De vrouw die een paus liet vermoorden in de Engelenburcht

Het Castel Sant’Angelo of de Engelenburcht heeft eeuwenlang dienst gedaan als gevangenis en transformeerde geleidelijk tot een versterkte vesting en burcht. Op een bepaald moment werd bovenop het voormalige mausoleum van keizer Hadrianus, dat intussen was uitgegroeid tot een enorm complex, zelfs een hoge toren gebouwd.

We bevinden ons in de tiende eeuw, de zogenaamde IJzeren of Donkere Eeuw, zoals deze periode vooral in de kerkgeschiedenis wordt genoemd. Eén vrouw bepaalde in deze woelige periode wie paus werd, wie bleef leven of werd vermoord ten voordele van een nieuwe kandidaat: de Romeinse artistocrate Marozia.

Het was de beschamende periode waarvoor de Kerkelijke Annalen de termen ‘pornocratie’ en ‘bewind der courtisanes’ gebruiken. De benaming slaat ook op de toestanden van wanorde en chaos die kenmerkend waren voor de Duitse en Italiaanse rijken, en op het morele verval van Rome en de kerk.

In 928 werd paus Johannes X (914-928) door de lokale adel afgezet en in het mausoleum opgesloten waar hij in 929 gewurgd werd. Dat gebeurde in opdracht van de invloedrijke Romeinse aristocrate Marozia of Marotia, wiens zoon kort daarna paus werd, zijnde Johannes XI (931-935). Volgens één bron (Liudprand van Cremona) was Johannes XI de zoon van paus Sergius III (904-911) met wie zijn moeder enkele jaren eerder een verhouding zou gehad hebben.

Velen hebben wellicht nog nooit gehoord van deze Marozia. Zij was de dochter van de Romeinse senator en pauselijke vestiarius (schatbewaarder) Theophylactus. Samen met haar moeder, Theodora, heerste zij in Rome en Midden-Italië ten tijde van het diepste morele en politieke verval van de Heilige Stoel. Zij trouwde driemaal, eerst (omstreeks 905) met Alberik I van Spoleto, in 925 met Guido van Toscane en in 932 met Hugo van Arles.

Op paus Sergius III (904-911) had zij een zeer grote invloed (zoals vermeld is zij volgens de chroniqueur Liudprand van Cremona de geliefde van deze paus geweest en was de latere paus Johannes XI hun zoon) maar daarna kwam zij in strijd met zijn opvolger, Johannes X, die ook was ingegaan op de avances van Marozia, maar die een einde maakte aan de verhouding toen hij paus werd. Dat was niet naar de zin van Marozia.

De strijd eindigde met de overwinning van de machtige Marozia: de paus werd in de Engelenburcht gedood en Marozia kreeg vervolgens dezelfde waardigheden als haar eerste gemaal: senatrix en patricia (928). Daardoor beschikte ze vrij over de pauselijke stoel, die zij achtereenvolgens aan Leo VI, Stefanus VII en Johannes XI toevertrouwde.

Johannes XI werd in maart 931 door zijn moeder benoemd als opvolger van Stefanus VII (928-931), een onbeduidende kardinaal-priester die door toedoen van Marozia was benoemd tot een soort interimpaus omdat hij eenvoudig door haar te manipuleren was en van wie de geschiedenis zich enkel nog zijn naam herinnert. Het was Marozia die besliste wat er in het Vaticaan gebeurde. Enkele geschiedschrijvers vermoeden dat ook Stefanus VII werd vermoord, maar dat is niet met zekerheid geweten.

In ieder geval zat nu haar zoon Johannes XI op de pauselijke troon, al beleefde die weinig plezier aan zijn nieuwe job. Een jaar later werd hij immers door zijn halfbroer Alberik II gevangengenomen en in de gevangenis gegooid, waar hij ook zou sterven. Alberik II, de zoon van Marozia uit haar eerste huwelijk, organiseerde na haar echtverbintenis met Hugo van Arles immers een opstand tegen zijn moeder en wierp haar op haar beurt in de gevangenis (932), en volgde dus het lot van haar zoon Johannes XI.

