Archief voor 5 oktober 2017

Een wandeling door de catacombe van San Callisto

Posted in Romenieuws on 5 oktober 2017 by romenieuws

Gisteren kon je kennismaken met de catacombe van San Callisto, vandaag brengen we een uitgebreid bezoek aan deze begraafplaats aan de Via Appia Antica 110-126 in Rome. In de vierde eeuw veranderde Paus Damasus de crypte in een onderaards kerkje. Hij liet er een altaar plaatsen, waarvan nu nog de marmeren basis te zien is. In de zoldering liet hij een lichtkoker bouwen. Op de twee kolommen uit de vierde eeuw werd een architraaf geplaatst, waaraan bronzen lampen hingen ter ere van de martelaren.

In de Cripta dei Papi, een rechthoekige door een lucernario verlichte ruimte, zie je links en rechts loculi en nissen voor sarcofagen. Hier vind je de grafstenen van vijf heilige pausen maar wellicht werden er negen pausen begraven van de elf die regeerden tussen 230 en 283.

  • Pontianus (230-235, zeventiende opvolger van Petrus) werd als dwangarbeider in Sardinië tewerkgesteld, waar hij op 28 september 235 overleed. Relieken van hem bevinden zich in de Santa Prassede.
  • Anterus (235-236, achttiende opvolger) was een Griek die slechts 40 dagen heeft geregeerd. Van hem bevinden zich relieken in de San Silvestro in Capite.
  • Fabianus (236-250, negentiende opvolger) was een geboren Romein die tijdens de heftige vervolgingen onder keizer Decius, de keizer die de ‘lastige’ christenen wilde uitroeien, op 20 januari 250 de marteldood stierf. Pas in 1915 werd zijn graf in deze catacombe teruggevonden.
  • Lucius (253-254, eenentwintigste opvolger) was een Romein, hij bracht een deel van zijn pontificaat door in ballingschap. Relieken van hem bevinden zich in de Santa Cecilia in Trastevere.
  • Eutychianus (275-289, zesentwintigste opvolger), van deze paus bevinden zich relieken in de kathedraal van Sarzana bij La Spezia.

Bij de pausen Pontianus en Fabianus werden de letters M T P toegevoegd, de eerste drie medeklinkers van het Griekse woord ‘martelaar’ waarvan de oorspronkelijke betekenis ‘getuige’ betekent.

Op basis van een inscriptie die hier later door paus Damasus (366-384) werd aangebracht, neemt men aan dat ook Sixtus II (257-258, drieëntwintigste opvolger) in deze crypte werd begraven, samen met de vier diakens Gennarus, Magnus, Vincentius en Stephanus.

Sixtus stierf op 6 augustus 258 in de catacombe van San Callisto de marteldood toen hij en de diakens betrapt werden tijdens een samenkomst, wat in strijd was met het edict van keizer Valerianus. Die had alle bijeenkomsten van christenen verboden en de begraafplaatsen afgesloten. Twee andere slachtoffers van die vervolging, de diakens Felicissimus en Agapitus, werden begraven in de naburige catacombe van Praetextatus. Beide martelaren worden voorgesteld op de apsismozaïek van de San Marco-basiliek aan het gelijknamige pleintje, vlakbij de Piazza Venezia.

Nog drie andere pausen uit de derde eeuw werden in deze crypte begraven, namelijk Stephanus (254-257, de tweeëntwintigste opvolger van Petrus), Dionysius (259-268, vierentwintigste opvolger) en Felix I (269-274, vijfentwintigste opvolger), evenals acht bisschoppen, onder wie bisschop Optatus de bisschop van het huidige Biskra in Algerije.

De marmeren plaat tegen de achterwand van de Cripta dei Papi bevat een lofdicht van paus Damasus (366-384) opgedragen aan alle martelaren en belijders die in deze catacombe begraven werden. De laatste twee regels ervan luiden in vrije vertaling: ‘Hier had ik, Damasus, mezelf willen laten bijzetten, maar ik vreesde daardoor de resten van de vrome mannen hier te ontheiligen’. Merk op dat vele grafschriften in het Grieks werden opgesteld. De gedraaide zuilen en de lichtschacht dateren uit de vierde eeuw.

Een nauwe doorgang links van de inscriptie voert naar de crypte van de heilige Caecilia die hier reeds tijdens de zevende eeuw door pelgrims vereerd werd. In deze loculus bevindt zich een kopie van Stefano Maderno’s beeld uit de Santa Cecilia in Trastevere. Toen de sarcofaag van Caecilia in l599 werd geopend, bleek haar lichaam ongeschonden door de tijd. Stefano Maderno (1575-1636), broer van Carlo Maderno (1556-1629) beeldhouwde de martelares in de exacte houding waarin men het lichaam toen heeft aangetroffen.

Volgens het recentste onderzoek vond haar martelaarschap plaats onder Diocletianus in 303. Haar echtgenoot, de heilige Valerianus en zijn broer werden begraven in de catacomben van Praetextus hier in de buurt, hun resten bevinden zich nu samen met deze van Caecilia in de Santa Cecilia in Trastevere. Ook hier geeft een lucernario licht en ventilatie.

