Een bezoek aan de catacombe van San Sebastiano

Nadat je al eerder kon kennismaken met de catacombe van San Callisto, staan we vandaag even stil bij een andere erg bekende catacombe die zich hier vlakbij bevindt, namelijk de catacombe van San Sebastiano (Sint-Sebastiaan) aan de Via Appia Antica 136. Deze catacombe is de enige in Rome die altijd toegankelijk is gebleven en waarvan het bestaan nooit is vergeten. Omdat deze catacombe gedurende vele eeuwen kon worden bezocht zijn volgens sommigen de archeologische artefacten en wandschilderingen van iets mindere kwaliteit dan deze in andere catacomben, maar dat is niet helemaal terecht.

De catacombe van San Sebastiano is vernoemd naar de gelijknamige heilige die tijdens de christenvervolging omstreeks 300 na Chr. onder keizer Diocletianus (244-311) de marteldood stierf en hier later begraven werd. De catacomben zijn echter veel ouder en ontstonden toen enkele hypogea uit de oudheid, enkelvoudige uitgehakte graven, via ondergrondse gangen met elkaar verbonden werden. Pas vanaf de tweede eeuw groeide dit alles uit tot een enorm gangenstelsel dat zich op vier niveaus uitstrekt. Vandaag kan enkel het tweede niveau worden bezocht, al volgen niet alle gidsen hetzelfde parcours.

In de nissen lagen de graven van duizenden overleden christenen. Toen het christendom in de vierde eeuw steeds meer geaccepteerd werd en aan het einde van dezelfde eeuw zelfs was uitgegroeid tot de staatsgodsdienst, zijn alle stoffelijke resten, uit respect herbegraven in een aantal kerken in en rond Rome. In tegenstelling tot wat sommige mensen nog altijd denken of vermoeden, bevinden zich dus geen stoffelijke resten meer in de catacomben.

Dat de catacombe van San Sebastiano altijd toegankelijk bleef komt omdat ze gedurende vele eeuwen een reisdoel was voor pelgrimstochten en bedevaarten omdat hier, na de vervolgingen in 258 onder Valerianus, volgens de overlevering de lichamen van de apostelen Petrus en Paulus gedurende veertig jaar verborgen werden.

Tussen 1915 en 1925 werden in de catacombe van San Sebastiano opgravingen verricht met de bedoeling een wetenschappelijke en archeologische bevestiging te krijgen van het feit dat de resten van de apostelen Petrus en Paulus hier een tijdje zouden ondergebracht zijn. Tot dan waren de aanwijzingen beperkt gebleven tot bronnen uit de vierde en de vijfde eeuw, waaronder een poëtische, ietwat vaag opgestelde inscriptie door paus Damasus (366-383), een martyrologium en pelgrimgidsen uit de zevende eeuw, zoals het ‘Itinerarium van Salzburg’. Daaruit viel op te maken dat de lichamen van de apostelen hier werden geplaatst in het jaar waarin Bassus en Tuscus consuls waren, dus in 258.

Onder de kerk troffen de archeologen in 1925 resten van een triclinium aan, een soort afdakje in open lucht van het type waarin de christenen bij begrafenissen een agape of refrigerium hielden, een maaltijd ten behoeve van de armen. De muren van dit bouwwerk waren bedekt met graffiti waarin o.a. Petrus en Paulus werden aangeroepen, alsook de tekst ‘ter ere van Petrus en Paulus, ik, Tomius Caelius, hier een refrigerium heb gehouden’. Deze inscripties die van een type zijn die archeologen goed kennen uit vele andere heiligdommen en pelgrimsoorden, dateren uit de derde eeuw. In zoverre bevestigen ze dus het verhaal.

Het was keizer Constantijn, deemoedig gevolgd door Silvester I (314-335), die uiteindelijk beide apostelen een waardiger begraafplaats zou hebben bezorgd: in de Sint Pietersbasiliek en de Sint Paulus-buiten-de-muren. Naar verluidt waren Petrus en Paulus hier in één graf bijgezet, waarbij de paus later de resten op grootte zou hebben gesorteerd, waarbij hij de kleinere aan Petrus toeschreef en de grotere aan Paulus.

Het is een bizar verhaal waarvan we niet kunnen nagaan of het op enige waarheid berust, maar wetende hoe gedurende vele eeuwen met relikwieën en overblijfselen van heiligen werd omgegaan, lijkt het ons niet helemaal onwaarschijnlijk. De recente ontdekking van relikwiëën van Petrus in een vrijwel onbekend kerkje in Trastevere lijkt dat alleen maar te bevestigen.

