Archive for 10 januari 2018

Kunstenaar Louis ‘Lowie’ Peeters: geliefd in Italië, onbekend in België

10 januari 2018

Op 1 februari  is het precies twintig jaar geleden dat Louis (Lowie) Peeters (1931-1998) overleed. Het is een naam die weinig mensen zullen kennen. Deze kunstenaar uit Oud-Turnhout wordt op 2, 3 en 4 februari, telkens van 10 tot 18 uur, herdacht met een tentoonstelling in de Watermolen van Retie. Het Het is een kleine expo met enkele van zip topwerken in oude eik, Portugese leisteen en witte marmer uit zijn Italiaanse periode. Lowie Peeters was een veelzijdige artiest die actief was als dichter en beeldhouwer, maar ook als ontwerper, tekenaar en schilder. Die veelzijdigheid was een enorme troef maar tevens zijn grootste handicap. Lowie paste niet in een bepaald vakje en werd daardoor totaal vergeten. Op het internet vind je van deze kunstenaar geen enkel spoor.

Maar in Italië was hij wel bekend.  In opdracht maakte Louis Peeters in 1971 portretten in Portugese leisteen, onder meer van paus Paulus VI en van de actrice Sofia Loren met haar zoon Carlo. Nadien volgen nog portretten in leisteen van Lode Craeybeckx, burgemeester van Antwerpen, van componist Johann Strauss en van de populaire zanger Roy Black. Met het prachtige borstbeeld van paus Paulus VI slaagde Lowie Peeters erin om een plaats te veroveren in de Vaticaanse Musea in Rome. Heel weinig Vlamingen hebben hem dat ooit voorgedaan. Paulus VI stond van 1963 tot 1978 aan het hoofd van de Rooms-katholieke kerk en was de voorganger van paus Johannes Paulus I. Lowie vervaardigde het pausbeeld in 1971 uit Portugese leisteen, zijn geliefkoosde steen.

Lowie Peeters werd op zaterdag 31 oktober 1931 geboren als Henricus Ludovicus Peeters. Zijn eerste tentoonstelling heeft plaats in Retie, in het plaatselijke studentenlokaal (1961).  Maar het zou nog bijna tien jaar duren vooraleer hij echt als een artiest door het leven zou gaan.  In de jaren ’60 van de vorige eeuw werkte Louis Peeters als binnenhuisarchitect en als onderwijzer in de beeldhouwkunst.

De kritieken waren nochtans niet slecht. Zo schreef het ‘Nieuwsblad van Mol’: “Juist door het uitwerken van interieurs hetzij woonkamers, hetzij inkomhalls, stelde hij vast dat er geen kunstenaars waren die zijn ideeën konden uitwerken.  En, waar hij tussendoor al eens in hout gebeiteld had, beproefde hij een nieuw materiaal, dat het best zijn ideeën kan uitwerken: de leisteen.  Die werd al snel een volwaardige grondstof voor kunstuiting.Peeters weet het bas-reliëf als decoratief element te gebruiken met een verbazend resultaat.”

Na twee tentoonstellingen in eigen land (Hasselt en Namen), ingericht door het toenmalige Economisch en Sociaal Instituut voor de Middenstand, vestigde Louis Peeters zich in 1970  in Italië.  Zijn werken in leisteen vielen er onmiddellijk in de smaak maar ook in de prijzen. De Italiaanse pers schrijft: “Zijn onderwerpen ontstaan uit een onweerstaanbare dwang en naargelang de invallen van zijn dichterlijke visioenen herinnerend aan tijd en ruimte.  Opmerkelijk is een beeld van Jesus Christus dat getuigt van grootse macht en betovering in dewelke de beeldhouwer er is in geslaagd om een verheven zachtheid en uitdrukkingskracht in te boezemen.”

Begin 1972 start Louis Peeters met een rondreizende tentoonstelling doorheen Duitsland waar hij door de critici gunstig wordt onthaald.  Na de opening in Bensberg volgen nog acht Duitse steden, waaronder Keulen en Soest.  Ook onze Noorderburen kunnen een enkele maal kennismaken met de halfverheven beeldhouwwerken van Peeters in ’s-Hertogenbosch. De critici zijn lovend: “De techniek is als het ware schilderend beeldhouwen.  Als non-conformist ligt zijn stijl tussen primitief futurisme en neorenaissance, zonder surrealist te zijn.  Zijn werk getuigt van expressievolle inspiratie, originele humor, gevoel voor detail en een vleugje romantiek.”

