Het stadhuis van Rome

Lang niet alle bezoekers van Rome zullen het indrukwekkende stadhuis van Rome al eens hebben bezocht, maar iedereen heeft het zeker al vanaf de buitenzijde gezien: het fraaie Palazzo Senatorio of het Senatorenpaleis, gebouwd op de resten van het Tabularium, vormt samen met de gebouwen van de Capitolijnse Musea (het Palazzo dei Conservatori of Conservatorenpaleis en Palazzo Nuovo) het imposante geheel van de Piazza del Campidoglio.

Hier bevinden we ons in het hart van het oude Rome. Wanneer je de brede trappen van Michelangelo’s cordonata opwandelt, loop je recht naar het stadhuis. In het midden onder het bordes is als stadsgodin van Rome een antiek porfieren standbeeld opgesteld, met aan weerszijden twee enorme liggende beelden van riviergoden, de Nijl en de Tiber. Ze hebben allemaal verhalen te vertellen. Acht jaar geleden werden hier tijdens restauratiewerkzaamheden nog drie zeldzame en unieke fresco’s ontdekt.

Het Senatorenpaleis is het enige gebouw op de Capitolijnse heuvel dat aan alle rooftochten, branden, aardbevingen en eeuwenlange plunderingen heeft weerstaan. Bij de door paus Paulus III gevraagde heraanleg van het plein, liet Michelangelo (1475-1564) de buitenmuren van het bestaande middeleeuwse paleis intact, maar ontwierp hij voor het gebouw wel een nieuwe voorgevel. De huidige gevel is gebouwd door Giacomo della Porta (1532-1602) en Girolamo Rainaldi (1570-1655).

Achter de renaissancegevel van Michelangelo die we vandaag zien, bevindt zich het middeleeuwse gebouw dat zelf rust op de ruïnes van het Romeinse Tabularium, het staatsarchief van Rome, daterend uit 78 v. Chr. Stenen van het Tabularium werden hergebruikt in de linkerkant van het paleis en in een hoek van de klokkentoren. Lang daarvoor stond op deze plaats reeds de tempel van Veiovis, opgericht in 192 v. Chr. Deze tempel was gericht naar de tempel van Jupiter op de Capitolijn, dus naar rechts, richting Tiber. We komen hier binnenkort nog eens op terug.

De rechterzijmuur was zowat opgelijnd met de gevel van het huidige Palazzo Senatorio, de achterste hoek van de tempelmuur bevond zich waar nu de kleine Minerva boven de gevelfontein staat, de voorste hoek bevond zich ongeveer halfweg tussen het beeld van Minerva en de huidige rechterhoek van het stadhuis, de breedte was de helft van de diepte van het Palazzo Senatorio. Resten van deze oude tempel krijg je te zien tijdens een bezoek aan de Capitolijnse musea.

Op het palazzo zien we bij herhaling de letters S.P.Q.R., die je in Rome overal kan terugvinden, zelfs op de autobussen en de riooldeksels. Het letterwoord is meer dan twintig eeuwen oud en werd gebruikt als aanhef van de officiële decreten van het antieke Rome. De letters staan voor Senatus Populusque Romanus of de Senaat en het Volk van Rome. Zoals Tom Holland ooit schreef: een prachtig steno voor de grootsheid van de Romeinse constitutie. Hoewel iedereen het vandaag heeft over ‘Romanus’ is het niet zeker dat de Romeinen het ook zo bedoelden. Sinds eeuwen is er een discussie tussen experts, of men in het oude Rome nu Senatus Populusque Romanus, Romanorum of Romae gebruikte.

Op deze plek is vele eeuwen lang de geschiedenis van Rome en bij uitbreiding van de toenmalige bekende wereld geschreven. In 1143 werd paus Innocentius II (1130-1143) door het volk uit zijn wereldlijke macht ontzet, daartoe opgehitst door de toespraken van Arnold van Brescia die de corruptie van de geestelijkheid aan de kaak stelde. De republiek werd uitgeroepen en de senatoren die het bestuur vormden kwamen in het Palazzo Senatorio bijeen, een plaats die hen, wellicht onbewust, verbond met de glorie van het oude republikeinse Rome.

In 1144, na de dood van de paus, werd de senaat hersteld met zijn oorspronkelijke naam Senatus Populusque Romanus, het combineerde de wettelijke, administratieve, juridische en financiële machten van de stad. Maar de droom van een ‘vrij’ burgerleven was van korte duur. De Engelse paus Adrianus IV (1154-1159) weigerde de senaat te erkennen en legde voor de eerste keer in de geschiedenis van de stad Rome als straf een interdict op, de schorsing der kerkelijke bedieningen.

Na 1204 werden jaarlijks nog slechts één of hooguit twee senatoren benoemd die werden bijgestaan door raadslieden of ‘conservatori’. Vanaf 1360 werd een centrale rol in het stadsbestuur gegeven aan een nieuw burgerlijk hof van drie conservatoren, aangesteld buiten de adel en dus volledig in handen van de bourgeoisie. De functie van senator werd praktisch uitsluitend beperkt tot een juridische context en had vooral een representatief karakter.

