Archive for 23 januari 2018

Een fraaie brug bevolkt met engelen

23 januari 2018

Wie de Engelenburcht bezoekt kan niet omheen de Ponte Sant’Angelo of de Engelenbrug. Paus Alexander VII (1655-1667) noemde het de mooiste brug van Rome en omschreef deze verbinding over de Tiber nogal lyrisch als ‘de laan die leidt naar de hemelse gastheer, gemaakt om de gelovigen te verwelkomen tot het schrijn van de grote apostel’. Het is inderdaad een mooie brug die bovendien vele bezoekers verleidt tot het nemen van enkele foto’s, al dan niet met de Tiber of de imposante Engelenburcht op de achtergrond.

De drie middelste bogen van de brug behoren tot de antieke Pons Adrianus of Pons Aelius uit 134 na Chr., genaamd naar de geslachtsnaam van keizer Hadrianus naar wiens mausoleum, de huidige Engelenburcht, de brug toen leidde. De overige bogen zijn veel jonger: ze dateren uit de zeventiende eeuw en werden in 1892 herbouwd toen de Tiber werd ingedijkt. Het feit dat deze negentien eeuwen (!) oude brug voor een deeltje behouden bleef mag opmerkelijk lijken, maar is geen unicum: van de duizenden bruggen die in het Romeinse Rijk gebouwd werden bestaan er vandaag nog een honderdtal.

De Romeinen zijn de uitvinders van de ‘cofferdam’ (men gebruikt deze Engelse term in alle talen), zijnde een klein droogdok dat toelaat onder waterniveau te werken. Als materiaal gebruikten ze het puzzolaan-beton, vulkanische aarde genaamd naar Pozzuoli bij Napels, dat zelfs onder water hardde en toeliet behoorlijk snel en op een degelijke manier in rivieren fundamenten te plaatsen. De cofferdam-techniek wordt vandaag nog steeds in de scheepsbouw gebruikt, zij het meestal als een open, lege ruimte tussen compartimenten of tanks in schepen, die belet dat water- en oliehoudende bergingsruimten direct aan elkaar grenzen. Daardoor wordt voorkomen dat een klein lek beide vloeistoffen zou verontreinigen. Cofferdammen dienen ook als brandbeperkingsmiddel; gassen uit olie die door minuscule poriën lekken, kunnen immers direct ontsnappen.

De Ponte Sant’Angelo werd oorspronkelijk de Sint-Pietersbrug genoemd, omdat ze de enige rechtstreekse verbinding was tussen de stad en het Vaticaan. Vooral tijdens een Jubeljaar of Heilig Jaar was het er erg druk. In 1450 werd daarom aan de pelgrims een regeling opgelegd die door Dante in de Divina Comedia (Inferno XVIII, 28) wordt aangehaald: “l’anno del giubileo su per lo ponte hanno a passar la gente molto colto / che dall’un lato hanno la fronte verso il castello e vanno a santo Pietro, dall’ altra sponda vanno verso il monte”, ‘toen in het jubeljaar te Rome de massa die de brug moest overgaan / uit beide richtingen maar aan bleef stromen / bracht men op deze brug een scheiding aan / rechts zag men de burcht en de Pieterskerk opdagen / wie links terugging, zag de heuvel staan’.

Toch kon dit vooruitziende ‘verkeersreglement’ geen drama voorkomen: op een drukke pelgrimsdag (19 september 1450, een Heilig Jaar) sloeg een paard op hol dat bereden werd door twee dames. Het dier veroorzaakte zo’n paniek dat de pelgrims zich massaal tegen de borstweringen drukten. Toen deze het begaven stortten er 176 mensen in de Tiber, daarvan verdronken er 172. Zwemlessen werden in die tijd niet gegeven, wie in dieper water viel riskeerde de verdrinkingsdood. Het verhaal dat de brug zelf helemaal instortte, dat vaak wordt verteld en ook wel in sommige reisgidsen te lezen is, klopt dus niet.

Paus Nicolaas V (1447-1455) liet om die noodlottige dag te herdenken twee kapelletjes oprichten aan de stadskant van de brug, aan de huidige Piazza di Ponte Sant’Angelo. In 1534 werden deze kapelletjes echter afgebroken door paus Clemens VII en vervangen door de twee beelden die er nu nog staan. Eentje is van Petrus, gemaakt door Lorenzetto (1490-1541) de vriend van Rafaël die de Madonna boven diens graf maakte.

