De droom van Innocentius X

Gisteren maakten we kennis met Giambattista Pamphili (Pamphilj, Pamfili, …) (1574-1655) alias paus Innocentius X, die op de Piazza Navona een imposant familiestulpje liet bouwen: het Palazzo Pamphili. Hij stamde uit een Umbrische familie die zich tijdens de vijftiende eeuw in Rome had gevestigd en vooraleer hij tot paus werd verkozen aan de Piazza Navona een bescheiden paleisje bewoonde. Innocentius X was een bizarre paus, maar wel eentje die net voor zijn dood zijn grote droom heeft kunnen waarmaken: de transformatie van de toen behoorlijk smerige Piazza Navona tot een oord waar de Romeinse elite zich thuis voelde. De grandeur van het plein is na Innocentius X nooit meer verdwenen.

De in Rome geboren Giambattista Pamphili volgde een opleiding als jurist en kwam nadien terecht in de hogere kerkelijke kringen. Hij werd nuntius in Napels (1621) en Madrid (1626) en bracht het tot kardinaal onder paus Urbanus VIII (1627) die hij op 15 september 1644 opvolgde en wiens familie onmiddellijk daarna naar het verblijf van kardinaal Jules Mazarin vluchtte, de opvolger van Richelieu en de latere hertog van Nevers.

Het pontificaat van Urbanus VIII ( Maffeo Barberini, 1568-1644) werd grotendeels beheerst door de problemen van de Dertigjarige Oorlog, waarin de paus – veelal tevergeefs – een bemiddelende rol trachtte te spelen. Hij stond daarbij meestal onder zware druk van Richelieu en raakte bovendien verstrikt in militaire familievetes met de Farneses en in financiële verwikkelingen door zijn ontstellende nepotisme, de buitenmatige begunstiging van verwanten bij het toekennen van ambten, titels, financiële en andere voordelen.

In het verzet tegen jansenisme en gallicanisme in Frankrijk liet hij zich leiden door slechte raadgevers; ook in de kwestie van Galileo Galilei heeft hij, tegen zijn persoonlijke vriendschap met de astronoom-filosoof in, uiteindelijk toegestemd in de veroordeling. Deze Barberini-telg ging dus niet meteen de geschiedenis is als de meest geliefde paus van Rome. Alle hoop ging naar de volgende paus.

Maar zijn opvolger, de nieuwe Pamphili-paus Innocentius X, deed het al niet veel beter. Ook hij verviel haast meteen in eenzelfde nepotisme als zijn voorganger en stond bovendien ook nog eens volkomen onder invloed van zijn heerszuchtige schoonzuster Olimpia Maidalchini, die door de Romeinen al spottend ‘la papessa’, de pausin, werd genoemd. Over deze illustere en machtsgeile dame zo meteen meer.

Innocentius X bevestigde op 26 november 1648 het protest van Fabio Chigi (de latere paus Alexander VII) die hij in 1651 tot zijn staatssecretaris maakte, tegen de Westfaalse Vrede. Hij steunde Mazarins tegenstander, kardinaal de Retz. In de Spaans-Franse spanningen trachtte hij een moeizame evenwichtspolitiek te voeren. Venetië en Polen steunde hij tegen de Turken. Zijn toestemming in de onzorgvuldige, en daardoor alleen reeds onverantwoorde, veroordeling van vijf stellingen, zogenaamd uit Jansenius’ Augustinus op 31 mei 1563, gaf aanleiding tot eindeloze debatten. In de Chinese ritestrijd veroordeelde Innocentius X in 1654 tot nader order de voorouder- en Confuciusverering.

Alleen voor de kunst in Rome leverde het pontificaat van Innocentius X nog een behoorlijke nalatenschap op. Diego Velazquez schilderde in 1650 het beroemd geworden portret van de paus. Het doek krijgt zeker een plaats in de galerij van belangrijke pauselijke schilderijen en benadert soortgelijke werken van renaissanceschilders als Raphaël en Titiaan. De krachtige penseelvoering van Velazquez en de aandacht voor de karakters zijn echter duidelijke kenmerken van de barokschilderkunst. Het portret bevindt zich in de Galleria Doria Pamphili aan de Via del Corso.

Eveneens onder Innocentius X voltooide Bernini het interieur van de Sint-Pietersbasiliek. Borromini herstelde het Lateraan. De Piazza Navona (met het Palazzo Pamphili en de Vierstromenfontein van Bernini) werd door Innocentius gesystematiseerd. Reeds kort na zijn verkiezing tot paus, vatte Innocentius X het plan op het water van de Acqua Vergine, het beste van Rome dat nog steeds de later gebouwde Trevifontein voedt, naar de Piazza Navona af te leiden om er een majestueuze fontein te voeden.

Het werd de aanzet tot een volledige renovatie van het plein, want de paus liet zoals je gisteren kon lezen ook een enorm familiepaleis bouwen. De bedoeling was voor iedere Romein meteen duidelijk: het nieuwe stulpje van de paus moest het nieuwe palazzo van zijn rivaal Urbanus VIII nog overtreffen. Deze laatste had in 1627 opdracht gegeven voor de bouw van het overweldigende Palazzo Barberini. De werken aan het Palazzo Pamphili werden geleid door de toen reeds bejaarde Italiaanse architect Girolamo Rainaldi (1570-1655), bijgestaan door Borromini (1599-1667).

