karmelieten aan de Via della Conciliazione 14 in Rome. Het is een gebouw dat vele bezoekers nauwelijks een blik waardig keuren, laat staan dat ze er even binnenstappen.

Dat komt natuurlijk omdat iedereen in deze straat de blik voortdurend gericht houdt op de imposante Sint-Pietersbasiliek die in de verte opdoemt en zowat alle gebouwen aan de Via della Conciliazione figuurlijk in de schaduw stelt. Nochtans is de Santa Maria (del Carmelo) in Traspontina zeker een bezoekje waard en gebruiken we dit doopfeestje om er even bij stil te staan.

De Santa Maria del Carmelo in Traspontina (over de brug), soms ook wel Trans pontina geschreven, is in principe dagelijks toegankelijk van 6.30 tot 11.30 uur en van 16 tot 19 uur. De oorspronkelijke kerk is gebouwd door de uit Bologna afkomstige architect, beeldhouwer en schilder Ottaviano Nonni, beter gekend als Il Mascherino (1536-1606) of de kleine gemaskerde. Hij was een leerling van Giacomo Barozzi da Vignola en woonde destijds in de Via Borgo, een straat hier niet ver vandaan en die vandaag nog steeds zijn naam draagt: de Via del Mascherino.

Mascherino werkte aan de eerste plannen voor het Palazzo del Quirinale en hielp bij de bouw van een paar kerkjes aan de Via Giulia. Zelf ontwierp hij de grotere San Salvatore in Lauro (1591) aan het gelijknamlige pleintje aan de Via dei Coronari en de Bandini-kapel in de San Silvestro al Quirinale. Hij voerde ook het ontwerp uit dat Sangallo tekende voor de mooie gevel van de kerk San Spirito in Sassia, niet ver verwijderd van de Santa Maria in Traspontina.

De Santa Maria in Traspontina werd gebouwd op de plaats waar in de oudheid een Romeinse piramide stond, de zogenaamde meta van Romulus. Tot in de middeleeuwen dacht men dat deze piramide het grafmonument was van Romulus, de legendarische stichter van Rome. De nog steeds bestaande piramide van Cestius aan Porta San Paolo, aan het begin van de Via Ostiense, werd beschouwd als de meta van Remus. Petrarca vermeldt in een brief dat hij de ‘meta van Remus’ had bezocht. Volgens de overlevering werd de apostel Petrus gekruisigd ‘inter duas metas’, dus tussen twee ‘metas’.

Bij de Romeinen waren metas de palen (vaak obelisken) aan elk uiteinde van de spina van een circus. In het geval van Petrus zou ‘inter duas metas’ dan ook verwijzen naar het midden van de spina van het circus op de plaats waar vandaag ongeveer de Sint-Pietersbasiliek en het Sint-Pietersplein zich bevinden en dat werd aangelegd door Caligula en werd afgewerkt door Nero.

Maar een andere theorie verwijst niet naar de obelisken in het circus, maar naar de voormelde piramides, eentje vlakbij de Engelenburcht (dus op de plek waar nu de Santa Maria in Traspontina staat) en de andere bij de Porta San Paolo. Petrus werd dus ofwel gekruisigd halfweg de spina op de Vaticanus, op de oorspronkelijke plaats van de obelisk ofwel halfweg de meta van Remus en de meta van Romulus, op de plaats waar zich vandaag de San Pietro in Montorio bevindt. De apostel en eerste paus blijft voor verwarring zorgen.

Uiteraard kloppen de verhalen dat de piramides de grafmonumenten van Romulus en Remus zouden zijn helemaal niet. Het misverstand ontstond omdat de inscripties op de piramide van Cestius destijds volledig overwoekerd waren en een identificatie onmogelijk maakten. In de vijftiende eeuw had men inmiddels wel begrepen dat de bewuste piramide onmogelijk het graf van Romulus kon zijn en het antieke monument werd in 1499 dan ook afgebroken in opdracht van paus Alexander VI (Borgia). Dat gebeurde om de toegang tot de Sint-Pietersbasiliek te verbeteren in het vooruitzicht van het Heilig Jaar 1500.

