Archive for 24 januari 2018

De Piazza di Ponte Sant’Angelo

24 januari 2018

Het weinig aantrekkelijke ‘plein’ aan de stadskant van de Ponte Sant’Angelo of Engelenbrug, is eigenlijk niet meer dan een wat verbrede drukke verkeersweg. Je zou het vandaag onmogelijk kunnen raden, maar deze plek heeft gedurende eeuwen dienst gedaan als openbare executieplaats. Van hieruit heb je wel een mooi zicht op de Engelenburcht, met helemaal bovenaan links de zogenaamde ‘Klok van barmhartigheid of genade’; deze werd geluid wanneer hier onder grote publieke belangstelling executies plaatsvonden. Eén van de meest tot verbeelding sprekende executies die hier ooit gebeurden, was deze van Beatrice Cenci. Haar tragische verhaal is vele keren verfilmd en op talrijke andere manieren vereeuwigd.

Het is op de huidige Piazza di Ponte Sant’Angelo dat op 11 september 1599 de 22-jarige Beatrice Cenci terechtgesteld werd op beschuldiging van vadermoord. Haar verhaal behoort tot de klassiekers van Rome. De Cenci-familie behoorde tot de oude landadel en heeft nooit echt kunnen aarden in Rome. Ze bleven vooral roofridders. Graaf Francesco Cenci was tijdens de tweede helft van de zestiende eeuw de ergste van allen; keer op keer werd hij veroordeeld wegens manslag, mishandeling of zedenmisdrijven.

Ook zijn familie was het slachtoffer van zijn verdorven inborst: ondanks zijn rijkdom was de man zo gierig jegens zijn kinderen dat zij om eten moesten gaan bedelen. Hij sloot zijn vrouw twee jaar lang op in een kelder en verrichte tijdens zijn leven maar één vrome daad: de bouw van het nog steeds bestaande kerkje San Tommaso a Monte Cenci, vlak naast zijn paleis aan de Tiber.

Nadat zijn vrouw in 1584 was gestorven, hertrouwde Francesco Cenci met Lucrezia Petroni die het niet beter had dan zijn eerste vrouw. Op 9 september 1598 werd Cenci in zijn familiedomein in de Apennijnen door huurmoordenaars overmeesterd. Ze staken hem neer en sloegen hem de schedel in, waarna ze het lijk uit het raam gooiden. Cenci was het slachtoffer geworden van een complot dat (wellicht) gesmeed werd tussen zijn dochter Beatrice, haar broers, haar stiefmoeder en diens minnaar Olimpio Calvetti. Het complot kwam echter aan het licht toen een deel van het vermeende moordenaarsloon, een kostbare ring van Lucrezia Petroni, bij malafide figuren werd aangetroffen.

Tijdens het onderzoek getuigden de broers tegen hun zuster Beatrice, die zoals blijkt uit de bewaard gebleven annalen van het proces, een leidende rol zou (kunnen) gespeeld hebben. Er werd geprobeerd Beatrice bekentenissen te ontlokken door haar te martelen, maar ze bleef ontkennen.

Clemens VIII (Ippolito Aldobrandini), paus van 1592 tot 1605, liet echter zijn begerige oog vallen op de grote landerijen van de familie Cenci die hij na een gerechtelijk vonnis in beslag zou kunnen nemen. Aanvankelijk stond de paus zelfs geen verdedigers toe, later wees hij er zelf een aan, maar het pleidooi leek meer op een aanklacht. Het vonnis was de doodstraf voor alle betrokkenen, behalve voor de jongste zoon, en natuurlijk ook het overheidsbeslag op het vermogen ten bate van de schatkist van de paus.

De Romeinse bevolking was het grondig oneens met de uitspraak en smeekte de paus om gratie. In een ontroerende brief aan kardinaal Aldobrandini, een neef van de paus, stelde Beatrice voor om in ruil voor haar leven op haar kosten de Ponte Rotto bij het Tibereiland te herstellen. Paus Clemens VIII leek onder al die druk enigszins tot mildheid geneigd, maar het noodlot wilde dat net in die periode een aanverwante Cenci zijn moeder vermoordde. De paus vond het nu welletjes, de roof- en moordzuchtige familie Cenci moest een lesje krijgen, het vonnis moest dus voltrokken worden.

Tien seconden vóór de onthoofding op 11 september 1599 werd vanaf de Engelenburcht een kanonschot gelost, waarmee de paus Beatrice een teken gaf dat hij haar vanuit zijn paleiskamer een volle aflaat had geven. Een magere troost voor iemand die vermoedelijk onschuldig was.

