Rome trekt ballingschap van dichter Ovidius na meer dan 2000 jaar in

De stad Rome heeft na meer dan 2000 jaar de verbanning van de dichter-schrijver Publius Ovidius Naso (43 v. Chr. – 17/18 na Chr.) ingetrokken. Het voorstel om de verbanning van Ovidius ongedaan te maken werd ter goedkeuring aan de gemeenteraad voorgelegd door M5S, de partij van burgemeester Virginia Raggi en kreeg steun van de andere fracties. Ovidius werd vermoedelijk in 8 na Chr. door keizer Augustus verbannen naar Tomi, de huidige stad Constanta in Roemenië aan de Zwarte Zee, waar hij in 17 of 18 na Chr. ook zou sterven. Ovidius zou op beschuldiging van onzedelijke geschriften uit Rome verjaagd zijn.

Het proces om Ovidius in ere te herstellen werd enkele jaren geleden in gang gezet in zijn geboorteplaats Sulmona. Dit stadje in de Abruzzen op ongeveer 120 km van Rome heette in de oudheid Sulmo en ligt op het punt waar de rivieren Vella en Gizio samenvloeien. Het was één van de belangrijkste steden van de Samnieten die de streek ongeveer 2500 jaar geleden bevolkten. Zes jaar geleden kwam een lokale rechtbank in Sulmona tot de conclusie dat in de zaak-Ovidius alleen de stad Rome, als historische erfgenaam van ‘de Senaat en het Volk van Rome’ bevoegd is om het proces rond de ballingschap te herzien en eventueel in te trekken.

De oude Griekse handelsnederzetting Tomi of Tomis was sinds 29 v. Chr. in Romeinse handen gevallen en bevond zich in de provincie Moesia inferior. De stad genoot vooral bekendheid als de verste uithoek van het Romeinse rijk en werd door vele Romeinen beschouwd als het einde van (hun) wereld. Een verbanning naar Tomi werd in het algemeen nog erger beschouwd dan de doodstraf omdat je niet verder van Rome kon zijn, terwijl je je toch nog altijd in het Rijk bevond.

Eeuwen later herverdeelde keizer Diocletianus de provincie Moesia, met als gevolg dat Tomi nu in Scythia Minor kwam te liggen, waarvan het veruit de grootste stad was. Daarna bezetten de Byzantijnen de stad, vervolgens de Bulgaren, dan de Turken en sinds 1878 de Roemenen. De stad Constanta is vandaag de voornaamste havenstad van Roemenië en werd genoemd naar de zuster van keizer Constantijn I (de Grote) die Constantia heette. De keizer liet de stad naast en gedeeltelijk bouwen op de oude Griekse nederzetting Tomi.

In zijn gedichten spreekt ook Ovidius maar met weinig lof over de stad. Sommigen beweren echter dat hij nooit verbannen is en dat zijn geschriften over en van Tomi enkel zijn fictieve literaire dood verbeelden. Er bestaat inderdaad geen absolute zekerheid dat Ovidius ooit effectief verbannen is. Behalve in zijn eigen geschriften is hierover nooit enige documentatie teruggevonden. Hoewel Ovidius in zijn tijd een beroemdheid was, heeft geen enkele andere tijdgenoot ooi melding gemaakt van zijn verbanning.

Vreemd is ook dat Ovidius als vertrouweling van de keizer een dergelijke zware straf opgelegd kreeg voor een relatief licht vergrijp en dat hij nooit vergiffenis kreeg. Bovendien werd zijn werk nooit gecensureerd of verboden en werden zijn geschriften ook na zijn verbanning nog in Rome uitgegeven. Deze en andere elementen doen sommige geleerden vermoeden dat Ovidius zijn ‘verbanning’ ensceneerde en opzettelijk uit Rome wilde verdwijnen om bij de bevolking belangstelling voor zichzelf en zijn geschriften op te wekken. Zeker is dit allemaal niet.