Op de bronzen deuren van de basiliek en op de Giotto-triptiek in de Vaticaanse Pinacotheek kan men de zogenaamde piramide van Romulus die dus oorspronkelijk op de plaats van de Santa Maria in Traspontina stond nog altijd zien. Het is voor zover bekend de enige afbeelding van de piramide die de tijd trotseerde.

De huidige kerk werd gebouwd in 1566 om een vorig gebouw te vervangen dat in 1527 verwoest werd bij de Sacco di Roma, de beruchte plundering waarbij een ongedisciplineerd leger van 25.000 Duitse en Spaanse soldaten zich te buiten ging aan diefstal, vernieling, verwoesting, ontering, verkrachting en moord, een gevolg van de vijandelijkheden tussen keizer Karel V en paus Clemens VII.

Bij de heropbouw van de Santa Maria in Traspontina drongen de pauselijke artilleristen er bij architect Giovanni Sallustio Peruzzi (1511-1573) op aan de koepel van de kerk zo laag mogelijk te houden om hun schootsveld vanaf de Engelenburcht te vrijwaren. Een gevolg van die eis is dat de kerk nooit werd voorzien van een koepeltrommel en het gebouw relatief laag is. Ook het vorige gebouw, dat behoorlijk werd beschadigd door de voormelde plundering, lag in de vuurlinie van de pauselijke kanonniers en die fout wilde men niet meer maken.

De Santa Maria in Traspontina was overigens de parochiekerk voor de kanonniers van de Engelenburcht, dit verklaart het stuccodesign in de kerk. De eerste kapel rechts is gewijd aan de heilige Barbara, patroon van de artilleristen.

Giovanni Sallustio was de zoon van architect Baldassare Peruzzi. Voor de bouw van de kerkgevel gebruikte hij travertijn dat uit het Colosseum was gehakt. In die tijd fungeerde het Colosseum als een haast onuitputtelijke steengroeve waaruit naar believen bouwmateriaal kon gehaald worden voor de realisatie van kerken en paleizen.

Zo verdween vrijwel al het marmer uit het Colosseum. Het werd herbruikt in nieuwe gebouwen of gewoon verbrand om kalk te verkrijgen. Ook het ijzer waarmee de blokken steen en marmer in het Colosseum waren vastgezet was populair bij bouwers. Grote gebouwen zoals Palazzo Farnese en de Cancelleria zijn grotendeels opgetrokken met bouwmateriaal uit het Colosseum.

Aan deze plundering kwam pas een einde in 1749 toen Paus Benedictus XIV de historische waarde van het Colosseum inzag en het verdere gebruik als instant steengroeve volledig verbood. Hij wijdde het Colosseum als kerk ter nagedachtenis aan de lijdensweg van Christus en bouwde binnen in het monument een kruisweg. De grond van het amfitheater werd voortaan als heilig beschouwd vanwege het bloed van de christelijke martelaren dat hier in de oudheid vergoten werd. Indien deze paus niet had ingegrepen, had het Colosseum vandaag niet meer bestaan.

Het overdadige altaar van Carlo Fontana (1638-1714 ) met een zeventiende-eeuwse bronzen tabernakel dateert uit 1674 en omvat een oud Byzantijns icoon van de Madonna. Het is niet bekend hoe oud dit waardevolle icoon precies is. Kijk zeker ook even in de eerste kapel links waar een uiterst mooie vijftiende-eeuwse Pietà in terracotta te zien is. In de derde kapel links zie je links en rechts van het altaar de twee pilaren waaraan volgens de overlevering de apostelen Pieter en Paulus gebonden zouden zijn geweest tijdens hun marteling.

De tweede kapel rechts is de kerk is de nationale kapel van de Denen, toegewijd aan de heilige Knut die men hier San Canuto noemt. Knut IV was koning van Denemarken en de eerste Deense martelaar. De kerk bezit tevens een miraculeus Mariabeeld en schilderijen van Pomarancio, Pazzi en Cavaliere d’Arpino. De Santa Maria in Traspontina is de titelkerk van de Canadese kardinaal Marc Ouellet.