Oude, slecht geconserveerde fresco’s van martelaren en een rijk geklede orante versieren de wanden. Links in een nis zien we de geschilderde buste van de Heiland. Omdat het portret duidelijk Byzantijnse trekken vertoont moet deze later gedateerd worden dan de overige fresco’s.

Vervolgens dwaal je een tijdje door galerijen langs loculi, sarcofagen, cubicoli en crypten. Zo bereik je op zeker ogenblik de ‘Cubicolo van de diaken Severus’. Dit is de plaats waar zich de inscriptie bevindt waarop de bisschop van Rome ‘papa’ genoemd wordt. De inscriptie vermeld dat Severus van paus Marcellinus (296-304, achtentwintigste opvolger van Petrus) de toelating had gekregen hier een familiegraf te laten aanleggen.

Tegenover de cubicolo van Severus ligt de ‘Cubicolo van de vijf heiligen’. De figuren werden geschilderd in de ‘tecnica compendiaria’, waarbij de figuren worden neergezet in slechts enkele essentiële trekken. De heiligen, elk met hun naam en toevoeging ‘in pace’, bidden in een tuin, symbool van het verblijf in het paradijs.

Het Griekse woord ‘paradeisos’ betekent lustoord, afgeleid van het oud-Perzisch woord dat omheinde ruimte betekende. Ter informatie: de septuaginta, de zeventig joden in Alexandrië die het Oude Testament uit de derde eeuw v. Chr. vertaalden van het Hebreeuws naar het Grieks, vertaalden ‘de Hof van Eden’ als ‘paradeisos’, hieruit ontstond de moderne betekenis van paradijs.

De oudste kern van de catacombe van Callisto is de ‘Cubicolo van Lucina’, hier hebben we speciaal aandacht voor de sierlijke gewelfschildering in Pompeïaanse stijl. Het geometrische geraamte, de bloemenslingers en ornamentale figuren laten duidelijk zien dat de kunstenaar zijn vak in een antiek atelier heeft geleerd.

In het midden staat Daniël tussen de leeuwen. Een orante bidt voor het heil van de levende broeders, de Goede Herder (de criofoor of schaapdrager) drukt met de linkerhand de poten van het schaap tegen zijn borst terwijl hij de rechterhand uitgestrekt houdt. Zowel Daniël, de orante als de Goede Herder symboliseren de redding. Een andere Goede Herder in de Lucinagroeve, ook geschilderd in tecnica compendiaria, draagt een melkemmer, symbool van de eucharistie.

Interessant is het fresco met de doop van Christus. In deze uitzonderlijke ‘crypte R’ werd paus Cornelius (251-253, twintigste opvolger van Petrus) begraven, zijn relieken bevinden zich nu in de Santa Maria in Trastevere. Op zijn tombe werd het woord ‘martyr’ aan zijn naam toegevoegd, hoewel hij hoogstwaarschijnlijk geen aanspraak kan maken op het martelaarschap. Boven zijn graf prijken vier heiligen. Linksboven verschijnt de heilige Geest in de gedaante van een duif.

De Sala dei Sacramenti is een ware schatkamer van oude christelijke schilderingen uit het einde van de tweede of het begin van de derde eeuw. De naam van de zaal verwijst naar de talrijke fresco’s die de doop en de eucharistie als thema hebben. Ook verhalen uit het Nieuwe Testament worden uitgebeeld, zoals de opstanding van Lazarus en de genezing van de lamme.

Let vooral op de vroegchristelijke symbolen zoals de manden brood die de eucharistie symboliseren, de vis als het teken van Christus, Jonas en de walvis die staan voor de dood en de verlossing. Zoals te verwachten is dit niet het werk van grote kunstenaars maar werden ze vermoedelijk meestal uitgevoerd door vrienden of verwanten van de overledene.

Vermelden we nog de crypte van paus Eusebius (309-310, de dertigste opvolger van Petrus). Hij stierf in ballingschap op Sicilië, zijn opvolger liet zijn stoffelijk overschot naar Rome terugbrengen. Daarnaast is er de crypte van paus Cajus (283-296, ook Gaius, zevenentwintigste opvolger) en de crypte waar volgens archeoloog de Rossi paus Melchiades (311-314, ook Miltiades, eenendertigste opvolger) begraven werd. Tijdens zijn pontificaat werd de slag bij de Milviusbrug gestreden en beleefde zo in 313 de aanzet tot de grote hervormingen door Constantijn.

Buiten de catacombe staan de ‘cellae Trichorea’, twee kleine kerkjes uit 220 na Chr., de naam verwijst naar hun drie kleine apsissen. Eén ervan is nu een steeds gesloten zaal waar een aantal relieken uit de catacombe bewaard worden. Op deze plaats zou paus Zephyrinus (199-217, veertiende opvolger van Petrus) oorspronkelijk begraven zijn.

Catacombe van San Callisto
Via Appia Antica 110/126
+39 06 513 01 51
scallisto@catacombe.roma.it
www.catacombe.roma.it

Advertenties