De overlevering vertelt dat Beatrice net voor ze onthoofd werd, nog eenmaal omkeek naar de bedrieglijke wereld, waarbij haar blik opgevangen werd door de jonge schilder Guido Reni (1575-1642) die zich tussen de omstaanders bevond. Hij vereeuwigde de laatste oogopslag van Beatrice in het beroemde schilderij, dat nu te zien is in het Museo Barberini. Duizenden Romeinen volgden tijdens de daaropvolgende nacht de stoet toen Beatrice in de San Pietro in Montorio begraven werd.

Ook Beatrice’s stiefmoeder werd onthoofd. Het verhaal wil dat de beul die de klus moest uitvoeren nogal wat moeite had om haar hoofd op het hakblok te leggen vanwege de volheid van haar boezem. De oudste zoon Giacomo werd gevierendeeld. De jongste zoon Bernardo werd vanwege zijn jeugdige leeftijd niet terechtgesteld, hij werd wel verplicht bij de doodvonnissen toe te kijken en daarna veroordeeld tot dwangarbeid op de galeien. De huidige Cenci’s in Rome behoren tot zijn nageslacht.

Sinds de voltrekking van het vonnis zou Beatrice elk jaar tijdens de nacht van 11 september bij de Engelenbrug rondspoken met haar hoofd onder de arm. Ook wordt verteld dat haar schim op een carnavalsnacht Olimpia Borghese de stuipen op het lijf joeg omdat zij een diadeem, een halssnoer en een armband droeg die gemaakt waren met juwelen die Beatrice hadden toebehoord.

Nog steeds wordt elk jaar op Beatrice’s sterfdag een mis voor haar opgedragen in de voormelde San Tommaso a Monte Cenci naast het palazzo Cenci-Bolognetti. Over Beatrice Cenci werden talrijke balladen, romans en toneelstukken geschreven, onder andere door Shelley. Het idee voor deze tragedie kwam van diens vrouw Mary (de auteur van ‘Frankenstein’) toen Shelley haar in Rome opzocht. Ook Stendhal (1783-1842) schreef over Beatrice het verhaal ‘les Cenci’ als eerste novelle van zijn ‘Chroniques italiennes’, dat postuum gepubliceerd werd. Over het leven en het proces van Beatrice Cenci werden tevens verschillende films gemaakt.

Ippolito Aldobrandini (1536-1605) was op 30 januari 1592 Innocentius IX opgevolgd als paus Clemens VIII. Zijn grootse en pronkzuchtige hofhouding en vooral zijn nepotisme werkten zeer storend. Hij benoemde zijn twee neven tot kardinaal, net als Baronius en Robertus Bellarminus, die van 1597 tot 1602 zijn hoftheoloog was. De paus toonde zoals verteld in 1599 geen genade voor Beatrice Cenci, maar evenmin voor Giordano Bruno die in 1600 op de Campo de’ Fiori op de brandstapel stierf.

Hij stond welwillend tegenover de doorvoering van het Concilie van Trente. Zo verbeterde hij niet lang na zijn benoeming tot paus in 1592 de Vulgaat-editie van Sixtus V. De Vulgaat of Vulgata was sinds het einde van de middeleeuwen de naam waarmee de door Hiëronymus omstreeks 400 vertaalde of bewerkte Latijnse bijbeluitgave werd aangeduid. Het Concilie van Trente verklaarde in 1546 van de nog circulerende Latijnse edities alleen de Vulgaat authentiek en schreef deze voor bij openbaar gebruik. Een uitgave van de zuivere tekst kwam na veel moeilijkheden tot stand onder Clemens VIII, de zogenaamde editio Sixto-Clementina. Zij bleef tot nu toe de officiële tekst.

Op 23 december 1595 bevestigde Clemens VIII de Unie van Brest, waardoor de Ruthenen of Roethenen onder Poolse heerschappij in de Rooms-Katholieke Kerk werden opgenomen. Die overeenkomst werd pas in 1946 door de toenmalige USSR vervallen verklaard. Ruthenen was tijdens de dubbelmonarchie Oostenrijk-Hongarije de benaming voor de Oekraïners die in Galicië en Hongarije woonden. In het kerkelijk spraakgebruik duidde men vroeger met de naam Roethenen de rooms-katholieke Oekraïners aan. Het grafmonument van Clemens VIII bevindt zich in de Cappella Borghese van de Santa Maria Maggiore in Rome.