Nieuwe biografie over Leonardo da Vinci

Posted in Romenieuws on 27 oktober 2017 by romenieuws

Leonardo da Vinci wordt beschouwd als het meest creatieve genie ooit. Naast zijn wereldberoemde werk als schilder was hij ook uitvinder, schrijver, architect, beeldhouwer, componist, anatomist, filosoof, natuurkundige, scheikundige en ingenieur. Op basis van duizenden pagina’s van da Vinci’s aantekenboeken en nieuwe ontdekkingen over zijn leven en werk vertelt auteur Walter Isaacson een prachtig verhaal over hoe Leonardo da Vinci’s kunst verweven is met de wetenschap.

Hij laat zien hoe da Vinci’s genialiteit gebaseerd was op vaardigheden die we in de hand hebben, zoals zijn onstilbare nieuwsgierigheid, zorgvuldige observatie en een verbeeldingskracht die grenst aan fantasie. Walter Isaacson is de auteur van verschillende biografieën die alom worden geprezen, waaronder deze van Steve Jobs, Einstein, en Benjamin Franklin. Hij is gedelegeerd bestuurder van het Aspen Institute en voorheen voorzitter van CNN en hoofdredacteur van Time Magazine. Het boek is nu vertaald in het Nederlands.

De Italiaanse schilder, tekenaar, ontwerper van architectuur, beeldhouwer, musicus, ingenieur, uitvinder en natuuronderzoeker Leonardo da Vinci was zeker één van de grootste en meest universele geesten die de mensheid gekend heeft. Zijn nieuwe visie op de schilderkunst wekte in grote kring bewondering en bezorgde hem een enthousiaste groep van leerlingen en navolgers, ook buiten Italië. Toch zou zijn invloed minder groot en duurzaam zijn dan die van Rafaël en Michelangelo.

Omtrent zijn activiteiten op het gebied van de beeldhouwkunst is men onzeker. Vasari vermeldt zijn inspirerende samenwerking met Giovanni Francesco Rustici in Firenze bij de vervaardiging van de bronzen groep boven de noordelijke deur van het baptisterium (Johannes de Doper tussen een leviet en een farizeeër, 1506-1511). Men heeft dus getracht Leonardo’s hand in bepaalde beeldhouwwerken te herkennen. Het gaat dan vooral om producten uit het atelier van Verrocchio, zoals het charmante groepje van de Madonna met een lachend Christuskind (1475, terracotta, te zien in het Victoria and Albert Museum in Londen).

Als wetenschappelijk onderzoeker had Leonardo da Vinci een uiterst veelzijdige belangstelling. Hij vergaarde kennis op bijna ieder wetenschappelijk gebied en legde die vast in zijn veelal geïllustreerde notities. Bijzonder was dat hij schreef in linkshandig spiegelschrift. Dat Leonardo autodidact was en geen universitaire opleiding had genoten, bracht met zich mee dat hem op natuurwetenschappelijk gebied geen vooroordelen waren opgedrongen, maar had ook tot gevolg dat hij de systematische benadering en de mathematische kunde, nodig voor het uitwerken van zijn ideeën en voor het overtuigen van anderen van de juistheid daarvan, miste.

Van de vele onderwerpen waarmee Leonardo zich bezig heeft gehouden, kunnen op wiskundig gebied de kwadratuur van de cirkel en het construeren van regelmatige veelhoeken vermeld worden. Op natuurkundig terrein ging zijn belangstelling vooral uit naar de wetten van de beweging, de mechanica, naar de hydraulica, de optica en akoestische problemen.