In 1975 begint voor Louis Peeters een nieuw avontuur in Italië.  Hij strijkt neer in Paliano (provincie Frosinone), tussen Rome en Napels.  Eerst zet hij het nabijgelegen Serrone en vervolgens het gehele dorp Paliano op papier (pentekeningen en aquarellen). Deze opdracht krijgt hij in 1976 naar aanleiding van het Europese Jaar van het Bouwkundig Erfgoed.  Dat is ook het jaar dat Louis Peeters twee fresco’s van drie bij twee meter schildert, eentje op de gevel van de Santa Maria-kerk, een andere op de gevel van het gemeentehuis van Paliano. In de Corriere di Frosinone lezen we: “Louis Peeters heeft door zijn oplettende oog een ware sluier opgelicht en ontmoette onze kleine fonteinen, torens en pleintjes, gebarsten huizen met schaduw en licht en de zuivere berglucht.”

Aan het einde van de jaren ’70, begin ’80 keert Louis Peeters terug naar België met tentoonstellingen in Kasterlee, Keerbergen, Herentals en Damme, de bruiloftstad van Karel de Stoute. Geen wonder dat Louis Peeters (voortaan ‘Lowie’) zich vestigde aan de kust. Zijn werken zijn nu ook te zien in de culturele centra van Westkapelle en Knokke-Heist (C.C. Scharpoord), waarna het een tijdje stil wordt rond ‘de lachende beeldhouwer’. In die periode kan je wekelijks zijn cursiefjes horen die hij zelf voorleest op de regionale radio Valko.

Pas in 1988 verschijnt Lowie opnieuw ten tonele.  In ‘De Stulpe’, zijn nieuwste werkplaats in Westkapelle, worden nieuwe kunstwerken bedacht en vervaardigd in hout.  Meestal gaat het om driedimensionale uitbeeldingen van samengestelde woorden.  Zoals een borstel (borst/stel) of een muizenis (muizen/nis). “Lowie Peeters is niet in één kastje te krijgen: hij schildert, hij tekent, hij schrijft en hij beeldhouwt.  In de meeste van zijn werken, ook in zijn sculpturen in leisteen, marmer en hout, is een onnavolgbare techniek met humoristische inslag terug te vinden”, schrijft De Zwinkrant.

Na hard zwoegen, volgen in 1989 tentoonstellingen in Sluis (Nederland), Oostkerke, Oostende en in ‘Den Bemd’ in Retie. Bij het 900-jarige bestaan van Oostkerke in 1989 maakt Lowie 26 prachtige pentekeningen van deze poldergemeente. Voorts werkt hij mee als illustrator van het ‘Humorblad’ dat wekelijks gratis wordt verspreid aan de Oostkust.

Eind 1990 gaat Lowie op zoek naar een andere formule van exposeren.  In plaats van naar de mensen toe te gaan, moeten de mensen nu naar hem toe komen.  Hij opent in Damme een ‘ateljee’ in het middeleeuwse pand ‘De Oude Beurs’ waar zijn houtsculpturen en tekeningen permanent worden tentoongesteld.  Wie geluk heeft kan de kunstenaar er ‘live’ aan het werk zien.

“Een artiest moet niet alleen techniek hebben, hij moet ook over veel fantasie beschikken.  En dat laatste heeft Lowie Peeters zeker, want deze fantasierijke duizendpoot is een humoristisch man, iemand die eenvoudig wil leven en werken tussen wie van hem houdt. Het is inderdaad voor een stuk beredeneerd wat hij doet, vooraf geschetst, maar toch blijft een groot stuk improvisatie in de groei geborgen”, schrijft de krant Het Volk in die periode.

Deze werkwijze typeert niet enkel de manier waarop zijn kunstwerken tot stand komen, maar bovendien zijn ze kenmerkend voor zijn levenswandel: voor een stuk beredeneerd, vooraf geschetst, maar grotendeels afhankelijk van de inspiratie van het ogenblik.

In de jaren ’90 keert Lowie uiteindelijk terug naar zijn geboortestreek, de Antwerpse Kempen.  Een oude belofte en een diep verlangen zijn daardoor uitgekomen. Hij verblijft er in ‘De Linde’ in Retie en werkt er gedurende twee jaar aan zowat 100 nieuwe pentekeningen, omdat het beeldhouwen voortaan teveel fysieke kracht vergde.  Geen water- of windmolen, geen kapelletje of waterplas, geen sneeuwlandschap of karrespoor in de streek ontsnapte aan het oog van de tekenaar. Deze werken waren in 1995 te zien op de laatste tentoonstelling van Lowie Peeters in ‘De Linde’ in Retie, bijna 35 jaar na zijn eerste expo in diezelfde gemeente. Louis ‘Lowie’ Peeters overleed op zondag 1 februari 1998.