In de tijd van keizer Constantijn de Grote werd boven de catacomben een basiliek gebouwd ter ere van deze apostelen, de Basilica Apostolorum. Later werd deze kerk eveneens naar de martelaar Sebastiaan genoemd, de Basilica di San Sebastiano. In een niet voor het publiek toegankelijke crypte onder de kerk ligt deze heilige ook begraven.

Rechts van de sacristie voert een trap naar een ruimte midden onder de basiliek. Het bovengedeelte is afgebroken om de vloer van de basiliek op een lager niveau te kunnen leggen. Archeoloog P. Styger die in 1918 het fantastische werk ‘Il monumento apostolico della Via Appia’ publiceerde, noemde in dit boek deze ruimte als eerste ‘triclia’. Ze is tegenwoordig ook gekend als ‘memoria apostolorum’. Het was een soort eetzaal of triclinium met een rode achterwand, een afdakje en pilaren.

De gelovigen hielden hier hun begrafenismaaltijden, de zitbanken zijn nog steeds zichtbaar. Aan de wanden zien we, een beetje oneerbiedig uitgedrukt, zeshonderd Latijnse graffiti uit het begin van de vierde eeuw, het zijn aanroepingen tot Petrus en Paulus. Zo lezen we ‘Paule Petre in mentem habete Sozemenum’, Paulus en Petrus, gedenk Sozemenus; ‘Petro et Paulo Tomius Coelius refrigerium fecit’ ter ere van Petrus en Paulus heb ik, Tamius Coelius, een verkwikkingsmaal aangericht. Naast het Latijn vinden we hier als taal echter ook het Grieks en zelfs het Aramees. Het zegt iets over hoe oud deze catacomben wel zijn.

Het gangenstelsel dat vanaf de vierde eeuw rond het graf van Sebastiaan werd gegraven, leed veel schade tijdens de middeleeuwen toen pelgrims zich hier verdrongen om de hulp van de heilige in te roepen tegen de gevreesde pest. Twee cubicoli zijn interessant, de ene bezit een opschrift uit de vijfde eeuw ter ere van de heilige Massimo. In de andere zien we slecht geconserveerde fresco’s met de gebruikelijke thema’s: Mozes slaat water uit de rots en een orante. De voor ons klassieke afbeelding van het kindje Jezus in de kribbe tussen de os en de ezel treffen we alleen hier aan. Het is vermoedelijk de oudste dergelijke afbeelding in Rome.

Wij dalen dieper af en komen weldra 13 meter onder de vloer van de basilica uit bij drie mausolea of hypogea uit de eerste of het begin van de tweede eeuw na Chr. Ze hebben een bakstenen voorgevel, fronton en een in travertijn gevatte poort. Let op de grandioze gewelven. Aanvankelijk dienden zij als columbaria. Op basis van de aangetroffen decoraties en inscripties zouden ze oorspronkelijk hebben toebehoord aan één van de heidense sekten die tegelijkertijd met het christendom opkwamen.

Het middelste mausoleum en dit aan de linkerzijde hebben fraai stucwerk. De eigenaar van het rechts gelegen hypogeum heette volgens een inscriptie M. Clodius Hermes, 75 jaar oud. In zijn dodenhuis zijn prachtige fresco’s aangebracht. De schilderingen aan de buitenkant stellen een dodenmaal voor en het wonder van de bezetene van Gerash in Jordanië. Het gewelf is bedekt met de kop van een Gorgo. De Gorgonen waren drie monsters met slangenhaar en ijzeren klauwen, de bekendste van hen was Medusa; wie haar aankeek, versteende.

Prachtig is de fruitschaal met een patrijs. Het thema van patrijzen rond een vaas of ‘compotier’ is heidens (lees: voorchristelijk) maar de druiven kunnen misschien wel verwijzen naar ‘ik ben de wijnstok en jullie zijn wijnranken’. Of dit oorspronkelijk de bedoeling was is onduidelijk en twijfelachtig, maar het zou kunnen verklaren waarom deze erg oude tekeningen bewaard bleven. Tot de pronkstukken van het middelste hypogeum behoren het goed bewaarde stucwerk en de vaak aanwezige pauw, het symbool van de onsterfelijkheid. Iemand zou eens een boek moeten samenstellen met alle bestaande afbeeldingen van pauwen uit de oudheid. De inscripties hebben Griekse letters, maar de tekst is Latijns.

Aan één van de wanden is het geheime wachtwoord van de christenen ingekrast, namelijk een vis (Christus) met een kruis, een symbool dat je in de catacomben wel vaker aantreft. Het hypogeum links valt op door zijn stucdecoratie die nauwelijks geleden heeft van de tand des tijds. Wingerdranken schieten omhoog uit vazen die op namaak-pilasters staan.

De aandachtige lezer heeft het begrepen: deze catacombe is een bezoek wel degelijk waard.

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s