Hij kende de camera obscura, de versnelling van de zwaartekracht en vergeleek de dichtheid van vloeistoffen door vloeistofkolommen in een U-vormige buis met elkaar in evenwicht te brengen, waarmee hij op de wet van Pascal anticipeerde. Hij maakte talrijke ontwerpen voor de meest verschillende werktuigen, o.a. watermolens, hefbomen, baggermachines, geschut en ander oorlogstuig, muziekinstrumenten, een fiets, liften en vliegmachines, waarbij hij uitging van de observatie van vogels in hun vlucht.

Da Vinci ontwierp kanalen, irrigatiesystemen, modellen voor kanalisatie van de Arno en andere waterbouwkundige werken. Op het gebied van de bouwkunde onderzocht hij ondermeer de krachten die in muren, bogen en zuilen optreden. Hij bestudeerde de anatomie van de mens door het verrichten van sectie op lijken, gaf een beschrijving van het hart en de hartkleppen en van de ligging van de menselijke foetus in de baarmoeder, alles voorzien van prachtige anatomische tekeningen.

Op geologisch gebied bestudeerde Leonardo de vraag of de aarde aan langdurige structuurveranderingen onderhevig is, en had hij veel aandacht voor de fossielen. Zijn onderzoekingen strekten zich verder nog uit over de plant- en dierkunde (vooral het paard) en de perspectief.

Leonardo da Vinci werd geboren op 15 april 1452 in Vinci (Toscane) en was een typisch voorbeeld van de ‘uomo universale’ ( de ‘allround mens’) van de renaissance. Hij was de onwettige zoon van de notaris van Vinci en een boerenmeisje. Waarschijnlijk verbleef hij vanaf 1466 in het atelier van Andrea del Verrocchio in Firenze en vanaf 1472 was hij eigen baas, hoewel hij nog enkele jaren als Verrocchio’s helper optrad en in diens huis woonde.

Omstreeks 1473 schilderde hij in een door Verrocchio ontworpen Doop van Christus (Uffizi, Firenze) de meest linkse engel en een klein stuk van het landschap. Leonardo had grote belangstelling voor de menselijke fysionomie, een onderwerp dat hij in allerlei nuanceringen uitgebeeld heeft, zowel in ideale, schone als in bizarre en zeer realistische typeringen.

Van 1483 tot 1499 verbleef Leonardo in Milaan aan het hof van hertog Ludovico Sforza. Deze vertrouwde hem het ontwerp voor een ruiterstandbeeld toe, waarin zijn vader Francesco Sforza verheerlijkt moest worden en waarvan de kunstenaar een 7 m hoog monument wilde maken. Het is nooit uitgevoerd, wel heeft enkele jaren een gipsmodel op ware grootte bestaan en zijn enkele fraaie tekeningen (zilverstift op blauw getint papier, te zien in de Royal Library, Windsor Castle) bewaard gebleven.

In deze tijd ontstonden schilderijen met de voor Leonardo zo kenmerkende toepassing van ‘chiaroscuro’ en ‘sfumato’, het schemerige, zachte licht en de fijne, subtiele vormgeving, die hij in de plaats stelde van de lineaire schilderwijze en de scherpe belichting van de Florentijnse schilderkunst uit het eind van de vijftiende eeuw. Deze geheel nieuwe artistieke zienswijze heeft hij ook verklaard in zijn theoretische notities over de invloed van het licht op de kleuren. Ze maken deel uit van zijn uitspraken over de schilderkunst in het algemeen. Deze werden later verzameld tot een Trattato della pittura, waarvan de eerste uitgave in 1651 in Parijs verscheen.

Een aantal tekeningen (in de Accademia in Venetië, de Brera in Milaan, de Royal Library van Windsor) getuigen van de aandachtige voorbereidingen voor de fameuze muurschildering Het Laatste Avondmaal (1495-1498, te zien in de Santa Maria delle Grazie in Milaan) dat door Leonardo, in tegenstelling tot de gangbare opvattingen, vooral vanuit psychologisch standpunt vertolkt werd. Nieuw is ook, dat alle figuren samen achter de tafel zitten, zelfs Judas, die tot dan steeds geïsoleerd tegenover de anderen was opgesteld.