Carlo Rainaldi (1611-1691), de zoon van Girolamo, zou later een belangrijke rol spelen in de verfraaiing van Rome. Hij werkte met zijn vader aan de fraaie Sant’ Agnese in Agone (eveneens op de Piazza Navona, naast Palazzo Pamphili), een project dat nadien door Borromini werd overgenomen. Zijn meesterwerk is de Santa Maria in Campitelli (vanaf 1660), één van de belangrijkste scheppingen van de late barok in Rome.

Ook voltooide hij in 1665 de door Maderno begonnen gevel van de Sant’Andrea della Valle en ontwierp hij de eerste aanleg van de Piazza del Popolo met de twee, later door Bernini en Domenico Fontana voltooide, bijna gelijkvormige centraalbouw-koepelkerken bij het begin van de Via del Corso. Carlo Rainaldi was ook verantwoordelijk voor de uitwendige bekleding van het koor van de Santa Maria Maggiore en de ervoor liggende trappenpartij, die pas in 1673, enkele jaren na zijn dood voltooid raakte.

Toen in 1651 het eerste water uit de centrale fontein klaterde, was het Palazzo Pamphili bijna afgewerkt. Maar de oude paus wilde meer. In 1652 legt hij tot meerdere eer en glorie van de familie Pamphili, naast zijn nieuwe paleis de eerste steen voor een nieuwe, prachtige kerk: de Sant’ Agnese in Agone. Het enorme project, waarbij een enorm kerkgebouw naast zijn deur werd opgetrokken, zorgde ervoor dat de droom van Innocentius X langzaam maar zeker werkelijkheid werd: de Piazza Navona groeide uit tot het kloppende hart van de Romeinse elite.

Maar het leven van de paus kende ook minder leuke aspecten, al draaiden vrijwel al zijn problemen om de voormelde donna Olimpia Maidalchini (1595-1657), de energieke en zeer machtsgeile weduwe van de broer van Innocentius X. Het was weliswaar dank zij haar immense bruidsschat dat de latere paus carrière kon maken aan het pauselijke hof, maar zodra hij tot paus verkozen was, kwam Olimpia de intresten op haar investering opeisen.

Haar invloed en macht werden zo groot dat men haar zoals niet alleen ‘la papessa’ maar ook ‘la regina’ noemde. Er verscheen zelfs een boekje met de titel ‘Het leven van donna Olimpia Maidalchini, hoe ze de Kerk bestuurde gedurende het pontificaat van Innocentius X’. Olimpia was hoe dan ook de drijvende kracht achter de paus. Onder druk gezet schonk de paus haar op zeker ogenblik zelfs zijn fraaie en pas afgewerkte palazzo aan de Piazza Navona. Waarom de paus dit heeft gedaan is eeuwenlang het onderwerp geweest van vele discussies waaruit de nodige complottheorieën ontstonden.

Het was vooral een probleem voor de paus dat de gierigheid en hebzucht van donna Olimpia geen grenzen kende en ook op moreel vlak nam ze het niet al te nauw. Sommigen meenden zelfs dat donna Olimpia de minnares van de paus was. Haar gedrag inspireerde het befaamde sprekende beeld Pasquino tot de uitspraken: ‘Olimpia, olim pia’ (destijds vroom), en ook ‘Olim pia, nunc impia’ (destijds vroom, nu verdorven).

Toen Innocentius X eindelijk doorkreeg dat vrijwel iedereen zich eerst tot Olimpia wendde voor gunsten of om iets gedaan te krijgen en dan pas bij hem aanklopte, als was het louter een formaliteit die moest vervuld worden, werd de schaamteloze intrigante van het pauselijke hof verbannen. Pas kort voor de dood van de paus in 1655 kwam het tot een verzoening tussen beiden. Maar zelfs toen sloeg Olimpia nog toe.

Hoewel Olimpia een groot deel van haar rijkdom en welstand te danken had aan haar pauselijke schoonbroer wilde ze geen cent uitgeven voor zijn begrafenis. Integendeel, nadat de paus overleden was, haalde ze nog vlug de laatste twee koffers met spaargeld onder zijn ledikant vandaan. Toen ze twee jaar later in 1657 zelf aan de pest stierf, werden in Palazzo Pamphili twee miljoen scudi in contanten aangetroffen.

In de Galleria Doria Pamphili staat een prachtige en indrukwekkende marmeren buste van deze dame (de hoogmoed en de hebzucht spatten er gewoon vanaf). Het is een fantastisch beeldhouwwerk van de uit Bologna afkomstige beeldhouwer Alessandro Algardi (1595-1654). Ook van paus Innocentius X maakte Algardi in 1645 een fraai bronzen beeld, het staat vandaag in het Palazzo dei Conservatori (Musei Capitolini). Algardi’s talrijke marmeren portretbustes munten uit door verfijnd naturalisme. Hij was ook de ontwerper van de fraaie parkaanleg van Villa Pamphili, even buiten het centrum van Rome.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s