Over hoe Marozia aan haar einde kwam is niets overgeleverd, vermoedelijk is zij eveneens in gevangenschap overleden. Wie weet gebeurde dat ook in de Engelenburcht, maar het is niet met zekerheid geweten of daar in die tijd ook vrouwen werden opgesloten. Er is ook geen bron die bevestigt dat zij in de gevangenis stierf.

De Donkere Eeuw was echter nog lang niet voorbij. Johannes XII (937-964), de kleinzoon van Marozia en de zoon van Alberik II van Spoleto, was in december 955 paus Agapitus II opgevolgd, wat behalve een naamsverandering weinig verandering in zijn liederlijke levenswandel bracht. Hij wordt omschreven als de meest onwaardige paus van de IJzeren Eeuw.

De Saksische koning Otto I (diens keizerkroning op 2 februari 962 werd het begin van het ‘Duitse’ keizerschap) liet op 4 december 963 de liederlijke paus afzetten. De paus vluchtte, maar nam wel al het geld van de Kerk mee. In februari 964 keerde hij terug in Rome, waar hij (naar verluidt tijdens een liefdesavontuur) een beroerte kreeg. De Romeinen kozen toen Benedictus V als paus, die echter al snel moest wijken voor Leo VIII, de favoriete paus van keizer Otto I.

Gedurende de volgende eeuwen was de Engelenburcht de inzet van een verbeten strijd tussen pausen, antipausen, keizerlijke troepen en lokale Romeinse adel. Verschillende pausen stierven in de donkere kelders van het Castel Sant’Angelo. Paus Nicolaas V (1447-1455) liet boven het antieke gedeelte van het mausoleum een bakstenen verdieping bouwen, hij wilde het gebouw voortaan gebruiken als residentie gezien de malaria in die tijd ongenadig toesloeg in de omgeving van de Sint Pietersbasiliek. Op de hoeken van de ommuring plaatste hij donjons die kort daarna door Alexander VI Borgia (1492-1503) vervangen werden door vier achthoekige hoekbastions, ze kregen de namen van de vier evangelisten.

Het was onder dit pontificaat dat kardinaal Giovanni Battista Orsini in de burcht opgesloten werd op beschuldiging van een poging de paus te vergiftigen. De moeder van Orsini wist dat Alexander VI een zwak had voor juwelen en edelstenen, ze bood hem een grote, zeldzame en uiterst kostbare parel aan in ruil voor het leven van Orsini. De paus zag wel wat in het voorstel, maar in ruil voor de parel bezorgde hij haar het lijk van de kardinaal.

De burcht kende enkele illustere gevangenen zoals Cesare Borgia de zoon van dezelfde Alexander VI, Benvenuto Cellini (1500-1571) de schepper van o.a. de Perseus in Firenze en natuurlijk Beatrice Cenci. Over deze laatste dame hebben we het binnenkort. Cellini, die op de muren van zijn cel met houtskool God de Vader en een verrezen Christus had getekend, is er ooit als enige in geslaagd om uit de Engelenburcht te ontsnappen; wel brak hij hierbij een been.

De Sacco di Roma begon op 6 mei 1527 toen 40.000 soldaten van keizer Karel V Rome innamen en de stad gedurende negen maanden leegplunderen. Daarbij werden dramatische verwoestingen aangericht en werden duizenden inwoners gedood. Clemens VII Medici (1523-1534) vluchtte met zijn gevolg naar de Engelenburcht waar hij gedurende zes maanden gevangen werd gehouden, terwijl de Sint Pietersbasiliek dienst deed als paardenstal. Dit betekende het einde van de renaissance in Rome.

Erasmus schreef dat niet alleen de stad maar de hele wereld ten onder was gegaan. Na die gebeurtenissen zouden verschillende pausen het mausoleum van comfort voorzien en uitbouwen tot een, in geval van nood, waardige residentie. Tussen 1849 en 1870 werd de Engelenburcht bezet door Franse troepen. Na de éénwording van Italië werden de grachten gedempt en werd de burcht een kazerne en opnieuw een gevangenis.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.