Na de bezetting van Milaan door de Franse troepen (in 1499) reisde Leonardo naar Mantua, Venetië en ten slotte naar Firenze. Daar verbleef hij van 1503 tot 1506 en werd er door de stadsbestuurders belast met het ontwerpen van een wandschildering in de grote raadszaal van het Palazzo della Signoria (vandaag Palazzo Vecchio). Hiervoor ontwierp hij een historische gevechtsscène, de Slag bij Anghiari, in een oorlog tussen Firenze en Pisa. Ook hiervan zijn alleen talrijke paardenstudies (dieren in heftige beweging) en enkele andere tekeningen bewaard gebleven. De centrale groep, ruiters in gevecht om een vaandel, bleef in een aantal kopieën bewaard.

De bekendste is die van Peter Paul Rubens, een tekening in zwart krijt. Het was alleen deze ‘strijd om het vaandel’, die Leonardo zelf ter plaatse op de wand aanbracht. Nog vóór de voltooiing van het hele tafereel verliet hij Firenze. Het fragment verdween later onder de fresco’s van Vasari en zijn helpers. Van 1506 tot 1512 verbleef Leonardo opnieuw in Milaan, nu in dienst van de Franse bezetters. Opnieuw hield hij zich in deze jaren bezig met een ruiterstandbeeld, ditmaal ter ere van maarschalk Giacomo Trivulzio. Ook dit beeld werd nooit gemaakt.

Intussen verdiepte Leonardo zich in allerlei wetenschappelijke studies. Talrijke losse, ongeordende bladen met de meest uiteenlopende notities en illustraties kwamen in 1519 in het bezit van zijn erfgenaam en leerling Francesco Melzi. Na Melzi’s dood in 1570 raakten ze verspreid, totdat de beeldhouwer Pompeo Leoni omstreeks 1600 tien delen met Leonardo’s geschriften verzamelde en deze samenbracht in één geweldige foliant, de Codex Atlanticus, die wordt bewaard in de Biblioteca Ambrosiana in Milaan.

Maar ook elders in Europa ontdekte men losse bladen met aantekeningen en illustraties (onder meer in de Royal Library, Windsor Castle) en pas in 1965 werden twee tot dan onbekende notitieboeken ontdekt in de Biblioteca Nacional in Madrid, de zogenaamde Codices Madrid I en II die vooral technische ontwerpen bevatten. In september 1512, het jaar waarin de Fransen Milaan moesten verlaten, trok Leonardo met vier leerlingen via Firenze naar Rome. Hier was hij enkele jaren in dienst van Giuliano de’ Medici, een broer van paus Leo X.

Hij had in Rome niet zoveel werk, maar wel ontstonden hier in 1514 de tien magistrale tekeningen van de zondvloed, abstracte, visionaire composities, die verband hielden met zijn onderzoekingen naar de beweging van het water. Deze worden tegenwoordig bewaard in Windsor Castle. Terzelfder tijd heroverde de Franse koning, Frans I, Milaan. In 1516 accepteerde Leonardo de uitnodiging van de koning om naar Frankrijk te komen. Hij kreeg er woonruimte in het landhuis Cloux (vandaag Clos-Lucé) bij Amboise (nu een museum), samen met zijn vrienden Melzi en Salai.

In april 1519 maakte hij hier zijn testament. Hij stierf in Amboise op 2 mei 1519. Ondermeer Het Louvre in Parijs (Mona Lisa, 1503), de Uffizi in Firenze, de Alte Pinakothek in München, het Czartoryski Museum in Krakau, de Vaticaanse Musea, de National Gallery of Art in Washington D.C., de Hermitage in Sint-Petersburg en de National Gallery in Londen bezitten schilderijen van Leonardo.