Volgens het stadsbestuur van Rome wordt met de gratieverlening in ieder geval een vermoedelijk onrecht uit het verleden rechtgezet. Artiesten hebben in alle tijden het fundamentale recht om zich vrij uit te drukken in de maatschappij, zeker nu de artistieke vrijheden wereldzijd steeds meer beperkt worden, motiveert het stadsbestuur de intrekking van de verbanning.

De Romeinse dichter Ovidius stamde uit een vermogend riddergeslacht, studeerde retorica in Rome en maakte reizen naar Athene, Sicilië en Klein-Azië. Hij was korte tijd in staatsdienst, maar gaf al spoedig zijn politieke loopbaan op om zich helemaal aan de dichtkunst te wijden. Hij verkeerde in de kringen van Propertius, Macer en Tibullus, maar viel volgens het verhaal in 8 na Chr. in ongenade bij keizer Augustus. Dat stond misschien in verband met de in moreel opzicht slecht geachte invloed van zijn gedichten en/of met een schandaal waarbij ook Augustus’ kleindochter Julia betrokken was. De dichter zou uitgewezen worden naar Tomi, echter met het behoud van zijn burgerrechten en zijn bezittingen.

Ovidius, na Vergilius en Horatius de grootste Latijnse dichter, was een zeer productieve schrijver en een meester in de poëtische techniek. Uit zijn eerste (jeugd)periode komen vooral speelse verzen, waarin de liefde het onderwerp is, zoals in de uit 50 liefdes-elegieën bestaande (gedeeltelijk aan een waarschijnlijk fictieve geliefde, Corinna, gerichte) Amores (omstreeks 16 v. Chr.), en voorts de Ars Amatoria (rond 1 v. Chr.), een handleiding voor de kunst van de vrijage, beide in disticha, een gedicht of een strofe van een gedicht van twee regels.

Het hoogtepunt van zijn dichterschap bereikte hij met de Metamorfosen, die vrijwel voltooid waren in 8 na Chr. De Metamorfosen zijn een episch-mythologisch gedicht dat de geschiedenis van de wereld doorloopt vanaf het begin tot het tijdperk van Julius Caesar. In navolging van Nicander werden in liefst vijftien boeken vanaf de Chaos, het begin der wereld, tot aan de komst van Caesar en Augustus alle sagen opgetekend die een metamorfose tot slot hebben. Dit werk heeft grote invloed gehad in de oudheid en zeker ook na die tijd, vooral in de renaissance. De verhalende stijl, de vindingrijkheid en de levendigheid die zijn poëzie kenmerken, hebben vele generaties schrijvers en dichters beïnvloed en geïnspireerd.

Uit dezelfde periode als de Metamorfosen dateren de Fasti (zes boeken, niet voltooid), een dichterlijke beschrijving van alle feesten van de Romeinse kalender en hun oorsprong, die afgezien van hun poëtische waarde van zeer groot belang zijn voor de kennis van de Romeinse godsdienstgeschiedenis.

Vanuit zijn ballingsoord schreef Ovidius een groot aantal brieven (Epistulae ex Ponto, 12-13 na Chr.) en treurzangen (Tristia, 8-12 na Chr.) met herhaalde verzoeken om terugkeer naar Rome. In deze tijd schreef hij ook nog Helieutica (postuum verschenen), een gedicht over de vissen in de Zwarte Zee, en het schimpdicht Ibis (omstreeks 15 na Chr.). Verloren gingen Ovidius’ tragedie Medea, een Gigantomachia en het gedicht Nux. De werken van Ovidius werden eeuwenlang en tot vandaag regelmatig herdrukt en heruitgegeven, ook in het Nederlands.

Engelse vertaling van de Ars Amatoria

De Latijnse tekst van Boek I, Boek II en Boek III.

De Metamorfosen (Latijn / Nederlands)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.