De thermencomplexen van de Romeinen

We brachten recent een nieuwsje over de Thermen van Caracalla. De soms reusachtige thermencomplexen van de Romeinen, in Rome maar ook elders in het rijk, wekken vandaag nog steeds bewondering op. Ook het technische vernuft dat voor het functioneren van een dergelijk badcomplex werd ingezet blijft verbazen.

We gaan de komende dagen een beetje dieper in op (de resten van) enkele bekende thermen die nog in Rome te vinden zijn, met natuurlijk bijzondere aandacht voor de Thermen van Caracalla. Over de Thermen van Diocletianus brachten we vorig jaar al een uitgebreide reeks. De vele kleinere thermen die in (de omgeving van) Rome en Ostia (Antica) werden teruggevonden laten we buiten beschouwing.

Het Latijnse ‘thermae’ is ontleend aan het Griekse ‘thermos’, warm. De eerste openbare baden of thermen in Rome werden gebouwd tussen het einde van de derde eeuw v. Chr. en het begin van de tweede eeuw v. Chr. Tot dan werden enkel in de rijkere woningen baden aangelegd, de lavatrina. Met de openbare thermen kreeg elke Romein de mogelijkheid om meestal gratis, goed uitgeruste faciliteiten te gebruiken, niet enkel voor de dagelijkse wasbeurt maar ook voor een volledige lichaamsverzorging.

Hoewel de badhuizen of ‘thermae’ en de gymnastiekvoorzieningen of ‘palaestrae’ Griekse namen droegen en van Griekse oorsprong waren, waren het de Romeinen die op het idee kwamen om beide samen te voegen en ze met bibliotheken en kunstgalerijen uit te breiden en het geheel open te stellen voor het publiek. De Romeinse thermen werden bezocht door mensen van alle leeftijden en klassen.

De rijken kwamen met hun gevolg en bedreven hier een deel van hun politieke activiteiten, ze ontvingen klanten en sloten contracten af. Er waren ook ruimtes waar men kon wandelen, muziek beluisteren, voorstellingen bijwonen, eten, lezen en kunstwerken bewonderen. In ‘Marvels of Ancient Rome’ uit 1955 omschrijft Margaret R. Scherer ze als ‘reusachtige Engelse clubs’.

Aanvankelijk maakten mannen en vrouwen gelijktijdig gebruik van de instelling. In enkele regeerperiodes werd die gewoonte door sommige keizers een tijdlang verboden. Ook de Romeinse redenaar en schrijver Marcus Fabius Quintiliaus (35-96 na Chr.) beklaagde zich in zijn tijd over dat gemengde baden. Vanaf Hadrianus waren gescheiden baden voor mannen en vrouwen de algemene norm. De vrouwen baadden dan vóór de mannen, wel kon men in de palaestrae samen aan lichaamsbeweging doen. Deze spelen en oefeningen, bestaande uit allerlei spelletjes met ballen en hoepels gingen gewoonlijk aan het baden vooraf.

De thermen kenden ook kwalijke bijverschijnselen zoals diefstal, seksuele uitspattingen en zelfs moord, maar de Romeinen vonden de baden in de thermen bijzonder fijn. Op de muren in Pompeï kraste iemand ‘balnea, vina, Venus corrumpunt corpora nostra, sed vitam faciunt balnea, vina, Venus’, de baden, de wijn en de liefde slopen ons lichaam, maar de baden, de wijn en de liefde maken het leven.

Volgens de overtuiging van de bekende Britse historicus Edward Gibbon (1737-1794) die beroemd werd door zijn vandaag nog altijd lezenswaardige epos ‘History of the decline and fall of the Roman Empire’ dat bovendien nog steeds in het Nederlands verkrijgbaar is, waren de thermen één van de oorzaken van de ‘neergang en de val van het Romeinse rijk’.

Maar de evenzeer bekende Franse historicus Jerôme Carcopino (1881-1970), die vooral naam maakte met zijn studie over het dagelijkse leven in Rome (La vie quotidienne à Rome, uitgegeven in 1939, in het Nederlands vertaald als Het dagelijks leven in het oude Rome), schrijft dan weer dat ‘de thermen in Rome sterk bijdroegen tot het welzijn van de bevolking’.

De Romeinse badinrichtingen, zowel particuliere als openbare, waren ontstaan uit hygiënische overwegingen. Hoewel het ontwerp, de functionaliteit en de algemene binnenhuisarchitectuur van de thermen in de loop der eeuwen zou worden aangepast, bestond een Romeinse badinrichting vanaf het begin uit een typische geleding in drieën: er waren opeenvolgende baden in koud, lauw en warm water. De respectievelijke namen van deze ruimtes waren het frigidarium, het tepidarium en het caldarium.

Soms werd er een zweetbad of laconicum aan toegevoegd, de voorloper van de hedendaagse sauna. De verwarming gebeurde met hete lucht onder de vloer (hypocaustum) of soms achter de wanden. Bij de openbare badinrichtingen werd deze kern uitgebreid met club- en vergaderlokalen, sportvelden (palaestra), een bibliotheek, enz. De grotere thermen in latere eeuwen hadden immers tevens de functie van sociëteit en cultureel centrum.

De grote openbare thermen met hun koepels en gewelven, hun mozaïekvloeren en -wanden behoren tot de belangrijkste creaties van de Romeinse architectuur. Het gebruik van thermen breidde zich overigens uit in het gehele westen van het Romeinse Rijk. In vele steden zijn vandaag nog altijd indrukwekkende restanten te zien van Romeinse thermencomplexen. Zo zijn er bv. de keizerthermen in Trier (vierde eeuw), de overblijfselen van de thermen van Bath (eerste eeuw) en Parijs (tweede eeuw). In Nederland zijn in Heerlen bescheidener thermen opgegraven (eerste/tweede eeuw), vandaag zijn deze geïntegreerd in het Thermenmuseum.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.