Leonardo da Vinci. De biografie
Auteur: Walter Isaacson
Taal: Nederlands
Afmetingen: 46 x 242 x 181 mm
Gewicht: 1,2 kg
Uitgeverij: Spectrum
Eerste druk: oktober 2017
ISBN 10 9000 3586 63
ISBN 13 9789 0003 5866 3
Prijs: 39,99 euro

Een multimedia-tijdreis voor toeristen en Romeinen

Posted in Romenieuws on 25 oktober 2017 by romenieuws

‘Welcome to Rome’ is een nieuwe multimedia-reis doorheen het verleden en de geschiedenis van Rome. Het is het nieuwe project van Paco Lanciano, die de voorbije jaren samen met Piero Angela verantwoordelijk was voor de avondlijke multimediashow Viaggio nei Fori op het Forum van Julius Caesar en het Forum van Augustus en die sindsdien jaarlijks worden herhaald. Sinds 1993 maakt het duo in Italië ook bekende televisieprogramma’s zoals Quark Speciale, Viaggio nel cosmo, Il Pianeta dei dinosauri, enz. De nieuwe multimedia-ervaring van Lanciano is ditmaal niet in openlucht te beleven maar in de voormalige Cinema Augustus aan de Corso Vittorio Emanuele II.

Deze voormalige bioscoop heeft jarenlang leeg gestaan en werd in het verleden gekraakt door illegalen en drugsdealers. Het gebouw is nu volledig getransformeerd en wil een spannende interactieve multimediaprojectie aanbieden die de geschiedenis van Rome op een boeiende manier toont aan de bezoekers.

De voorstelling is bestemd voor alle geïnteresseerden in de geschiedenis van de stad Rome en zal dus zeker door elke Romeliefhebber worden gesmaakt. Ze is vooral bestemd voor degenen die hun eerste stappen in Rome zetten. Op die manier kunnen nieuwe bezoekers de stad beter leren kennen, begrijpen en leren waarderen als een unieke plek.

Maar ook de Romeinen en de geroutineerde Romebezoekers zijn uiteraard van harte welkom. De technologie neemt de inwoners meer dan 2700 jaar mee terug in de tijd, naar het prille begin van hun stad en maakt de fantastische geschiedenis duidelijk die Rome doorheen de eeuwen heeft gevormd tot de plek die ze nu is. De voorstelling is als het ware een tijdreis die de Romeinen nog beter moet doen beseffen in welke met rijke geschiedenis gevulde stad ze leven en hun kennis van Rome vergroten. Het verhaal wordt verteld in acht talen.

In het museumgedeelte zijn er een aantal interactieve opstellingen, waarbij gebruik gemaakt wordt van hologrammen, grote projecties en kaarten van Rome en monumenten door de eeuwen heen. In een speciale bioscoopruimte met een groot zwart scherm en waar een grote maquette van Rome de gehele topografie van de stad reconstrueert een hoofdrol speelt, kom je aan de laatste en spectaculairste fase van je reis doorheen de geschiedenis van Rome.

De reusachtige kaart kan in een hoek van 50 graden kantelen, de tien projectoren worden synchroon bediend met een systeem dat speciaal werd ontworpen voor deze archeoshow. Lanciano waarschuwt dat niet teveel speciale effecten moeten verwacht worden, de nadruk ligt vooral op het educatieve. Het verhaal wordt verteld met beelden die op 3D-kaarten worden geprojecteerd. Ook 3D-brilletjes werden bewust geweerd wegens niet echt en tastbaar genoeg.

De initiatiefnemers mikken ook op didactische voorstellingen voor scholen en noemen het een vorm van onderwijs die geschikt is voor vrijwel alle niveaus. Een dergelijk educatief project dat zich met moderne technologie ook op jongeren richt ontbrak tot dusver in Rome.

Lanciano hoopt dat de multimedia-voorstelling bezoekers en burgers zal helpen om hun kennis van de stad te vergroten en hen ertoe zal aanzetten om behalve het Colosseum en het Vaticaan ook de vele andere historische aspecten van Rome te ontdekken.

Welcome to Rome
Corso Vittorio Emanuele II, 203
Tel. 06 879 116 91
info@wtrome.it
www.wtrome.it

De trailer van de show kan je hier downloaden.