Vele jaren later, in 2015, verscheen voor het eerst een 110 bladzijden tellend boek over Louis Peeters, met als titel Bamiskoppen uit Corsendonk. Het bevatte teksten en tekeningen van de kunstenaar en werd in beperkte oplage (80 exemplaren) in eigen beheer uitgegeven door zijn broer Rik Peeters. Nu, twintig jaar na het overlijden van Lowie, wil de familie ook de inventaris opmaken van al zijn beeldhouwwerken om ze van de vergetelheid te redden. De kunstenaar heeft in de jaren ’60 van de vorige eeuw in vele Kempense villa’s kunstwerken gemaakt die vast verbonden zijn met de structuur van de woningen. Zo maakte hij taferelen in leisteen, in basreliëf, verwerkt in schouwmantels of onder de trap in de inkomhal.

Later kwamen de kunstwerken los van de woning en evolueerden ze van twee naar drie dimensies. Lowie Peeters was gefascineerd door de Italiaanse grootmeesters en droomde van een eigen plek in de kunstwereld. Hoewel een vergelijking met Michelangelo of Rafaël helemaal niet aan de orde is, verdient het oeuvre van Lowie Peeters zeker een plaats in de Vlaamse kunstgeschiedenis.

In 1970, 1971, 1972 en 1973 behaalde Lowie Peeters in Rome vier keer op rij de eerste prijs van een internationale kunsttentoonstelling in de categorie beeldhouwwerken:

* 1970 – Jezus Christus (Il Cristo), beeld in oude eik.

De buste van Jezus Christus in oude eik levert Louis Peeters in 1970 de eerste prijs op, een gouden medaille en een speciale oorkonde, tijdens de tweede collectieve internationale kunsttentoonstelling Un Quadre Per l’Estate in Rome, ingericht door ‘Finestra sul mondo’.  Hij ontvangt de prijs op 23 juni 1970 uit handen van kardinaal Dino Staffa. Aansluitend exposeerde Louis ook in ‘Il Grifo’ in Grosseto (Toscane).

* 1971 – Vader en zoon: beeld in oude eik.

Louis Peeters woonde verschillende jaren in Rome.  Hij exposeerde er in de kunstgalerijen ‘La Tor Sanguigna’ en het ‘Palazzo dell Esposizione’. Daar is ook het beeld ‘Vader en zoon’ te zien, een kunstwerk in oude eik, waarmee hij opnieuw de eerste prijs wegkaapt op de internationale kunsttentoonstelling Pittori d’oggi in Rome, opnieuw ingericht door ‘Finestra sul mundo’.  Hij krijgt er op 9 maart 1971 een gouden medaille en een speciale oorkonde van het Italiaanse Ministerie van Buitenlandse Zaken en een beker van de Kamer van Koophandel van Rome.

* 1972 – Emancipatie (Croce Bellissima), beeld in Portugese leisteen.

In maart 1972 staat Louis andermaal in het midden van de belangstelling in Rome. Met het werk ‘Croce Bellissima’ (Emancipatie) in leisteen wint hij de eerste prijs. Hij krijgt uit handen van signore Ravalli, de gouverneur van Rome, een speciale oorkonde en de zilveren beker van de gouverneur. De tentoonstelling Rassegna internazionale d’arte contemporanea werd ingericht door ‘Arte Nel Mondo’ en toonde in het Palazzo delle Esposizione de werken van 106 schilders en 38 beeldhouwers uit verscheidene landen. Op 7 maart 1972 exposeert Louis een dag lang in een tram die de binnenstad van Rome doorkruist. Er hangen zo’n 40 schilderijen en het beeld ‘Eva’ in oude eik. Heel wat Romeinen keken die dag blij en verrast door deze originele opstelling. “Dalla terra dei Rubens e dei Rembrandt le sculture su lavagna di Louis Peeters”, aldus een kop in de Italiaanse pers. Regelmatig keert Louis Peeters terug naar zijn heimat om er zijn gelauwerde werken te tonen, o.a. tweemaal in Postel, Mol en Zichem; en ook in zijn geboortedorp Oud-Turnhout, in Geel en Turnhout.

* 1973 – Obi Es? (Waar zijt gij?), beeld in Portugese leisteen.