De senaat zou onder die vorm blijven bestaan tot 1847 wanneer Pius IX (paus van 1846 tot 1878) het instituut alle macht ontnam en er hooguit nog één senator per jaar werd benoemd. Daarom is er in vele gidsen vaak sprake van het Palazzo del Senatore, in het enkelvoud. Op 20 september 1870 kwam een einde aan de wereldlijke macht van de paus, waarbij de rooms-katholieke kerk het bestuur over de hele Kerkelijke Staat, inclusief de stad Rome, kwijtraakte aan het in 1861 ontstane koninkrijk Italië. Vanaf 1870 beschouwde Pius IX zich als de gevangene van het Vaticaan en zou hij elke samenwerking met de Italiaanse staat afwijzen.

Maar even terug naar ons mooie Romeinse stadhuis. De indrukwekkende trap die vóór het Senatorenpaleis werd aangelegd, is het enige deel van de plannen dat tot stand kwam vóór de dood van Michelangelo in 1564. De fraaie dubbele trap naar het palazzo verving de oude trappen en de twee verdiepingen tellende loggia, die aan de rechterkant van het paleis had gestaan. Velen lopen achteloos langs of zelfs over de trappen, maar het gaat hier om een architectonisch hoogstandje.

De treden, beginnend in het midden van elke vleugel, bewegen voorzichtig omhoog totdat ze de binnenhoek bereiken, vlak aflopen en weer terugwijken naar het hoofdoppervlak van de gevel. Ze gaan vervolgens rustig verder, met een ongebroken statigheid tegenover elkaar, samenkomend aan de centrale deuropening. Door de onderbreking van de diagonale lijn en de korte naar binnen gerichte richtingsverandering, absorberen beide trappen de centrale as en verbinden ze de twee zijden.

De middentoren van het stadhuis werd opgericht tussen 1578 en 1582, sinds 1808 hangen er twee klokken die de plaats hebben ingenomen van de befaamde ‘Patarina’ uit 1200, de klok die gebruikt werd om openbare raden samen te roepen en ter gelegenheid van de verkiezing of de dood van een paus. De klokkentoren is ontworpen door Martino Longhi de Oude en gebouwd tussen 1578 en 1582.

De originele Patarina was oorspronkelijk eigendom van de stad Viterbo en was een geschenk van paus Innocentius III (paus van 1130 tot 1143) omdat hij gastvrijheid had gekregen van de patarini, vandaar de naam van de klok. Maar enkele decennia later, na een conflict met Viberbo, werd de klok door Romeinen als trofee mee terug naar Rome genomen en werd ze in de toren van het Senatorenpaleis gehangen.

De originele klok overleefde tot 1560 en werd toen vervangen door de beide klokken die er vandaag nog altijd zijn. De grootste klok zou vervaardigd zijn met een gedeelte van de smeltresten van de originele klok en wordt daarom ook vandaag nog altijd vaak de patarina genoemd. De beide klokken worden ook nu nog enkel bij speciale gelegenheden geluid,zoals bij de dood of de verkiezing van een paus. Enkel op 21 april, de verjaardag van de stad Rome, worden ze ‘s middags gedurende tien minuten geluid. Het is een unieke gebeurtenis die je slechts één keer per jaar kan meemaken.

De fontein vóór het Senatorenpaleis werd in 1588 door paus Sixtus V toegevoegd maar stond niet in het ontwerp van Michelangelo. De beelden uit de tweede eeuw na Chr. links en rechts hebben nog in de thermen van Constantijn gestaan. Dat thermencomplex werd gebouwd in het begin van de vierde eeuw en was het laatste van de grote keizerlijke thermencomplexen in Rome, hoewel het al veel kleiner was dan de thermen van Diocletianus die iets eerder werden gebouwd. Het thermencomplex bevond zich op de zuidelijke punt van de Quirinaal.

Het linkerbeeld is een personificatie van de Nijl die met één arm op een sfinx leunt. Als je er een smartphone bijdenkt, lijkt het beeld een selfie te nemen. In het juiste perspectief levert dat tegenwoordig grappige foto’s met toeristen op, al moeten die daarvoor soms halsbrekende toeren uithalen die niet altijd worden gewaardeerd door de altijd aanwezige agenten op het plein.

Het rechterbeeld stelde oorspronkelijk de Tigris voor, maar door de kop van de tijger te veranderen in die van een wolvin en het toevoegen van twee peuters (erg geslaagd is het niet) werd het beeld geacht voortaan de Tiber uit te beelden. Er bestaat nog een tweede dergelijk koppel beelden van riviergoden, een Tigrisbeeld dat zich nu in het Louvre bevindt en een Nijlbeeld in de Vaticaanse musea.

In de centrale nis onder de trappen staat op een te hoog voetstuk een te klein porfieren en marmeren beeld van de godin Minerva. Om dezelfde reden als bij de tijger die transformeerde tot een wolvin, werd Minerva tijdens de renaissance omgewerkt tot ‘Roma’. Om duidelijke redenen plande Michelangelo hier een veel groter beeld of zelfs een beeldengroep. Vanuit architecturaal standpunt staat de huidige constructie hier zeker niet op zijn plaats. Waarom het stadsbestuur van Rome deze bedenkelijke opstelling al vele jaren tolereert is een raadsel.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.