Nederlandse auteur dingt mee voor publieksprijs

Posted in Romenieuws on 24 oktober 2017 by romenieuws

De bekentenissen van Petrus, de eerste thriller van Jeroen Windmeijer die recent in het nieuws kwam met zijn tweede boek Het Pauluslabyrint, dingt mee voor de publieksprijs van de Historische Vereniging Oud-Leiden. De Nederlandse auteur neemt het op tegen grote collectieven die een enorme achterban kunnen oproepen om te stemmen. Toch wil hij het proberen. Om hem te helpen klik je op deze link, vervolgens op het bolletje vóór zijn boek en dan op ‘stemmen’. De computer houdt rekening met het ip-adres, dus meermaals stemmen helpt niet. Stemmen kan tot 29 oktober.

Opening Stad van de Jeugd in Rome uitgesteld tot minstens 2020

Posted in Romenieuws on 24 oktober 2017 by romenieuws

Het is in Rome altijd riskant om bij grote bouwprojecten de uitvoeringstermijn en de datum van voltooiing te vermelden. De bouwtijd wordt immers vrijwel zonder uitzondering altijd (en meestal fors) overschreden en de einddatum van het bouwproject schuift in principe altijd wel enkele keren op. Daarbij denken we dan niet in termen van enkele maanden maar meestal in jaren.

Het is een plaag waarmee Rome al vele jaren kampt en met de realisatie van de Città dei Giovani, de Stad van de Jeugd, die op de plaats komt van de voormalige Mercati Generali, het enorme markthallencomplex aan de Via Ostiense, is dat niet anders. Het project dat onder meer een bibliotheek, een bioscoopcomplex, sportfaciliteiten, een winkelgebied, ontmoetingspleinen en enkele studentengebouwen voorziet, werd al meermaals uitgesteld. Zopas werd 2020 vooropgesteld als nieuwe openingsdatum. Het project sleept al twaalf jaar aan.

Een nieuwe overeenkomst tussen de bouwers-investeerders en het stadsbestuur van Rome moet de impasse van de voorbije twaalf jaar doorbreken. Het project wordt wel enigszins gewijzigd. Zo is nu plaats voorzien voor een publiek park en een openbare ruimte die 24 uur per dag beschikbaar zullen zijn. Het groene binnenplein dat eerst in het winkelcentrum was voorzien zal nu een soort nieuwe straat doorheen de buurt worden. Ondergronds, langs de Via Ostiense, komen meer parkeerplaatsen.

Na de zoveelste ontmoeting tussen de ondernemers-investeerders Pierluigi Toti en de machtige vastgoedmagnaat Robert De Balkany en het stadsbestuur, werd het dossier een paar maanden geleden opnieuw in een stroomversnelling gebracht. De stad Rome geeft het publieke gedeelte voor zestig jaar in erfpacht en krijgt daar 500 miljoen euro voor, een niet te versmaden bedrag in de volkomen lege stadskas van Rome. In plaats van de openbare ruimte grotendeels onder te brengen in een privé- en een commerciële ruimte wordt deze nu, in combinatie met de ondergrondse parkeergarages, flink uitgebreid.

Het project rond de Mercati Generali werd al onderzocht in 2005, in opdracht van de toenmalige burgemeester Walter Veltroni. In 2008 werd het project goedgekeurd door het kabinet-Veltroni en leverden de in Nederland geboren toparchitect Rem Koolhaas en Ellen van Loon namens hun internationale architectenbureau OMA (vroeger het Office for Metropolitan Architecture) de eerste plannen voor deze buurt af. OMA kwam als winnaar van een architectuurwedstrijd uit de bus. De herwaardering van de hele en inmiddels behoorlijk verloederde buurt was duidelijk op komst.

Maar na 2010 maakte de nieuwe burgemeester van Rome, Gianni Alemanno, er een boeltje van en diens opvolger, Ignazio Marino, bleef niet lang genoeg aan de macht om het dossier concreet op te volgen. Uiteindelijk viel de renovatie van de reusachtige markthallen helemaal stil. Ook architect Rem Koolhaas trok zich na de zoveelste wijziging in de plannen terug.