In mei 1973 wint Louis voor de vierde keer op rij een belangrijke prijs in Rome. Met ‘Ubi Es?’ (Waar zijt gij?) in leisteen krijgt hij een gouden medaille en felicitaties van aartsbisschop Pietro Sfair.  De tentoonstelling ‘Premio Internazionale Nuovo Dimensioni nell’arte’ heeft plaats in het Palazzo delle Esposizioni en werd gesponsord door Clelio Darida, de burgemeester van Rome.

De familie van Louis ‘Lowie’ Peeters vraagt aan iedereen die een werk van deze kunstenaar in bezit heeft, om een seintje te geven via tompeeterstp4@icloud.com. Het is de bedoeling een zo volledig mogelijke inventaris van zijn werk op te stellen. Mogelijk verschijnt dit jaar een tweede boek over de kunstenaar met een overzicht van zijn beeldhouwwerken, schilderijen en tekeningen.

De vrouw die een paus liet vermoorden in de Engelenburcht

10 januari 2018

Het Castel Sant’Angelo of de Engelenburcht heeft eeuwenlang dienst gedaan als gevangenis en transformeerde geleidelijk tot een versterkte vesting en burcht. Op een bepaald moment werd bovenop het voormalige mausoleum van keizer Hadrianus, dat intussen was uitgegroeid tot een enorm complex, zelfs een hoge toren gebouwd.

We bevinden ons in de tiende eeuw, de zogenaamde IJzeren of Donkere Eeuw, zoals deze periode vooral in de kerkgeschiedenis wordt genoemd. Eén vrouw bepaalde in deze woelige periode wie paus werd, wie bleef leven of werd vermoord ten voordele van een nieuwe kandidaat: de Romeinse artistocrate Marozia.

Het was de beschamende periode waarvoor de Kerkelijke Annalen de termen ‘pornocratie’ en ‘bewind der courtisanes’ gebruiken. De benaming slaat ook op de toestanden van wanorde en chaos die kenmerkend waren voor de Duitse en Italiaanse rijken, en op het morele verval van Rome en de kerk.

In 928 werd paus Johannes X (914-928) door de lokale adel afgezet en in het mausoleum opgesloten waar hij in 929 gewurgd werd. Dat gebeurde in opdracht van de invloedrijke Romeinse aristocrate Marozia of Marotia, wiens zoon kort daarna paus werd, zijnde Johannes XI (931-935). Volgens één bron (Liudprand van Cremona) was Johannes XI de zoon van paus Sergius III (904-911) met wie zijn moeder enkele jaren eerder een verhouding zou gehad hebben.

Velen hebben wellicht nog nooit gehoord van deze Marozia. Zij was de dochter van de Romeinse senator en pauselijke vestiarius (schatbewaarder) Theophylactus. Samen met haar moeder, Theodora, heerste zij in Rome en Midden-Italië ten tijde van het diepste morele en politieke verval van de Heilige Stoel. Zij trouwde driemaal, eerst (omstreeks 905) met Alberik I van Spoleto, in 925 met Guido van Toscane en in 932 met Hugo van Arles.

Op paus Sergius III (904-911) had zij een zeer grote invloed (zoals vermeld is zij volgens de chroniqueur Liudprand van Cremona de geliefde van deze paus geweest en was de latere paus Johannes XI hun zoon) maar daarna kwam zij in strijd met zijn opvolger, Johannes X, die ook was ingegaan op de avances van Marozia, maar die een einde maakte aan de verhouding toen hij paus werd. Dat was niet naar de zin van Marozia.

De strijd eindigde met de overwinning van de machtige Marozia: de paus werd in de Engelenburcht gedood en Marozia kreeg vervolgens dezelfde waardigheden als haar eerste gemaal: senatrix en patricia (928). Daardoor beschikte ze vrij over de pauselijke stoel, die zij achtereenvolgens aan Leo VI, Stefanus VII en Johannes XI toevertrouwde.

Johannes XI werd in maart 931 door zijn moeder benoemd als opvolger van Stefanus VII (928-931), een onbeduidende kardinaal-priester die door toedoen van Marozia was benoemd tot een soort interimpaus omdat hij eenvoudig door haar te manipuleren was en van wie de geschiedenis zich enkel nog zijn naam herinnert. Het was Marozia die besliste wat er in het Vaticaan gebeurde. Enkele geschiedschrijvers vermoeden dat ook Stefanus VII werd vermoord, maar dat is niet met zekerheid geweten.