Het oudere Paulusbeeld dateert reeds uit 1464 werd gemaakt door Paolo Taccone (1415-1477), een Napolitaan, hoewel men hem Paolo Romano noemde. Over hem vertelde de Florentijnse beeldhouwer, bronsgieter, architect en theoreticus Antonio Filarete dat hij ook een zeer goede goudsmid was. Filarete (1400-1469 raakte vooral bekend door de bronzen deurvleugels voor de hoofdingang van de Sint-Pietersbasiliek die hij in de periode 1433-1445 vervaardigde.

Zijn de bogen van de Engelenbrug nog typisch Romeins, dan geeft de bovenbouw met de beeldenrij een synthese van Gian Lorenzo Bernini’s talent als beeldhouwer, architect en regisseur. Kijk hoe mooi elk afzonderlijk beeld is, en hoe hun beweging afsteekt tegen een vrije achtergrond, tegen de lucht, tegen de hemel waar ze thuishoren. Omdat de beelden in de open lucht staan, lijken de gewaden sierlijk te fladderen in de wind.

Het was Clemens IX (1667-1669) die in 1668 opdracht gaf om op de oude brug tien engelenbeelden te plaatsen met de voorwerpen uit het passieverhaal. Ze werden ontworpen uitgevoerd door de toen zeventigjarige Bernini (1598-1680), die het grootste deel van het werk echter overliet aan zijn leerlingen. Die hebben echter bijzonder fraai werk afgeleverd, hun meester waardig.

Twee beelden die niet door leerlingen maar door Bernini zelf werden gekapt, vond de paus te mooi om op de brug te worden blootgesteld aan weer en wind. Ze kregen een voorlopig onderkomen in de Sant’Andrea delle Fratte, de parochiekerk van Bernini, waar ze nog steeds staan langs het priesterkoor. Op de brug werden ze vervangen door twee kopieën: het gaat om de engelen die de doornenkroon en het INRI-bordje vasthouden (het tweede en het vierde beeld links, geteld vanaf de stadskant en kijkend in de richting van de Engelenburcht.

De eerste engel rechts, eveneens geteld vanaf de stadskant, toont de befaamde geselkolom, waarvan een fragment wordt bewaard in de Zenokapel in de Santa Prassede. In deze kerk bevindt zich een klein oratorium waarin zich een stuk bevindt van deze kolom, vervaardigd uit zeldzaam oosters jaspis. Het gaat om de zuil waaraan Jezus tijdens zijn geseling in het paleis van Pilatus zou vastgebonden zijn. De rest van de zuil bevindt zich nog in Jeruzalem.

Het fragment in de Santa Prassede werd in 1229 bij de zesde kruisvaart, onder de leiding van keizer Frederik II van Hohenstaufen, naar Rome gebracht door kardinaal Giovanni Colonna. Vooral tijdens de paasweek wordt deze relikwie veel bezocht. De afbeelding van de geselkolom is ook te zien op een ‘Aanbidding’ geschilderd door Joos of Justus van Gent (actief in de periode 1460-1480, in Italië bekend als Giusto da Guanto), een doek dat vandaag te zien is in het Metropolitan Museum in New York.

Vanaf de Ponte Sant’Angelo heb je, komende van de stadszijde en wandelend naar de Engelenburcht, aan de rechterzijde een beperkt zicht op het Palazzo della Giustizia of het justitiepaleis. Aan de andere zijde van de brug, richting Sint-Pietersbasiliek, zie je de elegante Ponte Vittorio Emanuele II.

De brug die keizer Nero omstreeks 60 na Chr. op deze plaats liet bouwen was reeds tijdens de vierde eeuw ingestort. De huidige brug, versierd met allegorische groepen en gevleugelde Victoriebeelden, werd kort na de Italiaanse eenwording gepland, maar pas in 1911 voltooid. Naar Romeinse normen is dit dus een behoorlijk jonge realisatie.

Ongeveer halverwege de Engelenbrug zie je rechts onderaan het ronde deel van de Engelenburcht het bakstenen ‘bastione San Giovanni’ dat in 1894 toegevoegd werd, een reconstructie van het bastion van Nicolaas V (1447-1455). Links bevindt zich het oude Mattheus-bastion. Let van hieruit ook op de centrale open loggia van paus Julius II boven de ingang, en op de vensters van de vertrekken van de vice-gouverneur, gebouwd door Clemens XII (1730-1740).