Dat het allemaal zo lang heeft geduurd heeft ook te maken met de vele vooronderzoeken en studies die moesten gebeuren. Dergelijke grootschalige werken zijn in Rome altijd al aan zeer strenge regels gebonden maar deze site heeft ook nog eens waarde als industrieel archeologisch erfgoed. Bovendien moest ook de impact van een dergelijk project op de leefbaarheid van de buurt worden onderzocht. Nadien konden de werken dan toch beginnen, maar vielen ze om de voormelde redenen uiteindelijk helemaal stil.

Nu wordt dus eindelijk voortgebouwd aan La Città dei Giovani of de Stad van de Jeugd. Het gaat om de volledige transformatie van de gebouwen van de Mercati Generali langs de Via Ostiense, die al vele jaren leegstaan. Het enorme terrein, zo’n 224.000 m² groot, waar het ooit bruiste van handelsactiviteiten, lag er jarenlang verloederd bij. De site moet een hypermodern trefpunt worden voor de Romeinse jeugd, waar onder meer bioscopen, een mediatheek, concertzalen, winkels, game-, en internetcentra, fitness- en wellnessruimtes, sportscholen en sporthallen, boekwinkels, een bibliotheek, cafeetjes en restaurants maar ook kantoren onderdak krijgen. Alles wordt volgestouwd met de meest moderne technologische en futuristische snufjes.

De grootste mediatheek van Italië zou er ook een plaatsje krijgen, net als het zogenaamde Forum dei Sapori, het Forum van de Smaken, dat een gastronomische topattractie voor alle burgers en toeristen zou moeten worden. Dit culinaire forum zou de talrijke smaken van de traditionele Italiaanse keuken in ere moeten houden en permanent promoten. Aanvankelijk was het de bedoeling dat dit culinaire paradijs een echte bezienswaardigheid en toeristische trekpleister zou worden, een topattractie waarvoor liefhebbers van koken en gastronomie speciaal de verplaatsing naar de Via Ostiense zouden maken. Maar sinds het Eataly-complex in juni 2012 in de buurt neerstreek, lijkt het enthousiasme voor het Forum van de Smaken fors bekoeld. Het blijft dus afwachten of het gastronomische gedeelte er wel komt.

De ligging van het terrein is in ieder geval bijzonder strategisch, vlakbij de oude stadsmuren en dankzij de bus-, trein- en tramhalte die zich vlakbij bevindt, ook nog eens erg vlot bereikbaar met het openbaar vervoer. De toekomstverwachtingen voor de Mercati Generali zijn na jaren onzekerheid opnieuw hooggespannen.

Het gebied met de voormalige hallen bevindt zich tussen de wijken Testaccio en Garbatella. Wie al eens het museum Centrale Montemartini bezocht, heeft wat verderop aan de overzijde van de Via Ostiense ongetwijfeld ook het grote aantal verlaten markthallen gezien. Dat enorme complex, waarvan ondertussen een gedeelte gerenoveerd is, is wat overblijft van de voormalige Mercati Generali.

Wie wat ouder is, heeft ook zeker en vast nog meegemaakt hoe hier iedere ochtend, vele jaren lang, allerhande voedingsproducten werden verhandeld. Het was destijds de grootste vroegmarkt van Rome waar zowat alle marktkramers en leveranciers inkopen kwamen doen om vervolgens met de verse producten naar de binnenstad te rijden.

Ook gemotiveerde restauranthouders kwamen hier graag persoonlijk langs, bijvoorbeeld om in de zeer vroege uren de mooiste vissen uit te zoeken die enkele uren voordien nog rustig in zee zwommen. Die kon je dan ’s middags verorberen tijdens de lunch. Dat verleden is definitief voorbij. De restaurants hebben na de sluiting van de Mercati Generali andere kanalen moeten zoeken om hun verse vissen aan de veeleisende klanten te presenteren.