In ieder geval zat nu haar zoon Johannes XI op de pauselijke troon, al beleefde die weinig plezier aan zijn nieuwe job. Een jaar later werd hij immers door zijn halfbroer Alberik II gevangengenomen en in de gevangenis gegooid, waar hij ook zou sterven. Alberik II, de zoon van Marozia uit haar eerste huwelijk, organiseerde na haar echtverbintenis met Hugo van Arles immers een opstand tegen zijn moeder en wierp haar op haar beurt in de gevangenis (932), en volgde dus het lot van haar zoon Johannes XI.

Over hoe Marozia aan haar einde kwam is niets overgeleverd, vermoedelijk is zij eveneens in gevangenschap overleden. Wie weet gebeurde dat ook in de Engelenburcht, maar het is niet met zekerheid geweten of daar in die tijd ook vrouwen werden opgesloten. Er is ook geen bron die bevestigt dat zij in de gevangenis stierf.

De Donkere Eeuw was echter nog lang niet voorbij. Johannes XII (937-964), de kleinzoon van Marozia en de zoon van Alberik II van Spoleto, was in december 955 paus Agapitus II opgevolgd, wat behalve een naamsverandering weinig verandering in zijn liederlijke levenswandel bracht. Hij wordt omschreven als de meest onwaardige paus van de IJzeren Eeuw.

De Saksische koning Otto I (diens keizerkroning op 2 februari 962 werd het begin van het ‘Duitse’ keizerschap) liet op 4 december 963 de liederlijke paus afzetten. De paus vluchtte, maar nam wel al het geld van de Kerk mee. In februari 964 keerde hij terug in Rome, waar hij (naar verluidt tijdens een liefdesavontuur) een beroerte kreeg. De Romeinen kozen toen Benedictus V als paus, die echter al snel moest wijken voor Leo VIII, de favoriete paus van keizer Otto I.

Gedurende de volgende eeuwen was de Engelenburcht de inzet van een verbeten strijd tussen pausen, antipausen, keizerlijke troepen en lokale Romeinse adel. Verschillende pausen stierven in de donkere kelders van het Castel Sant’Angelo. Paus Nicolaas V (1447-1455) liet boven het antieke gedeelte van het mausoleum een bakstenen verdieping bouwen, hij wilde het gebouw voortaan gebruiken als residentie gezien de malaria in die tijd ongenadig toesloeg in de omgeving van de Sint Pietersbasiliek. Op de hoeken van de ommuring plaatste hij donjons die kort daarna door Alexander VI Borgia (1492-1503) vervangen werden door vier achthoekige hoekbastions, ze kregen de namen van de vier evangelisten.

Het was onder dit pontificaat dat kardinaal Giovanni Battista Orsini in de burcht opgesloten werd op beschuldiging van een poging de paus te vergiftigen. De moeder van Orsini wist dat Alexander VI een zwak had voor juwelen en edelstenen, ze bood hem een grote, zeldzame en uiterst kostbare parel aan in ruil voor het leven van Orsini. De paus zag wel wat in het voorstel, maar in ruil voor de parel bezorgde hij haar het lijk van de kardinaal.

De burcht kende enkele illustere gevangenen zoals Cesare Borgia de zoon van dezelfde Alexander VI, Benvenuto Cellini (1500-1571) de schepper van o.a. de Perseus in Firenze en natuurlijk Beatrice Cenci. Over deze laatste dame hebben we het binnenkort. Cellini, die op de muren van zijn cel met houtskool God de Vader en een verrezen Christus had getekend, is er ooit als enige in geslaagd om uit de Engelenburcht te ontsnappen; wel brak hij hierbij een been.

De Sacco di Roma begon op 6 mei 1527 toen 40.000 soldaten van keizer Karel V Rome innamen en de stad gedurende negen maanden leegplunderen. Daarbij werden dramatische verwoestingen aangericht en werden duizenden inwoners gedood. Clemens VII Medici (1523-1534) vluchtte met zijn gevolg naar de Engelenburcht waar hij gedurende zes maanden gevangen werd gehouden, terwijl de Sint Pietersbasiliek dienst deed als paardenstal. Dit betekende het einde van de renaissance in Rome.

Erasmus schreef dat niet alleen de stad maar de hele wereld ten onder was gegaan. Na die gebeurtenissen zouden verschillende pausen het mausoleum van comfort voorzien en uitbouwen tot een, in geval van nood, waardige residentie. Tussen 1849 en 1870 werd de Engelenburcht bezet door Franse troepen. Na de éénwording van Italië werden de grachten gedempt en werd de burcht een kazerne en opnieuw een gevangenis.