Hoe de Engelenburcht aan zijn naam kwam

Weinig gebouwen in Rome hebben zo intens deelgenomen aan de dramatische lotgevallen van de Eeuwige Stad als de Engelenburcht. Het complex, dat de Nederlandse reisauteur Leo van Egeraat in zijn originele ‘Gids voor Rome’ (eerste druk, 1956) een beetje oneerbiedig een ‘botervlootachtig monument’ noemt, was oorspronkelijk het mausoleum van Hadrianus (117-138). Het werd in 135 gebouwd door de architect Demetrianus.

Vier jaar later, dus kort na de dood van de keizer op 10 juli 138 (hij was 62), werd het voltooid door diens adoptiefzoon en opvolger Antoninus Pius (138-161) die hier later zelf zou worden bijgezet. Het grafmonument volgde grotendeels het model van het mausoleum van Augustus dat sinds de dood van Nerva in 98 helemaal volzet was. Dat klinkt een beetje onwaarschijnlijk voor zo’n gigantisch complex, maar ook na hun dood hadden de keizers en hun familie blijkbaar heel wat ruimte nodig.

Hadrianus was dus verplicht dringend uit te kijken naar een nieuw en stijlvol familiegraf. Dat bouwde hij uiteindelijk op de plek van de toenmalige tuinen van Domitianus. Het mausoleum kreeg vorm op een vierkant podium van 84 m bij 84 m met daarop een 20 m hoge ronde bovenbouw waarop een grafheuvel werd aangelegd met een doorsnede van 64 m.

Bovenop deze heuvel zou zich een cilindervormig tempeltje bevonden hebben met de urne van Hadrianus, maar die bewering is onzeker en nooit wetenschappelijk bewezen.Op de heuvel bevond zich wel een bronzen vierspan met het beeld van de keizer. Op elk van de hoeken van de onderbouw stond een beeld van een soldaat die twee steigerende paarden in toom trachtte te houden. Het geheel was versierd met veel beelden en verguld beslag.

Het vierkante bakstenen gedeelte van de Engelenburcht dat we vandaag zien en waarop het cilindervormige deel rust, is middeleeuws, de oorspronkelijke vierkante onderbouw van Hadrianus bevindt zich nu onder het straatniveau. Van de huidige cilindervormige constructie is enkel het onderste stuk origineel, namelijk tot net onder de wapens van paus Alexander VI die we onder de loggia zien. Dit deel was destijds met marmer bedekt.

Het deel boven de wapens van Alexander VI werd later tijdens opeenvolgende bouwfasen toegevoegd. Het hoogste punt van de huidige Engelenburcht stemt wel ongeveer overeen met het hoogste punt van het oude mausoleum, maar de basis van het mausoleum bevond zich zoals gezegd veel lager, namelijk acht meter lager dan dit van het huidige gebouw.

Toen Aurelianus in 270 een verdedigingsmuur rond de stad liet bouwen, werd het mausoleum van Hadrianus daarin opgenomen en verbouwd tot een burcht met hoektorens zodat de grafheuvel een bruggehoofd werd voor de Pons Adrianus of Pons Aelius uit 134 na Chr., de voorloper van de huidige Engelenbrug.

In 410 werd de tombe, net als de rest van Rome, door Alarik geplunderd. Enkele decennia later gebruikte de ostrogoot Theodorik (474-526) het complex als gevangenis. In 537 bekogelden de Byzantijnen vanaf de burcht de Goten onder Vitigis, met de stukgeslagen bronzen beelden die het mausoleum versierden.

Het jaar 590 betekende het ‘moment suprème’ in de geschiedenis van het gebouw. In dat jaar werd Rome door een pestepidemie getroffen die maar niet leek te eindigen. In deze bijzonder woelige tijden kwam bij alle ellende inderdaad ook nog eens de gesel van een nooit geziene epidemie die talloze slachtoffers maakte.

De pas verkozen paus Gregorius (590-604) beschrijft het Rome van die tijd als volgt: ‘Overal zien we niets dan rouw, horen we niets dan verzuchtingen. Rome, eertijds de heerseres van de wereld, krimpt ineen onder de ruïnes van zijn monumenten. Waar is de senaat, waar is het volk? Er is niets meer overgebleven dan een ellendige menigte, elke dag blootgesteld aan het zwaard der barbaren’.

De paus liet veertig processies in de stad rondgaan om het einde van de pest af te smeken. Toen de laatste processie vanuit de San Lorenzo in Lucina vertrokken was en zich op de brug voor het mausoleum van Hadrianus bevond, zag de paus in een visioen de aartsengel Michaël op de grafheuvel neerdalen en zijn wrekende en vlammende zwaard in de schede steken. De paus begreep dat zijn gebeden verhoord waren en dat er eindelijk een einde kwam aan de pest. Zo is de naam ‘Engelenburcht’ ontstaan.

De voormelde Alarik I, ook wel Alarich of Alaricus genoemd (370-410) was van 390 tot 410 legeraanvoerder (dux) en later koning van de ariaanse Visigoten (West-Goten) in de Balkan. Hij vocht eerst tegen de Romeinen in Thracië, maar sloot een verdrag met de Oost-Romeinse keizer Theodosius I, die hij in 394 bij de verovering van het westelijk rijksdeel bijstond.

Na Theodosius’ dood trokken de Visigoten vanuit Thracië, op zoek naar nieuwe woonplaatsen, in de periode 395-396 alles verwoestend door Macedonië en Griekenland. De Romeinse regent en opperbevelhebber Stilicho, de voogd van Theodosius’ beide zoons, de keizers Arcadius (in het oosten) en Honorius (in het westen), werd gehandicapt door wantrouwen van Arcadius en kon de opdringende Visigoten niet tot staan brengen. Arcadius benoemde Alarik, om hem uit het Oosten weg te manoeuvreren, in 396 tot magister militum per Illyricum.

In 401 viel Alarik onverwachts Italië binnen, maar werd door Stilicho (die daartoe Romeinse troepen aan Britannia moest onttrekken) in 403 tot de terugtocht naar Illyrië gedwongen. Om zijn volk een verzekerd bestaan te verschaffen wilde Alarik zich ook in het Westen als magister militum of als foederatus (bondgenoot van de Romeinen) doen erkennen. Tijdens zijn onderhandelingen daarover met Stilicho werd deze laatste echter van verraad verdacht en in 408 op bevel van zijn schoonzoon keizer Honorius in de residentie Ravenna vermoord.

Aan het westerse hof kreeg nu het anti-Germaanse element de overhand: Alarik rukte opnieuw Italië binnen en bedreigde ditmaal Rome (408-409). Toen nieuwe besprekingen op niets uitliepen, werd Rome op 14 augustus 410 door de Visigoten ingenomen en drie dagen lang geplunderd. Door moeilijkheden met de voedselvoorziening moest Alarik zich al gauw terugtrekken naar Zuid-Italië, waar hij een overtocht van de Visigoten naar Afrika voorbereidde.

Alarik stierf echter in datzelfde jaar, waarna hij samen met een deel van zijn schatten in de bedding van de rivier de Busento begraven werd. Naar het graf van Alarik en deze schatten is eeuwenlang tevergeefs gezocht. Tot vandaag zijn er schatgravers die denken te weten waar ze het goud en de edelstenen uit het graf van Alarik kunnen vinden.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.